BSD

Onderstaande vertaalde inleiding op het boek Deuteronomium is afkomstig uit de Tanach Stone Edition van ArtScroll.

Inleiding

Deuteronomium De Talmoed refereert aan Deuteronomium als de "Mishnah Torah", gewoonlijk vertaald met "Herhaling of overzicht van de Tora" of "Uitleg van de Tora". Het volledige boek werd door Mozes uitgesproken ten aanhoren van het volk,gedurende de laatste vijf weken van zijn leven; in werkelijkheid was het de profeet zijn laatste wil en testament voor zijn geliefd volk, waarin hij hen waarschuwde voor de potentiele valkuilen en hen inspireerde gehoor te geven aan hun roeping.

Omdat Deuteronomium geen overzicht geeft van alle geboden en verhalen over de voorafgaande veertig jaren, rijst de vraag op basis waarvan de geboden en verhalen in dit boek werden gekozen.

Rabbi Samson Raphael Hirsch verklaart dat het boek Deuteronomium een introductie was op het nieuwe leven in het land Israël. Zij zouden moeten ploegen, planten en oogsten. Zij zouden rechtbanken en een regering in het leven moeten roepen. Zij zouden sociale relaties moeten smeden en de middelen om voor de armen en hulpelozen te zorgen en om ze te beschermen. Zij zouden een sterk geloof en zelfdiscipline nodig hebben om de valstrikken en verleidingen van heidense buren en valse profeten te vermijden.

Het nadruk leggen op deze wetten en waarden en Israël te vermanen sterk te zijn, dat was de functie van dit boek. Met zijn wetten en het appelleren van Mozes op het geweten van het volk, is Deuteronomium niet alleen een terugblik op de voorgaande vier boeken van de Tora. Het is waar, Mozes gebruikte de laatste weken van zijn leven met een terugblik en het onderwijzen van alle wetten en de hele geschiedenis van Israël, maar de tekst van het boek Deuteronomium verslaat alleen dat wat voor Israël relevant is voor het leven in het zijn land.

Deuteronomium is ook op een andere manier uniek, zoals de Vilna Gaon uitlegt.

De vier eerste boeken werden aan Mozes gedicteerd door de mond van de Heilige, Gezegend is Hij. Niet alzo met Deuteronomium. Israël hoorde de woorden van dit boek op dezelfde manier waarop zij de woorden van de profeten hoorden, die na Mozes kwamen. Hashem sprak op de ene dag tot de profeet en op een andere dag maakte hij deze bekend aan Israël. Dienovereenkomstig, op het moment dat de profeet sprak tot het volk, was het woord van Hashem al bij hem verwijderd, ( dit is dat zij niet het woord van Hashem rechtstreeks hoorden: zij hoorden wat de profeet had begrepen). Zo werd ook het boek Deuteronomium gehoord uit de mond van Mozes.
Mozes leerde en gaf leiding. Hij kastijdde en waarschuwde. Hij herinnerde het volk aan zijn tekortkomingen en inspireerde hen met hun mogelijkheden. Nooit was er een dergelijke leraar of profeet. Maar ofschoon Mozes afscheid neemt in dit boek, hij is niet gegaan. Zijn onderwijzingen zijn hier en zijn aanwezigheid blijft belichaamt in al zijn studenten, gedurende de duizenden jaren, sinds hij leefde.

Parasja Devariem in een notendop

Deuteronomium 1:1–3:22

devariem De parasja van deze week is het eerste gedeelte van het laatste boek van de Tora, het boek Devariem. Mozes begint aan het Joodse volk een overzicht te geven van de Tora. Hij vertelt hen over de uittocht uit Egypte en alles wat er gebeurd is toen zij 40 jaar in de woestijn verbleven. Hij moedigt hen aan de Tora en de geboden te gehoorzamen wanneer zij in het land van Israël komen.

Mozes memoreert hoe hij rechters benoemde om hem te helpen oordelen over de mensen omdat het te zwaar was en teveel tijd kostte om het hele volk helemaal alleen te helpen. Hij herinnert het Joodse volk aan hun reizen door de woestijn, aan de spionnen die ze naar het Heilige Land zonden en dat zij er niet langer naar toe wilden na het horen van hun negatieve rapport. En hoe God daarom verordende dat de hele generatie in de woestijn zou moeten sterven en het Heilige Land niet binnen zou gaan.

