BSD

Parasja Wajechi, Genesis 47:28-50:26

Profetenlezing, 1 Koningen 2:1-12

Wij zijn bij de twaalfde en daarbij ook de laatste parasja van Choemasj Beresjit, het boek Genesis, aangeland. Het is een parasja waarin wij afscheid nemen van de aartsvaders en van Jozef en zijn broers in het land Egypte. Hier in het land Egypte, een plaats van duisternis, heeft Jacob zijn beste jaren geleefd. Hoe is het mogelijk om een goed leven te leiden in de duisternis? Jacob had immers Juda vooruit gestuurd om een leerhuis op te zetten in het toegewezen land Gosjen. De Tora is licht en leven. De laatste zeventien jaar van het leven van Jacob waren vol Tora en dat deed de duisternis verdrijven. Het licht dat namelijk op een donkere plek schijnt, valt het beste waar te nemen.

De dagen van Jacobs sterven naderen en hij laat zijn zoon Jozef roepen. Jacob wilde Jozef laten zweren om hem in de spelonk van Machpela bij zijn voorvaderen te begraven. Jozef als onderkoning had de positie om dit ten uitvoer te brengen. En Jozef zwoer. "Ook al laat ik je de moeite doen om mij bij mijn voorvaderen te begraven en zou je in je hart afvragen waarom ik zelf niet de moeite heb genomen om je moeder Rachel die vlakbij Bethlechem was gestorven om haar in de spelonk van Machpela te begraven. Daar in Efrata zou zij ter hulpe zijn voor alle ballingen die Nebuzardan met zich mee zou nemen en onderweg Efrata passeren. Rachel zou zich hier uit haar graf vertonen en wenen en om erbarmen voor hen smeken zoals gezegd wordt in Jeremia 31:14. En de Heilige, gezegend is Zijn Naam, antwoordde haar dat haar werk beloond wordt.... en dat de kinderen weer terug naar de grenzen zullen keren, Jeremia 31:15,16." Aldus uit het commentaar van Rasji op Genesis 48:7.

Na al deze dingen werd Jozef meegedeeld, waarschijnlijk door Efrajim, die gewoon was bij zijn grootvader Jacob Tora te leren, dat zijn vader ziek was. Jozef nam zijn beide zonen met zich mee. Menasje en Efrajim zijn voor Jacob als Reuven en Sjimon. Toen Jacob Menasje en Efrajim waarnam vroeg hij: “Wie zijn dezen?”. Jacob wilde hen zegenen maar de manifestatie van HaSjem had zich verwijderd omdat in de toekomst Jerobeam en Achab uit Efrajim zouden voortkomen en Jehu en zijn zonen uit Menasje. Jacob begreep niet hoe zulke slechte zonen uit hen konden voortkomen. Jozef antwoordde daarop dat Menasje en Efrajim zijn zonen zijn en dat maakte Jacob rustig. Ook al zullen er in het nageslacht slechte mensen voortkomen zij blijven mijn zonen. Een bekende uitspraak in de joodse traditie is dat 'ook al heeft een jood gezondigd, hij is en blijft een jood'. Er bestaat altijd de mogelijkheid om weer opnieuw te beginnen.

Vervolgens zegende Jacob de zonen van Jozef. De jongste zoon Efrajim ging aan zijn broer Menasje vooraf omdat Efrajim groter dan Menasje zou worden. Jacob wist wel dat Menasje de oudste zoon was en dat de rechter Gideon uit hem zou voortkomen en dat HaSjem via hem een wonder zal verrichten. Maar uit Efrajim zou Jozua voortkomen die het land Israel zou veroveren en de Tora in het land Israel zou onderwijzen. De hele wereld zou namelijk gevuld worden wanneer zijn roem en zijn naam verspreid zouden worden wanneer hij de zon in Gibeon en de maan in het dal van Ajalon zou laten staan, Jozua 10. Zoals je je wel kunt voorstellen had het stilstaan van de tijd invloed op de hele wereld.

