BSD

De profeet Habakuk

Habakuk De belangrijkste boodschap van Habakuk was een trieste profetie over de triomf van de Chaldeeën (Babyloniërs) over Israël. Hij waarschuwt zijn volk voor de goddelijke vergelding, die snel en overweldigend zal komen; "Hashem, hoelang roep ik om hulp en luistert U niet, roep ik tot U: Geweld! en verlost U niet?" God's antwoord volgt: "Want zie, Ik doe de Chaldeeën opstaan, dat grimmige en onstuimige volk, dat de breedten van de aarde doorkruist om woningen in bezit te nemen die niet van hem zijn. Schrikwekkend en ontzagwekkend is het. Zijn recht en zijn hoogheid gaan van hem uit. Zijn paarden zijn sneller dan luipaarden, feller dan avondwolven. Zijn ruiters komen eraan in galop, zijn ruiters komen van ver aangevlogen als een arend die toeschiet om te verslinden. Ieder van hen komt om geweld te bedrijven, hun gezichten oostwaarts gericht, en men verzamelt gevangenen als zand. Ja, zelf drijft hij de spot met de koningen, vorsten zijn hem een bespotting. Zelf lacht hij om elke vesting.... zij maken van hun kracht hun god....." Habakuk 1.

Ziende hoe de goddeloze en arrogante Chaldeeën Israël zullen vertrappen, schreeuwt Habakuk met pijn tot God: "U bent te rein van ogen

om het kwade aan te zien, moeite kunt U niet aanschouwen. Waarom aanschouwt U wie trouweloos handelen, zwijgt U, wanneer een goddeloze hem verslindt die rechtvaardiger is dan hijzelf?" Habakuk 1:13

Maar de profeet krijgt het antwoord dat de rechtvaardigheid en gerechtigheid zal zegevieren en dat Israël zal overleven. "Toen antwoordde Hashem mij en zei: Schrijf het visioen op, grif het duidelijk in tafelen, zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is....Hoewel het draalt, wacht erop, omdat het gewis zal komen, het zal niet vertragen....De rechtvaardige zal uit het geloof leven." Habakuk 2.

Bron: Four Prophets

Het Bijbelboek

Onderstaand een eigen vertaling uit het Hebreeuws van Habakuk

Hoofdstuk 1

  1. De godsspraak, die de profeet Habakuk zag.
  2. Hoelang, Hashem, schreeuwde ik om hulp en hoorde U niet? Hoelang zal ik tot U schreeuwen: geweld? En zult u niet redden?
  3. Waarom laat U mij onrecht zien en aanschouwt U met instemming onheil? Ja, gewelddadigheid en geweld zijn voor mijn ogen en er is twist, en tweedracht verheft zich.
  4. Daarom verliest de Tora haar kracht, nimmer komt het recht te voorschijn, want de goddeloze omsingelt de rechtvaardige, daarom komt het recht verdraaid tevoorschijn.
  5. Ziet onder de volkeren, let op en weest ontzet en sprakeloos van schrik: Ik doe een werk in jullie dagen wat jullie niet zullen geloven, wanneer het vertelt wordt.
  6. Want zie, Ik zal de Chaldeeën wakker maken, het bittere en onstuimige volk, dat de breedten van de aarde doortrekt om woningen in bezit te nemen die niet van hen zijn.
  7. Het is verschrikkelijk en vreselijk, zijn recht en zijn hoogheid gaan van hemzelf uit.
  8. Zijn paarden zijn sneller dan panters en sneller dan de avondwolven. Zijn rossen en zijn ruiters komen aan in galop, zij komen van verre aangevlogen als een arend, die zich haast om te eten.
  9. Zij komen allemaal om geweld te bedrijven, [met] hun gezichten voorwaarts, en zij zullen gevangenen verzamelen als zand.
  10. Met koningen drijven zij de spot en zij lachen om machthebbers, elke vesting is voor hen een lachertje en het werpt er aarde tegen op en neemt haar in.
  11. Dan snellen zij voort als de wind en trekken door en zo maakt hij zich schuldig, wiens kracht zijn god is.
  12. Bent U niet van ouds, Hashem, mijn Elokim, mijn heilige, laat ons niet sterven, Hashem tot een oordeel hebt U hem gesteld, o Rots, U hebt hem opgeroepen om te tuchtigen.
  13. uw ogen zij [te] rein om kwaad te zien, en U kunt geen onheil zien. Waarom kijkt U naar de trouwelozen; en zwijgt [wanneer] de goddeloze hem verslindt die rechtvaardiger is dan hij.
  14. En U maakte de mensen als vissen der zee, als op aarde kruipende dieren, die geen heerser hebben.
  15. Hen allen trekt hij op met de haak, hij trekt ze in zijn net en verzamelt ze in zijn sleepnet, daarom verheugt hij zich en is hij vrolijk.
  16. Daarom offert 1 hij voor zijn net en doet in rook opgaan voor zijn sleepnet, want door hen is vet zijn deel en zijn spijs overvloedig.
  17. Zal hij daarom zijn net ledigen en steeds volkeren doden zonder mededogen?

