BSD

titel

Nadat HaSjem Mozes gezegd had dat hij zal zien wat HaSjem met Farao zal gaan doen, sprak HaSjem verder met Mozes. HaSjem was aan de aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob verschenen en had Zich aan hen met de naam Qel Sjaqaj bekendgemaakt. Deze Naam is verbonden aan de eigenschap van het recht en de belofte die met deze Naam gegeven is, zal op een later tijdstip uitgevoerd worden. HaSjem had met hun een verbond gesloten om hen het land Kanaän te geven om daarin te wonen. De onuitsprekelijke Naam heeft HaSjem hen niet bekendgemaakt, maar wel aan Mozes. Degenen die met deze onuitsprekelijke Naam een belofte ontvangen, zullen met eigen ogen de uitvoering van de belofte kunnen waarnemen.

HaSjem heeft het gekreun en het gejammer van de kinderen van Israël die onder de zware slavernij van Egypte gebukt gingen gehoord. Nu is de tijd gekomen dat HaSjem de kinderen van Israël uit de slavernij van Egypte haalt en hen van het werk redt en hen met een uitgestrekte hand en met grote oordelen verlost. En Ik zal u tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot HaSjem zijn en u naar het beloofde land brengen, Exodus 6:6-8.

In deze verzen komen vier uitdrukkingen van de ge'ula, de verlossing voor. De eerste is uithalen (hotseti), de tweede is redden (hitsalti), de derde is verlossen (ga'alti)en de vierde is nemen (laqachti). Tegenover deze vier uitdrukkingen worden er op de seideravond vier glazen wijn gedronken. Op de seideravond van het Pesachfeest wordt ja immers het verhaal van de bevrijding uit de slavernij van Egypte herdacht en gevierd. De vijfde uitdrukking brengen (heveti) is het vijfde glas wijn voor de profeet Elijahu, Elia, dat niet gedronken wordt.

Aldus sprak Mozes met het volk maar zij luisterden niet naar hem vanwege de zware arbeid. Het volk luisterde niet naar hem, zou Farao dan wel naar hem luisteren? HaSjem stuurde Mozes en Aaron naar Farao toe om het volk uit het land Egypte te halen.

In de volgende verzen wordt er opeens over de afstammelingen van Jacob geschreven. Dit was nodig om de stam van Levi aan Mozes en Aäron te relateren. De broers die de taak hadden om het volk uit Egypte te halen. Het begint met de opsomming van de stammen bij de eerstgeboren zoon Ruben en dan Simon en eindigt bij Levi met Aäron en Mozes. Rasji schrijft verder dat deze drie stammen door Jacob voor zijn sterven zijn terechtgewezen en nu staan alleen deze drie stammen hier om hun belangrijkheid aan te geven, Exodus 6:14-25.

In vers 23 staat dat Aäron met Elesjeva de dochter van Aminadav en de zus van Nachsjon trouwde. Hieruit kunnen wij leren dat wanneer iemand een vrouw trouwt dat hij moet nagaan wie haar broers zijn. Nachsjon was de man die bij de doortocht door de Rode Zee als eerste in het water sprong. Met deze daad maakte het water plaats voor het hele volk Israël om veilig door de zee te komen. Er bestaat geen vroeg en laat in de Tora.

titel Mozes brengt de boodschap van HaSjem aan Farao in de heilige taal en Aäron vertaalt en legt het uit aan Farao. Maar HaSjem zal het hart van Farao verharden en zal hem al Zijn tekenen en wonderen in het land Egypte laten zien, opdat Farao en de Egyptenaren uiteindelijk zullen erkennen dat er slechts één HaSjem is.

Mozes en Aäron komen bij Farao en Aäron werpt zijn staf voor Farao en zijn dienaren en de staf verandert in een slang. Ook de wijzen in Egypte slaagden door hun magie erin om van hun staf een slang te maken. De staf van Aäron [de slang was alweer in de staf veranderd] slokte alle slangen van de wijzen van Egypte op.

Daarna gaf HaSjem Mozes de opdracht om in de ochtend voor Farao te verschijnen. Farao, die slechts een halve meter hoog was, liet zijn volk geloven dat hij een god was en geen menselijke behoeften had. Het was de gewoonte van Farao om 's morgens vroeg, wanneer iedereen nog lag te slapen, voor zijn dagelijkse toiletgang naar de Nijl te gaan. Op deze plek geschiedde de aankondiging van de eerste plaag. Het water van de Nijl zou in bloed veranderd worden en de vissen zouden doodgaan en er zou geen water voor de Egyptenaren te drinken zijn. Aäron moest deze plaag uitvoeren door het slaan van de staf op de wateren en rivieren in Egypte. Mozes kon deze plaag niet uitvoeren omdat hij als baby in een biezen kistje in de Nijl gered was. Uit dankbetuiging aan de Nijl was het niet gepast dat Mozes op de rivier de Nijl zou slaan. Hetzelfde geldt voor de tweede plaag van de kikvorsen. Ook de derde plaag, de luizen die uit het stof van Egypte te voorschijn kwamen werd niet door Mozes uitgevoerd, omdat het stof het lijk van de doodgeslagen Egyptenaar had verborgen. Wij zien hier dus dat wij niet alleen ten opzichte van mensen onze dank kunnen betuigen, maar ook ten opzichte van dingen en voorwerpen.

De wijzen van Egypte slaagden erin om de eerste en tweede plaag uit te voeren. De derde plaag echter, de luis die uit het stof kwam, konden de wijzen niet nadoen omdat zij geen macht bezaten over iets dat kleiner dan een gerstekorrel is. Zij erkenden hier dat de Vinger van HaSjem aanwezig was, maar Farao wilde nergens van horen en verhardde zijn hart.

Voordat wij met de volgende plagen in de parasja verdergaan wil ik graag nog wat aandacht aan de eerste twee plagen schenken. De plaag van het bloed en van de kikvorsen.

Bij de eerste plaag werd al het water in Egypte in bloed veranderd. Water symboliseert koelte en bloed daarentegen symboliseert warmte en levendigheid. In deze plaag werd dus het koele water in warm bloed veranderd. Koelte werd warmte.

Bij de plaag van de kikvorsen kwamen de kikvorsen uit het water en verspreidden zich over heel Egypte. Kikvorsen leven in de nabijheid van water, moerassen en meren. De kikvorsen zijn altijd nat en glibberig van het water. Kikvorsen symboliseren koelte evenals het water koelte symboliseert. Maar hier bij deze plaag waren de kikvorsen in heel Egypte aanwezig en zij bevonden zich zelfs in de hete ovens. Een oven symboliseert een heet en kokend iets en juist in die hete ovens sprongen de kikvorsen. De koude kikvorsen, nat en glibberig van het water sprongen in de ovens van Egypte en koelden de ovens af. Warmte werd koelte.

Met deze twee plagen onderwierp HaSjem de Egyptenaren. Op persoonlijk vlak in onze strijd met de kwade neiging kunnen wij ook van deze twee plagen leren om op de juiste manier met de kwade neiging te strijden. Van de eerste plaag, water in bloed veranderd, kunnen wij leren dat wij onze natuurlijke koelte en onverschilligheid ten opzichte van alles wat met spiritualiteit te maken heeft: HaSjem, Tora en goede daden etc in warmte en in enthousiasme moeten omzetten.

De kwade neiging heeft de gewoonte om ons enthousiasme voor Tora en goede daden af te koelen: wanneer je bij het doen van een goede daad je goed en lekker voelt, dan komt de kwade neiging eraan en zegt je wat voor bijzonders heb je nu eigenlijk gedaan, het stelt helemaal niets voor. Of wanneer je je over een wonder dat HaSjem gedaan heeft verwondert, dan zegt de kwade neiging je of je soms niet wist dat HaSjem wonderen kan doen. Hier moeten wij de kwade neiging slaan en wel met bloed: de warmte en het enthousiasme in Tora en goede daden in ons toelaten en de vreugde en het enthousiasme in het doen van elke goede daad voelen. Wanneer enthousiasme aanwezig is dan zal er een toevoeging van goede daden zijn, zoals in Psalm 34:15 staat "en doe goed".

