BSD

Wajechi (en hij leefde) in een notendop

Genesis 47:28 - 50:26

wajechi

Nadat Jacob zeventien jaar in Egypte heeft gewoond , voelt hij zijn einde naderen. Hij roept Jozef aan zijn zijde en vraagt ​​hem te beloven dat hij hem zal begraven in het land Kanaän, waar Abraham en Izaäk zijn begraven. Jacob zegent dan de zonen van Jozef, Efraïm en Manasse, dat zij elk vader van een stam mogen worden, net als de zonen van Jakob.

Jacob roept vervolgens al zijn zonen aan zijn zijde en zegent elk. Hij vertelt elke zoon wat zijn rol zal zijn als één van de stammen van Israël. Zo zegt hij dat de stam van Juda koningen zal voortbrengen, en Dan zal rechters voortbrengen. Naftali zal snel als een hert zijn en Benjamin fel als een wolf.

Toen Jakob gereed was zegende hij zijn kinderen, en stierf. Hij werd 147 jaar. Jozef huilt en rouwt om zijn vader evenals zijn broers en alle mensen van het land Egypte. Ze rouwen over Jakob omdat hij een rechtvaardig mens was die veel zegen bracht naar het land. Jozef houdt zijn belofte aan zijn vader en brengt hem naar het land Kanaän en begraaft hem in de grot van Machpela in de stad Hebron.

De zonen van Jakob zijn bang dat nu Jakob niet meer leeft, Jozef wraak op hen zal nemen door ze als slaaf te verkopen. Maar Jozef troost hen en vertelt hen dat hij niet van plan is om iets tegen zijn broers te ondernemen. Jozef sterft op de leeftijd van 110 jaar. Voor hij overlijdt, geeft hij een boodschap aan het volk van Israël, en vertelt hen dat "God hen zeker zal herinneren en hen zal brengen naar het land waarvan hij zwoer aan Abraham, Izaäk en Jakob." Hij vraagt ​​dan zijn lichaam uit Egypte met hen mee te nemen.

Het lichaam van Jozef is nog niet in het land Kanaän begraven. (De Egyptenaren stonden dit niet toe.) Met deze parasja besluiten wij het eerste boek van de Tora, het boek Bereishit.

Door Chani Benjaminson

Bron: Vayechi-Roundup

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer