BSD

Onderstaand een eigen vertaling uit het Hebreeuws van Nahum.

De profeet Nahum

Nahum De profeet Nahum leefde rond de tijd van de profeet Joël. Nahum's profetie is gericht op de vijandige stad Nineve, waar de wreedheid en onderdrukking hoogtij vierde.

De profeet beeldt met afschuw de wagens van de rijken en de ruiters uit, die zich door de straten van de stad haasten, daarbij een spoor van dood achter zich latend. Hij stelt de tirannie en het bloedvergieten dat zo welig in Ninevé tiert, aan de kaak, en voorzegt haar volledige vernietiging:

"Wee de bloedstad, één en al leugens en diefstal! Het roven houdt niet op. Hoor de zweep, en het geluid van ratelende wielen, galopperende paarden, hotsende wagens, steigerende ruiters, vlammende zwaarden en bliksemende speren, een veelheid van doden, en een massa kadavers, en er is geen einde aan de lijken". Nahum 3:1-3.

"Zie, Ik zal tegen u, spreekt Hashem van de heerscharen." Nahum 3:5a

"Dan zal het geschieden, dat allen die u zien, van u wegvluchten en zullen zeggen: Ninevé is verwoest wie zal medelijden met haar hebben?" Nahum 3:7a

"Allen die het verslag over u horen, zullen over u in de handen klappen, want over wie is uw kwaad niet voortdurend heen gekomen?" Nahum 3:19b.

Bron: Four Prophets

Het bijbelboek

Onderstaand een eigen vertaling uit het Hebreeuws van Nahum

Hoofdstuk 1

  1. Een godsspraak over Ninevé, het boek van het visioen van Nahum, de Elkosiet.
  2. Hashem is een jaloers en wrekend God, een wreker is Hashem en vol woede, Hashem is een wreker voor Zijn tegenstanders en Hij blijft toornen tegen Zijn vijanden.
  3. Hashem is langzaam tot toorn, maar Hij heeft grote kracht en laat niets geheel ongestraft. Hashem, zijn weg is in wervelwind en storm, wolken zijn het stof van zijn voeten.
  4. Hij bestraft de zee en maakt het droog en alle rivieren verdrogen. Bashan en Karmel kwijnen weg en de bloemen van de Libanon verwelken.
  5. De bergen beven voor Hem en de heuvels smelten, de aarde verheft zich voor Hem en de continenten en allen die daarin wonen.
  6. Wie kan bestaan voor zijn toorn? Wie kan opstaan tegen zijn brandende toorn, zijn toorn stort Hij uit als vuur, de rotsen worden voor Hem afgebroken.
  7. Hashem is goed, een vesting in de dag van nood en Hij kent hem die bij Hem zijn toevlucht zoekt.
  8. En door een overstromende vloed doet Hij aan haar plaats 1 een einde komen en zijn vijanden zal Hij achtervolgen in duisternis.
  9. Wat jullie ook tegen Hashem beramen, Hij maakt een eind aan jullie en het onheil zal niet tweemaal over jullie komen.
  10. Zij zijn als vervlochten doornstruiken en als dronkaards pimpelen zij en worden volledig verteerd als droge stoppels.
  11. Uit jou is voortgekomen één die kwaad bedacht tegen Hashem, een wetteloze raadgever.
  12. Zo spreekt Hashem, zelfs als jullie 2 verenigd zijn en ook talrijk, zelfs dan worden jullie omgehouwen en zullen jullie vergaan. Ik heb jou 3 vernederd en zal je niet opnieuw vernederen.
  13. En nu zal Ik zijn juk, dat jij 4 draagt, verbreken en Ik zal je banden verbreken.
  14. Tegen je 5 gebiedt Hashem, jouw naam zal niet meer worden voortgeplant. Ik zal uit het huis van jouw god je gesneden en gegoten beelden uitroeien en Ik maak voor jou een graf want je bent te klein bevonden.
  15. Zie op de bergen de voeten van een boodschapper, die de vrede inroept, Juda vier je feest en betaal je gelofte, want de wetteloze zal niet meer door je heen trekken, hij is volledig uitgeroeid.

