BSD

Parasja Wajera, Genesis 18:1 – 22: 24

De bijbehorende profetenlezing betreft: II Koningen 4:1-27

sodom-gomorra Wij hebben in de vorige aflevering geleerd dat Abraham om zijn goedheid en vriendelijkheid bekend was. Deze eigenschappen komen in zijn gastvrijheid tot uiting. Zijn tent was namelijk aan de vier zijden van de windrichtingen open opdat de woestijnreizigers de ingang niet hoefden te zoeken. Eten en drinken was volop aanwezig en een ieder kon na een goede maaltijd, die met een dankzegging aan HaSjem altijd werd afgesloten, weer verder op reis gaan. Onze portie begint ermee dat Abraham bij de ingang van de tent zat en dat HaSjem aan hem verscheen. Deze dag was de derde dag na de besnijdenis, de dag van de hevigste pijnen en Abraham zat ondanks de hevige pijnen en de felle zonneschijn van die dag op de uitkijk om gasten te ontvangen. HaSjem had die dag de zon extra fel laten schijnen om overbodige lichamelijke inspanningen bij Abraham te voorkomen. Op zo'n hete dag zijn er geen reizigers te bekennen. HaSjem zag dat Abraham toch graag gasten wilde ontvangen en bedienen en stuurde drie mannen naar Abraham toe. Deze drie mannen waren drie engelen, die ieder een boodschap had uit te voeren. De ene engel kwam om Abraham te genezen, een andere engel om de geboorte van een zoon aan te kondigen en een derde engel om Sodom en Gomarra te verwoesten.

De aankondiging van een zoon die het volgende jaar op hetzelfde tijdstip geboren zou worden. En Sara lachte, hoe kunnen twee oude mensen nog een zoon ter wereld brengen. Voor HaSjem is niets onmogelijk en HaSjem voert de belofte voor een talrijk nageslacht via hun zoon Isaac uit.

Nadat de engelen hun opdracht bij Abraham en Sara hebben uitgevoerd, genezing van Abraham en aankondiging van een zoon, gaan de engelen weg. Twee engelen gaan richting Sodom en Gomarra, de ene engel die Abraham genezen heeft, gaat Lot de neef van Abraham die in Sodom woont, redden en de andere engel om Sodom en Gomarra te verwoesten. Voordat de engel echter de verwoesting kan uitvoeren, deelt HaSjem Zijn plan aan Abraham mee. Abraham gaat in de verdediging en doet alles om mensen van de dood te redden. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt is 'wajigasj' en kan op drie manieren uitgelegd worden.

Allereerst dat Abraham klaar staat om te strijden zoals wajigasj in 2 Samuel 10: 13 waar Joab ten stijde trekt. Een tweede manier van wajigasj is verzoening zoals wajigasj in Genesis 44:18 waarin Juda met de onderkoning Jozef spreekt. Een derde wijze van wajigasj is gebed zoals in 1 Koningen 18:36 waarin de profeet Elia bidt dat HaSjem zich als HaSjem zal manifesteren dat alleen HaSjem HaSjem is.

Abraham vraagt HaSjem om geen rechtvaardigen met de goddelozen om te brengen en begint met het aantal van vijftig rechtvaardigen. Sodom en Gomarra bestonden namelijk uit vijf grote steden en dat betekent dan dat in geval van tien rechtvaardigen in elke stad de steden gespaard zouden worden. Er blijken echter niet eens tien rechtvaardigen in de vijf steden samen te zijn, Abraham vraagt niet meer en gaat terug naar zijn tent. Op het aantal tien dat hier genoemd wordt is de minjan een minimum van tien volwassen mannen gebaseerd voor de joodse gebeden.

