BSD

Psalm 109

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

  1. Voor de dirigent. Een psalm van David. Elokim van mijn prijzen, zwijg niet,
  2. want de mond van de goddeloze en de mond van de bedrieger hebben zich geopend tegen mij, zij spreken tegen mij met een leugentong,
  3. en met woorden van haat omringen zij mij en bestrijden mij zonder oorzaak;
  4. in ruil voor mijn liefde beschuldigen zij mij, maar ik ben gebed;
  5. zij laden kwaad op mij in ruil voor goed, en haat in ruil voor mijn liefde.
  6. Stel een goddeloze aan over hem, en een aanklager zal staan aan zijn rechterhand;
  7. wanneer hij berecht is, moge hij als veroordeelde uitgaan, moge zijn gebed tot zonde zijn;
  8. mogen zijn dagen weinig zijn en moge een ander zijn ambt bekleden,
  9. mogen zijn kinderen wezen worden en zijn vrouw weduwe,
  10. mogen zijn kinderen overal rondzwerven en bedelen, en mogen zij zoeken in hun puinhopen.
  11. Moge de schuldeiser al wat hij heeft in beslag nemen, mogen vreemden zijn vermogen plunderen;
  12. moge hij niemand hebben die hem liefde bewijst, en moge niemand zich ontfermen over zijn wezen;
  13. moge zijn nageslacht uitgeroeid worden, moge in het volgende geslacht hun naam worden uitgewist.
  14. Moge de ongerechtigheid van zijn vaderen bij Hashem in herinnering blijven, en de zonde van zijn moeder niet worden uitgewist;
  15. mogen zij altijd voor Hashem zijn, en moge hun gedachtenis van de aarde worden uitgeroeid;
  16. omdat hij er niet aan dacht liefde te bewijzen, maar hij achtervolgde de ellendige en arme en de gebrokene van hart om hen te doden.
  17. En de vloek had hij lief - moge die over hem komen; en hij verlangde de zegen niet – en mag die van hem verwijderd worden;
  18. en hij bekleedde zich met een vloek als met een gewaad – en het kome als water in zijn binnenste en als olie in zijn gebeente;
  19. moge het voor hem zijn als een kleed waarin hij zich hult, en een gordel die hij steeds draagt.
  20. Moge dit alles het loon van Hashem zijn voor mijn tegenstanders, en voor hen die kwaad van mij spreken.
  21. Maar U, Hashem Hashem, doe met mij terwille van uw naam, want goed is uw liefde, red mij;
  22. want ik ben arm en ellendig, en mijn hart is doorboord in mijn binnenste;
  23. als een schaduw die zich verlengt, ga ik heen, als een sprinkhaan word ik afgeschud;
  24. mijn knieën knikken van het vasten, en mijn vlees is mager zonder vet,
  25. en ik ben tot schande voor hen geworden; wanneer zij mij zien, schudden zij hun hoofd.
  26. Help mij, Hashem, mijn Elokim, red mij door uw goedertierenheid,
  27. laat hen het weten, dat dit uw hand is, dat U, Hashem, het gedaan hebt.
  28. Vloeken zij - U zult zegenen; staan zij op - zij zullen te schande worden, en uw knecht zal zich verheugen.
  29. Mogen mijn tegenstanders zich bekleden met smaad, mogen zij zich omhullen in hun schande als in een mantel.
  30. Ik zal Hashem met luide stem danken en Hem prijzen te midden van velen;
  31. want Hij staat aan de rechterhand van de arme, om hem te redden van wie hem veroordelen.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.