BSD

Het boek Koningen I en II

kalverdienst

Het eerste deel van het boek Koningen begint in heerlijkheid en eindigt in schande; het tweede begint in beroering en eindigt in een ramp. De twaalfjarige Salomo erft de troon en vraagt slechts één zaak aan God: dat hem de wijsheid mag worden gegeven, om het volk van Israël in overeenstemming met de Goddelijke wil te besturen. Omdat Salomo om wijsheid vroeg in plaats van macht, veiligheid en welvaart, gaf God hem wijsheid - onvoorstelbaar en zonder precedent - evenals grote rijkdom en respect. Hij bouwde de Heilige Tempel en creëerde een welvarende en een rechtvaardige wereld. Maar na zijn dood, werd het koninkrijk gesplitst. Alleen Juda en Benjamin bleven trouw aan de Davidische dynastie, terwijl de andere tien stammen, onder leiding van koning Jerobeam, hiermee braken.

De goddeloosheid van Jeroboam werd de standaard voor het boek waarmee de ellende van zijn opvolgers werd gemeten. De meesten imiteerden zijn boze wegen; sommigen overtroffen die zelfs. Hoewel het Koninkrijk Juda relatief trouw aan God en de Tora bleef -hoewel met frequente afvalligheid - kwam het Koninkrijk van de Tien Stammen in een neerwaartse spirituele spiraal terecht.

In de loop van het tweede deel van het boek, gaan beide concurrerende joodse koninkrijken achteruit. De goddeloze koning Achab van Israël is dood, Moab rebelleert tegen zijn opvolgers, en koning Achazia is ernstig gewond na een ongelukkige val - maar in plaats van zich te wenden tot de profeet Elia, vraagt ​​hij de god van Ekron, of hij zal herstellen! Dit was typerend voor het schandelijke gedrag dat vernietiging en ballingschap bracht zonder een spoor achter te laten.

Juda had helderder momenten. Er waren koningen als Hizkia en Josia, wier gerechtigheid was vergelijkbaar was met die van hun voorouders David en Salomo. Maar in toenemende mate, was er achteruitgang, als sommige koningen afgoderij probeerden te institutionaliseren. Zelfs de grote Hizkia, van wie de geleerden zeggen dat hij waardig was de ultieme Messias te zijn, werd opgevolgd door zijn zoon Manasse, wier boosheid wedijverde met die van de ergste Samaritaanse koningen. Veel van de historische gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens het tijdperk van de koningen zijn gedetailleerd beschreven in Jeremia en de Kronieken. Sterker nog, de profetieën van deze monumentale figuren zoals Jesaja, Hosea, Jeremia en Ezechiël, die in de periode actief waren,beslaan meer dan honderd en vijftig hoofdstukken in de boeken van de latere profeten. Zo kunnen de gebeurtenissen uit dit boek het best begrepen worden in de context van de profeten van wier berichten hun geestelijk leven domineerden.

Bovenstaande vertaalde inleiding op de boeken Koningen I en II is afkomstig uit de Tanach Stone Edition van ArtScroll.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.