Mozes herinnert vervolgens het volk aan andere recente gebeurtenissen, zoals, toen de volkeren van Moab en Ammon het Joodse volk niet toestonden door hun land te trekken en over de oorlogen die ze moesten voeren tegen Sichon en Og, de koningen van de Emor en Bashan.

De parasja eindigt met een boodschap van Mozes aan Jozua, de volgende leider van de Joodse mensen die hen naar het Heilige Land zal brengen; hij vertelt hem niet bang te zijn voor de vijanden, want God zal voor hem vechten.

Bron: Devarim-Roundup

Vragen Parasja Devariem, Deuteronomium 1:1-3:22

Sjabbat sjaloom

Jaïr

Va'etchanan in een notendop

Deuteronomium 3:23 - 7:11

mozes Mozes vertelt het volk van Israël hoe hij God smeekte om hem toe te staan het Land Israël binnen te trekken, maar dat God weigerde. In plaats daarvan gaf Hij hem de opdracht een berg te beklimmen en om zo het Beloofde Land te zien.

Mozes vervolgt dan met zijn "overzicht van de Tora" en beschrijft de uittocht uit Egypte en het geven van de Tora, en verklaart ze tot ongekende gebeurtenissen in de menselijke geschiedenis. "Heeft zich ooit zoiets voorgedaan, of heeft men ooit zoiets gehoord? Heeft ooit een volk de stem van God gehoord, sprekende uit het midden van het vuur... en in leven bleef? ... Jullie werd dit getoond, om te weten, dat Hashem is God ... en er is geen ander naast Hem."

Mozes voorspelt dat in de toekomstige generaties het volk zich zal afkeren van God, afgoden zullen aanbidden, en verbannen worden uit hun land en verspreid worden onder de volkeren; maar daar zullen ze God zoeken en terugkeren om zijn geboden te gehoorzamen.

Onze parasja bevat ook een herhaling van de Tien Geboden, en de verzen van de Shema (6:4), die de fundamenten zijn van het joodse geloof: de eenheid van God ("Hoor Israel: Hashem is onze God, Hashem is één"); de geboden van God lief te hebben, en zijn Tora te bestuderen, en "deze woorden" door tefillin (gebedsriemen) op onze armen en hoofden te binden en ze te schrijven in de mezoeza die aangebracht wordt op de deurposten van onze huizen.

Bron: Vaetchanan-in-a-Nutshell

Eikev in een Notendop

Deuteronomium 7:12–11:25

eikev In de parasja van Eikev ("Omdat"), vervolgt Mozes zijn afsluitende toespraak tot de kinderen Israëls. Hij belooft hen dat, wanneer zij de geboden (mitswot) van de Tora zullen nakomen, zij voorspoedig in het land zullen zijn, dat zij op het punt staan te veroveren en er zich te vestigen, in overeenstemming met God's belofte aan hun voorvaderen.

Mozes berispt ze ook voor hun falen als volk in hun eerste generatie, en herinnert aan de aanbidding van het Gouden Kalf, de opstand van Korach, de zonde van de spionnen, hun woedend maken van God bij Taveirah, Massa en Kivrot Hataavah ("De graven van Lust"). "Jullie zijn opstandig geweest tegen God," zegt hij tegen hen: "sinds de dag dat ik jullie ken." Maar hij spreekt ook van God's vergeving van hun zonden, en de Twee Tafelen van God met zijn tien geboden, die Hij hen gaf na hun bekering.

Hun veertig jaar in de woestijn, zegt Mozes tot het volk, waarbij God aanhoudend hen het dagelijkse manna uit de hemel gaf, was om hen te leren "dat de mens niet leeft bij brood alleen, maar het woord van God doet de mens leven."

Mozes beschrijft het land dat zij op het punt staan binnen te trekken "overvloeiende van melk en honing," gezegend met de "zeven soorten" (tarwe, gerst, wijnstokken, vijgen, granaatappels, olijfolie en dadels), en als de plaats die het brandpunt is van God's voorzienigheid van Zijn wereld. Hij beveelt ze de afgoden van de vroegere meesters van het land te vernietigen, en op te passen dat zij niet hooghartig beginnen te geloven dat door "onze kracht en de sterkte van onze handen wij dit vermogen hebben gekregen."

Een belangrijk deel in onze parasja is het tweede hoofdstuk van de Shema, die het fundamentele gebod (mitzvot) in het eerste hoofdstuk van de Shema, herhaalt, en de beloningen beschrijft van de vervulling van God's geboden en de negatieve resultaten (hongersnood en ballingschap) bij hun verwaarlozing. Het is ook de bron van het voorschrift van het gebed, en omvat een verwijzing naar de opstanding van de doden in de messiaanse tijd.

Bron: Eikev-in-a-Nutshell

Re'eh in een notendop

Deuteronomium 11:26 - 16:17

"Zie," zegt Mozes aan het volk van Israël, "Ik leg vandaag voor u een zegen en een vloek" - de zegen die komen zal wanneer u God's geboden zult doen, en de vloek als ze de geboden zullen verlaten. Deze moeten worden afgekondigd op de berg Gerizim en de berg Ebal wanneer de mensen op het punt staan om het Heilige Land binnen te gaan.

Een Tempel moet worden opgericht "de plaats die God zal kiezen om Zijn naam daar te laten wonen," waar de mensen Hem hun offers moeten brengen; het is verboden om op een andere plaats God offers te brengen. Het is toegestaan ​​om de dieren elders te slachten, niet als een offer, maar om hun vlees te eten; het bloed (dat in de Tempel op het altaar wordt uitgegoten), kan echter niet worden gegeten.

Een valse profeet, of iemand die anderen verleidt om afgoden te aanbidden, moet ter dood worden gebracht; een stad waar afgoden worden gediend moet worden vernietigd. De opgaaf wat kosjere dieren en vissen zijn, en de lijst van niet-kosjere vogels (eerder gegeven in Leviticus 11), wordt herhaald.

Een tiende van alle producten moet in Jeruzalem gegeten worden, of elders ingewisseld waarmee voedsel wordt gekocht en aldaar gegeten. In bepaalde jaren worden deze tiende aan de armen gegeven. Eerstgeboren runderen en schapen moeten in de Tempel worden aangeboden, en hun vlees wordt door de kohaniem (priesters) gegeten.

De mitswa van liefdadigheid verplicht een Jood een behoeftig mede Jood te helpen met een gift of een lening. In het Sabbatsjaar (dat is om de zeven jaar), worden alle leningen kwijtgescholden. Alle contractarbeiders zijn vrij na een dienst van zes jaar.

Onze parasja eindigt met de wetten van de drie bedevaart feesten - Pesach, Sjavoeot en Soekot - wanneer allen moeten opgaan en "zien en gezien worden" voor God in de Heilige Tempel.

Bron: Reeh in a Nutshell

Sjoftim in een notendop

Deuteronomium 16:18 - 21:9

Rechtspleging

koning De naam van de parasja van deze week luidt Shoftim, dat rechters betekent en de parasja begint met het bevel van Mozes aan het volk Israël om rechters aan te wijzen die recht moeten spreken. Dit is om ervoor te zorgen dat we leven in een rechtvaardige samenleving - waar de wetten eerlijk en correct worden toegepast. Als iemand beschuldigd wordt van het plegen van een misdrijf, moet dat goed worden onderzocht, en niemand kan schuldig worden bevonden tenzij er minstens twee getuigen zijn, die hem de misdaad zagen plegen. Een rechter mag nooit steekpenningen aannemen. Zelfs als hij denkt dat geld aannemen geen invloed zal hebben op zijn beslissing, dan zegt de Tora dat dit onmogelijk is, en dat mensen altijd door geld worden beïnvloed.

Koningswetten

Toen de Joden in het land van Israël kwamen en een koning benoemden, moest hij zich aan bepaalde regels houden. Hij mocht niet te veel paarden of te veel vrouwen hebben. Hij moet ook twee Tora-rollen hebben. Eén daarvan om met zich mee te nemen, om hem eraan te herinneren dat, zelfs al is hij koning, hij nederig moet zijn, en de Tora moet volgen , en om niet te vergeten dat God boven hem is.

Steden als Toevluchtsoord

Als iemand per ongeluk iemand anders doodt, bijvoorbeeld als twee mensen samen houthakken, en de bijl van de één laat los van de steel en door de lucht vliegt en de ander doodt. De broer van degene die gedood werd kan zo boos zijn dat hij de ander wil doden, ook al was het een ongeluk. Daarom gebiedt de Tora de Joden om speciale steden in Israël in te richten, die "Toevlucht Steden" worden genoemd. Daar kunnen zij die per ongeluk iemand hebben gedood hun toevlucht zoeken om veilig te zijn voor de familie van het slachtoffer. Zodra zo iemand zich in een dergelijke stad bevindt, kan de familie van de gedode hem niet kwetsen. Maar hij moet daar zolang blijven totdat hogepriester overlijdt.

Oorlogswetten

Voordat de Joden een oorlog beginnen tegen hun vijanden, komt er een priester om hen te vertellen dat er geen reden is om te vrezen, want God zal met hen zijn en voor hen vechten. Dus iedereen gaat dapper de oorlog in. Iedereen, behalve de volgende personen: Iemand die net een huis heeft gebouwd, een wijngaard heeft gepland, of getrouwd is. Verder is hij vrijgesteld van de strijd die bang is. Want als hij bang is, laat hij zien dat hij niet op God vertrouwt, of dat hij weet dat hij gezondigd heeft en de bescherming van God niet waardig is.

Wanneer het volk van Israël wil gaan vechten met een vijand, moeten ze eerst vrede aanbieden.

Wanneer zij een land bezetten mogen zij geen vruchtbomen omhakken of vernietigen.

De wetten van "Egla Arufah".

Wanneer iemand buiten een stad dood gevonden wordt, dan is de dichtstbijzijnde stad verantwoordelijk voor de dode om een speciale procedure met een kalf uit te voeren. Dit leert ons dat het onze verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen, dat wanneer iemand onze stad verlaat, hij voor onderweg genoeg voedsel en bescherming heeft, zodat hij gezond en veilig thuis kan komen.

Bron: Shoftim-Roundup

Parasja Ki Tetse in een notendop

Deuteronomium 21:10 - 25:19

Degene die de vorige parasja heeft gelezen, weet dat we veel mitswot zijn tegengekomen. Nu, deze parasja geeft nog veel meer geboden. Vierenzeventig meer, om precies te zijn. Laten we beginnen!

Het terugbrengen van verloren voorwerpen: Als we iets vinden dat iemand heeft verloren, en als er een manier is om uit te zoeken van wie het is, dan moeten we het aan de eigenaar teruggeven. Dit is een groot gebod.


Het begraven van de doden: een ander groot gebod: Respect voor het lichaam van een dode en het zo snel mogelijk begraven daarvan.

De bescherming van de moeder: Voordat we de eieren uit een vogelnest halen, moeten we de moedervogel wegsturen, zij moet het dus niet zien en verdrietig worden. We leren om mededogen te hebben voor alle wezens.

Hekken: Iedereen die een nieuw huis bouwt moet een hek rondom op het dak maken, zodat niemand kan vallen en gewond raken. Dit leert ons dat we altijd voorzorgsmaatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat er geen gevaren zijn die anderen kunnen doen struikelen.

Niet mengen: We moeten oppassen niet een mengsel van twee dingen te creëren. Bijvoorbeeld. We kunnen geen twee soorten planten te dicht bij elkaar zetten, waardoor het gevaar van kruisbestuiving bestaat. Hetzelfde geldt voor dieren: we mogen niet twee verschillende dieren in een span doen; bijvoorbeeld, een os en een ezel. Vergelijkbaar hiermee is het voorschrift dat we geen wol en linnen samen gemengd mogen dragen.

Tzitzit: Altijd wanneer we iets dragen dat vier hoeken heeft, moeten we aan de hoeken koorden hechten, tzitzit genaamd. Om deze mitswa altijd na te komen dragen we een speciaal kledingstuk met vier hoeken met daaraan de koorden. Dit kledingstuk wordt ook tzitzit genoemd.

Eten op het werk: Wanneer iemand voor je op het veld werkt, bijvoorbeeld het plukken van fruit of oogsten van groenten, dan moet je hem laten eten wat hij wil. Hij kan niet zomaar wat hij wil mee naar huis nemen, maar het eten op het werk is zijn recht.

Een les van Miriam: Als iemand iets slechts over een andere jood zegt, wordt hij gestraft met melaatsheid. We leerden hierover in de parasjas Tazria en Metzorah. De Joden worden hier daaraan herinnerd, en Miriam is het voorbeeld dat alle Joden zagen. Omdat ze slecht over Mozes sprak, werd ze melaats.

De laatste mitswa in deze parasja is je Amalek te herinneren, het slechte volk dat de joden was aangevallen nadat ze Egypte verlieten, en om eraan te werken om zijn herinnering uit te wissen.

Bron: Ki-Teitzei-Roundup

Ki Tavo in een notendop

Deuteronomium 26:1 - 29:8

Ki Tavo Mozes instrueert de Israëlieten: Wanneer u het land, dat God u geeft als uw eeuwige erfenis, binnentrekt, en zich daar zult vestigen en het bebouwen, brengt dan de eerste gerijpte vruchten (Bikkurim) van uw boomgaard naar de Heilige Tempel, en spreekt uw dankbaarheid uit voor alles wat God voor u heeft gedaan.

Onze parasja omvat ook de wetten over het afdragen van de tienden aan de Levieten en aan de armen, alsmede een gedetailleerde instructie hoe de zegeningen en de vervloekingen op de berg Gerizim en de berg Eival uit te roepen - zoals reeds besproken werd in het begin van de parasja van Re'eh (Deuteronomium 11:26-16:17). Mozes herinnert het volk eraan dat ze het uitverkoren volk van God zijn, en dat zij op hun beurt, voor God gekozen hebben.

Het laatste deel van Ki Tavo bestaat uit de Tochachah ("Berisping"). Na een opsomming van de zegeningen waarmee God het volk zal belonen wanneer ze de wetten van de Tora volgen, geeft Mozes een lang verslag van de slechte dingen - ziekte, honger, armoede en ballingschap - die hen zal overkomen wanneer zij afzien van Gods geboden.

Mozes besluit met het volk te vertellen, dat alleen vandaag, veertig jaar na hun geboorte, zij "een hart om te weten, ogen om te zien en oren om te horen" hebben bereikt.

Bron: Ki Tavo in a Nutshell

Nitsaviem in een notendop

Deuteronomium 29:9 - 30:20

nitsaviem Mozes spreekt tot het volk van Israël, en zegt een aantal zeer belangrijke zaken voor ons, om van te leren:

Joodse Eenheid

Iedereen staat bij elkaar, de grote geleerden met de houthakkers en water-dragers. Dit leert ons dat in de ogen van God elk mens belangrijk is, en iedereen heeft een belangrijke rol te spelen. Het toont ons ook het belang van eenheid - het Joodse volk is één en moet altijd één zijn.

De toekomstige verlossing

Als de kinderen van Israël zondigen, zal God hen straffen en hun land zal droog en dor worden en geen prachtige vruchten meer voortbrengen. De Joden zullen in ballingschap moeten lijden. Maar er zal een tijd komen wanneer ze zullen beseffen hoe verkeerd ze zijn geweest en ze zullen naar God terugkeren, en dan zal Hij hen naar het land terugbrengen. Dit zal in een nieuwe, bijzondere tijd gebeuren waarin iedereen alleen maar goed zal willen doen en de hele wereld zal een goede plaats zijn - er zal geen kwaad meer zijn. Dit is de tijd van de Masjiach, de toekomstige verlossing.

We kunnen het!

Soms lijkt het alsof de Tora erg moeilijk is, er staan zoveel dingen in die we moeten doen, en zo veel dat we niet mogen doen, dat het voelt alsof het houden van de Tora is als het oversteken van een hele grote oceaan - bijna onmogelijk om te doen. Maar God vertelde ons, ons aan de Tora te houden, omdat we het echt kunnen. Omdat wanneer we het proberen, de Tora niet aan de overkant van de oceaan is, maar in plaats daarvan: "de Tora is zeer dicht bij u" en het is mogelijk voor ons om het goed te doen. En het is niet alleen mogelijk - het kan zelfs gemakkelijk zijn! (Te midden van alle geboden die we de afgelopen weken hebben geleerd, is aanmoediging wat broodnodig is.)

Het is onze keuze

De wereld bestaat uit het goede en het slechte, en de Tora vertelt ons wat het goede pad is om te volgen. Maar wij moeten de keuze maken om goed te doen. Het is onze keuze wat we willen doen met ons leven - en met elk moment van onze tijd. En als we daarover nadenken, zullen we natuurlijk alleen het beste willen doen. Dus maak de juiste keuze - kies goed.

Bron: Nitzavim Roundup

Wayelech in een notendop

Deuteronomium 31:1-30

vajelech De parasja van Vayelech ("en hij ging ') vertelt over de gebeurtenissen van Mozes' laatste dag van zijn aardse leven. "Ik ben honderd twintig jaar oud vandaag," zegt hij tegen het volk, "en ik kan niet langer verder gaan." Hij draagt ​​de leiding over aan Jozua, en schrijft de Tora in een boekrol die hij toevertrouwt aan de Levieten om te bewaren in de Ark van het Verbond.

Het gebod van hak'hel ("verzamelen") wordt gegeven: om de zeven jaar - het eerste jaar na het sabbatsjaar -, moet tijdens het Loofhuttenfeest het hele volk van Israël - mannen, vrouwen en kinderen - zich verzamelen bij de Heilige Tempel in Jeruzalem, waar de koning voor moet lezen uit de Tora.

Vayelech eindigt met de voorspelling dat het volk van Israël zich af zal wenden van hun verbond met God, waardoor hij zijn aangezicht voor hen zal verbergen, maar ook met de belofte dat de woorden van de Tora "niet zullen worden vergeten uit de mond van hun nakomelingen."

Bron: Vayelech in a Nutshell

Ha'azinu in een notendop

Deuteronomium 32:1-52

haazinu Het grootste deel van de Thora lezing van Ha'azinu ("Meeluisteren") bestaat uit een een "lied" van 70 regels door Mozes aan het volk van Israël doorgegeven op de laatste dag van zijn aardse leven.

De hemel en aarde als getuigen aanroepend, spoort Mozes de mensen aan met, "Denk aan de dagen van ouds / Denk aan de jaren van vele generaties / Vraag je vader, en hij zal het je vertellen / vraag de oudsten, en zij zullen het je vertellen "hoe God "ze in een woestijn vond," ze tot een volk maakte en hen koos als Zijn eigen volk, en ze een overvloedig land schonk. Het lied waarschuwt ook tegen de vele valkuilen - "Yeshurun ​​werd vet en schopte achteruit / je bent vet, dik en vetgemest / hij verliet God, die hem gemaakt had / en versmaadde de Rots van zijn heil" - en de verschrikkelijke rampen die daarvan het resultaat zouden zijn, die Mozes beschrijft wanneer God "zijn gezicht verbergt." Maar aan het eind, belooft hij, dat God het bloed van Zijn dienaren zal wreken, en worden verzoend met Zijn volk en land.

De parasja eindigt met God's instructie aan Mozes de top van de berg Nebo te bestijgen, van waaruit hij het Beloofde Land zal zien alvorens te sterven. "Want jij zult het land voor je zien; maar je zult niet binnengaan in het land, dat Ik aan de kinderen van Israël zal geven. " Bron: Haazinu in a Nutshell

V'Zot HaBerachah in een notendop

Deuteronomium 33:1 - 34:12

haberacha De lezingen (Leviticus 22-23, Numeri 29 en Deuteronomium 14-16) bevatten de details van de wetten van de moadim of "gezette tijden" in de Joodse kalender voor de feestelijke viering van onze band met God.

Waaronder het gebod te wonen in de Soeka (een hut van takken) en het hebben van de etrog, een citroenachtige vrucht, vervolgens de loelav, een gesloten palmtak, drie myrtetakken en twee wilgetakken; het brengen van offers in de Heilige Tempel in Jeruzalem op het Loofhuttenfeest, en de verplichting om de reis naar de Heilige Tempel te maken "om te zien en gezien te worden voor het aangezicht van God" tijdens de drie jaarlijkse bedevaart festivals - Pesach, Sjavoeot en Soekot.

Op Simchat Torah ("Vreugde van de Thora") kunnen we de jaarlijkse Tora lezing afsluiten en opnieuw beginnen. Eerst lezen we het gedeelte van de parasja V'zot Haberachah, waarin de zegeningen die Mozes aan elk van de twaalf stammen van Israël gaf voor zijn dood worden herhaalt. In navolging van Jacob's zegeningen aan zijn twaalf zonen, vijf generaties eerder, bekrachtigt hij voor elke stam zijn individuele rol binnen de gemeenschap van Israël.

V'Zot Haberachah vertelt dan hoe Mozes de berg Nebo beklom en vandaar het Beloofde Land zag. "En Mozes, de dienaar van God stierf daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van God...en niemand kent zijn graf tot op deze dag." De Tora concludeert met het volgende waaruit blijkt dat: "Er geen profeet in Israel meer is opgestaan, gelijk aan Mozes, die God kende van aangezicht tot aangezicht... en met heel de sterke hand en de grote ontzagwekkende dingen die Mozes deed voor de ogen van heel Israël."

Onmiddellijk na het sluiten van de Tora, beginnen we opnieuw door het lezen van het eerste hoofdstuk van Genesis (het begin van de volgende Sjabbat's Tora lezing). Hierin wordt beschreven hoe God de wereld in zes dagen schiep en Zijn werk onderbrak op de zevende dag - en dat Hij die heiligde en zegende als een dag van rust.

Bron: Parshah in a Nutshell VZot HaBerachah

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer