BSD

Psalm 73

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

  1. Een psalm van Asaf. Waarlijk Elokim is goed voor Israƫl, voor de reinen van hart.
  2. Maar wat mij betreft, waren mijn voeten bijna afgeweken, bijna waren mijn schreden uitgegleden.
  3. Want ik was jaloers op de hoogmoedigen, toen ik de voorspoed van de goddelozen zag.
  4. Zij worden niet gekweld door hun dood en hun lichaam is weldoorvoed;
  5. in de ellende der mensen delen zij niet, en zij worden niet met [andere] mensen geplaagd.
  6. Daarom is hoogmoed hun halssierraad, geweld omhult hen als een kleed;
  7. hun ogen puilen uit van vet, de inbeeldingen van hun hart lopen over,
  8. zij spotten en spreken boosaardig over verdrukking, uit de hoogte spreken zij;
  9. zij zetten hun mond op tegen de hemel en trots roeren zij hun tong op aarde.
  10. Daarom keert zijn volk zich hierheen, en als water in overvloed wordt het door hen geslorpt;
  11. en zij zeggen: hoe zou Elokim het weten; is er kennis bij de Allerhoogste?
  12. Zie, dat zijn de goddelozen, zij zijn altijd onbezorgd en vermeerderen hun bezit.
  13. Zeker heb ik mijn hart tevergeefs rein gehouden en heb ik mijn handen in onschuld gewassen.
  14. Want ik word elke dag gekweld en ik word elke morgen gestraft.
  15. Wanneer ik zou spreken en aldus zou vertellen, zie ik had in ontrouw gehandeld jegens het geslacht van uw kinderen.
  16. Ik dacht na om dit te begrijpen, het was een kwelling in mijn ogen,
  17. totdat ik kwam naar de heiligdommen van Elokim en ik hun einde waarnam.
  18. Waarlijk op glibberige plaatsen stelde U hen en U doet ze in puin vallen.
  19. Hoe zijn ze plotseling tot een verschrikking geworden, zij kwamen aan hun eind en vergingen door verschrikkingen;
  20. gelijk een droom na het ontwaken, zo Hashem, zult U hun beeld in de stad versmaden.
  21. Toen ik verbitterd was in mijn hart en geprikkeld werd in mijn nieren,
  22. toen was ik dwaas en onwetend. Ik was als een [redeloos] dier bij U.
  23. Toch was ik altijd bij U, U vatte mij bij de rechterhand;
  24. U leidt mij in uw raad en daarna zult U mij met ere ontvangen.
  25. Wie heb ik [naast U] in de hemel? Met U heb ik niets op aarde te wensen;
  26. mijn lichaam en mijn hart smachten, Elokim is de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.
  27. Want zie, zij die zich van U verwijderen gaan te gronde, U vernietigt allen die overspelig zijn jegens U,
  28. het is voor mij goed om nabij Elokim te zijn, in Hashem Hashem stel ik mijn toevlucht, om van al uw werken te vertellen.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.