BSD

Parasja Mattot in een notendop

Numeri 30:2-32:42

Jordaan Heb je ooit beloofd om iets te doen en je belofte niet nagekomen? In deze parasja, vertelt de Tora ons heel voorzichtig te zijn bij het doen van beloftes, zodat we ze niet per ongeluk niet nakomen. In plaats iets te beloven moeten we zeggen: "Ik hoop dat ik kan..."

Vorige week, we lazen we hoe Pinchas Zimri en de Midjanitische vrouw doodde toen ze, tegen Gods wil, probeerden te trouwen. God beveelt nu het Joodse volk om oorlog te voeren tegen de Midianieten. Mozes kiest 1.000 mannen uit elk van de twaalf stammen om als soldaten te dienen en benoemt Pinchas als één van de leiders van het leger. Wanneer de Midianieten het joodse leger zien komen om hen te bestrijden, lachen ze en zeggen: "Het joodse leger is zo klein, dat zullen we zeker winnen!" Echter, met Gods hulp, is het joodse leger overwinnaar over de Midianieten zonder ook maar één soldaat te verliezen.

Na de oorlog benaderen, twee stammen, Ruben en Gad, Mozes met een ​​verzoek. Ze vragen hem of ze zich met hun families aan de oostkant van de Jordaan mogen vestigen in plaats van de rivier over te steken en het land van Israël binnen te gaan.

Je kunt je afvragen: "Waarom willen ze niet met de rest van het joodse volk het land van Israël binnentrekken?" Wel, deze twee stammen hadden veel vee. Ze hadden gemerkt dat het land ten oosten van de Jordaan zeer vruchtbaar was, en rijk was aan groen gras om hun vee te laten grazen. Ook wisten zij dat Mozes niet zou worden begraven in het land van Israël en dus wilden ze in de buurt van de begraafplaats van Mozes blijven.

Eerst wordt Mozes erg boos. Hij vraagt hen: "Willen jullie hier blijven, veilig en beschermd, terwijl jullie broeders ten strijde gaan om het het land van Israël te veroveren?" Toen de stammen hun verzoek verduidelijkten, door te zeggen dat ze graag met hun broeders in de strijd mee wilden doen, ging Mozes akkoord dat zij zich aan de oostzijde van de Jordaan zouden vestigen. Toen Mozes akkoord ging, voegde de helft van de stam van Manasse zich bij de stammen van Ruben en Gad toen die zich vestigden in het land ten oosten van de rivier de Jordaan.

Bron: Matot Roundup

Parasja Massee in een notendop

Numeri 33:1-36:13

De parasja van Massei begint met een opsomming van alle 42 pleisterplaatsen die de Joden aandeden op hun tochten door de woestijn. Na die lange lijst, lezen we wat de grenzen, volgens de Tora, van Israël zijn.

De parasja bespreekt een zeer interessante mitswa (gebod) voor de mensen die in het land van Israël gaan wonen (we vervullen dit gebod tegenwoordig niet). Ze moeten zes "vrijsteden" in het Land van Israël bouwen. De steden dienden als een veilige plek voor iedereen die per ongeluk iemand anders had gedood. Bijvoorbeeld als Karel bezig was een boom om te hakken en deze uiteindelijk op iemand viel waardoor die werd gedood. Hij kon dan naar één van de vrijsteden gaan. Eénmaal daar, kon niemand van de familieleden van de man die werd gedood zich wreken op Karel. Hij zou daar veilig zijn.

Dit is het laatste deel in het vierde boek van de Tora. Volgende week beginnen we met het vijfde en laatste boek, Deuteronomium.

Bron: Massei-Roundup

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.