De engelen bereiken tegen de avond Sodom en Gomarra en Lot zat in de stadspoort, hij was namelijk op die dag tot stadsrechter aangesteld. Lot komt hen tegemoet en biedt gastvrijheid aan, zoals hij dat bij Abraham geleerd had. In Sodom en Gomarra was het echter een grote overtreding om gasten te ontvangen, hen te eten en te drinken te geven en een slaapplaats aan te bieden. Ook het geven van tsedaqah was uit den boze. Diegenen die deze mitswot wel uitvoerden werden daarvoor tot bloedens toe gestraft met de dood als gevolg. Dit tezamen met het aangaan van ongeoorloofde relaties was reden voor HaSjem om deze steden te verwoesten. Ook Ezechiël 16:49 geeft weer wat de wandaden van Sodom waren. Lot wordt echter gered omdat hij in Egypte had gezwegen toen Abraham de Egyptenaren zei dat Sara zijn zuster was, hetgeen een halve waarheid was.

In plaats om voor het leven te rennen en niet terug te kijken, talmde Lot en kreeg toestemming om naar het dichterbij gelegen Soar te vluchten. Lot vond het moeilijk om zijn materiele rijkdom als wel zijn status achter te laten en zijn leven te redden. Zijn vrouw keek echter wel terug en veranderde in een zoutpilaar. Waarom een zoutpilaar, wel zij weigerde gasten te ontvangen en had geen zout op tafel voor de gasten gezet.

Lot en zijn twee dochters zijn de enige overlevenden van de verwoesting van Sodom. Zij denken dat de hele wereld verwoest is evenals tijdens de zondvloed. Daar zij denken dat zij alleen op de wereld zijn achtergebleven, neemt de oudste dochter het initiatief voor het ontstaan van een nieuwe generatie ook al gebeurt dit door een ongeoorloofde relatie. Ook haar jongere zuster heeft hier een aandeel in. De zoon die de oudste dochter van Lot baart wordt Moav/ Moab genoemd. Zij schaamt zich er zelfs niet voor om met deze naam een verwijzing naar haar ongeoorloofde relatie met haar vader aan te duiden. Av/Ab betekent namelijk vader.

Wanneer wij even een sprong in de tijd nemen dan zien wij enige generaties later dat juist uit Ruth, de Moabitsche prinses, koning David voortgekomen is. Zie hiervoor ook het boek Ruth. Nu wij dan toch al een uitstapje aan het maken zijn, let ook eens op de vaderszijde van Koning David. Boaz de echtgenoot van Ruth kwam voort uit Perets de zoon van Tamar en Juda hetgeen ook een ongeoorloofde relatie was. Wij kunnen de wegen van HaSjem niet begrijpen en dus blijft er voor ons niets anders over dan emuna en te geloven dat alles met een reden gebeurt die ons verstand vaak te boven gaat.

De jongste dochter is meer ingetogen en noemt haar zoon Ben Ammi

Na de verwoesting van Sodom en Gomarra kwamen er geen woestijnreizigers meer bij Abraham langs (een andere reden die Rasji aangeeft is de mogelijkheid dat Abraham niet in de nabijheid van Lot, die een slechte naam had gekregen, wilde vertoeven) en daarom vertrok Abraham naar het zuiden en woonde in Grar. Na de perikelen in Grar met Avimelech is na tientallen jaren van wachten de tijd aangebroken dat Sara eindelijk een zoon baart. Dat schonk hen veel vreugde en blijdschap en dat komt ook in de naam van Jitschaq, Isaac naar voren, Isaac betekent namelijk hij die lacht.

Isaac is op 15 nisan 2048 geboren en is de eerste jood die op de achtste dag besneden wordt. Toen Isaac twee jaar oud was richtte Abraham een grote maaltijd aan waarbij vele belangrijke gasten aanwezig waren. Ook Sjem en Ever/Eber waren op dit feest aanwezig. Zie ook de tijdbalk en Genesis 11.

