BSD

Parasjat Toldot

Eerste boek van Mozes, Genesis 25:19-28:9

Parasjat Toldot begint met de geboorte van Jacob Avinoe en Esav (Ezau). Jacob is een man van de Tora, een volkomen man die in de tenten van de Tora zit. Jacob investeerde heel zijn lichaam en ziel in de Tora, dit in tegenstelling tot zijn tweelingbroer Esav die zijn dagen als jager in het veld doorbracht Verderop wordt verteld dat de twee jongens groter werden en een ieder achter zijn eigen neiging aanging. Wij leren uit het lezen van de parasja dat Jacob een volkomen mens was en zijn tijd in de tent doorbracht om Tora te leren. Rivka (Rebecca) de moeder begreep dat voor een waardige opvolging van de aartsvaders Isaac en Abraham, Jacob de zegen zou moeten ontvangen. De gunst van de jaren dat Jacob Tora leerde en de daarmee verworven wijsheid gaven Jacob het voorrecht voor het eerstgeboorterecht. Hiermee nam Jacob de zegen van zijn broer Esav over. Vanaf dat moment deed HaSjem de weg van Jacob slagen. Hieruit kunnen wij leren dat spiritualiteit (Tora) aan succes voorafgaat. Het verinnerlijken van de Tora is een vereiste om de ziel in al haar onderdelen te stabiliseren en in evenwicht te brengen. Dat heeft een mens namelijk nodig om te weten welke richting hij in zijn leven moet gaan en moet kiezen. Dan zal ook het succes gerealiseerd worden.

In het achttiengebed, het staande gebed, komt in het eerste deel de vraag om regen in de winter voor: Hij die de wind laat waaien en de regen laat neerdalen. Hieruit kunnen wij leren dat de wind (spiritualiteit) aan de regen (het materiële leven) voorafgaat en dat dit de juiste volgorde in het leven dient te zijn.

Dit is het duidelijk onderscheid dat tussen Jacob Avinoe en Esav bestaat. Bij Jacob gaat de Tora voorop en bij Esav speelt het materialisme de hoofdrol Een ander onderwerp dat wij in deze parasja als wel in de voorafgaande parasja's tegenkomen is water en (schaaps) kudden. De wijzen vergelijken het water met de Tora en de kudden als aardse rijkdom. Wij zijn getuigen van ruzie tussen de schaapherders van de aartsvaders en de schaapherders van de Filistijnen over de waterputten. In het land Israël is het heel moeilijk om putten te graven om levend water te vinden. De Tora vertelt ons dat de aartsvaders putten graafden en water vonden. Zij vonden niet alleen water, het water steeg vanzelf naar boven naar hen toe vanwege hun vertrouwen en geloof in HaSjem. De waterputten van de aartsvaders waren een bron van jaloersheid, haat en oorlogen. Een natuurlijk verschijnsel dat tot op de dag van vandaag geldt.

Isaac Avinoe bleef heel zijn leven in Kanaän en heeft haar grenzen nooit overschreden. Het water was voor hem een bron van het leven en de nederzetting van het beloofde land. Isaac was schatrijk in kudden en granen. In het eerste boek van Mozes, Genesis 26:12-14 staat dat Isaac daar in het land in dat jaar honderd maten zaaide en HaSjem zegende hem: en hij werd steeds rijker en rijker totdat hij schatrijk was geworden. Hij had kudden van kleinvee en van runderen en veel slaven en de Filistijnen benijdden hem. Rasji zegt hierover dat al de rijkdom van Isaac op het geven van de tienden aan de armen gebaseerd was. Hieruit leren wij het belang van het geven van geld aan de behoeftigen: geef een tiende [van je inkomen of van je winst] opdat je rijk mag worden. [Spreuken der Vaderen] Dit is één van de mitswot dat degene die deze mitswa onderhoudt HaSjem diegene zeker zal compenseren.

Het water heeft voor het joodse volk ook een aspect van reiniging. Tehora, reiniging betreft een geestelijke reiniging. Er bestaat onderscheid tussen het goede, reine water en het slechte, verderfelijke water.

Uit de parasja´s die wij inmiddels hebben gelezen leren wij over het belang van de zegeningen van de aartsvaders aan hun zonen zowel de geestelijk als de materiële zegeningen. De zegen van de rechtvaardige aartsvaders zal gelden voor een ieder die de weg van de Tora gaat en de mitswot onderhoudt. Het is zelfs zo dat de rechtvaardigen weten welke zegen bij de te zegenen persoon past zowel in geestelijk als in materieel opzicht. Hier zijn vele voorbeelden van in de Tora. Dit alles onder voorwaarde dat de zoon de weg van de Tora bewandelt. Wanneer de zoon echter, HaSjem verhoede, de andere weg kiest dan zal hem de vloek achterhalen. Ook hier zijn helaas vele voorbeelden van in de Tora.

In deze parasja leren wij over de zegeningen die Isaac zijn zoon Jacob en zijn zoon Esav heeft gegeven, het verschil tussen de twee zegeningen en de invloed van de zegeningen op een ieder van de zonen tot op de dag van vandaag toe. Hetzelfde geldt voor de zegeningen die aartsvader Abraham aan zijn twee zonen, Isaac en Ismaël, heeft meegegeven en hun invloed tot op de dag van vandaag op alle volkeren die uit Ismaël zijn voortgekomen en in contrast het joodse volk dat uit de lijn van Isaac is voortgekomen. Dat met hulp van HaSjem de ge'ula spoedig mag komen. Amen.

Een Noachiet kan ook een deel van zijn inkomen of van zijn winst afstaan voor de behoeftigen.
Het is een Noachiet waardig om het joodse volk waar nodig te ondersteunen. De voorkeur gaat uit naar joodse gezinnen waar de man Tora leert en het financieel moeilijk is om rond te komen.
Dit kan voor joodse gezinnen in Nederland maar ook in Israël.

Geschreven door Moshe. Vertaald uit het Hebreeuws door Jael. 5 januari 2014.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Ge'ula is het proces van de verlossing van het Joodse volk in de eindtijd.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Mitzvah Meervoud is Mitzvoth. Is een gebod uit de Tora, een goede daad. Er zijn 248 positieve geboden en 365 negatieve geboden.

Parasja is de wekelijkse Tora lezing.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.