Hoofdstuk 2

  1. De verstrooier trekt tegen je op, bewaak de vesting, kijk uit langs de weg, omgord de lendenen, maak je geweldig sterk.
  2. Want Hashem herstelt de heerlijkheid van Jacob, zoals de heerlijkheid van Israël, want plunderaars hebben hen geplunderd en hun wijnranken zijn vernietigd.
  3. Het schild van de helden 6 is rood, de soldaten zijn in scharlaken gekleed, in de vuurglans van het staal staan de wagens op de dag van zijn toerusting en zijn speren worden gezwaaid.
  4. Over de wegen razen de wagens, zij vliegen over de pleinen, hun aanblik is als fakkels, als bliksemschichten gaan ze heen en weer.
  5. Hij 7 denkt aan zijn geweldigen, zij zullen struikelen in hun gaan, zij zullen snellen naar de muren van de stad, maar het stormdak is reeds opgericht.
  6. Maar de poorten van de waterwerken openden zich en het paleis wankelt.
  7. Het is beslist, zij wordt ontmaskerd en weggevoerd en haar dienstmaagden zuchten als met duivenstem en slaan zich voortdurend op de borst.
  8. En Ninevé is als een vijver vol water, sinds het begin van haar dagen en zij vloeien weg. Stop, stop, maar niemand zal zich omkeren.
  9. Rooft zilver, rooft goud, eindeloos is de voorraad, een overvloed van allerlei kostbare vaten.
  10. Woestheid, woestenij en verwoesting, met angst in hun hart en knikkende knieën, met angst in al hun lendenen en hun aller aangezicht van kleur beroofd.
  11. Waar is het leger van de leeuwen, de plaats waar de jonge leeuwen gevoed worden, waar de leeuw, de leeuwin en de jonge leeuw rondlopen en er niemand is die ze stoort?
  12. De leeuw die roofde voor zijn jongen en wurgde voor zijn leeuwinnen en zijn hol vulde met prooi en zijn leger vulde met wat hij verscheurd had.
  13. Zie, Ik zal jou, zegt Hashem Tzebaoth, Ik zal je wagens verbranden en in rook doen opgaan en het zwaard zal jouw jonge leeuwen verteren en Ik zal aan jouw roven een einde maken op aarde en de stem van je boodschappers zal niet meer gehoord worden.

Hoofdstuk 3

  1. Wee de bloedstad, één en al leugen, vol roof, niet zwichtend voor zijn prooi.
  2. Hoor het klappen van de zweep, hoor het ratelen van de wielen, en de galopperende paarden en de opspringende wagens.
  3. Steigerende paarden en vlammende zwaarden, bliksemende lansen en veel gewonden en grote massa's lijken en eindeloos veel doden en men struikelt over hun lichamen.
  4. Vanwege de vele hoererijen van de hoer, uitnemend in bevalligheid, een meesteres in toverkunsten, die volkeren verkoopt door haar hoererijen en families door tovenarij.
  5. Zie, Ik zal jou, zegt Hashem Tsevaot, jouw rokken tot over je gezicht opheffen en Ik zal de volkeren jouw naaktheid tonen en de koninkrijken jouw schaamte.
  6. Ik zal iets afschuwelijks op je werpen en je met minachting behandelen en Ik zal je maken tot een schouwspel.
  7. En allen die je zien, vluchten van je weg en zeggen Ninevé is verwoest, wie zal haar beklagen? Waar zal Ik troosters voor je zoeken?
  8. Ben je beter dan No Amon, 8 gelegen aan rivieren, water omgaf haar, welks verdedigingsmuur de zee was en welks stadsmuur water.
  9. Ethiopië en Egypte waren je kracht en dat zonder eind, Put en Libië waren je helpers.
  10. Ook zij zal in ballingschap gaan, ook haar kinderen zullen verpletterd worden op de hoek van elke straat en men wierp het lot over de edelen en al haar groten werden geketend en geboeid.
  11. Ook zal je dronken worden en ook zal je een schuilplaats zoeken tegen je vijand.
  12. Al je vestingen zijn als vijgenbomen met vroege vijgen, wanneer zij geschud worden zullen zij vallen in de mond van de eter.
  13. Zie, je volk zal zijn als vrouwen in je midden, voor je vijanden zullen de poorten van je land wijd geopend worden, het vuur heeft jullie grendelbomen verteerd.
  14. Schep water voor je voor de belegering, versterk je vestingwerken, ga in de klei, treed het leem en grijp de tichel vorm aan.
  15. Daar zal het vuur je verteren, een zwaard zal jou vernietigen en je verteren zoals de verslinder 9 doet, talrijk als de verslinders, talrijk als de sprinkhanen.
  16. Je hebt meer kooplieden dan sterren aan de hemel, verslinders ontpoppen zich en vliegen weg.
  17. Je prinsen zijn als sprinkhanen en je ambtenaren als een zwerm sprinkhanen, die zich legeren op een koude dag op de muren en als de zon schijnt vliegen ze weg en onbekend is zijn plaats, waar zijn ze?
  18. Je herders sluimeren, koning van Assyrië, je machtigen liggen terneer, je volk wordt verstrooid op de bergen en niemand verzamelt ze.
  19. Er is geen herstel voor je breuk, ongeneeslijk is je wond, ieder die van je hoort, zal over jou in de handen klappen. Want over wie is jouw boosheid niet voortdurend heengegaan?
Noten

1 en 2 is Ninevé.
3, 5 en 7 is Sanhebrib.
4 is Israël.
6 is het Het Babylonische leger.
8 is Jeremia 46:25.
9 is een soort sprinkhaan.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.