BSD

Psalm 71

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Bij U, Hashem, schuil ik; laat mij nooit beschaamd worden.
  2. Door uw rechtvaardigheid redt en bevrijdt U mij; neig uw oor naar mij en verlos mij.
  3. Wees voor mij een rots ter woning, waarheen ik altijd kan gaan, die U beschikt hebt voor mijn redding, want U bent mijn rots en mijn vesting.
  4. Mijn Elokim, mijn redder uit de hand van de goddeloze, uit de greep van de slechteriken en de onderdrukkers.
  5. Want op U hoop ik Hashem Hashem, mijn vertrouwen van mijn jeugd aan;
  6. op U heb ik gesteund van de moederschoot aan, uit het ingewand van mijn moeder hebt U mijn [navelstreng] losgesneden. U geldt bestendig mijn lofzang.
  7. Ik ben voor velen als een teken, U was mijn machtige schuilplaats.
  8. Mijn mond vulde zich met uw lof, de hele dag met uw glorie.
  9. Verwerp mij niet in mijn ouderdom, verlaat mij niet wanneer mijn kracht vergaat.
  10. Want mijn vijanden spreken over mij en zij die mijn leven belagen, beraadslagen tezamen.
  11. En zeggen: Elokim heeft hem verlaten, achtervolgt hem en grijpt hem, want er is geen redder.
  12. Elokim, verwijder U niet van mij; mijn Elokim, haast U mij te helpen.
  13. Laten de tegenstanders van mijn ziel beschaamd worden en vergaan; laten met smaad en schande bedekt worden die mij kwaad zoeken te doen.
  14. En ik, ik zal steeds wachten en uw lof vermeerderen;
  15. mijn mond zal uw gerechtigheid vertellen en dagelijks uw heil, maar ik weet ze niet te tellen.
  16. Ik zal verkondigen de machtige daden van Hashem Hashem, ik zal uw gerechtigheid vermelden, de uwe alleen.
  17. Elokim, U hebt mij van mijn jeugd aan geleerd, tot nu toe vertel ik uw wonderen;
  18. ook nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet Elokim, totdat ik aan dit geslacht uw arm verkondig en aan ieder, die komt, uw kracht.
  19. Elokim uw gerechtigheid reikt tot in de hoge, U die grote dingen doet, Elokim; wie is U gelijk?
  20. U hebt mij veel en ernstige ellende doen zien, doe mij herleven en doe mij weer uit het diepste der aarde omhoog komen.
  21. Wil mijn grootheid vermeerderen en maak U op om mij te troosten.
  22. Ook zal ik U danken met een harp voor uw trouw, mijn Elokim; ik zal van U zingen met de lier, heilige Israƫls.
  23. Mijn lippen zullen jubelend juichen, wanneer ik van U zal zingen en mijn ziel, die U hebt verlost.
  24. Ook zal mijn tong de hele dag van uw gerechtigheid gewagen, want zij worden beschaamd en schaamrood, die mij zoeken kwaad te doen.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.