BSD

Psalm 139

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Voor de dirigent. Een psalm van David. Hashem doorziet en kent mij;
  2. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U verstaat mijn gedachten van verre;
  3. U neemt de maat van mijn gaan en mijn liggen en al mijn wegen zijn U bekend.
  4. Want zie er is geen woord op mijn tong, Hashem, U weet alles;
  5. U omsingelt mij van achteren en van voren en legt uw hand op mij.
  6. Het weten is te wonderbaar voor mij, onbereikbaar, ik kan er niet bij.
  7. Waar zal ik heengaan voor uw geest, en waar zal ik voor uw aangezicht heen vluchten?
  8. Als ik opklim naar de hemel [dan] bent U daar, maakte ik van het dodenrijk mijn bed, U bent daar;
  9. nam ik vleugelen van de dageraad, ging ik wonen aan de verste zee,
  10. ook daar zal uw hand mij leiden, en uw rechterhand zal mij vasthouden.
  11. Zeg ik: duisternis zal mij bedekken, dan is de nacht een licht rondom mij;
  12. ook duisternis wordt niet duister bij U, en de nacht is licht als de dag, duisternis en licht zijn hetzelfde.
  13. U vormde mijn nieren, U hebt mij in de schoot van mijn moeder geweven.
  14. Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend wonderbaar gemaakt ben, wonderbaar zijn uw werken, mijn ziel weet dat zeer wel.
  15. Mijn gebeente was niet verborgen voor U, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gevormd in de diepste lagen van de aarde;
  16. uw ogen zagen mijn vormloos begin; in uw boek waren ze allen opgeschreven, de dagen die gevormd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond.
  17. Hoe kostbaar zijn mij uw gedachten, Elokim, hoe talrijk zijn deze.
  18. Zou ik ze tellen, ze zijn talrijker dan zand; wanneer ik wakker word, ben ik nog bij U.
  19. O Elokim, dat U de goddelozen zult doden, en bloedbeluste mannen wijkt van mij,
  20. zij, die verraderlijk tot U spreken - uw vijanden - verheffen zich zonder oorzaak.
  21. Zal ik niet haten, die U haten, Hashem, en niet verafschuwen, die tegen U opstaan.
  22. Met extreme haat haat ik hen, tot vijanden zijn zij mij.
  23. Onderzoek mij, Elokim, en ken mijn hart, test mij en ken mijn gedachten;
  24. en zie, of bij mij een weg van afgoderij is, en leid mij op de eeuwige weg.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.