BSD

Psalm 89

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Een maskil van Ethan, de Ezrachiet.
  2. Ik wil eeuwig zingen van de liefde van Hashem, van geslacht tot geslacht wil ik met mijn mond uw trouw bekend maken.
  3. Want ik zei: voor altijd wordt [uw] liefde gebouwd; in de hemel bevestigt U uw trouw.
  4. Ik sloot een verbond met mijn uitverkorene, aan mijn knecht David heb Ik gezworen:
  5. Voor eeuwig zal Ik je nageslacht bevestigen en je troon bouwen van geslacht tot geslacht. sela
  6. Dan zullen de hemelen uw wonderen loven Hashem, ook uw trouw in de gemeente der heiligen;
  7. want wie is in de wolken gelijk aan Hashem en wie is onder de zonen der goden gelijk aan Hashem?
  8. Elokim is zeer ontzagwekkend in de grote kring van de heiligen, en wordt gevreesd door allen die rondom Hem zijn.
  9. Hashem, Elokim Tzebaoth, wie is sterk als U, o Hashem? En uw trouw is rondom U.
  10. U heerst over de overmoed der zee; wanneer zijn golven zich verheffen, bedaart U ze.
  11. U verbrijzelt Rahab als een dode, U verstrooit uw vijanden met een sterke arm.
  12. Van U is de hemel en ook de aarde; de wereld en haar volheid hebt U gegrondvest.
  13. Noord en zuid, U hebt hen geschapen, Tabor en Hermon zingen jubelend in uw naam.
  14. U hebt een machtige arm, uw hand is sterk, uw rechterhand is verheven;
  15. gerechtigheid en recht zijn de grondslag van uw troon, liefde en trouw gaan voor U uit.
  16. Gelukkig is het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, Hashem, in het licht van uw aanschijn;
  17. in uw naam zullen zij zich de hele dag verheugen, en door uw gerechtigheid worden zij verhoogd.
  18. Want U bent de pracht van hun kracht en door uw welbehagen zult U onze hoorn verhogen;
  19. want van Hashem is ons schild, en van de heilige Israƫls onze koning.
  20. Vroeger hebt U in een gezicht gesproken tot uw vromen en gezegd: aan een held heb Ik hulp toebedeeld, Ik heb een verkorene uit het volk verheven;
  21. Ik heb David mijn knecht gevonden, met mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd;
  22. voor wie mijn hand tot steun zal zijn, ook zal mijn arm hem sterken,
  23. geen vijand zal hem overvallen en geen booswicht zal hem verdrukken;
  24. maar Ik zal voor zijn aangezicht zijn tegenstanders verpletteren, en zij die hem haten zal Ik slaan.
  25. Maar mijn trouw en mijn liefde zullen met hem zijn, en door mijn naam zal zijn hoorn verhoogd worden;
  26. Ik zal zijn hand leggen op de zee en zijn rechterhand op de rivieren.
  27. Hij zal mij noemen: U bent mijn vader, mijn Elokim en de rots van mijn redding.
  28. Ook zal Ik hem tot een eerstgeborene maken, tot de hoogste onder de koningen der aarde.
  29. Voor eeuwig zal Ik mijn liefde voor hem bewaren en mijn verbond met hem zal vaststaan;
  30. zijn nageslacht zal Ik voor altijd doen voortbestaan en zijn troon als de dagen van de hemel.
  31. Wanneer zijn kinderen mijn Tora zullen verlaten en niet wandelen in mijn rechtsvoorschriften;
  32. wanneer zij mijn wetten zullen ontheiligen, en mijn geboden niet zullen onderhouden,
  33. dan zal Ik hun overtredingen straffen met de roede, en hun zonden met plagen;
  34. maar mijn liefde zal Ik niet aan hem onthouden, en mijn trouw zal ik niet verloochenen,
  35. Ik zal mijn verbond niet ontheiligen en niet veranderen wat over mijn lippen is gekomen.
  36. Eenmaal heb Ik gezworen bij mijn heiligheid: tegen David zal Ik zeker niet liegen!
  37. Zijn nageslacht zal voor eeuwig zijn, en zijn troon zal als de zon voor mij zijn;
  38. als de maan zal hij voor altijd vaststaan, en een getrouwe getuige zijn aan de hemel. sela
  39. Maar U hebt verstoten en veracht, en bent boos geworden op uw gezalfde;
  40. U hebt uw verbond met uw knecht verworpen, en zijn kroon ter aarde ontwijd;
  41. al zijn muren hebt U verbroken, zijn vestingen gemaakt tot puin;
  42. al die op de weg voorbij gingen, plunderden hem, hij werd een smaad voor zijn buren;
  43. U verhoogt de rechterhand van zijn tegenstanders en al zijn vijanden hebt U verheugd;
  44. ook hebt U de scherpte van zijn zwaard omgekeerd, en doet hem niet standhouden in de strijd;
  45. U maakte een einde aan zijn pracht, en hebt zijn troon ter aarde neergeworpen;
  46. U hebt de dagen van zijn jeugd verkort, en hem met smaad bedekt. sela
  47. Hoelang Hashem, zult U zich voortdurend verbergen, en zal uw toorn branden als vuur?
  48. Gedenk, hoe kort mijn levensduur is, tot welke nietigheid U alle mensenkinderen hebt geschapen.
  49. Welk mens leeft er die de dood niet zal zien, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk? sela
  50. Hashem, waar is uw eerste liefde, die U in uw trouw aan David hebt gezworen?
  51. Gedenk Hashem, de smaad van uw knechten; die ik in mijn boezem draag van alle grote volken,
  52. daarmee smaden uw vijanden, Hashem, daarmee smaden zij de voetstappen van uw gezalfde!
  53. Gezegend is Hashem voor altijd. Amen. Amen.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.