Van de tweede plaag, de kikvorsen, kunnen wij leren dat wij onze warmte en enthousiasme ten opzichte van de wereldse geneugten moeten afkoelen, evenals de koude kikvorsen die in de hete ovens sprongen. De kwade neiging heeft de gewoonte om ons op te warmen en ons enthousiast te maken voor de zinloze dingen van deze wereld. Wij moeten dit enthousiasme afkoelen en ons onverschillig maken ten opzichte van het aardse genot. Wanneer er geen enthousiasme voor deze zinloze en slechte dingen bestaat dan zal de lust om overtredingen te begaan verdwijnen, "vermijdt het kwade" Psalm 34:15, en zo kunnen wij de kwade neiging verlaten en onverschillig tegenover hem staan.

De eerste plaag, bloed is het enthousiasme in het doen van het goede en de tweede plaag, de kikvorsen is het jezelf versterken om het kwade te verwijderen.

titel Laten wij nu weer verdergaan met de andere plagen. Vanaf de vierde plaag, de plaag van de wilde beesten, de plaag die grote angst onder het Egyptische volk veroorzaakte, wordt er onderscheid tussen het land Egypte en Gosjen gemaakt. Nu lopen de meningen van de joodse Wijzen ten opzichte van de eerste drie plagen uiteen. Er zijn er die zeggen dat deze eerste drie plagen alleen Egypte troffen en er zijn er die zeggen dat de eerste drie plagen zowel Egypte als Gosjen troffen.

De volgende plaag is de plaag van de veepest. Al het vee van Egypte ging dood en al het vee van Israël bleef in leven. Het hart van Farao verhardde zich en hij zond het volk niet weg.

De zesde plaag is de plaag van de builen. Het was een groot wonder dat al het as dat Mozes en Aäron in de lucht gooiden zich over heel Egypte uitspreidde.

De zevende plaag, hagel is de laatste plaag die in deze parasja voorkomt. De hagel bestond zowel uit water als uit vuur en dat is een groot wonder. Het water en het vuur voerden de opdracht van HaSjem uit en daarom maakten zij vrede met elkaar. Na deze zeven plagen is er niet veel meer van Egypte overgebleven. Toch is Farao nog niet van zins om het volk Israël te laten gaan, ook al kon Farao met eigen ogen zien hoe zijn eigen land in een woestenij veranderde en onleefbaar werd.

De laatste drie plagen komen in de volgende parasja voor. De naam van de parasja is Bo en het woord Bo bestaat uit de letter beth die de getalswaarde 2 heeft en uit de letter alef die de getalswaarde van 1 heeft. Tezamen heeft de naam van parasjat Bo de getalswaarde van drie, hetgeen een hint naar de laatste drie plagen is.

Parasjat Bo, Exodus 10:1-13:16
Profetenlezing, Jeremia 46:13-28

Gebruikte literatuur.
Het commentaar van Rasji op de Tora.
Verzamelde gesprekken van de Lubawitscher Rebbe over de wekelijkse portie.
Werkboek over Choemasj Sjemot, Exodus, door rabbijn Avraham Sjosjan voor studenten van Talmoed Tora.

Zie voor de beschrijving van alle tien plagen de volgende appendix.

Jael

"En Abraham antwoordde en zei: ' Zie nu hoe ik begonnen ben om tot U HaSjem te spreken, alhoewel ik stof en as ben." Genesis 18:27.

