BSD

Psalm 31

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Voor de dirigent, een psalm van David.
  2. Hashem, bij U schuil ik, laat mij nimmer beschaamd worden, red mij door uw gerechtigheid,
  3. neig uw oor tot mij, red mij snel. Wees een sterke rots voor mij, een huis als een vesting om mij te redden,
  4. want mijn rots en mijn vesting bent U en om der wille van uw naam zult U mij leiden en begeleiden.
  5. Bevrijd mij van dit net, dat zij voor mij verborgen hebben, want U bent mijn toevluchtsoord.
  6. Mijn geest vertrouw ik toe in uw hand, U bevrijdt mij Hashem, getrouwe Elokim.
  7. Ik haat hen die ijdele nietigheden vereren, maar ik vertrouw op Hashem.
  8. Ik zal juichen en ik zal mij verheugen om uw goedertierenheid, dat U mijn ellende hebt gezien, U kende de noden van mijn ziel.
  9. En U hebt mij niet overgeleverd in de hand van een vijand, U plaatste mijn voeten in de ruimte.
  10. Hashem wees mij genadig, want ik ben bang; door verdriet verzwakt mijn oog, mijn ziel en mijn lichaam.
  11. Want mijn leven eindigt in zorg en mijn jaren in zuchten, mijn kracht is door ongerechtigheid gestruikeld en mijn beenderen vergaan.
  12. Voor allen die mij vijandig gezind zijn ben ik tot smaad geworden, het allermeest voor mijn buren en voor bekenden tot een schrik; die mij buiten zien, vluchten voor mij.
  13. Vergeten ben ik, uit het hart, als een dode; ik ben geworden als een gebroken vat.
  14. Want ik heb gehoord de roddel van velen, schrik van rondom, zij spannen met elkaar tegen mij samen, zij smeden boze plannen om mij het leven te benemen.
  15. Maar ik vertrouw op U, Hashem, ik zeg: U bent mijn Elokim.
  16. Mijn tijden zijn in uw hand, red mij uit de hand van mijn vijanden en mijn achtervolgers.
  17. Laat uw aangezicht schijnen over uw knecht, red mij door uw goedertierenheid.
  18. Hashem laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan, laat de goddelozen beschaamd worden en tot zwijgen gebracht worden in het dodenrijk.
  19. Laat leugenlippen verstommen, zij die onbeschaamd spreken tegen een rechtvaardige, met hoogmoed en minachting.
  20. Hoe groot is uw goedheid, die U weglegt voor hen, die U vrezen en bereid hebt voor hen die bij U schuilen, in tegenwoordigheid van mensen.
  21. U zult hen verbergen in de verborgenheid van uw aangezicht, voor een samenscholing van mensen; U verbergt hen in een hut voor het getwist van tongen.
  22. Gezegend is Hashem, want Hij betoonde mij wonderbaarlijke liefde in een belegerde stad.
  23. En ik, ik zei in mijn paniek: ik ben verbannen uit uw ogen, desalniettemin hoort U de stem van mijn smeekbeden wanneer ik tot U schreeuw om hulp.
  24. Heb Hashem lief al zijn vromen, Hashem behoedt hen die [in Hem] geloven en Hij vergeldt ruimschoots hen die hoogmoedig handelen.
  25. Wees sterk en jullie hart zij onversaagd allen, die met ongeduld wachten op Hashem.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.