Hoofdstuk 2

  1. Ik zal staan op mijn wachttoren en stel mij op, op de vestingwal en ik kijk verwachtingsvol uit om te zien wat Hij tot mij zeggen zal en wat ik antwoorden zal op mijn bezwaar. 2
  2. Hashem antwoordde en zei: schrijf het gezicht op en teken het zorgvuldig op tafelen op, zodat ze in het voorbijgaan het kunnen lezen.
  3. Want er is nog een gezicht over die tijd, die zal spreken over het Eind en het zal niet misleiden. Wanneer het zal talmen, wacht erop. Want het zal zeker komen en het zal niet vertragen.
  4. Zie, zijn ziel 3 is opgeblazen en niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.
  5. Ook wanneer de wijn een trotse man trouweloos maakt, en niet thuis blijft, hij die zijn ziel openspert als het dodenrijk, hij is als de dood die niet te verzadigen is. Hij verzamelt alle natiën en alle volkeren tot hem.
  6. En zullen die allen niet een spreuk over hem opheffen en een spotlied en raadsels en zeggen: Wee hem die zijn bezit vermeerdert met wat hem niet toebehoort. Tot hoelang? Terwijl hij zich met gepand goed belast.
  7. Zullen niet plotseling zij, die je bijten opstaan en wakker worden terwijl ze jou laten sidderen en je zult voor hen tot buit zijn.
  8. Jij hebt veel natiën geplunderd, nu zal al wat van de natiën is overgebleven jou plunderen vanwege het vergoten mensenbloed en vanwege het geweld het land, de stad en hun inwoners aangedaan.
  9. Wee hem die onrechtmatig gewin verwerft voor zijn huis, om zijn nest in de hoogte te plaatsen, om gered te worden uit de hand van het kwaad.
  10. Jij hebt de schande tegen je huis beraamd door vele volkeren uit te roeien en je hebt tegen je ziel gezondigd.
  11. Want een steen schreeuwt uit de muur en balken antwoorden hem uit het houtwerk.
  12. Wee hem, die een stad bouwt op bloed en een stad grondvest op onrecht.
  13. Zie, is het niet van Hashem Tzebaoth dat de volkeren zich vermoeien met vuur en de natiën zich afmatten voor niets.
  14. Want de aarde zal vol worden met kennis van de heiligheid van Hashem, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken.
  15. Wee hem die zijn vriend te drinken geeft, vermengt met gif en ook dronken maakt, zodat hij zijn naaktheid aanschouwt.
  16. Je bent meer verzadigd met schande dan met heiligheid. Maar ook jij zult drinken en je ontbloten. Tot jou zal zich de beker van Hashem wenden en een grote schande zal over je heerlijkheid komen.
  17. Want het kwaad Libanon aangedaan zal jou bedekken en de vernietiging van de dieren zal je verschrikken, vanwege het bloed van de mens en vanwege het geweld het land, de stad en hun inwoners aangedaan.
  18. Wat helpt een afgodsbeeld, dat hij gegoten heeft en dat een leugenleraar is. Dat de maker op zijn maaksel vertrouwt, terwijl het stomme afgoden zijn die hij maakte.
  19. Wee die spreekt tot hout: ontwaak. En tot de stomme steen: waak op. Zou hij onderwijzen? Zie hij is overtrokken met goud en zilver en er is helemaal geen geest in hem.
  20. Maar Hashem is in zijn heilige tempel, zwijg voor Hem, jij ganse aarde.

Hoofdstuk 3

  1. Een gebed van Habakuk de profeet, op sjigjonot.
  2. Hashem ik hoorde uw bericht, ik vreesde, Hashem, realiseer uw werk te midden van de jaren, maak het bekend in het midden van de jaren, herinner in uw toorn aan uw barmhartigheid.
  3. God kwam van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. sela Zijn glorie bedekt de hemelen. Zijn lof vult de aarde.
  4. Er was een glans als van licht, stralen van licht van Zijn hand, daar is de verborgenheid van Zijn kracht.
  5. Voor Hem uit ging de plaag en de pest volgde Hem op de voet.
  6. En Hij stond en deed de aarde schudden, Hij zag en deed volkeren opspringen van angst, en Hij verbrijzelde de aloude bergen en deed de eeuwig durende heuvels buigen, want de wegen van de wereld zijn van Hem.
  7. Om der wille van [ons] 4 kwaad zag ik de tenten van Kusjan en de tentkleden van het land Midjan sidderen.
  8. Was uw toorn Hashem tegen de rivieren, was uw wraak tegen de rivieren en uw woede tegen de zee? Want U reed op uw paarden, uw strijdwagens waren [onze] redding.
  9. U hebt uw boog ontbloot en U in overvloed van pijlen voorzien. Sela. U splijt de aarde tot rivieren.
  10. De bergen zagen U en sidderden, een wolkbreuk trok voorbij, de diepte verhief zijn stem, de hoogte hief zijn handen op.
  11. Zon en maan staan stil in hun woning door het licht van uw voortsnellende pijlen en de glans van uw bliksemende speer.
  12. In boosheid doorschrijdt U de aarde, in woede vertrapt U de volkeren.
  13. U trok uit om uw volk te redden, om uw gezalfde te redden. U slaat het hoofd van het huis van de goddelozen, U legt het bloot van het fundament tot de hals. Sela
  14. Hij doorsteekt met Zijn pijl het hoofd van de aanstormende krijgslieden om hun hoogmoed te verstrooien, zoals de arme in het verborgene wordt verslonden.
  15. U treedt met uw paarden in de zee, een bruisende golvenmassa van vele wateren.
  16. Ik hoorde en mijn binnenste was ontzet, mijn lippen sidderden vanwege het bericht, bederf kwam in mijn gebeente en ik beefde op mijn plaats, maar ik zal de dag van nood rustig afwachten, wanneer die zal aanbreken voor het volk dat ons oorlogszuchtig zal aanvallen.
  17. Wanneer de vijgenboom niet zal bloeien en er geen opbrengst van de wijntstokken is, de vrucht van de olijfboom teleurstelt en de akkers geen voedsel voortbrengen, de kudde in de schaapskooi verdwenen is en er geen runderen meer in de stallen zijn.
  18. Zal ik toch jubelen in Hashem en zal ik mij verheugen in de God van mijn verlossing.
  19. Hashem Hashem is mijn kracht, Hij maakt mijn voeten als die van hinden en doet mij treden op mijn hoogten, voor de dirigent (ter begeleiding) van mijn liederen.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Noten

Hoofdstuk 1:16 Namelijk aan zijn afgoden.

Hoofdstuk 2:2 en volgend en vers 4 namelijk de koning van Babel.

Hoofdstuk 3:7 Israël.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.