BSD

Opmerking vooraf

Er dient niet vergeten te worden dat in het boek Leviticus, dat over de tempeldienst gaat, geen enkele keer de naam Elokim voorkomt maar alleen de naam van Hashem. Dit betekent dat de tempeldienst gebaseerd is op genade en barmhartigheid en niet, zoals dat door het christendom wordt gezien. Elokim is het aspect van God dat recht weergeeft en Hashem is het aspect dat barmhartigheid en genade weergeeft.

Onderstaande vertaalde inleiding op het boek Genesis is afkomstig uit de Tanach Stone Edition van ArtScroll.

Inleiding

Tempel In het lexicon van de Talmoedische Wijzen wordt het boek Leviticus, de "Torah of the Kohanim" van de priesters genoemd, omdat het grootste deel van het boek handelt over de wetten van de Tempeldienst en andere wetten, die de priesters en hun verantwoordelijkheden betreffen.

De eerste hoofdstukken van het boek handelen bijna alleen maar over de "korbanos" van dieren, een woord dat gewoonlijk wordt vertaal met opoffering of offer. Maar de waarheid is dat het Nederlands geen woorden kent die precies het concept weergeven van een "korban". Opoffering houdt in dat iemand zich van iets waardevols onthoudt. Maar Hashem heeft geen vreugde in het verdriet of gebrek van zijn kinderen. Het woord offer is positiever en staat dichter bij de betekenis van "korban" maar schiet toch tekort om de juiste betekenis van "korban" weer te geven. Heeft Hashem onze gaven nodig om Hem te verzoenen of zijn boosheid te stillen? En, o ja, wat is dan de betekenis van een stier en een een lam voor Hem? Als je rechtvaardig bent, wat geef je Hem daarmee? (Job 35:7). Hashem wordt niet verrijkt door de vrijgevigheid van een mens.

De oorsprong van het woord "korban" is het woord naderen. Iemand die een offer brengt komt dichter bij Hashem; hij brengt zijn spirituele niveau op een hoger plan. Dat is de werkelijke betekenis van het woord en de daad.

Voor de moderne mens - die groot gebracht is met het waandenkbeeld dat iets, wat niet meetbaar of reproduceerbaar is, het niet waard is om er zich mee bezig te houden, en hij is immers ook nog het product van negentien eeuwen zonder de Tempel - lijkt het denkbeeld dieren te offeren bizar, ja zelfs primitief.

Echter, veronderstellen wij eens te leven ten tijde van onze voorouders wanneer de eerste priester zijn eerste offer bracht in hun nieuwe gebouwde Tabernakel. Daar was een tastbare aanwezigheid van de glorie van Hashem bij hetgeen zij deden, en een wonderbaarlijk Hemels vuur daalde neer om het offer te verteren. Zouden zij getwijfeld hebben aan de uitwerking van de dienst? Zouden wij ons anders hebben gevoeld wanneer wij daar ook bij geweest waren?

De commentatoren geven verschillende rationele en half rationele verklaringen over de offers. We willen hiervan één gedachte kort samenvatten: Waar ook de Tora spreekt over de offers, wordt de naam van Hashem gebruikt en dat duidt op genade en mededogen. Wanneer mensen op deze manier Hashem dienen dat Hij het offer beschouwt als "een lieflijke geur, wat volgens de Wijzen betekent dat Hashem als het ware zegt, "Ik heb het geboden en mijn wil is geschied."

Wajikra in een notendop

Leviticus 1:1 - 5:26

wajikra Nu de Tabernakel is gebouwd en opgeleverd (we lazen daarover in de parasja van vorige week), begint deze parasja met het gesprek van God met Mozes in de Tabernakel. God vertelt hem van de korbanot - de offers die een belangrijk deel van de dienst in de Tabernakel zullen zijn. We leren over de verschillende soorten korbanot:

  1. De olah, ook wel bekend als het brandoffer, dat volledig verbrand op het altaar.
  2. Vijf soorten Mincha offers, die uit meel en olijfolie bestaan.
  3. De shelamiem, het "zoenoffer", waarvan een deel werd verbrand op het altaar, en een deel werd opgegeten door de persoon die het offer bracht, evenals de delen door de eigenaar aan de Priester gegeven.
  4. De chatat, verschillende offers die worden gebracht als verzoening voor iemands zonden.
  5. De asham, een offer gebracht voor bepaalde zonden. Deze zijn: a) als iemand per ongeluk gebruik maakt van iets dat voor de Tabernakel was en b) als iemand denkt dat hij misschien gezondigd heeft, maar hij is er niet zeker van en c) indien iemand valselijk zweert terwijl hij iemand probeert te bedriegen.

Er zijn vele wetten en ingewikkelde regels met betrekking tot de korbanot, maar één regel geldt voor alle: Elk offer werd gebracht met zout.

Bron: Vayikra Roundup

Vragen over parasja Wajiqra Leviticus 1:1-5:26

Wat een vreugde; wij zijn inmiddels al bij het derde boek aanbeland! Het derde boek heet in het Hebreeuws Wajiqra en in de Nederlandse taal wordt het Leviticus genoemd. In dit derde boek lezen wij over de mitswot en wetten van de offers die de priesters in de tabernakel en later in de tempel brachten. Dat was een tijd waarin de priesters en de Levieten hun dienst in alle reinheid en heiligheid uitvoerden. Dit derde boek wordt daarom ook wel het boek van de priesters genoemd.

Vragen Parasja Wajikra Leviticus 1:1 - 5:26

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Tsav notendop

Leviticus 6:1 - 8:36

tsav

Tzav betekent gebieden en dat is het wezen van deze parasja. God vertelt Mozes dat hij Aäron en zijn zonen voorschriften moet geven, hoe zij hun werk moeten doen met betrekking tot de offers (die we bespraken in de vorige parasja, Wajikra).

Er moet constant een vuur branden op het altaar; het is de verantwoordelijkheid van de Kohen om ervoor te zorgen dat het nooit meer dooft. De Kohen moet elke ochtend de as van het altaar verwijderen.

De eerste dag dat een Kohen dienst doet, brengt hij een mincha offer (van meel en olie) en de Kohen Gadol (Hoge Priester) brengt elke dag een mincha offer.

Delen van bepaalde offers worden door de priesters gegeten, maar ze moeten dit op de juiste tijd doen en er mag niets overblijven.

De wetten van de offers die in Wajikra werden uitgelegd worden hier herhaald, deze keer om de Kohen te vertellen wat hij moet doen.

De parasja vertelt ons nu hoe Mozes, Aäron en zijn zonen als priesters inwijdt, zoals God hem dat vertelde in parasja Tetsaweh. Eerst trekt Mozes Aäron zijn speciale kleding aan, en vervolgens giet hij speciale zalfolie uit op het altaar en op Aaron. Daarna trok hij de zonen van Aäron hun kleding aan. En vervolgens brachten Aaron en zijn zonen een stier als offer op het altaar.

Daarna aten Aaron en zijn zonen het vlees van het offer en bleven zij gedurende zeven dagen in de Tabernakel.

Bron: Tzav-Roundup

Vragen Parasja Tsav Leviticus 6:1 - 8:36

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Sjemini in een notendop

Leviticus 9:1 - 11:47

sjemini

In de parasja van vorige week spraken we over de zeven dagen, na de inhuldiging door Mozes en van Aäron, en de Mishkan. In deze parasja, leren we over de volgende dag, dat is wat Sjemini betekent- de achtste.

De achtste dag in de Mishkan

Aäron en zijn zonen beginnen officieel hun dienst als Kohaniem - priesters in de Mishkan. Eerst bereiden zij een offer, en dan komen al de Joden naar de ingang van de Mishkan om te kijken wanneer zij het offer op het altaar brengen. Toen zegenden Mozes en Aäron het volk en iedereen ziet een vuur uit de hemel komen, dat het offer verteerde. Het volk is zo overweldigd - en dolblij - door dit prachtig gezicht, dat iedereen God begint te loven en te prijzen.

Maar dan, in het midden van de viering en opwinding, gebeurt er iets verschrikkelijks. Twee van de zonen van Aäron, Nadav en Avihu, ontsteken een vuur om een ​​offer te brengen dat ze niet mochten brengen, en als straf, sterven zij. Je kunt je voorstellen hoe verdrietig deze tragedie Aäron maakte, maar hij zegt niets, hij blijft rustig en accepteert het oordeel van God. Mozes vertelt Aäron en zijn overgebleven zonen, Eleazar en Itamar, dienst te blijven doen in de Mishkan, en dat doen ze, terwijl de rest van het volk van Israël rouwt om de dood van Nadav en Avihu.

