BSD

Parasja Wajigasj, Genesis 44:18- 47:27

Profetenlezing, Ezechiel 37:15-28

De Nijl De broers zijn weer terug bij Jozef. Bij Benjamin was de wijnbeker van de koning gevonden en dit maal lieten de broers Benjamin niet alleen achter. Juda die borg stond voor zijn jongste broer naderde tot Jozef om hem vrij te pleiten. Juda was gevechtsklaar en deinsde nergens voor terug. Hij was zelfs tot oorlog in staat om zijn jongste broer weer veilig bij vader Jacob te brengen. Wanneer het leven op het spel staat dan worden alle middelen aangegrepen om het leven te beschermen.

Na een heftige ondervraging waarin de emoties hoog opliepen, kon Jozef zich niet langer meer beheersen. Hij beval alle Egyptenaren het vertrek te verlaten om onder vier ogen zich aan zijn broers bekend te maken. Na zijn bekendmaking waren de broers stomverbaasd en waren niet in staat om iets te zeggen. Zij waren door de bekendmaking van Jozef in verlegenheid gebracht. Jozef was niet kwaad en liet zijn broers naderbij komen. Jozef maakte geen onderscheid tussen Benjamin en de andere broers. Het was de persoonlijke Voorzienigheid die mij als slaaf naar Egypte heeft doen afdalen om koning te worden en jullie in deze jaren van hongersnood van voedsel te voorzien. Het is de hand van HaSjem die dit heeft laten gebeuren en dat was goed. Jozef was een man met groot emuna.

Genesis 45:14. En Jozef viel om de hals van zijn broer Benjamin en weende, en Benjamin weende om de hals van Jozef.

Jozef weende hier over de eerste en tweede Tempel die in het grondgebied van Benjamin stonden en in de toekomst zouden worden verwoest. Benjamin weende over de Tabernakel in Sjilo die op het grondgebied van Jozef stond en zou worden verwoest. Bij Jozef worden twee werkwoorden gebruikt: viel en weende en bij Benjamin één werkwoord: weende. Dit is een verwijzing naar respectievelijk de twee Tempels in Jeruzalem en de Tabernakel in Sjilo. Zij wenen over de verwoesting in het gebied van de ander en niet over de verwoesting in hun eigen gebied. Het geween over verwoesting dat op je eigen grondgebied geschied heeft geen enkele zin. Hiervoor geldt dat één daad meer waard is dan duizend zuchten. Het geween over de verwoesting bij de ander is een uiting van deelname in zijn leed.

Farao vernam dat de broers van Jozef waren gekomen en dat was voor Farao een goed teken. Toen Farao Jozef tot onderkoning had aangesteld waren de Egyptische raadgevers het hier niet mee eens. Zij beweerden dat een slaaf geen koning kon worden. Farao zag echter in Jozef adellijke en koninklijke trekken maar kon dat niet bewijzen. Nu echter de broers van Jozef waren gekomen en hem de afkomst van Jozef bekend werd, was dit voor Farao een bevestiging van zijn beslissing om Jozef tot onderkoning aan te stellen.
Farao gaf Jozef de opdracht om zijn broers van graan te voorzien en terug naar Kanaän te gaan om hun vader en hun families naar Egypte te brengen. Farao zal hun het land Gosjen, het beste deel van Egypte geven om zich daar te vestigen en het beste van het land om te eten.
Jozef gaf zijn broers wagens en voedsel voor onderweg zoals Farao dat bevolen had. Jozef voegde hieraan kleding en geld toe. Aan zijn vader stuurde hij tien vol beladen ezels met het beste van Egypte en tien ezelinnen met graan, brood en voedsel voor onderweg.
Het beste van Egypte bestond uit fijn gestampte bonen (foel) en oude wijn. Waarom stuurde Jozef juist deze bonen naar zijn vader toe? Jozef wist dat zijn broers de waarheid moesten vertellen bij hun thuiskomst in Kanaän. Zij moesten de verkoop van Jozef als slaaf bekendmaken en dat zou Jacob zeer verdrieten. Jozef wilde dit verdriet van zijn vader verminderen door middel van de symbolische betekenis van deze gestampte bonen. Deze bonen zijn tot kleine delen gebroken en zoals deze bonen gebroken zijn zo zijn ook zijn broers gebroken. Juist deze gestampte bonen (egyptische foel) waren de delicatesse van het land Egypte en deze bonen komen niet in andere landen voor. De verkoop van Jozef was ten goede en daar kwam alleen maar goeds uit voort en dat Jacob niet al te zeer verdriet zou hebben over de verkoop van Jozef.
Jozef zond tevens oude wijn naar zijn vader toe. Wijn verheugt het hart en brengt vreugde. Tijdens de 22 jaar van scheiding hadden noch Jozef noch zijn broers wijn gedronken vanwege het leed dat aan deze scheiding gebonden was. Ook hun vader Jacob had al die jaren geen wijn genuttigd. De oude wijn symboliseert dat ondanks zijn verblijf in Egypte ver weg van huis hij toch het vertrouwen heeft behouden op een weerzien. De wijn die al die jaren niet gedronken was, werd oud en voortreffelijk en klaar voor gebruik op het moment van het weerzien.

Jozef zond zijn broers volgeladen terug naar Kanaän en vroeg hen om onderweg niet te ruziën. De broers bereiken Kanaän en de thuiskomst nadert. Hoe kunnen zij hun vader Jacob vertellen dat Jozef nog leeft? Zij gaven de muzikale Serach bat Asjer, Serach de dochter van Asjer de opdracht om hun vader door middel van een lied voor te bereiden. Zo zong Serach onder begeleiding van haar snaarinstrument een lied voor Jacob dat Jozef nog in leven was.

Ood Josef chaj; Hoe melech beMitsrajim; Jesj lo sjnee banim; Menasje we'Efrajim. Dit betekent: "Jozef leeft nog en hij is koning in Egypte, hij heeft twee zonen: Menasje en Efrajim".

Het bekendmaken aan Jacob dat Jozef de eerstgeboren zoon van Rachel nog leefde, bracht, zoals je je wel kunt voorstellen, heel wat consternatie teweeg. De vele vragen die hierdoor werden oproepen en al het doorstane leed en droefenis van die 22 jaren van scheiding. Serach heeft door deze goede daad aan haar grootvader het voorrecht op een lang leven gekregen.

Nu Jacob heeft vernomen dat zijn zoon Jozef nog in leven is, wilde hij naar Egypte gaan om hem te zien voordat hij zou sterven. Jacob reisde met zijn hele huis en zij kwamen onderweg in Beer Sjeva aan. Daar bracht Jacob offers aan de G-d van zijn vader Isaac. HaSjem verscheen aan Jacob in een nachtgezicht. HaSjem vertelde hem niet te vrezen om naar Egypte af te dalen want HaSjem zal zelf met hem meegaan om hem daar tot een groot volk te maken. Ook zal HaSjem met hem opgaan en Jozef zal zijn handen op je ogen leggen. Jozef zal bij je zijn om je ogen te sluiten bij je sterven en HaSjem zal helpen je te begraven in de spelonk van Machpela. Jacob wilde namelijk niet in Egypte begraven worden omdat in de derde plaag het zand van Egypte gebruikt zou worden om de luizen voort te brengen (Exodus 8:12,13). Tevens wilde Jacob niet dat zijn graf in Egypte tot een plaats van aanbidding voor de Egyptenaren zou worden.
Jacob stuurde Juda vooruit naar Jozef toe om hem het land Gosjen te wijzen en om daar een leerhuis op te richten. Wij kunnen hieruit leren dat een leerhuis voor de Tora een eerste vereiste is. Voordat je naar een nieuwe plaats vertrekt is het van belang om na te gaan of een passend leerhuis aanwezig is. Zo niet, dan zul je zelf een leerhuis voor de Tora moeten oprichten.

Het vruchtbare land Gosjen was het land dat Farao aan de eerste aartsmoeder Sara had gegeven. Jacob woonde met zijn hele huis in het land Gosjen, afgezonderd van het Egyptische volk. Schapen waren namelijk de afgoden van de Egyptenaren en schaapherders waren daarom een gruwel in hun ogen.

Jacob kwam met zeventig naar Egypte. In de opsomming van het nageslacht van Jacob komen wij tot het getal zes en zestig. Met Jozef en zijn twee zonen erbij komen wij tot het getal negen en zestig. Er zijn verschillende verklaringen voor wie de zeventig aanvult. Er zijn er die zeggen dat dit Jacob zelf is, er zijn er die zeggen dat dit HaSjem is die met Jacob naar Egypte afdaalde en er zijn er die zeggen dat dit Jocheved de dochter van Levi is die voor de stadsmuur van Egypte geboren is.

Jozef viel zijn vader Jacob om de hals bij het weerzien na twee en twintig jaar van scheiding en weende zeer veel. Maar Jacob viel Jozef niet om de hals en kuste hem niet. Jacob sprak echter het gebed O, Hoor Israël (Deuteronomium 6:4) uit.

Vervolgens vond de ontmoeting tussen Farao en Jacob plaats. Bij het afscheid gaf Jacob de Farao een zegen mee. Jacob zegende Farao, dat wanneer Farao de rivier de Nijl zou naderen, de Nijl tot aan zijn voeten mag opkomen om hem te begroeten en om het land te bevloeien. In Egypte valt er namelijk geen regen en daardoor is Egypte geheel en al afhankelijk van de Nijl die het land bevloeit. De Egyptenaren aanbaden de rivier de Nijl en hoe kon Jacob Farao met iets zegenen dat met hun afgodendienst te maken had? Omdat Egypte zoals gezegd geheel afhankelijk van de Nijl is, omdat er geen regen valt, dachten de Egyptenaren dat de rivier de Nijl hun van broodwinning voorzag. Toen echter Jacob Farao zegende dat de Nijl tot hem zou opkomen en deze zegen ook werd verwerkelijkt, zagen de Egyptenaren in dat de Nijl niet met eigen kracht kon opkomen. Alleen uit de kracht van de Schepper, geprezen zij Zijn Naam, kon dit gebeuren. Door de zegen van Jacob aan Farao verzwakte de afgodendienst van Egypte.

Met de komst van Jacob naar Egypte hield ook de hongersnood op. Slechts twee jaar heeft de hongersnood geduurd. Zo zien wij wat de invloed van een rechtvaardige ten goede teweeg kan brengen.

Wij hopen in de volgende aflevering van de nieuwsbrief choemasj Beresjit, het boek Genesis, met de laatste parasja Wajechi af te sluiten. Parasjat Wajechi, Genesis 47:28- 50:26 en de bijbehorende profetenlezing is 1 Koningen 2:1-12.

Gebruikte literatuur Het commentaar van Rasji. Gesprekken van de Rebbe van Lubavitsch over de wekelijkse portie.

Antwoorden op vragen Parasjat Miqets

Het antwoord op de eerste vraag hoeveel dromen er in het boek Genesis, Beresjit, voorkomen is 10. De eerste vier dromen hebben geen nadere uitleg nodig, de laatste zes echter wel.

  1. De eerste droom is de droom van Avimelech, de koning van Gerar, Genesis 20:3-7.
  2. De tweede en derde droom werden door Jacob gedroomd, de eerste maal onderweg naar Charan, Genesis 28:12 en de tweede maal in Genesis 31:10-13.
  3. De vierde droom was van Lavan in Genesis 31:24.
  4. De vijfde en zesde droom waren de dromen van Jozef, Genesis 37:7 en 9.
  5. De zevende droom van de schenker en de achtste droom van de bakker, Genesis 40:8-19.
  6. De negende en tiende droom waren de dromen die Farao de koning van Egypte had gedroomd, Genesis 41:1-8.
De tweede vraag over de relatie tussen Chanoeka en parasjat Miqets. Hierop zijn meerdere antwoorden mogelijk. Hier zullen wij twee noemen.
  1. In de parasja zijn hinten te vinden. In de dromen van Farao werden de vette koeien door de magere koeien opgegeten en de volle aren werden door de dunne aren opgegeten. Ook het lichtfeest Chanoeka laat ons zien dat een kleine en zwakke groep joden het leger van de Grieken heeft overwonnen.
  2. Een andere hint kan zijn, dat aan het einde van deze parasja het aantal letters vermeld staat namelijk totaal 2025 letters. De Gra van Wilna ztz'l verklaarde dit als volgt. Het woord voor kaars, ner, heeft de getalswaarde van noen 50 en resj 200 tesamen 250. Het lichtfeest Chanoeka begint op de 25e Kislew met het aansteken van de eerste kaars. Chanoeka duurt acht dagen en elke dag wordt een extra kaars toegevoegd zodat op de achtste dag alle acht kaarsen in de kandelaar branden. Dit geeft dus 8x250=2000+25=2025.
Jaël, mei 2014.

Bij parasja Wajigasj

'Farao zei tegen Jacob:' Hoeveel zijn de jaren van uw leven?' (Genesis 47:8)

Og, de koning van Basan was daarbij aanwezig. Zij zeiden tegen hem: 'Had u niet gezegd dat Abraham een onvruchtbaar muildier is die geen kinderen kan verwekken? Hier is zijn kleinzoon met zeventig nakomelingen!' Og zei: 'Dit is Abraham zelf'. Og dacht dat Jacob Abraham was omdat het gezicht van Jacob identiek was aan het gezicht van Abraham. Daarom begon Farao Jacob te ondervragen en zei tegen hem: ' Hoeveel zijn de jaren van uw leven?' (Midrasj Rabbah) [Og heeft zeer lang geleefd]

Uit: 'Vayigash Q and A', Moshe Bogomilsky, Chabad.org

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.