Wanneer iemand zijn zonen wil zegenen dan zal hij hem deze zegen meegeven: Dat HaSjem hem als Efrajim en als Menasje zal maken. De zegen van Menasje en Efrajim is de zegen voor de zonen die tot op de dag van vandaag gebruikt wordt. Waarom Menasje en Efrajim en niet de aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob. Wel, het joodse volk bevond zich toen in Egypte, in een vreemd land, een land van beperkingen en niet in het land Kanaän zoals de drie aartsvaders. De zonen van Jozef waren in het buitenland geboren en opgegroeid en volgden het pad van de aartsvaders ook in de wereld waar slechte invloeden heersten. Het joodse volk bevindt zich tot op de dag van vandaag in den vreemde, ook diegenen van het joodse volk die in het land Israel wonen. Zolang de derde Tempel nog niet bestaat bevindt het joodse volk zich in ballingschap. Jacob plaatste in zijn zegen de jongste zoon van Jozef voorop. Het is niet voldoende om de traditie ook in ballingschap te bewaren, dit geeft de naam Menasje aan. Je moet namelijk ook groeien en voorspoed hebben. Dat geeft de naam Efrajim aan.

Dat de engel die mij uit alle noden verlost heeft, deze jongelingen mag zegenen, en dat in hun mijn naam en de naam van mijn vaderen Abraham en Isaac, genoemd zullen worden en dat zij zich talrijk mogen vermenigvuldigen als vissen, midden in het land. Genesis 48:16.
Dit vers wordt dagelijks in het gebed voor het slapen gaan gelezen.

Alle aartsvaders en de twaalf stammen waren rechtvaardigen. Rechtvaardigheid is niet alleen het perfect naleven van de Tora, maar houdt ook het corrigeren van hetgeen niet perfect is in. Jozef is de enige in de Tora die de titel tsaddieq, de rechtvaardige mee heeft gekregen.

In Genesis 49:1 riep Jacob zijn zonen bijeen om te vertellen hetgeen er in het laatste der dagen zal geschieden. Jacob wilde het Einde openbaren maar de manifestatie van HaSjem verwijderde zich en daarom begon Jacob andere dingen te zeggen. Hij profeteerde niet het Einde, maar hij profeteerde dingen die later in de geschiedenis met de stammen zouden geschieden.

Jacob gaf iedere zoon een passende zegen mee. Elke stam had zijn unieke weg en unieke karaktertrekken, die ontwikkeld en of gecorrigeerd dienden te worden. Zo kregen de eerste drie zonen Reuben, Sjimon en Levi een terechtwijzing als zegen mee. Juda, de vierde zoon deinsde terug en was bevreesd voor een terechtwijzing over hetgeen hem met Tamar was overkomen. Maar Jacob beduidde hem juist dichter bij te komen en zei tegen Juda dat hij niet zoals zijn broers is.

Juda is de stam van het koningschap. Uit Juda komen de koningen voort, vanaf koning David tot aan de komst van Sjilo dat is de Koning Mesjiach en hem behoort het koninkrijk toe. In de Midrasj Aggada staat dat Sjilo ook als Sjai Lo kan worden gelezen. Dat betekent dan 'een geschenk voor hem', zoals dit ook in Psalm 76:12b staat: 'Zij zullen hem een geschenk brengen die gevreesd wordt. Het land van Juda is rijk gezegend met wijn en ook met melk vanwege het goede grasland voor de kudden.

Jissaschar kreeg de zegen mee om veel Tora te leren en Zevulun zal ver weg zeilen en veel geld verdienen om hiermee de stam Jissaschar, die Tora leert, te onderhouden. In de zegen van Jissaschar wordt Jissaschar vergeleken met een ezel. Een ezel draagt zijn last, zijn juk dag en nacht en rust niet. Zo nam ook de stam van Jissaschar het juk van de Tora op zich. Zij onderwezen heel het volk Israel Tora en zij namen ook de besluiten.

Het laatste deel van de zegen van Dan wijst vooruit naar Sjimsjon, Simson die uit Dan zal voortkomen en het volk Israel van de Filistijnen zou verlossen. Genesis 49:18 wijst naar het uitsteken van de ogen van Sjimsjon en dat HaSjem hem nogmaals kracht zou geven. Zo vonden er meer Filistijnen de dood bij de eigen dood van Sjimsjon dan hij tijdens zijn hele leven had gedood. Richteren 16.

Bij Gad verwijst het laatste deel van de zegen naar de mannen die ongeschonden en volkomen in getal naar hun deel aan de andere kant van de rivier de Jordaan terugkeren nadat zij samen met de andere stammen onder leiding van Jozua het land Kanaän hebben veroverd.

Het land van Asjer is vol met (olijf) olie zodat hij zelfs zijn voeten in de olie kan baden zoals dit in de zegen van Mozes aan Asjer in Deuteronomium 33:24 voorkomt.

Naftali is als een snelvoetig hert. Ook de vruchten die in de vallei van Ginosar groeien, dat zich in het gebied van Naftali bevindt, rijpen zeer snel. Er wordt hier ook over de oorlog van Sisera geprofeteerd, de oorlog waarin tienduizend mannen uit de stam Naftali aan deel namen en snel handelden. Richteren 4.

Jozef die gescheiden was van zijn broers, was zeer voorzichtig in zijn respecteren van zijn broers. Niet alleen nam hij geen wraak, hij deed zelfs zijn uiterste best om zijn broers in geen enkel opzicht in hun eer te schaden.

Benjamin wordt met een wolf vergeleken. Een wolf grist zijn prooi en dat is ook wat de stam van Benjamin deed in de kwestie van de bijvrouw op de heuvel in Richteren 21. Ook wordt hier over koning Saul, die uit de stam Benjamin komt, geprofeteerd. Hij zal de vijanden overwinnen, zie ook 1 Samuel 14. Nog later in de geschiedenis zullen Mordechai en Esther, die tot de stam Benjamin behoren de buit van Haman verdelen. Esther 8:7.

plaatjeplaatje

Nadat Jacob zijn twaalf zonen gezegend heeft, deelde hij hen mee dat hij aan zijn vaderen wordt toegevoegd en beval hen om hem in de spelonk van Machpela te begraven. Vervolgens legde hij zijn voeten bij elkaar op het bed en stierf. Jacob werd 147 jaar. Met het sterven van Jacob hield ook de zegen van Jacob voor het land Egypte op te bestaan. Na zeventig dagen van rouw - veertig dagen van het balsemen en dertig dagen van de rouw - ontving Jozef toestemming van Farao om Egypte te verlaten en zijn vader in het land Kanaän te begraven. Onderweg naar Kanaän voegden zich ook andere volken toe en was het een grote menigte die Jacob in de spelonk van Machpela kwam begraven.

Daarna keerden Jozef en zijn broers en alle anderen weer terug naar Egypte. Ook na de dood van Jacob bleef Jozef zijn broers goed behandelen. En Jozef stierf 110 jaar oud en zij legden hem in de kist in Egypte: in de Nijl.

Wanneer er op sjabbat in de synagoge de laatste parasja van een choemasj wordt uitgelezen, dan wordt er chazaq, chazaq wenitchazaq uitgesproken. Wees sterk, wees sterk en wees versterkt. Dat versterkt ons in het leren van de Tora, in het uitvoeren van de mitswot, in het dienen van HaSjem en om het licht van de Tora uit te dragen. Het beeindigen van een choemasj met chazaq, chazaq wenitchazaq geeft ons ook kracht om verder te kunnen gaan met de volgende choemasj. De volgende choemasj is Choemasj Sjmot, het tweede boek van Mozes: Exodus. In Exodus begint de slavernij die tenslotte uitmondt in het ontvangen van de Tora op de berg Sinai, in de woestijn. Er is heel wat kracht voor nodig om deze lange slavernij van 210 jaar in Egypte te doorstaan. Deze kracht krijgen wij uit de choemasj Beresjit, van de aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob. De daden van de aartsvaders zijn een teken voor hun zonen, hun nakomelingen. Wij hoeven dus niet te wanhopen in tijden van nood, wij hebben de krachten al ontvangen om de noden van onze tijd te kunnen doorstaan.

Hiermee hebben wij Choemasj Beresjit, Genesis, afgesloten. In de joodse traditie is het de gewoonte om de afsluiting van een geleerd deel, een Talmoedtractaat en in ons geval een choemasj op een feestelijke wijze te beëindigen. Wij hebben ruim een jaar de moeite genomen om de eerste choemasj Beresjit door te nemen en deze prestatie mag best gevierd worden met een lekkere maaltijd en een glas wijn erbij. Bij de feestelijke afsluiting worden de laatste passages van choemasj Beresjit gelezen en het begin van de volgende choemasj, Exodus 1:1-18.

Diegenen die hun kennis over choemasj Beresjit willen toetsen, kunnen gebruik maken van de volgende vragen. Voel je vrij om je eigen vragen toe te voegen. Voor de puzzelaars is er een woordzoeker aanwezig.

Nog enkele gegevens over choemasj Beresjit. Choemasj Beresjit is onderverdeeld in 12 porties, 50 hoofdstukken en heeft een totaal van 1534 verzen. Choemasj Beresjit omspant een periode van 2300 jaar.

Wij hopen elkaar in de september editie van de nieuwsbrief weer te treffen met parasjat Sjmot, Exodus 1:1-6:1. De bijbehorende profetenlezing komt uit Jesaja 27:6- 13, 28:1-13, 29:22 en 23.

Jael

Gebruikte literatuur: Het commentaar van Rasji; De gesprekken van de Lubawitcher Rabbi over de wekelijkse portie en de Chabad.org videoles van rabbijn Aaron Raskin over parajat Wajechi.

Vragen over de parasja's

Parasjat Beresjit, Genesis 1:1-6:8
  1. Welke twee zonden komen in deze parasja voor en wie heeft de overtreding begaan?
  2. Hoe oud is Enos geworden?
Parasjat Noach, Genesis 6:9-11:32
  1. Hoelang bevonden Noach en zijn familie zich in de ark?
  2. Waar kwam het licht in de ark vandaan?
  3. Wie waren de zonen van Noach?
Parasjat Lech Lecha, Genesis 12:1-17:27
  1. Wat is het traject dat Avraham Avinoe heeft afgelegd?
  2. Hoeveel zonen had Avraham, en noem hun namen?
Parasjat Wajera, Genesis 18:1– 22:24
  1. Hoe oud was Avraham bij zijn besnijdenis?
  2. Waar vond de binding van Isaac plaats?
  3. Hoeveel testen/beproevingen heeft Avraham ondergaan, en noem hier enkele van?
Parasjat Chajje Sara, Genesis 23:1-25:18
  1. Wat was het bedrag dat Avraham voor de spelonk van Machpela heeft betaald?
  2. Hoe oud is Sara geworden?
Parasjat Toldot, Genesis 25:19-28:9
  1. Hoe oud was Isaac bij de geboorte van Esav en Jacob?
  2. Wie heeft de zegen van de eerstgeborene ontvangen en wat was de inhoud van de zegen?
Parasjat Wajetse, Genesis 28:10-32:3
  1. Met wie trouwde Jacob in Charan en hoeveel kinderen werden hem daar geboren?
  2. Hoeveel jaar verbleef Jacob in Charan?
Parasjat Wajislach, Genesis 32:4-36:43
  1. Welke geschenken heeft Jacob aan zijn broer Esav geschonken?
  2. Wat gebeurde er in Sechem?
Parasjat Wajesjev, Genesis 37:1-40:23
  1. Hoeveel dromen verschenen er aan Josef en wat hielden deze dromen in?
  2. Wat waren de dromen van de schenker en de bakker in de gevangenis in Egypte en wat was de oplossing van die dromen?
Parasjat Miqets, Genesis 41:1-44:17
  1. Wat waren de dromen van Farao en wie gaf de juiste oplossing van deze dromen?
  2. Hoe vaak ontving Jozef zijn broers en wat was zijn houding ten opzichte van hen?
Parasjat Wajigasj, Genesis 44:18-47:27
  1. Op welke manier werd Jacob meegedeeld dat zijn zoon Jozef nog leefde?
  2. Wie stuurde Jacob vooruit om een plaats voor Torah studie voor te bereiden?
Parasjat Wajechi, Genesis 47:28-50:26
  1. Op welke leeftijd stierf Jacob en waar werd hij begraven?
  2. Welke zegen ontving Asjer?
  3. Wat is de zegen die de zonen van Jozef van hun grootvader Jacob ontvingen?

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.