Rasji schrijft bij 'alhoewel ik stof en as ben' het volgende: ik (Abraham) was al bestemd om stof te zijn door de handen van de koningen [Abraham bevond zich in levensgevaar tijdens de achtervolging om zijn neef Lot, die krijgsgevangen was genomen in de oorlog tussen de machtige koningen, te bevrijden Genesis 14] en as door de handen van Nimrod [Abram was in zijn tijd de eerste mens met emuna in het bestaan van Eén G-D, HaSjem. Voordat HaSjem Abram de opdracht had gegeven om naar het land Kanaän te gaan had Nimrod Abram in de brandende oven geplaatst omdat Abram de afgodendienst bestreed en afgodsbeelden kapot had geslagen. Abram is onbeschadigd uit die brandende oven gekomen.] ware het niet dat Uw erbarmen mij had bijgestaan.

De Lubawitscher Rabbi wijdt als volgt over het commentaar van Rasji uit:
Deze zin die Abraham heeft uitgesproken 'alhoewel ik stof en as ben' heeft ertoe geleid dat er wordt gezegd dat de kinderen van Abraham hierdoor twee mitswa's hebben ontvangen: de as van de rode heifer (Numeri 19) en het stof dat door de priester in het heilige water werd geplaatst om de overspelige vrouw daarmee te drenken (Numeri 5:17vv).

Het is bekend dat HaSjem maat om maat geeft. Wat is hier in het as van de rode heifer en het stof in het water voor de overspelige vrouw als maat om maat in het werk van aartsvader Abraham?

Hierover dient het volgende gezegd te worden: Wij zien in het werk van aartsvader Abraham dat hij zichzelf ten opzichte van zijn medemensen als 'een overschot beschouwde'. Hij liet al zijn eigen aangelegenheden varen; hij liet zelfs de gelegenheid om de Sjechina, de Heilige Verschijning van HaSjem te ontvangen voorbijgaan [Genesis 18:1] om zijn mitswa van gastvrijheid uit te oefenen. [Genesis 18:2] Ook al waren zijn gasten Arabieren die het stof van hun voeten aanbidden. [Rasji op Genesis 18:4]

Als vergelding hiervoor ontving het nageslacht van Abraham twee mitswa's:

'As van de rode heifer'- ook al werden de priesters die zich van begin tot eind met de rode heifer bezighielden onrein, de priesters schonken daar echter geen aandacht aan; wanneer iemand zich aan een dode had verontreinigd dan zetten de priesters alles terzijde en waren zij bereid om onrein te worden om hun medemens van zijn onreinheid te reinigen.

'Stof voor de overspelige vrouw'- ook al werd in deze ceremonie de Naam van HaSjem uitgewist (wat de de Hemel verhoede!) en er bestaat geen grotere schending dan de Naam van HaSjem uit te wissen. Maar om de vrede tussen man en vrouw te herstellen heeft de Tora gezegd 'Mijn Naam die in heiligheid is geschreven zal door het water weggevaagd worden' [Talmoedtractaat Sjabbat 116a]. Ook al is er hier sprake van een vrouw die zich onberispelijk heeft gedragen, toch heeft de Tora gezegd om de Naam van HaSjem uit te wissen om vrede tussen man en vrouw te maken. (Numeri 5:23)

Uit Dvar Malchoet Parasja Wajera 5776 pagina 40-41.

Jael

Bij parasja Wa'era

'Dezen zijn de hoofden van hun vaders huizen' (Exodus 6:14)

De Tora wil ons de afkomst van Levi om wille van Mozes en Aäron vertellen en vangt met de volgorde van geboorte bij Ruben aan. Waarom is het nodig om de afkomst van Mozes en Aäron te vermelden en te traceren?

In tegenstelling tot het geloof van de christelijke wereld ten opzichte van hun eigen leider, wil de Tora hier benadrukken dat een joodse leider niet op een bovennatuurlijke wijze is geboren. De joodse leider is een gewoon mens met een vader en een moeder die zichzelf spiritueel heeft verheven en waardig is geworden om een joodse leider te zijn. Elke joodse jongen heeft het potentieel om een 'Mozes', een leider van het joodse volk in zijn generatie te zijn.

Uit 'Q and A Va'era, Moshe Bogomilsky' Chabad.org

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.