BSD

Psalm 136

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.
  1. Dankt Hashem, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  2. Dankt de Elokim van de hemelse machten, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  3. Dankt Hashem van de heren, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  4. Hij, alleen die grote wonderen doet, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  5. Hij die de hemelen maakte met verstand, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  6. Die de aarde op de wateren uitspreidde, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  7. Die de grote lichten gemaakt heeft, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  8. De zon om te heersen over de dag, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  9. De maan en de sterren om te heersen over de nacht, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  10. Die Egypte sloeg in zijn eerstgeborenen, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  11. Die Israël uit hun midden leidde, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  12. Met een sterke hand en een uitgestrekte arm, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  13. Die de Rietzee in tweeën spleet, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  14. En Israël er middendoor liet trekken, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  15. Die de farao en zijn leger in de Rietzee dreef, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  16. Die zijn volk in de woestijn leidde, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  17. Die grote koningen sloeg, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  18. Die machtige koningen ombracht, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  19. Sichon, de koning van de Amorieten, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  20. En Og, koning van Bashan, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  21. En hun land ten erfdeel gaf, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  22. Een erfenis voor Israël zijn knecht, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  23. Die ons in onze nederigheid gedacht, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  24. Die ons van onze vijanden bevrijdde, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  25. Die voedsel gaf aan alle vlees, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  26. Dankt de Elokim van de hemel, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.