BSD

Psalm 104

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

  1. Zegent Hashem, mijn ziel. Hashem, mijn Elokim, U bent zeer groot, U hebt U bekleed met majesteit en glorie.
  2. Hij hult zich in licht als in een mantel, Hij strekt de hemel uit als een tentkleed,
  3. Hij timmert zijn opperzalen in de wateren, Hij maakt de wolken tot zijn wagen en Hij wandelt op de vleugelen van de wind.
  4. Hij maakt de winden tot zijn boden en laaiend vuur tot zijn dienaren.
  5. Hij vestigt de aarde op haar grondslagen, zodat ze nimmermeer wankelt.
  6. Hij bedekt de waterdiepte als met een kleed, boven de bergen stonden de wateren;
  7. voor uw berisping vluchtten zij, voor het geluid van uw donder haastten zij zich weg;
  8. de bergen rezen op, de dalen zonken neer, op deze plaats legde U de grondslag voor hen.
  9. U hebt een grens vastgesteld, die zij niet overschrijden: zij zullen de aarde niet meer bedekken.
  10. Hij zendt de bronnen naar de rivieren, tussen de bergen stromen zij;
  11. zij geven alle dieren van het veld te drinken, en de wilde ezels lessen hun dorst.
  12. Bij hen wonen de vogels des hemels, tussen het gebladerte zingen zij hun lied.
  13. Hij geeft de bergen uit de opperzalen te drinken, van de vrucht van uw werken is de aarde verzadigd.
  14. Hij doet het gras groeien voor het vee en het groene kruid, om door de mensen bewerkt te worden, om brood uit de aarde voort te brengen
  15. en wijn, dat het hart van de mens verheugt, en laat het aangezicht glanzen van olie, en brood, dat het hart van de mens versterkt.
  16. De bomen van Hashem worden verzadigd, de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft,
  17. daar waar de vogels nestelen. Cipressen zijn het huis van de ooievaar,
  18. de hoge bergen zijn voor de steenbokken, de rotsen een schuilplaats voor de klipdassen.
  19. Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste feestdagen en de zon kent haar tijd van haar ondergang.
  20. U maakt duisternis en het is nacht, waarin alle dieren van het woud zich roeren;
  21. de jonge leeuwen brullen om prooi en zoeken hun eten van Elokim.
  22. Gaat de zon op, dan trekken zij zich terug en leggen zich neer in hun holen.
  23. Dan gaat de mens uit naar zijn werk en naar zijn arbeid tot de avond.
  24. Hashem, hoe talrijk zijn uw werken, U hebt ze allemaal met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van uw scheppingen.
  25. Daar is de groot en wijd uitgestrekte zee, daar is gewemel, zonder tal, schepselen klein en groot;
  26. daar gaan de schepen, de Leviathan, die U geformeerd hebt om mee te spelen.
  27. Allen wachten op U, om hen eten te geven op zijn tijd;
  28. U geeft aan hen, zij verzamelen, U opent uw hand, ze worden met goed verzadigd;
  29. verbergt U uw aangezicht, zij worden verschrikt, neemt U hun adem weg, zij sterven en zij keren terug tot hun stof;
  30. U zendt uw adem, zij worden geschapen en U vernieuwt het aangezicht van de aarde.
  31. De eer van Hashem is eeuwig, Hashem verheugt zich in zijn werken.
  32. Hij schouwt naar de aarde en zij beeft, Hij raakt de bergen aan en zij roken.
  33. Zo lang ik leef, zal ik zingen voor Hashem, zolang ik ben, zal ik mijn Elokim prijzen;
  34. moge mijn overdenking Hem behagen. Ik zal mij verheugen in Hashem.
  35. De zondaren zullen van de aarde verdwijnen en de goddelozen zullen er niet meer zijn. Zegen Hashem, mijn ziel. Halleluja.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.