Dan leren we over een wet die God aan Aäron vertelt: Zolang zij in de Mishkan zullen dienen, mogen Aäron en zijn zonen, de Kohaniem, geen wijn drinken en dronken worden.

De Kosjere wetten

God gebiedt Mozes hen te vertellen over de dieren die gegeten mogen worden en die niet gegeten mogen worden. Kosjere dieren - die toelaatbaar zijn - hebben twee kenmerken: ze herkauwen en hebben gespleten hoeven. Kosjere vissen moeten vinnen en schubben hebben. We krijgen een overzicht van de niet-kosjere vogels, en een lijst van vier soorten sprinkhanen die koosjer zijn; de Tora vertelt ons dat alle andere insecten niet koosjer zijn.

We leren ook over het idee van reinheid, dat een soort spirituele zuiverheid is. Als iets onrein wordt, door iets wat onrein is aan te raken, bijvoorbeeld het aanraken van het dode lichaam van een niet-kosjer dier, dan moet dat ondergedompeld worden in een mikwe. Het mikwe heeft een speciale kracht om de zuiverheid van dingen en mensen, die onrein zijn geworden, te herstellen.

Bron: Shemini Roundup

Vragen Parasja Sjemini Leviticus 9:1 - 11:47

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Tazria notendop

Leviticus 12:1 - 13:59

tazria

Aan het einde van de parasja Shemini van vorige week, begonnen we over de reinheidswetten te spreken. Deze wetten, genaamd de wetten van Toema en Taharah, worden verder in de parasja van deze week besproken.

Het eerste onderwerp gaat over een vrouw die bevallen is. Ze is onrein voor een vast aantal dagen, dan dompelt zij zich onder in een mikwe (zie ook de parasja van vorige week) waardoor een tameh [onrein] mens tahor [rein] wordt en brengt een offer.

Alle baby jongens moeten op de achtste dag worden besneden; we noemen dit de Brit Mila.

Een volgend onderwerp dat besproken wordt is een unieke ziekte, tsara'at genoemd. Het is verschillend van andere ziekten omdat het een spirituele oorzaak heeft en een mens onrein maakt. Als iemand denkt dat hij deze aandoening heeft, dan moet hij naar een Kohen en de Kohen zoekt naar tekenen om te zien of het de onreinheid van tsara'at is of gewoon een normale ziekte. De Tora leert de Kohen op welke dingen hij moet letten om de ziekte te identificeren als tsara'at.

Bron: Tazria Roundup

Vragen Parasja Tazria Leviticus 12:1 - 13:59

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Parasja Metsora in een notendop

Leviticus 14:1 - 15:33

metsora

Een Metzora is iemand die tsara'at heeft. Deze persoon is onrein en moet de legerplaats (of de stad) verlaten om daar te wachten totdat de tsara'at is verdwenen. Wanneer de priester hem buiten de legerplaats bezoekt en ziet dat hij niet langer tsara'at heeft, dan doet hij bepaalde handelingen met twee vogels, bronwater, een ceder stok, een strook rode wol, en een bundel van het kruid hysop. Dan wast de persoon zijn kleding, scheert zijn haar en dompelt zich onder in het mikwe. Hij is nu rein en kan terugkeren naar de legerplaats.

Huizen kunnen ook aangetast zijn door tsara'at, en weer is het de taak van de priester om dit vast te stellen. Als hij tsara'at ontdekt in de muren van het huis, sluit hij het huis af en wordt het gedurende zeven dagen met rust gelaten. Als de tsara'at is verdwenen, is het huis rein, maar als er niets gebeurt, of als de tsara'at zich heeft uitgebreid, dan worden de getroffen stenen verwijderd en vervangen, de muren opnieuw gepleisterd, en het huis wordt voor nog eens zeven dagen afgesloten. Indien na de tweede week de priester ziet dat de tsara'at zich heeft verspreid, verklaart hij het huis onrein en het wordt verbrand of vernietigd.

Kleding kan ook worden getroffen door tsara'at. De behandeling van een getroffen kledingstuk is vergelijkbaar met die van een huis.

Het einde van parasja bespreekt drie soorten onreinheden en hoe iemand uit elk kan worden gereinigd.

