BSD

Psalm 59

  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Vers 1: op tascheth: Hij noemde deze psalm zo omdat hij op het punt stond te sterven en te worden vernietigd en om genade in deze zaak smeekte. (Rashi).

Bij vertaalwerk uit het Hebreeuws gebruiken wij o.a. een geautoriseerde tekst van de “Evangelische Deutsche Original – Bibel von 1741” met de originele Hebreeuwse tekst en de originele Duitse vertaling van Maarten Luther. De oorspronkelijke Bijbel bevindt zich in de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Via microfilm werd in 1986 deze Bijbel herdrukt door Eva Berndt Verlags in Berlijn.

De vertaling van Luther is vaak onnauwkeurig, maar dat is niet wat we hier aan de orde willen brengen. Luther plaatste kopjes boven de hoofdstukken en zo ook boven de Psalmen met de bedoeling een samenvatting te geven.

Onze verbazing, en dat is nog zacht uitgedrukt, heeft betrekking op het kopje boven deze psalm 59: “Juden sind verflucht, und was verrucht, nur Schaden sucht.” De herziene statenvertaling geeft als kopje "Gebed van een onschuldig vervolgde".

Het is voor ons een volkomen raadsel waarom deze ontboezeming boven deze Psalm is geplaatst. Waarom überhaupt deze ontboezeming? De inhoud is ronduit walgelijk en tekent het karakter van deze “kerkhervormer”. Voor hen die het Duits niet machtig zijn, vrij vertaald staat er: “Joden zijn vervloekt, en wat godvergeten is, daar krijg je alleen maar schade van.”
  1. Voor de dirigent, op tascheth, van David. Een michtam, toen Saul [mannen] zond en zij het huis bewaakten om hem te doden.
  2. Red mij van mijn vijanden, mijn Elokim; bescherm mij tegen hen die tegen mij opstaan.
  3. red mij van de werkers van ongerechtigheid en verlos mij van de bloeddorstige mannen.
  4. Want zie, zij liggen in een hinderlaag voor mijn ziel; sterken willen op mij aanvallen, noch voor mijn overtredingen, noch voor mijn zonden, Hashem;
  5. zonder ongerechtigheid, rennen zij en maken zich gereed. Waak op, om mij tegemoet te komen en zie.
  6. U, Hashem, Elokim, Tsevaot, Elokim van Israël, ontwaak om alle natiën te straffen, heb geen genade met de ongerechtigheid van alle trouwelozen. sela
  7. Zij keren terug in de avond, zij blaffen als een hond en gaan de stad rond.
  8. Zie, zij slaan slechte taal uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen, want wie luistert?
  9. Maar U, Hashem, zult over hen lachen en U zult spotten met alle natiën.
  10. Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want Elokim is mijn schuilplaats.
  11. De barmhartigheid van Elokim zal mij tegemoetkomen, Elokim zal mij doen neerzien op mijn vijanden.
  12. Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergeet; en doe hen door uw macht rondzwerven en breng hen ten val, Hashem, ons schild.
  13. De zonde van hun mond is het woord van hun lippen, en zij zullen in hun hoogmoed gevangen worden, vanwege de vloek en de leugen die zij vertellen.
  14. Vernietig hen in woede, vernietig hen zodat zij niet meer zijn; en dat zij weten dat Elokim heerst in Jacob, tot aan de einden der aarde. sela
  15. En zij zullen in de avond weerkeren en blaffen als honden en de stad rond gaan.
  16. Zij zullen omdolen om te eten; als zij niet verzadigd zijn, dan grommen zij.
  17. Maar ik zal zingen van uw sterkte, in de ochtend zal ik jubelend zingen over uw barmhartigheid; want U was mij een rots en een schuilplaats in dagen van nood.
  18. Mijn sterkte! Voor U wil ik zingen; want Elokim is mijn rots en mijn barmhartige Elokim.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.