BSD

Dag 10

     psalms
  • Elohim spreek uit Elokim is een gebruikelijke naam voor God in the Hebreeuwse Bijbel.
  • Hashem betekent letterlijk: "De Naam" en is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Psalm 55

  1. Voor de dirigent. Op de snaarinstrumenten. Een maskil van David.
  2. Elokim, luister naar mijn gebed en verberg U niet voor mijn smeking.
  3. Sla acht op mij en antwoord mij; klagend en kreunend zwerf ik rond,
  4. vanwege het geschreeuw van de vijand, vanwege de onderdrukking van de goddelozen; want zij storten onheil over mij uit en haten mij met passie.
  5. Mijn hart beeft in mijn binnenste, de verschrikkingen van de dood zijn op mij gevallen,
  6. vrees en beven komen over mij en schrik bedekte mij.
  7. Ik zei: “O, had ik vleugels als een duif, ik zou wegvliegen en een woonplaats zoeken;
  8. zie, ik zou ver weg vliegen, ik zou overnachten in de woestijn. sela
  9. Ik zou mij haastig een schuilplaats zoeken tegen de rukwinden en de storm.
  10. Hashem, verwar en verdeel hun spraak. Want ik zie geweld en twist in de stad,
  11. dag en nacht gaan zij rond op haar muren; onheil en rampspoed zijn in haar,
  12. verderf is in haar midden en van haar plein wijken verdrukking noch bedrog.
  13. Want het is niet mijn vijand, die mij smaadt; want dat zou ik kunnen verdragen; het is niet mijn hater, die zich boven mij verheft; voor hem zou ik mij verbergen.
  14. Maar jij bent het, een mens als mijns gelijke, mijn vertrouweling en mijn vriend,
  15. wij, die samen vertrouwelijke omgang genoten, wij gingen in feestgewoel naar het huis van Elokim.
  16. De dood overvalle hen en laat ze levend afdalen in de hel; want kwaad is in hun woning, in hun binnenste.
  17. Ik zal roepen tot Elokim en Hashem zal mij verlossen.
  18. 's Avonds, 's morgens en 's middags klaag en kreun ik; Hij zal mijn stem horen.
  19. Hij verlost mijn ziel in vrede van de strijd tegen mij, want met velen staan zij tegen mij op.
  20. Elokim hoort en Hij zal hen vernederen – Hij, die van oudsher troont, sela – hen, die onbekeerlijk zijn en Elokim niet vrezen.
  21. Hij strekt zijn handen uit tegen mij met wie hij vrede had en hij ontheiligt zijn verbond;
  22. zijn mond is gladder dan boter, maar strijd is in zijn hart; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar ze zijn als getrokken zwaarden.
  23. Werp je bekommernissen op Hashem, Hij zal voor je zorgen, Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige struikelt.
  24. En U, Elokim, zult hen doen neerdalen in de kuil van het verderf; de mannen van bloed en bedrog, zullen de helft van hun dagen niet volmaken, maar ik vertrouw op U.

Psalm 56

  1. Voor de dirigent. Betreffende de verre duif der stilte. Van David, een michtam, toen de Filistijnen hem grepen in Gat.
  2. Elokim, wees mij genadig, want mensen vertrappen mij, de hele dag benauwen mij de bestrijders;
  3. mijn vijand vertrapt mij de hele dag, want velen bestrijden mij uit de hoogte.
  4. Op de dag dat ik vrees, vertrouw ik op U;
  5. op Elokim, wiens woord ik prijs, op Elokim vertrouw ik en ik zal niet vrezen; wat zal een sterveling mij doen?
  6. De hele dag krenken zij mijn woorden; al hun gedachten zijn ten kwade tegen mij.
  7. Zij vallen mij aan en loeren op mij, zij gaan mijn gangen na, omdat zij mij naar het leven staan.
  8. Zal ondanks hun zonde er redding voor hen zijn? Elokim werp de volkeren in toorn neer!
  9. Mijn omzwervingen hebt U geteld, doe mijn tranen in uw kruik; zijn ze niet door U opgetekend?
  10. Dan zullen mijn vijanden terugwijken ten dage dat ik roep; dit weet ik: dat Elokim met mij is.
  11. In Elokim zal ik prijzen zijn woord, in Hashem zal ik prijzen zijn woord,
  12. op Elokim vertrouw ik en ik zal niet vrezen; wat zal een mens mij doen?
  13. Op mij Elokim rust een gelofte aan U, ik zal U dankoffers betalen,
  14. want U hebt mijn ziel van de dood gered; zelfs mijn voet van een misstap, dat ik voor het aangezicht van Elokim mag wandelen in het licht van het leven.

Psalm 57

  1. Voor de dirigent, op tascheth, van David, Een michtam, toen hij voor Saul vluchtte in de grot.
  2. Heb genade met mij Elokim, heb genade met mij, want bij U schuilt mijn ziel, in de schaduw van uw vleugelen zal ik schuilen, totdat het onheil voorbij is.
  3. Ik roep tot Elokim, de Allerhoogste, tot Elokim, die het voor mij voleindigt.
  4. Hij zal [hulp] van de hemel zenden en mij verlossen en Hij zal te schande maken, die mij vertrapt, sela. Elokim zal zijn barmhartigheid en waarheid zenden.
  5. Ik lig neer te midden van leeuwen, verslindende mensenkinderen; hun tanden zijn als speren en pijlen en hun tong als een scherp zwaard.
  6. Verhef U, Elokim, boven de hemel, uw eer is over de hele aarde.
  7. Ze bereidden een vangnet voor mijn voeten en zij bogen mijn ziel terneer, zij groeven voor mij een kuil en vielen er midden in. sela
  8. Mijn hart is gerust, Elokim, mijn hart is gerust; ik zal zingen en prijzen.
  9. Waak op, mijn ziel, waak op, harp en citer; ik wil het morgenrood wekken.
  10. Hashem, ik wil U danken onder de volkeren, ik zal U prijzen onder de natiën;
  11. want hemelhoog is uw goedertierenheid en zover de wolken reiken uw waarheid.
  12. Verhef U, Elokim, boven de hemel, uw eer is over de hele aarde.

Psalm 58

  1. Voor de dirigent, op tascheth, van David. Een michtam.
  2. Kan er echt stilte zijn? Recht moet je spreken, recht naar billijkheid, o mensenkinderen.
  3. Zelfs in jullie hart doen jullie ongerechtigheid, met jullie hand banen jullie een weg van geweld in het land.
  4. De boosdoeners zijn afvallig van de moederschoot aan, vanaf de geboorte gaan de leugensprekers de verkeerde weg.
  5. Hun gif is gelijk het gif van een slang, als een dove adder, die zijn oren toestopt,
  6. die niet luistert naar de stem van de bezweerders, noch naar de volleerde tovenaars.
  7. Elokim, sla ze de tanden uit de mond, Hashem, sla de kiezen van de jonge leeuwen uit;
  8. Laten zij vergaan als water dat wegvloeit; leggen zij hun pijlen aan, dan mogen zij als afgestompt zijn.
  9. Mogen zij vergaan als een slak die voortkruipend wegsmelt, als een misdracht van een vrouw, die de zon niet heeft gezien.
  10. Zodra de potten de doornige planten bemerken, zowel groen als verschroeid, stormt Hij hen weg.
  11. De rechtvaardige zal zich verheugen, wanneer hij de wraak ziet, zal hij zijn voeten wassen in het bloed van de goddeloze.
  12. En de mensen zullen zeggen: toch is er loon voor de rechtvaardige, en toch is er een Elokim, die recht doet op aarde.

Psalm 59

  1. Voor de dirigent, op tascheth, van David. Een michtam, toen Saul [mannen] zond en zij het huis bewaakten om hem te doden.
  2. Red mij van mijn vijanden, mijn Elokim; bescherm mij tegen hen die tegen mij opstaan.
  3. red mij van de werkers van ongerechtigheid en verlos mij van de bloeddorstige mannen.
  4. Want zie, zij liggen in een hinderlaag voor mijn ziel; sterken willen op mij aanvallen, noch voor mijn overtredingen, noch voor mijn zonden, Hashem;
  5. zonder ongerechtigheid, rennen zij en maken zich gereed. Waak op, om mij tegemoet te komen en zie.
  6. U, Hashem, Elokim, Tsevaot, Elokim van Israël, ontwaak om alle natiën te straffen, heb geen genade met de ongerechtigheid van alle trouwelozen. sela
  7. Zij keren terug in de avond, zij blaffen als een hond en gaan de stad rond.
  8. Zie, zij slaan slechte taal uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen, want wie luistert?
  9. Maar U, Hashem, zult over hen lachen en U zult spotten met alle natiën.
  10. Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want Elokim is mijn schuilplaats.
  11. De barmhartigheid van Elokim zal mij tegemoetkomen, Elokim zal mij doen neerzien op mijn vijanden.
  12. Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergeet; en doe hen door uw macht rondzwerven en breng hen ten val, Hashem, ons schild.
  13. De zonde van hun mond is het woord van hun lippen, en zij zullen in hun hoogmoed gevangen worden, vanwege de vloek en de leugen die zij vertellen.
  14. Vernietig hen in woede, vernietig hen zodat zij niet meer zijn; en dat zij weten dat Elokim heerst in Jacob, tot aan de einden der aarde. sela
  15. En zij zullen in de avond weerkeren en blaffen als honden en de stad rond gaan.
  16. Zij zullen omdolen om te eten; als zij niet verzadigd zijn, dan grommen zij.
  17. Maar ik zal zingen van uw sterkte, in de ochtend zal ik jubelend zingen over uw barmhartigheid; want U was mij een rots en een schuilplaats in dagen van nood.
  18. Mijn sterkte! Voor U wil ik zingen; want Elokim is mijn rots en mijn barmhartige Elokim.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.