BSD

De profeet Obadja

Onderstaand een eigen vertaling uit het Hebreeuws van Obadja

  1. Een visioen van Obadja. Zo zegt Adonai Hashem over Edom, wij hebben een boodschap van Hashem gehoord: een boodschapper is onder de volken gezonden, sta op en laten we tegen haar ten strijde trekken.
  2. Zie, Ik heb je klein gemaakt onder de volken, jij bent zeer veracht.
  3. De arrogantie van je hart heeft je misleid, je woont in rotskloven, in een hoge woning en zegt in je hart wie zal mij ter aarde doen neerdalen.
  4. Zelfs wanneer je je nest bouwt als een adelaar en als je je nest plaatst tussen de sterren, vandaar zal Ik je doen neerdalen, is het woord van Hashem.
  5. Wanneer dieven en rovers je 's nachts overvallen - hoe zul je dan volkomen te gronde gericht worden - zullen zij dan niet meer dan genoeg van je stelen? Wanneer de druivenplukkers bij je zullen komen, zouden zij dan iets overlaten?
  6. Hoe wordt Ezau doorzocht en zijn verborgen schatten opgespoord?
  7. Al je bondgenoten hebben je tot de grens begeleid, en de mannen waarmee je vrede had, misleiden je en overwinnen je, zij die je brood eten, leggen je een valstrik en er is geen begrip bij hem.
  8. Zal Ik niet op die dag, is het woord van Hashem, de wijzen van Edom vernietigen en het inzicht van de berg van Ezau.
  9. En de helden van Teman zijn moedeloos, zodat iedereen op de berg van Ezau vermoord zal worden.
  10. Vanwege het geweld aan je broeder Jacob zul je met schaamte bedekt worden en voor eeuwig uitgeroeid.
  11. Op de dag dat je van verre stond, op de dag, dat vreemden zijn leger gevangen namen en barbaren zijn poorten binnen gingen en over Jeruzalem het lot wierpen, was jij ook één van hen.
  12. En zie niet met leedvermaak op die dag van je broeder, op de dag van zijn ongeluk en verheug je niet over de kinderen van Juda op de dag van hun ondergang en heb geen grote mond op de dag van hun ongeluk.
  13. Je zult niet in de poort van mijn volk komen op de dag van zijn rampspoed, je zult ook niet met leedvermaak zien naar zijn ellende op de dag van zijn rampspoed en je zult je handen niet uitstrekken naar zijn schatten op de dag van zijn rampspoed.
  14. En je zult niet staan op het kruispunt om zijn vluchtelingen te vernietigen en zijn overlevenden zul je niet overleveren op de dag van zijn ongeluk.
  15. Want de dag van Hashem is nabij over alle volkeren, zoals jullie gedaan hebben, zal aan jou gedaan worden en de vergelding zal op jouw hoofd terugkeren.
  16. Want zoals jullie op mijn heilige berg gedronken hebben, zo zullen alle volken onophoudelijk drinken, zij zullen drinken en slurpen, en zij zullen worden als hadden zij niet bestaan.
  17. Maar op de berg Sion zal ontkoming zijn en het zal een heilige plaats zijn, het huis van Jacob zal zijn bezittingen weer in bezit nemen.
  18. Het huis van Jacob zal het vuur zijn en het huis van Jozef een vlam en het huis van Ezau is het stro en zij zullen het in brand steken en het zal verteerd worden en van het huis van Ezau zullen geen overlevenden zijn, want Hashem heeft het gesproken.
  19. Het zuiderland zal de berg van Ezau in bezit nemen en de laagvlakte het land van de Filistijnen en zij zullen het veld van Efraim en het veld van Samaria in bezit nemen en Benjamin Gilead,
  20. en de ballingen van dit leger van de kinderen van Israël het land van de Kanaänieten tot Tzarfat en de ballingen van Jeruzalem die in Sefarad zijn zullen de steden van het zuiden innemen.
  21. De redders gaan op naar de berg Sion om recht te spreken over de berg van Ezau en het koningschap zal van Hashem zijn.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

obadja