Bron: Metzora Roundup

Vragen Parasja Metsora Leviticus 14:1 - 15:33

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Parasja Achare Mot in een notendop

Leviticus 16:1 - 18:30

achare mot

Nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren (zie parasja Shemini), waarschuwt God iedereen niet binnen te gaan in de speciale kamer van de Tabernakel dat het Heilige der Heiligen wordt genoemd. Alleen Aaron zelf mag hier één keer per jaar, op Jom Kippoer, de heiligste dag van het jaar, binnengaan. Op Jom Kippoer worden ook twee geiten genomen en daarover wordt het lot geworpen. Eén geit wordt geofferd aan God en de tweede, "azazel", wordt naar de woestijn gezonden om te boeten voor de zonden van de Joden.

Andere belangrijke waarschuwingen in deze parasja zijn: Het is verboden om een korban (offer) te brengen, anders dan in de Heilige Tempel. Het is verboden op geen enkele manier om bloed te eten (dit is de reden waarom alle koosjer vlees wordt gezouten - om het bloed weg te nemen, en waarom voor het gebruik de eieren op bloed worden gecontroleerd); en verder een bespreking over degenen die het verboden is om te trouwen.

Bron: Acharei Mot Roundup

Vragen Parasja Achare Mot Leviticus 16:1 - 18:30

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Kedosjiem in een notendop

Leviticus 19:1 - 20:27

kedosjiem Kedoshim betekent "heilig" en de parasja Kedoshim begint ermee dat God ons vertelt: "Je moet heilig zijn, want Ik, je God, ben heilig." Maar hoe kunnen we heilig zijn? Door het doen van de mitswot die God ons geboden heeft. De rest van de parasja Kedoshim geeft ons veel verschillende mitswot waardoor we heilig kunnen zijn. Enkele mitswot in deze parasja zijn:

  1. Lieg niet.
  2. Steel niet.
  3. Zweer niet valselijk.
  4. Houd het loon van uw werknemer niet in - als iemand voor u werkt, betaal hem meteen.
  5. Heb geen wrok.
  6. Neem geen wraak.
  7. Roddel niet over anderen.
  8. Houd de Sabbat.
  9. Sta op wanneer een achtenswaardig iemand binnenkomt.
  10. Geef liefdadigheid aan de armen.
  11. Heb respect voor ouderen.
  12. Wanneer iemand de oogst van zijn akker haalt, moet hij een hoek voor arme mensen overlaten.
  13. Een erg belangrijk gebod: "Heb je naaste lief als jezelf."

Vragen Parasja Kedosjiem Leviticus 19:1 - 20:27

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Bron: Kedoshim Roundup

Emor Notendop

Leviticus 21:1 - 24:23

emor

De parasja begint met ons te vertellen dat een Kohen altijd voorzichtig moet zijn om tahor (rein) te blijven, zodat hij kan dienen in de Heilige Tempel. Om dit te doen, moet hij ervoor zorgen dat hij niet in contact komt met een dood lichaam, omdat die hem onrein zou maken. Hij mag alleen onrein worden door naar een begrafenis of de begraafplaats te gaan wanneer een naast familielid van hem overlijdt. Dat betekent dan zijn vader, moeder, zoon, dochter, broer of ongetrouwde zus. Een Kohen is het ook niet toegestaan ​​om iemand, die eerder getrouwd was en ging scheiden te trouwen.

De hogepriester mag nooit onrein worden, zelfs niet als een naast familielid overlijdt. Ook mag hij niemand trouwen die eerder getrouwd is geweest.

Wanneer een dier (een koe, schaap of geit) het leven geeft aan (een kalf, een lam of een geitje) mag niemand de pasgeborene voor zeven dagen wegnemen. Ook mag een dier en zijn nakomeling niet op dezelfde dag gedood worden.

De Joodse kalender

De Tora vertelt ons vervolgens over de speciale tijden van het jaar op de Joodse kalender.

Eerst bespreekt het de Sjabbat. Zes dagen werken wij en de zevende dag is een rustdag.

Vervolgens Pesach, in de Hebreeuwse maand Nissan. Zeven dagen eten we matzot, en de eerst en de laatste van die dagen zijn rustdagen, waarop wij geen enkel werk mogen doen.

Vervolgens het tellen van de Omer, die begint met Pesach en telt af tot Sjavoeot.

De vijftigste dag van de Omer is het feest van Sjavoet.

Daarna komt Rosj Hasjana, het "hoofd van het jaar" op de eerste dag van Tisrei. Dan blazen we de sjofar.

Tien dagen later is het Grote Verzoendag, Jom Kippoer, een vastendag waarop we bidden en om vergeving voor onze zonden vragen.