Sara zag in de loop van de tijd dat de invloed van Ismaël op Isaac niet goed was. Er heerste een ongezonde rivaliteit tussen hen beiden en daar Sara vanuit haar profetische visie wist dat Isaac de zoon is die de spirituele erfenis en zegen van HaSjem aan Abraham zal erven en niet wilde dat Isaac iets zou overkomen, zowel lichamelijk als spiritueel, vroeg zij Abraham om Ismaël tezamen met zijn moeder Hagar weg te sturen. Dit deed Abraham veel verdriet omdat Ismaël een zoon van hem was. HaSjem echter zegt Abraham om naar de stem van Sara te luisteren, want het is de stem van HaSjem die door haar mond spreekt en een boodschap voor Abraham heeft. In de vertaling komt het woord stem helaas niet duidelijk naar voren.

Als afsluiting nog enkele woorden over de binding van Isaac. De binding van Isaac wordt dagelijks in het ochtendgebed gelezen om ons er steeds aan te herinneren dat wij niet alleen HaSjem moeten dienen vanuit liefde maar ook HaSjem moeten vrezen. Deze tiende en laatste test van Abraham heeft ook het bevel van ga, lech, evenals de eerste test om zijn familie en zijn land te verlaten, lech lecha.

Abraham is inmiddels 137 jaar oud en Isaac is 37 jaar oud. Abraham heeft ondertussen al negen testen doorstaan en nu is de laatste test aan de beurt: hij moet zijn zoon Isaac tot een offer brengen. [In het Hebreeuws wordt hier niet het woord voor slachten gebruikt] en nu wordt de vrees van Abraham voor HaSjem getest. Bij Abraham was de vrees op verborgen wijze aanwezig en HaSjem wilde dat Abraham deze vrees ook daadwerkelijk toont.

Abraham gaat als gewoonlijk direct op pad en stelt geen vragen, ook al betreft het hier een bevel dat rechtstreeks tegen de Tora indruist: het brengen van een mensenoffer. Abraham met volkomen emuna doet wat HaSjem hem bevolen heeft en ook onderweg dwalen zijn gedachten niet af en gaat steevast het bevel uitvoeren ook al begreep hij er niets van. HaSjem heeft het bevolen en dat moet worden uitgevoerd. Nu moeten wij ook niet vergeten wat dit voor Isaac betekende. Hij ging gewillig op het altaar liggen en was bereid om zijn leven aan HaSjem op te offeren. Abraham en Isaac gingen de weg naar de berg Moria, de Tempelberg, tezamen. Dit woord tezamen komt meerdere keren voor in dit gedeelte, vader en zoon gingen beiden tezamen de tiende en laatste test van de vader uitvoeren. Slechts op het allerlaatste ogenblik wordt Abraham met het geheven mes al in de hand tegengehouden door een stem uit de hemel. Nu weet HaSjem dat Abraham HaSjem werkelijk vreest. Als plaatsvervangend offer wordt de ram die zich naast hen in de struiken bevindt, geofferd. De binding van Isaac vond op Rosj HaSjana, het joodse nieuwjaar op 1 Tisjre plaats en op het joodse nieuwjaar wordt niet alleen dit gedeelte over de binding van Isaac gelezen ook wordt er op de ramshoorn geblazen als een herinnering aan de ram die in plaats van Isaac werd geofferd.

Abraham en Isaac hebben de tiende en laatste test doorstaan, maar wat is er ondertussen thuis met aartsmoeder Sara gebeurd? Dat lezen wij in de volgende parasja Chajje Sara, Genesis 23:1- 25:18. Profetenlezing 1 Koningen 1:1-31.

NB. Voor diegenen die de Engelse taal redelijk beheersen is de serie van korte lessen over Sarah's courage door Chana Weisberg op Chabad.org aan te bevelen.

Jael, september 2013.

Aanvulling

Een verhaal uit het sjabbatsblaadje 'Wejadata HaJom'

'En het hart van Farao verhardde zich en hij liet de kinderen van Israël niet gaan toen HaSjem met hem door Mozes had gesproken', Exodus 9:35.

Hoe was het mogelijk dat Farao ondanks de zware plagen, die hij kreeg zo halsstarrig was en het volk Israël niet liet gaan? Dit kan begrepen worden met de volgende verhaal.


In een afkickcentrum voor alcoholverslaafden werd eens een spreker uitgenodigd om de schade, die het overmatig drinken van whiskey in het lichaam veroorzaakt, te verklaren. Eén van de doelen van dit gesprek was om de alcoholisten bang te maken en om te voorkomen dat de alcoholisten weer terug zouden grijpen naar de sterke drank.

De spreker begon zijn toespraak met een experiment. Om de schade die de alcohol veroorzaakt te kunnen verklaren deed hij een worm, die hij had meegenomen, in een helder glas met whiskey. De worm verpulverde in een mum van tijd tot grote verbazing van de aanwezigen. Onder de aanwezigen waren er, die dat nog eens wilden zien en de spreker die hierin een groot succes zag, herhaalde het experiment nog enkele malen. Iedere keer verbaasden de alcoholverslaafden zich opnieuw, toen worm naar worm in het glas met whiskey verteerd werd.

Na het experiment vroeg de spreker de aanwezigen: 'Wie van jullie kan nu vertellen wat de conclusie van dit experiment is?' Er heerste een doodse stilte in de zaal. Niemand van de aanwezigen wilde de schade, die de alcohol aan het lichaam veroorzaakt, erkennen en niemand wilde woorden uiten die het toekomstige gebruik van alcohol zouden vermijden.

Slechts één persoon onder de aanwezigen stak zijn hand op. De spreker gaf hem het woord en deze persoon zei met luide stem: 'Iemand die whiskey drinkt heeft tenminste geen wormen in zijn buik!'

De vergelijking is wel duidelijk. Voor iemand die een gevangene van zijn lusten is zal, geen enkel bewijs, terechtwijzing of wonder, zijn standpunt kunnen veranderen. Zo iemand zal altijd een excuus vinden om de zaken op een dusdanige wijze te verklaren dat hij rustig de weg van zijn lusten en verslaving verder kan bewandelen.

Hetzelfde geldt voor de ego van de Farao die zichzelf als een god beschouwde.

Vertaald uit het Hebreeuws door Jael.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Chassid is letterlijk een "vroom iemand", maar doelt op volgelingen van de Chassidische beweging, gesticht door Rabbi Yisroel Baal Shem Tov in het begin van de 18e eeuw

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Hashgacha pratit is de Goddelijke Voorzienigheid waardoor ons leven geen toevallige gebeurtenissen enz. kent maar dat alles wat er met ons gebeurt en ons overkomt van de Schepper afkomstig is.

Hitbodedut is een ongestructureerde, spontane en op de persoon gerichte vorm van gebed onderwezen door Rebbe Nachman of Breslov. Door hitbodedut krijgt men een persoonlijke relatie met God en een beter begrip van zijn persoonlijke motieven en aspiraties.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Yetzer hara ook wel kwade neiging. Het kwaad. Satan.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Teshuva is letterlijk "terugkeren"; het betreft het proces van boetedoening voor de begane zonden. Hierdoor verandert hij als mens door in plaats zichzelf te dienen gaat hij Hashem en de naaste dienen. Er zijn vier stappen in het Teshuva proces: 1. Belijden aan Hashem wat hij verkeerd gedaan heeft. 2. Berouw tonen dat hij tegen Hashem's wil heeft gehandeld. 3. Aan Hashem vergeving vragen zoals een kind aan zijn vader om vergeving vraagt. 4. De verplichting op zich nemen om zijn uiterste best te doen niet weer terug te vallen.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.

Yeshiva is een Talmoedschool waar in hoofdzaak Talmoed en Tora wordt bestudeerd.