BSD

Psalm 35

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Van David. Twist Hashem met die met mij twisten, strijd met mijn bestrijders.
  2. Grijp schild en wapenrusting om mij te helpen.
  3. En werp de speer en versper de weg voor mijn vervolgers. Zeg tot mijn ziel: IK ben je redder.
  4. Zij zullen zich schamen en zich te schande maken, terwijl zij mij naar het leven staan. Mogen zij terugkeren en beschaamd worden, die van plan zijn mij kwaad te doen.
  5. Laat ze zijn als kaf voor de wind en laat de engel van Hashem ze wegstoten;
  6. laat hun weg verduisterd en glibberig zijn en laat de engel van Hashem hen achtervolgen;
  7. want zonder oorzaak hebben zij een kuil en een vangnet voor mij verborgen, zonder oorzaak hebben zij kuilen voor mijn ziel gegraven.
  8. Moge het verderf ongemerkt over hem komen en zijn net dat hij verborg zal hem vangen en hij valt in het verderf.
  9. En mijn ziel zal juichen in Hashem en zal zich verheugen om zijn redding.
  10. Al mijn beenderen zullen zeggen: wie is er als U, die een arme redt van wie sterker is dan hij en een arme en een behoeftige van wie hem berooft?
  11. Misdadige getuigen staan op, zij vragen mij wat ik niet weet,
  12. zij vergelden mij kwaad voor goed, ik word van kinderen beroofd,
  13. maar ik, toen zij ziek waren, kleedde ik mij in een rouwgewaad, ik verootmoedigde mij met vasten en mijn gebed keerde in mijn boezem terug;
  14. als was het mijn vriend of mijn broeder zo ging ik rond; als een moeder in rouw, als een treurende buig ik mij neer.
  15. En als ik mank ga, verheugen en verzamelen zij zich, geslagenen verzamelen zich tegen mij en ik weet niet waarom, zij lasteren en houden zich niet stil.
  16. Vanwege het vleien en spotten om voedsel, knarsen zij met hun tanden tegen mij.
  17. Hashem, hoelang zult U toezien? Red mijn ziel van hun verderf, mij een eenzame, van de jonge leeuwen.
  18. Ik wil U danken in een grote gemeente, te midden van een machtig volk zal ik U prijzen.
  19. Laten mijn valse vijanden zich niet over mij verheugen, noch met de ogen knipperen, die mij zonder oorzaak haten.
  20. Want zij spreken niet over vrede en tegen de stillen in het land beramen zij woorden van bedrog,
  21. en zij sperren hun mond open tegen mij en zeggen: Aha! Aha! Ons oog heeft het gezien.
  22. U zag Hashem, zwijg niet, Hashem verwijder U niet van mij.
  23. Waak op en ontwaak voor mijn recht, voor mijn geding, mijn Elokim en mijn Hashem.
  24. Hashem, mijn Elokim, oordeel mij naar uw gerechtigheid, dat zij zich niet over mij verheugen;
  25. dat zij niet in hun hart zullen zeggen: Aha! Onze wens!, dat zij niet zullen zeggen wij hebben hem verzwolgen.
  26. Laten tezamen beschaamd en schaamrood worden die zich verheugen over mijn ongeluk, laat hen gekleed zijn in schaamte en schande, terwijl zij zich tegenover mij groot maken.
  27. Laat hen, die mijn rechtvaardiging wensen, jubelen en zich verheugen, laten zij steeds zeggen: groot is Hashem, die de vrede voor zijn knecht wenst.
  28. En mijn tong zal spreken van uw gerechtigheid en U elke dag prijzen.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.