BSD

Psalm 106

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

  1. Halleluja. Dankt Hashem, want Hij is goed, want zijn liefde is eeuwig.
  2. Wie kan de grote daden van Hashem verklaren? Wie kan al zijn lof doen horen?
  3. Gelukkig zijn zij die zich houden aan het recht en altijd gerechtigheid doen.
  4. Gedenk mij, Hashem, wanneer U genade bewijst aan ons volk, bewijs mij uw hulp,
  5. om het goede voor uw uitverkorenen te zien, om mij te verheugen in de vreugde van uw volk, en mij te beroemen met uw erfdeel.
  6. Wij hebben gezondigd, evenals onze vaderen, wij hebben verkeerd gedaan. en goddeloos gehandeld.
  7. Onze vaderen in Egypte sloegen geen acht op uw wonderen, zij dachten niet aan uw grote liefde, zij waren weerspannig bij de zee, bij de Rietzee.
  8. Maar Hij redde hen ter wille van zijn naam, om zijn macht bekend te maken.
  9. Hij bedreigde de Rietzee, en zij verdroogde, en liet hen gaan door de waterdiepten als door een woestijn.
  10. Hij redde hen uit de hand van de hater en Hij verloste hen uit de hand van de vijand;
  11. want het water bedekte hun tegenstanders, niet één van hen bleef over.
  12. Toen geloofden zij zijn woorden, en zongen zijn lof.
  13. Spoedig vergaten zij zijn daden, zij wachtten niet op zijn raad;
  14. zij werden door lust bevangen in de woestijn en zij beproefden Elokim in de wildernis.
  15. Hij gaf hen wat zij vroegen, maar Hij zond zoveel zodat ze stierven.
  16. En zij waren jaloers op Mozes in de legerplaats, en op Aaron, de heilige van Hashem.
  17. De aarde opende zich en verzwolg Datan en bedekte de bende van Abiram.
  18. Een vuur ontbrandde onder hun bende en een vuur verbrandde de goddelozen.
  19. Zij maakten een kalf in Horeb en bogen zich neer voor een gegoten beeld;
  20. zij verruilden hun eer voor een beeld van een rund, dat gras eet.
  21. Zij vergaten Elokim, hun redder, Hij die grote dingen in Egypte deed,
  22. wonderen in het land van Cham en geduchte daden bij de Rietzee.
  23. En Hij zei hen te vernietigen, indien Mozes, zijn uitverkorene, niet voor Hem had gestaan, om zijn toorn af te wenden, zodat Hij hen niet verdierf.
  24. En zij verachtten het beloofde land, en geloofden niet in zijn woord;
  25. en zij morden in hun tenten, en hoorden niet naar de stem van Hashem.
  26. Toen hief Hij zijn hand op tegen hen om hen neer te slaan in de woestijn,
  27. en om hun nakroost onder de volkeren neer te vellen, en hen te verstrooien over de landen.
  28. Toen verbonden zij zich aan Baäl Peor en aten dodenoffers,
  29. zij tergden Hem door hun daden, zodat er een plaag onder hen uitbrak.
  30. Maar Pinchas stond op, hield gericht toen werd de plaag afgewend.
  31. En het werd hem tot gerechtigheid gerekend, van geslacht tot geslacht, voor altijd.
  32. En zij vertoornden Hem bij de wateren van Meriba, en het verging Mozes slecht ter wille van hen,
  33. want zij waren weerspannig tegen zijn geest en hij sprak onbezonnen met zijn lippen.
  34. Zij vernietigden de volkeren niet, zoals Hashem hen gezegd had;
  35. zij vermengden zich met de natiën en leerden hun daden,
  36. en zij dienden hun afgoden, en die werden voor hen tot een valstrik,
  37. en zij offerden hun zonen en hun dochters aan de boze geesten;
  38. en zij vergoten onschuldig bloed, bloed van hun zonen en dochters, die zij offerden aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door bloedschuld werd ontwijd.
  39. En zij verontreinigden zich door hun werken, en hoereerden door hun daden.
  40. Toen ontbrandde de toorn van Hashem tegen zijn volk, en verafschuwde Hij zijn erfdeel;
  41. en gaf hen in de macht van de natiën, en hun haters heersten over hen;
  42. en de vijanden verdrukten hen, en zij werden vernederd onder hun macht.
  43. Vele malen redde Hij hen, maar zij waren weerspannig in hun ongehoorzaamheid, en zonken weg in hun ongerechtigheid.
  44. En Hij zag hen in hun benauwdheid, toen Hij hun gejammer hoorde,
  45. herinnerde Hij zich zijn verbond met hen, en troostte hen met zijn grote liefde.
  46. Dan deed Hij hen barmhartigheid vinden bij allen die hen gevangen hadden genomen.
  47. Red ons, Hashem, onze Elokim, en verzamel ons uit de natiën, om uw heilige naam te danken, om te roemen in uw lof.
  48. Gezegend is Hashem, de Elokim van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Al het volk zegge amen. Halleluja.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.