BSD

Sjoftim in een notendop

Deuteronomium 16:18 - 21:9

Rechtspleging

koning De naam van de parasja van deze week luidt Shoftim, dat rechters betekent en de parasja begint met het bevel van Mozes aan het volk Israël om rechters aan te wijzen die recht moeten spreken. Dit is om ervoor te zorgen dat we leven in een rechtvaardige samenleving - waar de wetten eerlijk en correct worden toegepast. Als iemand beschuldigd wordt van het plegen van een misdrijf, moet dat goed worden onderzocht, en niemand kan schuldig worden bevonden tenzij er minstens twee getuigen zijn, die hem de misdaad zagen plegen. Een rechter mag nooit steekpenningen aannemen. Zelfs als hij denkt dat geld aannemen geen invloed zal hebben op zijn beslissing, dan zegt de Tora dat dit onmogelijk is, en dat mensen altijd door geld worden beïnvloed.

Koningswetten

Toen de Joden in het land van Israël kwamen en een koning benoemden, moest hij zich aan bepaalde regels houden. Hij mocht niet te veel paarden of te veel vrouwen hebben. Hij moet ook twee Tora-rollen hebben. Eén daarvan om met zich mee te nemen, om hem eraan te herinneren dat, zelfs al is hij koning, hij nederig moet zijn, en de Tora moet volgen , en om niet te vergeten dat God boven hem is.

Steden als Toevluchtsoord

Als iemand per ongeluk iemand anders doodt, bijvoorbeeld als twee mensen samen houthakken, en de bijl van de één laat los van de steel en door de lucht vliegt en de ander doodt. De broer van degene die gedood werd kan zo boos zijn dat hij de ander wil doden, ook al was het een ongeluk. Daarom gebiedt de Tora de Joden om speciale steden in Israël in te richten, die "Toevlucht Steden" worden genoemd. Daar kunnen zij die per ongeluk iemand hebben gedood hun toevlucht zoeken om veilig te zijn voor de familie van het slachtoffer. Zodra zo iemand zich in een dergelijke stad bevindt, kan de familie van de gedode hem niet kwetsen. Maar hij moet daar zolang blijven totdat hogepriester overlijdt.

Oorlogswetten

Voordat de Joden een oorlog beginnen tegen hun vijanden, komt er een priester om hen te vertellen dat er geen reden is om te vrezen, want God zal met hen zijn en voor hen vechten. Dus iedereen gaat dapper de oorlog in. Iedereen, behalve de volgende personen: Iemand die net een huis heeft gebouwd, een wijngaard heeft geplant, of getrouwd is. Verder is hij vrijgesteld van de strijd die bang is. Want als hij bang is, laat hij zien dat hij niet op God vertrouwt, of dat hij weet dat hij gezondigd heeft en de bescherming van God niet waardig is.

Wanneer het volk van Israël wil gaan vechten met een vijand, moeten ze eerst vrede aanbieden.

Wanneer zij een land bezetten mogen zij geen vruchtbomen omhakken of vernietigen.

De wetten van "Egla Arufah".

Wanneer iemand buiten een stad dood gevonden wordt, dan is de dichtstbijzijnde stad verantwoordelijk voor de dode om een speciale procedure met een kalf uit te voeren. Dit leert ons dat het onze verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen, dat wanneer iemand onze stad verlaat, hij voor onderweg genoeg voedsel en bescherming heeft, zodat hij gezond en veilig thuis kan komen.

Bron: Shoftim-Roundup

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer