BSD

Psalm 18

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

  1. Voor de dirigent. Van de knecht van Hashem, van David, die sprak tot Hashem de woorden van dit lied op de dag dat Hashem hem bevrijdde uit de hand van al zijn vijanden en uit de hand van Saul.
  2. En hij zei: ik heb U lief Hashem, mijn sterkte.
  3. Hashem is mijn rots en mijn vesting, mijn redder, mijn Elokim, mijn rots bij wie ik toevlucht zoek, mijn schild en de hoorn van mijn redding, mijn toevlucht.
  4. Met lofzang roep ik tot Hashem want van mijn vijanden ben ik verlost.
  5. Banden van de dood omringden mij, een stroom van goddeloosheid joeg mij schrik aan.
  6. De banden van het dodenrijk omringden mij, met valstrikken van de dood werd ik geconfronteerd.
  7. In mijn nood riep ik tot Hashem en tot mijn Elokim riep ik om hulp. Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, mijn hulpgeroep tot Hem drong door in zijn oren.
  8. De aarde schudde en beefde en de fundamenten van de bergen sidderden en zij daverden toen Hij toornig werd.
  9. Rook steeg op uit zijn neus, een verterend vuur uit zijn mond, kolen ontbrandden door Hem.
  10. Hij boog de hemelen neer en daalde af, duisternis was onder zijn voeten.
  11. En Hij besteeg een Cherub en vloog, en zweefde op de vleugelen van de wind.
  12. Hij maakte duisternis tot zijn omhulsel, tot zijn beschutting rondom zich; duistere wateren, wolkengevaarten.
  13. Van de glans voor Hem verdwenen zijn wolken, hagel en vurige kolen.
  14. En Hashem donderde in de hemel en de Allerhoogste zette zijn stem kracht bij met hagel en vurige kolen.
  15. En Hij zond zijn pijlen en Hij verstrooide hen, liet het veel weerlichten en Hij bracht verwarring.
  16. De beddingen van de wateren werden zichtbaar en de fundamenten van het vaste land werden blootgelegd door uw dreigen Hashem, door het blazen van de adem van uw neus.
  17. Hij reikte vanuit de hoogte, greep mij, trok mij op uit vele wateren.
  18. Hij redde mij van mijn sterke vijand en van mijn haters, want zij waren sterker dan ik.
  19. Zij traden mij in de weg op de dag van mijn rampspoed, maar Hashem was mij tot hulp.
  20. Hij bracht mij in een open ruimte, Hij redde mij, omdat Hij welgevallen aan mij had.
  21. Hashem deed mij naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid van mijn handen vergold Hij mij.
  22. Ik heb de wegen van Hashem bewaard en ben niet goddeloos afgeweken van mijn Elokim.
  23. Want al zijn verordeningen zijn voor mijn ogen en ik zal zijn wetten niet van mij verwijderen.
  24. En ik was onberispelijk jegens Hem en wachtte mij voor ongerechtigheden.
  25. En Hashem heeft mij vergolden naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid van mijn handen voor zijn ogen.
  26. Jegens de vrome betoont U zich vroom en jegens de onberispelijke betoont U zich onberispelijk.
  27. En jegens de reine betoont U zich rein en jegens de verkeerde, betoont U zich een tegenstander.
  28. Want U redde een ellendig volk en trotse ogen vernederde U.
  29. Want U gaf licht aan mijn lamp en Hashem Elokim verlichtte mijn duisternis.
  30. Want met U loop ik op een legerbende in en met mijn Elokim spring ik over een muur.
  31. [Hij is] de Elokim wiens weg volmaakt is, het woord van Hashem is zuiver. Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen.
  32. Want wie is Elokim behalve Hashem? En wie is een rots anders dan onze Elokim?
  33. Elokim omgordde mij met kracht en maakte mijn weg effen.
  34. Hij maakte mijn voeten als die van de hinden en doet mij op mijn hoogten staan.
  35. Hij oefent mijn handen tot de strijd, zodat mijn armen een boog kunnen spannen.
  36. En U gaf mij uw schild van redding en uw rechterhand ondersteunde mij en uw vriendelijkheid maakte mij groot.
  37. U hebt ruimte gemaakt voor mijn voetstappen en mijn enkels wankelden niet.
  38. Ik heb mijn vijanden achtervolgd en ingehaald en keerde niet terug totdat zij vernietigd waren.
  39. Ik verpletterde hen en zij konden niet opstaan, zij vielen onder mijn voeten.
  40. En U omgordde mij met kracht voor de strijd, U hebt hen, die tegen mij opstonden op de knieƫn gedwongen.
  41. U deed mijn vijanden mij de rug toekeren en mijn haters vernietigde ik.
  42. Zij schreeuwden om hulp en er was geen redder; tot Hashem en Hij antwoordde hen niet.
  43. Ik vermaalde hen als stof voor de wind; als modder in de straten goot ik hen uit.
  44. U redde mij van de twisten van het volk; U maakte mij tot hoofd van de volkeren, een volk dat ik niet kende, diende mij.
  45. Nauwelijks hadden ze van mij gehoord of zij gehoorzaamden mij, vreemdelingen veinsden onderdanigheid jegens mij.
  46. Vreemdelingen zijn afgemat en komen bevend uit hun burchten.
  47. Hashem leeft en gezegend is mijn rots en verheven is de Elokim van mijn redding.
  48. Elokim die mij wraak heeft gegeven en die volkeren aan mij onderworpen heeft.
  49. U redde mij van mijn vijanden, zelfs boven hen, die tegen mij opstaan, hebt U mij verheven; van de man van geweld redde U mij.
  50. Daarom zal ik U onder de volken prijzen Hashem en uw naam lofzingen.
  51. Hij geeft grote redding aan zijn koning en Hij bereidt gunstbewijzen voor zijn gezalfde; voor David en zijn nageslacht tot in eeuwigheid.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.