BSD

Psalm 74

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Een maskil van Asaf. Waarom, Elokim verstoot U ons steeds weer, en bent U brandend vertoornd op de schapen van uw weide?
  2. Denk aan uw gemeente, die U vanouds verworven hebt, die U verlost hebt als stammen van uw erfdeel, de berg Sion, waarop U woont.
  3. Richt uw schreden naar wat voor goed in puin ligt; alles heeft de vijand in het heiligdom vernield.
  4. Uw tegenstanders brullen in het midden van uw vergaderplaats, zij hebben hun tekenen daarin als teken geplaatst;
  5. het had het aanzien alsof iemand de bijl van omhoog op het kreupelhout deed neerkomen;
  6. en nu slaan ze tezamen met bijl en koevoet de ornamenten in stukken;
  7. zij verbranden uw heiligdom, zij ontheiligen de woning van uw naam tot op de bodem;
  8. zij zeggen in hun hart: laten wij hen tezamen onderdrukken en alle godshuizen in het land verbranden.
  9. Onze tekenen zien wij niet, er is geen profeet meer, niemand onder ons weet tot hoelang.
  10. Tot wanneer Elokim zal de tegenstander smaden en de vijand voor altijd uw naam ontheiligen?
  11. Waarom houdt U uw hand terug, zelfs uw rechterhand? Trek ze uit uw boezem en verdelg!
  12. Want Elokim is vanouds mijn koning, die in het midden van de aarde verlossing bewerkt.
  13. U bent het, die de zee hebt gekliefd door uw kracht, U verbrijzelt de koppen van de zeemonsters in het water.
  14. U bent het, die de koppen van de Leviathan verbrijzelt, U geeft ze als voedsel aan de woestijnbewoners.
  15. U bent het, die bronnen en beken hebt opengebroken; U bent het, die altijd stromende rivieren doet opdrogen.
  16. Van U is de dag en van U is ook de nacht; U hebt het licht en de zon bereid.
  17. U hebt alle grenzen van de aarde vastgesteld; zomer en winter hebt U geformeerd.
  18. Herinner dit: de vijand smaadt Hashem en een dwaas volk lastert uw naam.
  19. Geef de ziel van uw tortelduif niet aan het wildgedierte, en vergeet niet voor altijd het leven van uw armen.
  20. Aanschouw het verbond, want de duistere plaatsen van de aarde zijn gevuld met holen van geweld.
  21. Laat de onderdrukten niet met schande terugkeren, want de arme en de ellendige zullen uw naam prijzen.
  22. Sta op, Elokim! Voer uw rechtsgeding. Herinner U de smaad, die de dwazen U de hele dag aandoen.
  23. Vergeet niet de stem van uw tegenstanders, het getier van hen die tegen U opstaan, dat gedurig omhoog stijgt.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.