BSD

Onderstaande vertaalde inleiding op het boek Exodus is afkomstig uit de Tanach Stone Edition van ArtScroll.

Inleiding

Exodus In het boek Exodus krijgt het volk vorm en leert het eeuwige lessen in geloof. De joden kwamen met vurig enthousiasme naar Egypte, als de familie van de onderkoning en de nakomelingen van de patriarch die inspireerde tot ontzag en respect, zelfs van de Farao. Maar zodra Jozef en zijn generatie van het toneel waren verdwenen namen ze aanstoot aan de groei van deze omhooggevallen allochtonen; het grote succes van Israël bleek zijn ondergang te zijn. - een fenomeen dat in de Joodse geschiedenis zeer vertrouwd werd.

In de slavernij gelokt en zo machteloos dat zij zelfs niet de moord op hun kinderen konden voorkomen. De toestand van Israël leek hopeloos, totdat de genade van Hashem was opgewekt en Hij Mozes zond als zijn afgezant.

Israëls aangeboren heiligheid was geslagen maar niet vernietigd; zij geloofden Mozes, omdat zij wisten dat Hashem hen niet zou verlaten. De erfenis van de patriarchen bleef intact, ondanks de slavernij die Israël had gebracht tot het "49e niveau van spirituele onreinheid" 1) - een ander teken voor tijden toen de joodse geest leek te worden uitgedoofd. Als een vuurbrand die flikkert voordat het weer oplaait, heeft Israël altijd de onheilsprofeten beschaamd

De wonderen van de Exodus zijn meer dan bekend. Wat belangrijker is dan de gebeurtenissen is dat Hashem liet zien dat Hij de Heer is over de schepping en de Ontwerper van de geschiedenis. Voor de patriarchen was het een principe van geloof dat Hashem de beloften aan hun nakomelingen zou uitvoeren; voor de kinderen van Israël die meemaakten dat zij uit Egypte werden bevrijd, was de tussenkomst van Hashem een voldongen en zichtbaar feit, evenals het onweerlegbare bewijs dat Hij de natuur bestuurt.

Het thema van de bevrijding wordt in Exodus voortgezet met de berg Sinaï, waar het duidelijk wordt dat echte vrijheid niet alleen betekent verlossing van een vreemd juk. De Exodus zou een farce geweest zijn wanneer Israël niet eenstemmig had verklaard "Alles wat Hashem gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen" (Exodus 24:7). Zoals de wijzen zeggen "je kunt als mens niet vrijer zijn dan iemand die zich verbindt aan de studie van de Tora" (Spreuken der Vaderen 6:2). Vrijdenkers leven voor de lol: waarachtig vrije mensen onderwerpen zich aan een hogere roeping.

De climax van dit boek van Verlossing, zoals de Ramban dit boek noemt, is de constructie van de Tabernakel. Gebouwd met mensenhanden en vrijgevigheid van mensenharten. Het werd de rustplaats voor de aanwezigheid van Hashem, een plaats met zo'n overweldigende heiligheid dat zelfs Mozes daar niet binnen kon gaan. "Mozes kon niet binnengaan.....voordat de wolk erop rustte, en de glorie van Hashem de Tabernakel vulde"(Exodus 40:35). waarlijk de joodse visie van verlossing is het scheppen van een huis voor heiligheid. wanneer het volk dat volbrengt dan is de verlossing compleet.

Sjemot in een notendop

Exodus 1:1 - 6:1

shemot

Farao, de koning van Egypte, is bang dat er te veel Joden komen en dat ze steeds machtiger worden. Hij besluit daarom hen tot slaven te maken, door alle Joden te dwingen slopende arbeid te doen, werken in de velden, bakstenen te maken en om grote steden voor hem te bouwen. Vervolgens roept hij twee joodse vroedvrouwen, Shifrah en Pua, en vertelt hen dat, wanneer ze helpen bij een geboorte en er een jongen geboren wordt, ze hem moeten doden. Maar de vroedvrouwen weten dat dit afschuwelijk is om te doen, zodat ze niet naar hem luisteren. Farao maakt dan een nieuw decreet dat alle joodse pasgeboren jongens in de rivier de Nijl moeten worden gegooid.

Nu, Jochebed bevalt van een zoon, en ze is natuurlijk bang dat hij gedood zal worden. Daarom verbergt ze hem eerst in haar huis. Maar dan, wanneer ze bang is dat de Egyptenaren hem zullen vinden, maakt ze voor hem een kleine waterdichte wieg en verbergt hem in het lange gras in de buurt van de rivieroever. Als dat is gebeurt, komt de dochter van Farao naar de rivier om te baden, en ze ziet deze vreemde kleine mand drijvend in de rivier. Ze stuurt haar kamenier om het te pakken, en ze ziet dat er een huilende baby in ligt! Zij noemt de jongen Mozes en besluit om hem mee naar huis te nemen en hem op te voeden als haar zoon. Zo gebeurt het dat Mozes, een joodse jongen, opgroeit in het paleis.

Wanneer Mozes groot geworden is, gaat hij naar buiten en ziet de ontberingen die zijn volk, de Joden, ervaren, en het zit hem echt dwars. Op een dag ziet hij een Egyptenaar een Jood slaan. Hij is zo boos dat hij de Egyptenaar doodt. Wanneer hij zich realiseert dat hij problemen zal krijgen, moet hij Egypte verlaten en loopt naar een ver land Midian genaamd. Daar helpt hij de dochters van Jethro, en trouwt met een van hen, Tzipporah, en wordt herder van de kudde van zijn schoonvader.

Op een dag, terwijl Mozes op de schapen past, loopt een schaap weg van de kudde. Mozes gaat er achter aan, en hij ziet iets geweldigs: een brandende struik die niet verbrandt. Daar hoort hij God tot hem spreken die hem vertelt naar Farao te gaan en de Joden uit Egypte te bevrijden. Eerst wil Mozes dit niet doen omdat hij denkt, "Hoe kan ik een boodschapper van God zijn? En wat als de Joden niet naar mij willen luisteren?" Daarom geeft God hem drie tekenen. Bij de eerste pakt hij een stok op die in een slang verandert, bij de tweede steekt hij zijn hand in zijn jas en die wordt helemaal schilferig, en de derde is dat God hem vertelt, wanneer ze dan nog niet willen luisteren, dat hij Nijl water moet uitgieten over de grond en dat dit bloed zal bloed worden. Mozes zegt dan dat hij bang is dat hij niet goed kan praten, daarom benoemt God zijn broer Aaron als zijn woordvoerder.

Wanneer Mozes terugkeert naar Egypte en de Joden vertelt dat hij gekomen is om hen te redden, geloven ze hem en zijn erg blij. Maar dan gaat hij naar de farao en geeft de boodschap van God door dat hij de Joden uit Egypte moet laten vertrekken. Farao zegt hierop: "Wie denk je dat je bent? Stop er mee de Joden van hun werk te houden!" En op die dag, beveelt de Farao, dat de arbeid van de Joden nog zwaarder moet worden.

Het werk is zo zwaar dat de Joden het niet aankunnen, en de Egyptische opzichters slaan hen. Wanneer Mozes ziet wat er is gebeurd, roept hij tot God. "Wat hebt U gedaan met de Joden? Waarom hebt U mij gezonden? Sinds ik bij de Farao ben geweest, heeft hij het alleen maar erger gemaakt, en U bent niet gekomen om hen te redden!?"

Dan belooft God dat hij de Joden echt zal redden. Maar we moeten wachten tot de volgende week om uit te vinden hoe Hij het doet, omdat deze parasja hier eindigt.

Bron: Shemot Roundup

Enkele vragen over de parasja Sjemot >Exodus 1:1 - 6:1

  1. Wie is er in deze parasja geboren? Wie waren zijn ouders? Wie waren zijn broer en zus?
  2. Hoe heetten de vroedvrouwen? [bonus: wie waren zij in werkelijkheid?]
  3. Wie haalde Mozes uit de Nijl? [bonus: wat was haar naam?]
  4. Waar groeide Mozes op en waarom vluchtte hij en waarheen vluchtte hij?
  5. Wie was de vrouw van Mozes en hoe heetten hun zonen?
  6. Waar ontmoette Mozes HaSjem? Welke opdracht kreeg Mozes van HaSjem en welke drie tekenen gaf HaSjem aan Mozes?
  7. Wie kwam Mozes bij zijn terugkeer naar Egypte tegemoet en wat was de uitkomst van hun bezoek bij Farao?
  8. Wie van de zeven herders van Israël komt niet in deze parasja voor? [bonus}
Zie voor de bonus vragen de antwoorden onder de parasja Wa'era.

Wa'era in een notendop

Exodus 6:2-9:35

In de vorige parasja, riep Mozes bitter tot God over de ontberingen die de Joden overkwamen. Nu, spreekt God tot Mozes en belooft hem dat Hij inderdaad de Joden zal redden. Hij vertelt hem dat hij naar de Farao moet gaan en eisen dat hij de Joden uit Egypte laat gaan. Maar, God waarschuwt Mozes dat Farao niet zal luisteren, omdat God zijn hart zal verharden, zodat Hij de Joden grote wonderen kan laten zien.

Mozes en Aäron gaan naar Farao om hem te overtuigen de Joden vrij te laten. Maar Farao weigert te luisteren. Aaron verandert zijn stok in een slang, maar nog steeds, luistert Farao niet. Als ze daarna opnieuw gaan, zegt God dat zij Farao moeten vertellen dat als hij niet naar God luistert, Hij de rivier de Nijl in bloed zal veranderen.

Farao zegt nee, en dan beginnen de plagen. Als eerste wordt de Nijl in bloed veranderd. Vervolgens wordt Egypte overspoeld door zwermen springende kikkers, en daarna door jeukende luizen. In de vierde plaag, vallen grote enge, wilde dieren het land binnen, en in de vijfde plaag worden de dieren van de Egyptenaren ziek en sterven. Vervolgens krijgen alle Egyptenaren afschuwelijke, pijnlijke zweren op hun huid, en in de zevende plaag, vallen grote ballen van vuur en ijs uit de hemel als hagel.

En elke keer, smeekt de farao Mozes om de plaag te stoppen en belooft hij dat hij de Joden zal laten gaan. Maar zodra de plaag voorbij is, verandert Farao van gedachten. En het maakt niet uit of Mozes nu waarschuwt voor een nieuwe plaag, en het maakt niet uit hoeveel hij beseft dat de Egyptenaren zullen lijden, het hart van Farao blijft verhard, en de Joden blijven in Egypte.

Bron: Vaeira Roundup

Enkele vragen over de parasja Wa'era Exodus 6:2-9:35

  1. Wie waren 137 jaar bij hun overlijden?
  2. Wie was de vrouw van Aäron? Wie waren hun kinderen?
  3. Hoeveel kleinkinderen had Levi?
  4. Hoeveel plagen komen er in de parasja voor?
  5. Wat is de naam van de rivier in Egypte?
  6. Welk reptiel wordt in de parasja genoemd?

De antwoorden op de bonusvragen uit de parasja Sjmot:

Vraag 2. De vroedvrouwen waren Sjifra en Puah. Sjifra is Jocheved en Puah is Miriam (er zijn er die zeggen dat Puah Elisjeva is. Elisjeva was de vrouw van Aäron).

Vraag 3. De dochter van Farao haalde Mozes uit de Nijl. Haar naam was Batjah. [1Kronieken 4:18]

Vraag 8. De zeven herders van Israël zijn Abraham, Isaac, Jacob, Jozef, Mozes, Aäron en David. In parasja Sjmot komen zes herders voor. Koning David is de enige die hier ontbreekt.

'En deze zijn de namen van de zonen van Levi naar hun generaties: Gersjon en Kehat en Merari en de jaren van het leven van Levi waren honderd en zevenendertig jaren.' Exodus 6:16.

Rasji schrijft hierbij het volgende commentaar: 'En de jaren van Levi's leven: Waarom werden de jaren van Levi geteld? Om ons het aantal de jaren van de slavernij te laten weten. Zolang nog één van de stammen in leven was, was er nog geen slavernij, zoals het gezegd is: 'Nu was Jozef dood evenals al zijn broers...' en vervolgens staat er, 'En er stond een nieuwe koning in Egypte op....' (Exodus 1:6, 8) en Levi leefde het langste van alle broers.

Bij de luizenplaag bracht HaSjem veertien soorten luizen over de Egyptenaren. [Tana debe Elijahoe].

Bij de plaag van de hagel staat geschreven 'diegene die van de dienstknechten van Farao het woord van HaSjem vreesde bracht zijn slaven en zijn kudden onderdak- dat is Job. (Exodus 9:20).

En wat er in het volgende vers geschreven staat: 'en diegene die geen acht sloeg op het woord van HaSjem en zijn slaven en zijn kudden in het veld liet- dat is Bileam. (Exodus 9:21). [Afkomstig uit Targum Jonathan].

Zie voor de beschrijving van alle tien plagen de volgende appendix.

Parasja Bo

Exodus 10:1–13:16

get out

Farao weigert nog steeds de Joden uit Egypte te laten vertrekken, dus brengt God nog meer plagen over Egypte. In de achtste plaag, brengt een zeer sterke wind grote zwermen sprinkhanen. Er zijn er zo veel van, dat zij de aarde bedekken en al het groen, de planten en vruchten van de bomen eten, waardoor er geen voedsel meer in het land Egypte is.

Farao weigert echter de Joden te laten gaan, dus komt de negende plaag en God brengt een zeer dikke duisternis over Egypte. Zeven dagen lang is heel Egypte (met uitzondering van de huizen van de Joden) volledig en totaal verduisterd. De Egyptenaren kunnen helemaal niets meer zien, en de laatste drie dagen van deze plaag, is de duisternis zo dik dat zij zich niet eens kunnen bewegen!

Farao blijft koppig, daarom zal God een laatste plaag over hem en zijn volk brengen. Maar voordat dat dit gebeurt, geeft God de Joden opdracht een aantal belangrijke dingen te doen. In feite krijgen de Joden nu hun eerste mitswa (gebod) - een speciaal gebod van God. Uiteindelijk krijgen de Joden nog veel meer geboden, maar dit eerste gebod geeft een speciale band. Dit gebod beveelt de Joden om een kalender te maken, die gebaseerd is op de cyclus van de maan. En dit is dezelfde Joodse kalender, die we vandaag nog gebruiken, meer dan drieduizend jaar later! Vervolgens moeten de Joden elk een offer brengen van een geit of een lam en het bloed aan hun deurposten strijken. Wanneer nu de laatste plaag komt dan weet God welke huizen Hij voorbij moet gaan. (Al deze wonderen worden herdacht op een speciale joodse feestdag Pesach genaamd - omdat God de Joodse huizen voorbijging). De Joden moeten dan het geroosterde vlees eten met matses en bittere kruiden.

Nu komt de tiende en laatste plaag: Op de veertiende van de maand Nissan, om middernacht precies, sterft elke Egyptische eerstgeborene. Farao is doodsbang, want hij is zelf een eerstgeborene; hij springt uit bed en snelt heen om naar Mozes en Aäron te zoeken. Terwijl hij dat doet, roept hij verwoed, "Ga! Ga! Vertrek uit dit land, jullie en alle Joden. Neem jullie schapen en jullie vee en wat jullie maar wilt mee. Ga!" En hiermee jaagt de farao, na 210 jaar van slavernij, de Joden uit Egypte. Toen vertrokken ze snel, in feite zo snel dat hun deeg geen tijd had om te rijzen en matse werd - precies hetzelfde platte brood dat we op Pesach eten. Maar ze hebben de tijd om de Egyptenaren naar hun goud en zilver te vragen, en beroven Egypte van al haar rijkdom.

Nu de Joden vrij zijn, vertelt God Mozes over het feest dat zij elk jaar voor deze gelegenheid moeten vieren, Pesach, door het eten van matses en aan hun kinderen het verhaal te vertellen van de uittocht uit Egypte.

Bron: Bo Roundup

Vragen over de parasja Bo Exodus 10:1-13:17

  1. Hoeveel plagen komen er in de parasja voor? En welke plagen waren dat?
  2. Wat is het aantal verzen van parasja Bo?
  3. Over het Pesachoffer. Welk dier werd er geofferd? Op welke dag moest dit dier al apart gezet worden? Op welke dag moest het geofferd worden? Op welk tijdstip van de dag moest het geofferd worden? Wat moest er met het bloed van het pesachoffer gedaan worden? Wie mocht er van het pesachoffer eten? Wat moest er met de restanten gebeuren?
  4. Bonusvraag: wie weet waarom juist dit dier voor het pesachoffer werd gebruikt?
  5. Hoeveel dagen duurt Pesach? Wat is verboden op Pesach te eten? Wat mag wel gegeten worden?
  6. Hoeveel jaar woonde het volk Israël in Egypte?
  7. Hoe heet de nacht waarop het volk Israël Egypte uittrok?
  8. Welke dieren komen in de parasja voor?

Toen de kinderen van Israël druk bezig waren met het bijeen verzamelen van goud en zilver van de Egyptenaren, hield Mozes zich bezig met de kist van Jozef en met het cederhout dat aartsvader Jacob naar Egypte had gebracht voor de bouw van de tabernakel.

De Hebreeuwse letters van het woord sprinkhaan arbeh (alef-resj-bet-heh) kunnen als HaSjem bara' worden gelezen. Dat wil zeggen: 'HaSjem heeft geschapen'. De sprinkhaan voert enkel en alleen de opdracht van HaSjem uit.

Het bloed dat op de deurposten gestreken moest worden, werd van de binnenkant met bloed bestreken opdat de kinderen van Israël dit teken van binnenuit konden zien.

In Exodus 12:40 staat dat het volk Israël vierhonderd en dertig jaar in Egypte heeft gewoond. In werkelijkheid heeft het volk Israël tweehonderd en tien jaar in Egypte gewoond. De berekening van het aantal jaren slavernij begon bij aartsvader Abraham bij het verbond van de delen. (Genesis 15:13) De vierhonderd jaar die in Genesis 15:13 wordt genoemd is de periode vanaf de geboorte van Isaac die dertig jaar na het verbond van de delen werd geboren.

De lossing van de eerstgeboren zoon is een herinnering aan de tiende plaag die de eerstgeborenen in Egypte overkwam. En waarom werd juist het eerstgeboren mannetje van de ezel uitgekozen om gelost te worden? Rasji schrijft hier dat de eerstgeborenen van de Egyptenaren met ezels werden vergeleken. Een andere reden voor de lossing van de eerstgeboren mannetjes van de ezels is dat de ezels de kinderen van Israël hebben geholpen en al hun goud, zilver en ander bezit uit Egypte hebben gedragen.

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Parasja Beshalach

Exodus 13:17 - 17:16

beshalach

Uiteindelijk liet de Farao, in de de parasja van vorige week, na jaren van slavernij en al de tien plagen die God uitgoot over de Egyptenaren, de Joden uit Egypte vertrekken. Maar in de sidra van deze week, zijn de Joden amper uit Egypte vertrokken, of de Farao bedenkt zich en begint hen na te jagen!

Nu ligt voor de Joden de zee, en achter hen is Farao met duizenden soldaten. Als ze vooruit gaan zullen ze verdrinken, maar als ze zich omdraaien, of niets doen, zal de Farao en zijn leger hen bereiken en zullen zij gedwongen worden terug te keren naar Egypte. Wat moeten ze doen?! Ze zitten in de val!

God vertelt Mozes zijn stok te nemen en uit te strekken over de zee. Mozes doet het, en er gebeurt een geweldig wonder - de zee splitst, waardoor de Joden op het droge er door kunnen lopen! De Egyptenaren proberen om de Joden in de zee te volgen, maar de zee begint terug te stromen en zij verdrinken.

Toen de Joden aan de andere kant waren gekomen, zongen ze een danklied voor God, vreselijk dankbaar zijnde voor de wonderbaarlijke wijze waarop ze werden gered.

Nu de Joden in de woestijn zijn gekomen, zijn ze bang dat ze niets te eten hebben. Dus stuurt God kwartels voor de Joden als vlees om te eten, en elke ochtend ligt er een speciaal soort voeding, Manna genaamd, op de grond. De Joden verzamelen elke dag een portie Manna, maar op vrijdag is er een dubbele portie voor de Sjabbat. Dan slaat Mozes op een rots en het wordt een fontein, waardoor de Joden water hebben.

Dan valt een volk, Amalek genaamd, de Joden aan. Mozes stuurt Joshua om een ​​leger uit de Joden samen te stellen om met hen te gaan vechten. Joshua doet dit, en hij wint het van de Amalekieten. Maar God is erg boos, en belooft nooit te vergeten wat Amalek aan de Joden heeft gedaan, dat zij de eerste waren die hen aanvielen in de woestijn.

Bron: Beshalach Roundup

Vragen over de parasja Beshalach Exodus 13:17 - 17:16

  1. Wie zei het lied van de zee met de vrouwen?
  2. Hoe werd het bittere water weer zoet gemaakt? Hoe heet de plaats waar dit gebeurde?
  3. Wat at het volk Israël in de woestijn? Welke smaak had het? Hoeveel ontving het volk Israël hiervan en op welke manier ontvingen zij het? Hoe en hoeveel ontving het volk Israël dit eten voor sjabbat?
  4. Wie ondersteunde de handen van Mozes tijdens de oorlog tegen Amalek?
  5. Welke plaatsen deed het volk Israël in deze parasja aan?

Bonusvraag : Wie was Amalek?

Antwoord op de bonusvraag van malbenhoekje Bo:

Het dier dat de kinderen van Israël als pesachoffer moesten slachten was een lam. Waarom juist een lam? De lam was namelijk de afgod van de Egyptenaren.
Denk ook maar eens aan de 'heilige koe' in India. Wanneer iemand in India een koe aanraakt dan staat daar een zware straf op. Laat staan wanneer iemand een koe in India wil slachten!
De kinderen van Israël waren dus zeer stoutmoedig om juist het dier dat de afgod van Egypte was in huis te nemen en vervolgens op gebod van HaSjem op de bestemde tijd te slachten!!

'En Mozes strekte zijn hand uit over de zee en HaSjem voerde de zee de hele nacht met een harde oostenwind en Hij maakte de zee tot een droog land en het water spleet.' (Exodus 14:21)

'Niet alleen het water van de Schelfzee spleet, maar alle wateren over de hele wereld spleten op dat moment. (Rasji) Dus ook het water in de vissekom en het water in de waterketel!

Op de zevende dag van het Pesachfeest wordt de doortocht door de Schelfzee in de synagoge gelezen.

Parasja Jitro

Exodus 18:1 - 20:23

Jethro, de schoonvader van Mozes, die in Midian woont, hoort het nieuws van alle geweldige wonderen, die God voor het Joodse volk had gedaan, en hij besluit om hem te gaan bezoeken. Zo vertrekt hij, samen met zijn dochter, Mozes' vrouw Tzipporah, en hun twee zonen, Gersom en Eliëzer uit Midian, en gaan naar de woestijn, waar zij Mozes ontmoeten.

Jethro ziet dat Mozes het ongelooflijk druk heeft omdat iedere keer, wanneer de Joden een probleem hebben, of willen begrijpen hoe ze een bepaald gebod moeten doen, ze naar Mozes gaan. En dus beantwoordt Mozes elke dag, van 's morgens tot' s avonds, vragen. Jethro vertelt Mozes dat dit niet is vol te houden en hem zal uitputten. In plaats daarvan stelt hij voor, dat Mozes rechters benoemt, die belast zullen worden met kleinere groepen mensen, en als de rechters hun vragen niet weten te beantwoorden, zullen ze naar hogere rechters moeten gaan, en als die het niet weten, moeten ze naar nog hogere rechters gaan, en daarna pas naar Mozes. Op deze manier zal Mozes alleen de moeilijkste vragen krijgen, en zal hij tijd voor andere dingen hebben. Mozes doet wat zijn schoonvader hem voorstelt, en benoemt de rechters. Dan keert Jethro terug naar Midian en Mozes zwaait hem uit.

Daarna vertrekken de Joden naar een deel van de woestijn dat Sinaï wordt genoemd, waar God hen vertelt dat, wanneer zij de Tora accepteren, zij een uitverkoren en speciaal volk zullen zijn. De Joden antwoorden, "Alles wat God gezegd heeft, zullen wij doen!"Vervolgens moeten zij zich gedurende drie dagen voorbereiden voor een heel geweldige gebeurtenis, die plaats zal vinden op de berg Sinaï. Ook ontvangen zij instructies over de berg. Hij is zo heilig, dat niemand hem mag aanraken, en zij moeten heel voorzichtig zijn om niet te dichtbij te komen.

Op de derde dag, zijn er geweldige donderslagen en bliksemschichten, en alle Joden gaan naar de berg Sinaï. Daar zien ze een dikke wolk over de berg en horen een lange, krachtige stoot op een sjofar. Dan komt God naar de berg en kondigt de Tien Geboden af.

De Tien Geboden zijn de standaard voor het goede in de wereld; hier zijn ze:

  1. Geloof in God
  2. Je mag geen afgoden of andere goden aanbidden
  3. Je mag niet valselijk in de naam van God zweren
  4. Je moet de sabbat houden
  5. Je moet je ouders eren
  6. Je mag niet moorden
  7. Je moet trouw aan je echtgenoot zijn - houd je niet bezig met immoreel gedrag
  8. Je mag niet stelen
  9. Je mag niet vals getuigen tegen iemand anders
  10. Je mag niet jaloers zijn op wat van je naaste is

Toen God de geboden begon uit te spreken, was het te krachtig en te overweldigend voor de Joden om dat te horen. Dus smeekten ze Mozes de Tora van God te ontvangen en daarna de Tora aan hen te vertellen. Toen ging Mozes naar de berg.

Bron: Yitro Roundup

Vragen over de parasja Jitro Exodus Exodus 18:1 - 20:23

  1. Hoeveel namen had Jitro en kun je deze opnoemen?
  2. Wie kwamen met Jitro mee in de woestijn?
  3. Welk advies heeft Jitro aan Mozes gegeven?
  4. Hoe moest het volk Israël zich op de gave van de Tora voorbereiden?
  5. Is de aanspreekvorm van de tien geboden in het enkelvoud of in het meervoud? Kun je hier ook een reden voor bedenken?
  6. Kun je enkele van de tien geboden noemen?

Antwoord op de bonusvraag van parasja Besjalach:

Amalek was de kleinzoon van Ezau. Amalek was een bastaard en deinsde nergens voor terug. Amalek staat ook voor het woord twijfel. Op het moment dat de emunah van het volk Israël verzwakt springt Amalek op en bevecht het joodse volk. Dat geldt tot op de dag van vandaag en wij hebben onze handen en ogen in onze zwakke momenten op HaSjem te richten voor versterking van de emunah.

'En heel het volk zag de stemmen en de vuurtoortsen, en de stem van de ramshoorn en de rokende berg en het volk zag en beefde en zij gingen ver weg staan.' (Exodus 20:15)

Rasji schrijft hier: 'En heel het volk zag' dat leert ons dat er geen enkele blinde aanwezig was. En waar leren wij dat er geen stomme onder hen was? Er staat geschreven: 'en heel het volk antwoordde' (Exodus 19:8), en waar leren wij dat er geen dove onder hen was? Er staat geschreven: 'Wij zullen doen en horen.' (Exodus 24:7)

Toe BiSjwat 5776

Deze week was het Toe BiSjwat, het nieuwjaar voor de bomen. Naar aanleiding van dit nieuwjaar hebben wij enkele raadsels over vruchten samengesteld. Doe je mee?

  1. Met hoeveel vruchten is het land Israël gezegend? Kun je enkele van deze vruchten noemen?
  2. Mijn schil is groen en van binnen ben ik rood. Welke vrucht ben ik?
  3. Mijn schil is geelgroen en ik hoor bij de citrus familie. Wie ben ik?
  4. Binnenin mij is een pit en mijn kleur is oranje. Wie ben ik?
  5. Ik ben wit van binnen en ik heb een harige schil. Wie ben ik?
  6. Mijn schil heeft stekels en ik ben zoet van binnen. Wie ben ik?
  7. Ik ben bruin en ik heb de vorm van een zwaard. Wie ben ik?

Misjpatiem Notendop

Exodus 21:1 - 24:18

misjpatiem

Nu de Joden de Tien Geboden op de berg Sinaï hebben ontvangen (in de vorige parasja Yitro) en de Tora hebben aanvaard, leert God hen de wetten die deel uitmaken van deze Tora. In deze parasja leren we ongeveer 53 mitswot (op een totaal van 613), die God - de Joden opdraagt, dus deze parasja is in feite een lijst van zaken die je moet doen en niet kunt doen. Daar gaan we dan:

Knechten

De Tora geeft zeer nauwkeurige instructies over hoe men zijn knecht moet behandelen. Ten eerste, hoe wordt een Jood een knecht? Als iemand steelt en dan geen geld heeft om te betalen wat hij gestolen heeft, verkoopt de rechtbank hem om het te betalen. Nu hij knecht is, kan zijn meester dan met hem doen wat hij wil, opdrachten geven en hem zeggen dat hij in de schuur moet slapen? Niet precies. De Tora zegt dat hij de knecht net als de anderen in zijn huishouden moet behandelen - hetzelfde lekkere eten, een schoon bed, enzovoort. De meester moet ook zorgen voor de vrouw en kinderen van de knecht. Tot slot is een knecht slechts voor zes jaar knecht. Aan het einde van die periode is hij vrij.

Misdaden tegen anderen

De straf voor moord, ontvoering, en het slaan of vervloeken van de ouders is de doodstraf. Als iemand, iemand anders slaat en hij gewond raakt, moet hij de schade betalen, die onder meer bestaat uit: de waarde van de ledematen, die verloren gingen, al de rekeningen van de dokter, zijn pijn, het geld dat hij anders met werken zou hebben verdiend, en de eventuele moeilijkheden die het letsel hem veroorzaakt.

Iemand die iemand anders per ongeluk vermoordt moet vluchten naar een bijzondere stad, een Ir MikLat of een Vrijstad, en is daar dan verbannen.

Misdragingen van dieren

Wat gebeurt er als de os van iemand wild wordt en iemand doodt - is de eigenaar dan verantwoordelijk? Meestal niet, maar als het dier dit al eerder heeft gedaan, dan moet de eigenaar hebben geweten dat hij iets met dit dier moet doen, en in dat geval is hij verantwoordelijk. Als iemand een kuil graaft, en vergeet om het die te bedekken en een dier valt er in en sterft, dan moet hij, die de kuil gegraven heeft, de eigenaar de volledige waarde van het dier betalen.

Als iemand een dier van iemand anders steelt en doodt of verkoopt, dan moet hij vijf keer het bedrag terugbetalen dat hij gestolen heeft, of vier keer voor gestolen schapen. Als hij iets steelt en het nog steeds onder zich heeft, moet hij het dubbele terugbetalen.

Zorgen voor de zaken van iemand anders

Als het eigendom van iemand anders in ons bezit is, dan moeten we er alles aan doen om er goed voor te zorgen, en als we er onverantwoordelijk mee omgaan en er iets mee gebeurt, dan moeten we betalen. Echter, afhankelijk van wat voor soort bewaarder we zijn, kunnen we minder of meer verantwoordelijk zijn als er iets gebeurt en het niet echt onze schuld is.

Een onbetaalde bewaarder doet de man een plezier en let voor hem op zijn zaak, dus is hij niet verantwoordelijk als er iets mee gebeurt. Een betaalde bewaarder is verantwoordelijk als het verloren gaat of gestolen wordt, maar niet als het gestolen wordt tijdens een gewapende overval. Een lener is verantwoordelijk, ongeacht wat er met het geleende gebeurt, tenzij de eigenaar bij hem is wanneer het voorwerp wordt gestolen of breekt. Het laatste type van bewaarder is een huurder.

Verschillende manieren waarop we aardig moeten zijn

De Tora vereist dat we extra aardig voor vreemdelingen, weduwen en wezen moeten zijn. Deze weerloze mensen verdienen in het bijzonder onze liefde.

Wanneer we geld aan iemand lenen, mogen we geen rente vragen. Joden mogen alleen renteloze leningen geven! Dus als je iets van de kredietnemer neemt om er zeker van te zijn dat hij de lening aflost, moet je dat teruggeven voordat de dag voorbij is - want wat als hij het nodig heeft voor de nacht?

Wij mogen geen ​​rechter of een vorst vervloeken. Een pasgeboren dier mag niet als een offer worden gebracht tot het ten minste acht dagen oud is. We mogen geen vlees van een dodelijk gewond dier eten.

Wetten voor rechtbanken en rechtspreken

Getuig nooit valselijk tegen iemand, en accepteer geen valse getuigenis van iemand anders. Hier is echter iets interessants: Zelfs als iemand heel erg arm is, mag je geen rechtspreken in zijn voordeel alleen maar omdat je medelijden met hem hebt. Gerechtigheid is gerechtigheid ongeacht onze gevoelens. Accepteer geen omkoping.

Shemitah (sabbatsjaar) en de feestdagen

Gedurende zes jaar kunnen we werken op het land - de grond bewerken, planten, verzorgen van de planten en oogsten van de groenten en het fruit. Maar het zevende jaar, Shemitah, moeten we het land rust geven en mogen we niet op het land werken.

Zes dagen van de week kunnen we het werk doen, maar op de zevende dag, de Sjabbat, moeten we rusten.

Er zijn drie belangrijke feesten gedurende het jaar: Pesach, Sjavoeot en Soekot.

Vlees en melk

Tenslotte is het laatste gebod in deze parasja, dat we vlees en melk gescheiden moeten houden. Nu weten we waarom koshere keukens twee sets van alles hebben, het vaatwerk, de gootsteen en het aanrecht - één voor vlees en één voor melk!

Tot slot

God belooft aan de Joden het land van Israël en Mozes gaat de berg op om de twee tafelen van God te ontvangen. Hij blijft daar veertig dagen en veertig nachten.

Bron: Mishpatim Roundup

Vragen over de parasja parasja Misjpatiem Exodus 21:1-24:18

1. Welke vormen van schade worden in de parasja genoemd?
2. Welke straffen komen in de parasja voor?
3. Welke soorten van bewakers komen in de parasja voor?
4. Hoeveel verzen heeft deze parasja?

Antwoorden op de raadsels van malbenhoekje parasja Jitro:

  1. Het land Israël is met zeven soorten vruchten gezegend: tarwe, gerst, druiven, vijgen, dadels, olijven en granaatappels.
  2. Watermeloen.
  3. Citroen, pomelo.
  4. Abrikoos, perzik.
  5. Kokosnoot.
  6. Cactusvijg.
  7. Johannesbroodboom.

De naam van de parasja luidt Misjpatim. Naast regels en wetten betekent dit woord in het Hebreeuws ook zinnen. In de volgende zinnen zijn woorden die met de parasja hebben te maken, verborgen. In elke zin is één woord verborgen. De woordenlijst onderaan de zinnen dient als hulpmiddel.

Een voorbeeldzin: Dat aardige meisje begreep de opdracht niet en daarom heeft zij de eerste linge niet afgerond. (eerstelingen)

  1. Volgens de joodse wet is het noodzakelijk om de gewassen sla af te drogen.
  2. In de Friese plaats Appelscha dempt de gemeenteraad wekelijks de putten.
  3. Die intelligente jongen maakt helaas die fout keer op keer.
  4. De schoonmoeder van Jozef houdt weleens van een hartig eitje bij de avondmaaltijd.
  5. De Europese euro is soms meer geld waard dan de Canadese dollar.
  6. Koningin Vasti ervoer haar afzetting als koningin als een nederlaag.
  7. In deze asla vinden de kleine buurjongens altijd wat van hun gading te pas komt.
  8. In het centrale gebouw van Bellevu Urbanus wordt overmorgen voor alle middelbare scholen een wedstrijd over het boek Genesis gehouden.
  9. Meester Albewa: 'Keratine is een hoornachtige stof dat onder andere in schubben, nagels en veren voorkomt.'
  10. Dat kind kon de volgende woorden al op jonge leeftijd zeggen: HaSjem, zegen, grootvader, exodus, tuinbroek, uilebril en limousine.

Eigendom, schade, moedermelk, slaaf, slavin, berg, verbond, slaven, geitje, ezel, dief, oog, tand, stier, vuur, veertig, eigenaar, eerstelingen, bewaker, behoeder, kuil, put, smeergeld, altaar, wolk, heks.

Teroema Notendop

Exodus 25:1 – 27:19

teroema

Het volk van Israël wordt opgeroepen om dertien materialen bij te dragen - goud, zilver en koper; blauw-, purper- en rood geverfde wol; vlas, geitenhaar, dierenhuiden, hout, olijfolie, kruiden en edelstenen - waarvan God tegen Mozes zegt dat zij daaruit: "Voor Mij een heiligdom zullen maken, en ik zal te midden van hen wonen."

Op de top van de berg Sinaï, ontvangt Mozes gedetailleerde instructies over hoe deze woning voor God te bouwen, zodat het gemakkelijk kan worden gedemonteerd, vervoerd en weer in elkaar gezet als het volk rond trok in de woestijn.

In de binnenkamer van het Heiligdom, achter een artistiek geweven gordijn, stond de ark waarin de tafels van getuigenis lagen met daarin gegraveerd de Tien Geboden; op de deksel van de ark stonden twee gevleugelde cherubijnen gehamerd uit puur goud. In de buitenste kamer stond de zevenarmige menorah, en de tafel waarop de "toonbroden" waren gelegd.

De drie muren van het Heiligdom werden gemonteerd met 48 rechtopstaande houten planken, die elk met goud waren overtrokken en waren verankerd door een paar zilveren voetstukken. Het dak werd gevormd door drie lagen bedekkingen: (a) wandtapijten van veelkleurige wol en linnen; (b) een bedekking van geitenhaar; (c) een bedekking van ram- en tachash vellen.

Rondom het Heiligdom en het koperen altaar, stond een omheining van linnen gordijnen, ondersteund door zestig houten pilaren met zilveren haken en voetstukken van koper.

Bron: Terumah i a Nutshell

Enkele vragen over de parasja Teroemah Exodus 25:1-27:19

  1. 1. Welke voorwerpen stonden in de Tabernakel?
  2. 2. Welke voorwerpen stonden in de voorhof?
  3. 3. Hoeveel armen had de kandelaar?
  4. 4. Wat waren de afmetingen van de ark?
  5. 5. Hoeveel dakbedekkingen had de tabernakel?
  6. 6. Wie had de kandelaar gemaakt?
  7. 7. Welke metalen werden voor de Tabernakel en de voorwerpen gebruikt?
  8. 8. Welke kleuren van wol werden voor de Tabernakel gebruikt?

De planken voor de tabernakel waren van cederhout gemaakt (Exodus 26:15). Waarom juist cederhout? HaSjem wilde ons hiermee het volgende voor alle komende generaties leren. Wanneer een mens zijn huis van hout van een vruchtdragende boom wil maken dan zal HaSjem zeggen: '...en wat met de Koning, de Koning van alle Koningen tot Wie alles toebehoort en Die de opdracht gaf om de tabernakel van cederhout, een boom die niet vruchtdragend is, te maken! Des te meer hebben jullie rekening te houden met het soort hout om jullie huis te maken!

De letters in de volgende woorden hebben niet hun juiste plaats gevonden. Probeer de letters in de juiste volgorde te plaatsen. Alle woorden komen in de parasja voor.

Rabteklena
moteerha
bijcheernun
poerk
dakenrala
geelihi
reedcuhot
hovorfo
goehvanrols
boetronod
kostnekdraga
ijdomonorak
koukvetnest
ratala
prielan
nenklap

Sjabbat sjaloom,

Jaïr

Tetsaweh notendop

Exodus 27:20 – 30:10

tezaveh

De parasja van deze week, Tetsaweh, vertelt ons wat meer over de de gang van zaken rondom de Tabernakel. Het eerste wat besproken wordt is de olijfolie die gebruikt wordt voor de verlichting van de menora. Aaron en zijn zonen moeten zuivere olijfolie nemen en elke avond de menorah aansteken.

Vervolgens wordt gesproken over de speciale kleding die de kohaniem moeten dragen. De kohaniem zijn de priesters - de kinderen en afstammelingen van Aaron - die dienden in de Tabernakel en later in de Beit Hamikdash (de Tempel) in Jeruzalem. Wanneer ze in de Tabernakel waren voor het uitvoeren van hun diensten, zoals het brengen van een offer, of het aansteken van de menora, of de Tabernakel afbraken en weer opzetten (vergeet niet, het was een reizende Tabernakel), moesten ze speciale kleding dragen. Deze kleding bestond uit 1) de ketonet - een lang linnen hemd; 2) michnasayim - een linnen broek; 3) mitznefet of migba'at - een hoed of muts; 4) avnet - en een lange sjerp (band) boven de taille gewikkeld. Je kunt je voorstellen hoe vorstelijk de kohaniem eruit zagen toen ze hun heilige werk deden in De Tabernakel en hun speciale kleding droegen.

De Kohen Gadol - de "Hogepriester," de Kohen die het belangrijkste werk deed, de eerste was Aaron - moesten vier extra kledingstukken dragen: 5) de efod, een soort zeer luxe schort, gemaakt van blauw, paars en rood geverfde wol, linnen en gouddraad; 6) de Chosjen, een heel bijzondere kledingstuk dat werd gedragen op de borst, met twaalf edelstenen waarin de namen van de twaalf stammen van Israël waren gegraveerd; 7) me'il - een mantel van blauwe wol, met gouden klokken en granaatappels hangende tot de bodem; 8) de Tzitz - een gouden plaat gedragen op het voorhoofd als een soort band, met de woorden "Heilig aan God' daarin gegraveerd.

God vertelt vervolgens aan Mozes hoe Aaron en zijn zonen in te wijden als eerste Kohaniem. Ze moeten buiten de Tabernakel staan ​​met een stier die als offer zal worden gebracht. Mozes doet Aaron dan zijn acht kledingstukken aan en giet wat "zalfolie" op zijn hoofd. Dan zullen de zonen van Aaron hun kleding aantrekken. Zij zullen dan officieel Kohaniem zijn en kunnen hun dienst in de Tabernakel beginnen. Vanaf nu zullen al hun kinderen altijd Kohaniem zijn. Het laatste onderwerp in de parasja zijn de instructies voor het bouwen van een gouden altaar.

Bron: Tetzaveh Roundup

Enkele vragen over de parasja Tetsaweh Exodus 27:20-30:10

  1. Hoeveel kledingstukken behoren tot de hogepriester? Kun je enkele van de kledingstukken noemen?
  2. Hoeveel kledingstukken droegen de gewone priesters? En welke kledingstukken zijn dat?
  3. Wie was de hogepriester?
  4. Wie waren de gewone priesters?
  5. Wanneer werd het dagelijks offer geofferd? En wat werd er geofferd?
  6. Wat is de toonplaat? Wat stond daarop geschreven? Wie droeg de toonplaat? Op welk lichaamsdeel werd de toonplaat gedragen?
  7. Hoelang was de gordel?
  8. Welke kostbare edelstenen werden voor de borstplaat gebruikt? Welke namen waren op deze stenen geschreven?
  9. Aan welk kledingstuk hingen de vormen van granaatappels?
  10. Welke straf stond op de priester bij wie één van de kledingstukken ontbrak?
"Aan de mantel hingen 72 granaatappels en 72 belletjes en er zijn er die zeggen 36 granaatappels en 36 belletjes." (Talmoedtractaat Zewachim 88)

In de vragen over parasja Teroemah zijn in het puzzelhoekje twee fouten geslopen. Bij het 'woord' boetronod moet nog een letter n toegevoegd worden en bij het 'woord' ijdomonorak moet de letter z worden toegevoegd. Hiervoor onze verontschuldigingen!

Kie Tisa notendop

Exodus 30:11 - 34:35

kie-tisa

De parasja van deze week bespreekt drie belangrijke dingen: de Tabernakel, het Gouden Kalf en de twee stenen Tafelen.

De Tabernakel

We hebben in de afgelopen twee parasjas al gesproken over de instructies van God om de Tabernakel te bouwen, en we horen er nu nog het één en ander over.

  1. Iedere Jood moet een halve shekel geven voor de bouw van de Mishkan (Tabernakel). Deze munten zullen ook worden gebruikt om de Joden te tellen.
  2. Een wasvat van koper moet bij de ingang van de Mishkan worden geplaatst, en Aaron en zijn zonen moeten hun handen en voeten wassen voordat ze de diensten uitvoeren.
  3. Een recept van olie met kruiden wordt gegeven die Mozes moet maken om de Mishkan en al haar gereedschap te zalven waardoor ze geheiligd worden voor gebruik.
  4. Vervolgens wordt het geheime recept voor de Ketoret, het offer van wierook dat op het gouden altaar werd gebracht, beschreven.
  5. Aan twee ambachtslieden, Bezalel en Aholiab, wordt de leiding gegeven over de bouw van de Mishkan.

De Joden ontvangen opnieuw het gebod om de sabbat te houden.

Het Gouden Kalf

Nadat de Joden de Tien Geboden op de berg Sinaï hadden gehoord, ging Mozes de berg op om de twee stenen Tafelen van God te ontvangen. De Joden weten, dat hij wordt verondersteld na veertig dagen terug te komen, maar dit gebeurde niet. En toen hij niet naar beneden kwam op het moment dat zij hem verwachten, raken ze in verwarring over wat er met hem is gebeurd. Ze maken een gouden kalf en maken het tot een afgod, aanbidden het en brengen offers.

Wanneer God dit ziet, is Hij erg boos, en wil het hele Joodse volk vernietigen, en vertelt Hij Mozes dat Hij een nieuwe natie met hem zal beginnen. Mozes bidt voor de Joden, smeekt God hen te redden. Mozes daalt vervolgens met de Tafelen de berg af. Toen hij het kamp van de Joden naderde en het Gouden Kalf zag, gooide hij de Tafelen naar beneden, verbrijzelde hen, en vernietigde het Gouden Kalf. Mozes verzamelt dan al de Levieten, en ze vermoorden iedereen die betrokken was bij de bouw van het Gouden Kalf.

Dan gaat Mozes terug naar God en bidt voor de Joden. Hij vertelt God zelfs, dat als Hij hun zonden niet vergeeft, dat God dan maar zijn naam uit de hele Tora moet wissen. God vergeeft, maar de Joden worden gestraft met een plaag, en de invloed van de zonde wordt voor een lange tijd gevoeld.

God vertelt Mozes dat hij nu een engel zal zenden om hen te vergezellen, maar Mozes zegt dat ze weigeren verder te gaan, tenzij God zelf met hen meegaat. En zo gaat God ermee accoord dat Hijzelf de Joden zal vergezellen op de weg naar het Heilige Land.

Mozes maakt twee nieuwe Tafelen en gaat dan weer de berg op, zodat God de Tien Geboden kan graveren. Op de berg, ziet Mozes een visioen van de heerlijkheid van God, en toen hij naar beneden kwam, straalde zijn gezicht zo helder dat hij een sluier moest dragen. Hij doet de sluier alleen af wanneer hij spreekt met God en de Joden de Tora onderwijst.

Bron: Ki Tisa Roundup

Enkele vragen over de parasja Kie Tisa Exodus 30:11 - 34:35

Kies het juiste antwoord of de juiste antwoorden die tussen de haakjes staan:

  1. Het waterbassin was gemaakt van (goud-zilver-koper) en stond in (het Heilige-het voorhof-het Heilige der Heiligen).
  2. De zalfolie werd gebruikt voor het zalven van (Aäron en zijn zonen- de tabernakel en de bijbehorende voorwerpen- Mozes en het volk Israël)
  3. Het wierookoffer bestond uit onder andere uit (olijfolie, balsemsap, hars, lavendel, rozenextract).
  4. (Betsalel-Uri-Chur) uit de stam van (Ruben-Juda-Menasse) en (Achisamach-Nadav-Oholiab) uit de stam van (Simeon-Dan-Naftali) werden aangesteld om de Tabernakel en de bijbehorende voorwerpen te maken.
  5. (Vrijdag-Zaterdag-Zondag) is de wekelijkse joodse rustdag.
  6. Het zevende jaar heet (jubeljaar-oogstjaar-sjabbatsjaar).
  7. Mozes ging in totaal (1-2-3) keer de berg Sinaï op.
  8. De grote zonde die in deze parasja beschreven is betrof het maken van (de stenen tafelen-het gouden kalf- de halve sjekel- de gouden cherubijnen).
  9. De drie joodse pelgrimsfeesten zijn (Nieuwjaar-Grote Verzoendag-Loofhuttenfeest-Poerim-Pesach-Omertelling-Wekenfeest).
  10. In de joodse keuken is het verboden om melk en (boter-vis-vlees) samen te bereiden.

Dit jaar 60 dagen extra vrolijk zijn omdat er twee maanden Adar zijn! Deze week was het Poerim Katan, een kleine Poerim en in de volgende maand wordt de echte Poerim gevierd.

Op de Talmoed Tora werd Poerim Katan met een kleine Poerimmarkt gevierd. De kinderen hebben in de afgelopen weken voor goed gedrag, voor het doen van goede dingen en voor uit het hoofd leren van regels uit het chassidische boek 'Tanya' 'dollars' gekregen. Met deze verdiende 'dollars' konden de kinderen van alles naar believen op de kleine Poerimmarkt kopen en verkopen en loten kopen voor allerlei prijsjes.

Na de Poerimmarkt werden alle 'dollars' ongeldig verklaard. Wat hebben dollars met Poerim te maken? Wel, de getalswaarde van het woord 'dollar' en het woord 'Amalek' is in het Hebreeuws identiek: 240. Het is een mitswa (gebod), met name op Poerim, om elke herinnering aan Amalek uit te wissen: Haman, een hoofdpersoon in de rol van Esther die op Poerim wordt gelezen, was namelijk een nakomeling van Amalek.

Sjabbat sjaloom,

Jaïr

Wajakheel in een notendop

Exodus 35:1 - 38:20

werkman

Mozes verzamelt het volk van Israël en herhaalt alle zaken die God hem in de voorgaande drie parasjas heeft verteld. Daarom is veel van wat wij in de huidige parasja lezen een herhaling van wat we al eerder hebben gelezen.

Ten eerste: het gebod om de sabbat te houden: Zes dagen van de week mogen de Joden werken, maar de zevende dag is een speciale dag van rust en wordt sabbat genoemd.

Vervolgens: Het gebod van God om materialen te geven voor de bouw van de Mishkan (Tabernakel). Allerlei soorten materialen waren nodig voor de bouw van de Mishkan: metalen (goud, zilver en koper); stoffen en materialen (wol, linnen, en huiden); hout, olie, kruiden en edelstenen.

Zodra Mozes was uitgesproken, ging het volk heen om de zaken te brengen voor de bouw van de Mishkan. De mensen waren zo blij om bij te dragen dat zij alles brachten wat ze hadden: juwelen en materiaal en huiden en stoffen. Zij brachten zo veel, dat Mozes hen moest vertellen te stoppen, en toch was er nog teveel.

Opnieuw horen we over de ambachtslieden Bezalel en Aholiab, twee zeer getalenteerde mannen die de leiding over de bouw van de Mishkan kregen.

Dan lezen we over de daadwerkelijke bouw van de Mishkan. Nogmaals, dit alles werd uitvoerig beschreven in de vorige parasjas, maar hier gaat het erover dat ze het daadwerkelijk doen. We lezen hoe ze het maakten:

  1. gordijnen (van gedraaid linnen en blauwe, paarse en karmozijnrode kleurige wol).
  2. kleden (van ram en tachash vellen).
  3. wanden (van acaciahout).
  4. voorwerpen: de ark (van goud en hout met een gouden kroon rondom zijn rand), en de cherubijnen (gesneden uit puur goud), en de menorah (ook puur goud), en het gouden altaar voor de Ketoret [herinneren we ons nog wat dit is van de vorige week?] en de tafel (van hout bedekt met goud) en het koperen wasvat (gemaakt van spiegels geschonken door de Joodse vrouwen)
  5. de voorhof
  6. alles wat verder nog behoorde tot de Mishkan dat wij misschien hebben gemist (diverse accessoires zoals stokken om de voorwerpen te dragen, houders voor de planken voor de wanden, een scherm voor de voorhof, en nog veel meer...)

Bron: Vayakhel Roundup

Enkele vragen over de parasja Wajakheel Exodus 35:1-38:20

Enkele vragen over de parasja.

  1. Wie was de moeder van Hur?
  2. Wat brachten de vorsten aan de tabernakel?
  3. Tot welke stam behoorde Oholiab?
  4. Welke voorwerpen en onderdelen van de tabernakel werden in deze parasja gemaakt?
  5. Tot welke stam behoorde Betsalel?
  6. Hoeveel planken bevatte de omheining van de tabernakel?

Sjabbat sjaloom

Jair

Pekoedee in een notendop

Exodus 38:21–40:38

pekoedee

Er is een rekening opgemaakt van het goud, het zilver en het koper dat door de mensen, voor de vervaardiging van de Mishkan, geschonken is. Bezalel, Aholiav en hun assistenten maken de acht onderdelen van de priesterkleren - de schort, de borstplaat, de mantel, de kroon, de hoed, de tuniek, de sjerp en de broek - op basis van de specificaties die Mozes in de parasja van Tetsawee had gegeven.

De Mishkan is voltooid en alle onderdelen zijn naar Mozes gebracht, die de Mishkan opricht en het zalft met de heilige zalfolie, en Aäron en zijn vier zonen inwijdt tot priester. Een wolk verschijnt boven de Mishkan, hetgeen betekent dat de Goddelijke Aanwezigheid is gekomen om erin te wonen.

Bron: Pekudei in a Nutshell

Enkele vragen over de parasja Piqoedee Exodus 38:21-40:38

Nadat de tabernakel was opgericht en alle voorwerpen op hun plaats stonden begon Mozes met de inwijding van de tabernakel en van de priesters. Daarna daalde de wolk op de tabernakel als een teken dat de G-ddelijke Verschijning op de tabernakel begon te rusten.

Afsluiting van Choemasj Sjemot, het boek Exodus.

Wat hoort er niet bij en waarom?

Parasja Sjemot Exodus 1:1-6:1

Mozes- Aäron- Jozef- Mirjam
Vroedvrouw- Puah -Tsipporah- Sifra

Parasja Wa'era Exodus 6:2-9:35

Horeb- Mozes-brandende braamstruik-Aäron
Kehat-Merari-Aäron-Gersjon
Kikvorsen-wilde beesten-hagel- duisternis

Parasja Bo Exodus 10:1-13:16

Sprinkhaan-bloed-duisternis- eerstgeborenen
Pesach-Nisan-pesachoffer-nieuwe maand
Zuurdesem-ongezuurde broden-pesach-toonbroden

Parasja Besjalach Exodus 13:17-17:16

Soekkot-Etham-Pithom-Migdol
Het lied van Mozes- Abraham-Schelfzee-doortocht
Manna-kwakkels-water-Mara

Parasja Jitro Exodus 18:1-20:23

Gersjom-Eliëzer-Tsippora-Elisjeva
Tien geboden-Horeb-Sinaï-tien plagen

Parasja Misjpatim Exodus 21:1-24:18

Dief-kuil-vuur-slaaf
Wetten-rechtspraak-geboden-verboden

Parasja Teroemah Exodus 25:1-27:19

Voorhof-Heilige der Heiligen-ark-Het Heilige
Kandelaar-cherubijnen-tafel van de toonbroden-wierookaltaar

Parasja Tetsaweh Exodus 27:20-30:10

Tuniek-tulband-efod-gordel
Toonplaat-borstplaat-kostbare edelstenen-efod

Parasja Ki Tisa Exodus 34:11-34:35

Eerste stenen tafelen-gouden kalf-Mozes-Oholiab
Wekenfeest-sjabbat-loofhuttenfeest-pesach

Parasja Wajaqhel Exodus 35:1-38:20

Oholiab-Hur-Uri-Betsalel
Waterbassin-brandofferaltaar-zalfolie-voorhof

Parasja Piqoedee Exodus 38:21-40:38

Goud-koper-lood-zilver
Twaalf stammen-efod-kostbare edelstenen-mantel

Sjabbat sjaloom, Jaïr

Aantekeningen

Home Malben

printer

1) Wanneer het volk gedaald zou zijn tot het vijftigste niveau van spirituele onreinheid, het 'point of no return' dan was spiritueel gezien het volk niet meer te verlossen.

Enige opmerkingen naar aanleiding van de geplaatste vragen.

Vaak is het nodig om voor de beantwoording van deze vragen de hele parasja te lezen. Het is daarbij wenselijk niet al te moderne vertalingen te gebruiken. Hebt u hier vragen over dan kunt u ons altijd mailen.