Vervolgens is het Sukkot, een vreugdevol feest. We eten dan in een soort tent, de Sukka, en maken een blessing met vier soorten verzamelde planten.

De parasja eindigt door ons te vertellen over iemand die God vervloekt. Mozes vroeg God wat zijn straf moet zijn en God zei dat hij moest worden gedood. We lezen ook dat iemand die een een ander doodt met de dood wordt bestraft en dat iemand die een een mens of een dier pijn doet, geld moet betalen om de kosten te compenseren.

Bron: Emor Roundup

Vragen Parasja Emor Leviticus 21:1 - 24:23

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Behar notendop

Leviticus 25:1–26:2

behar

In de parasja van deze week, Behar, leren we over een aantal zeer belangrijke geboden die in het land Israël gelden.

Ten eerste is dat Shemittah. Zoals de Sjabbat de zevende dag van de week is, zo is elk zevende jaar een Sjabbat voor het land wanneer het land "rust" krijgt. Dit betekent dat de boeren zes jaar op het land kunnen werken, zaaien, snoeien en het oogsten van de groenten en het fruit, zodat ze die kunnen verkopen en geld verdienen. Maar in het zevende jaar, het jaar van sjemittah, moet land kunnen rusten, en mag er niet geplant en geoogst worden. In plaats daarvan, iets dat groeit is gratis voor iedereen die het wil plukken en genieten.

Na zeven cycli van Shemittah, het vijftigste jaar (7 x 7 = 49, het is het jaar volgend op de 49 jaar, dus is het het 50e), wordt Jubel jaar genoemd. Het is ook een jaar van rust voor het land, maar in aanvulling daarop worden alle slaven vrijgelaten en keert al het onroerend goed keert terug naar de oorspronkelijke eigenaar. Dat betekent dat wanneer iemand een stuk grond koopt, dat hij alleen het land kan houden tot het Jubeljaar, wanneer het land terug zal gaan naar de oorspronkelijke eigenaar.

Dan vertelt de Tora ons dat we ons geen zorgen moeten maken of er wel genoeg te eten is tijdens Shemittah en het daarop volgende jaar, omdat we niet kunnen planten en oogsten. God belooft dat het jaar voor het Shemittah - het zesde jaar - er voldoende voedsel zal groeien voor drie hele jaren - het zesde jaar, het jaar van Shemittah, en het jaar daarop volgend, wanneer de dingen niet zullen groeien, omdat er tijdens Shemittah niet wordt geplant.

Ook leren we leren in deze parasja dat het verboden is om rente aan een Jood in rekening brengen. Dat betekent dat wanneer we iemand geld lenen, kunnen we niet een beetje extra vragen als dank voor het lenen van het geld. In plaats daarvan moeten alle leningen vrij zijn - de lener hoeft alleen het geleende bedrag terug te betalen.

Bron: Behar Roundup

Vragen Parasja Behar Leviticus 25:1–26:2

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Bechoekotaj Notendop

Leviticus 26:3 - 27:34

bechoekotaj

In de parasja Bechoekotaj, lezen we over de beloften die God aan ons geeft als we de Tora houden en de geboden doen:

  1. De regen zal komen wanneer we die nodig hebben om de gewassen te telen.
  2. Er zal genoeg voedsel zijn en iedereen zal eten totdat ze tevreden zijn.
  3. Wij zullen vrede en veiligheid in het land hebben.
  4. Noch wilde dieren noch legers zullen door het land trekken.
  5. We zullen succesvol zijn in onze strijd en de legers overwinnen die veel groter zijn dan de onze.
  6. En God zal bij ons zijn.

Maar daarna vertelt de Tora ons dat, wanneer de mensen zich niet houden aan de geboden, en hun overeenkomst met God vergeten, er dan veel ongelukkige dingen zullen gebeuren. Maar zelfs als God boos op de Joden is en hen straft, Hij zal hen nooit vergeten of verlaten.

Het laatste wat we leren in de parasja is hoe we de waarde van de verschillende soorten geschenken, die de mensen aan God beloven, moeten berekenen.

Bron: Bechukotai Roundup

Vragen Parasja Bechoqotai Leviticus 25:1–26:2

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Aantekeningen

Home Malben

printer

Zoals u kunt zien is deze afdeling nog in bewerking. Alle samenvattingen van de parasjas van Leviticus moeten nog worden ingevuld.