BSD

Parasja Ki Tetse in een notendop

Deuteronomium 21:10 - 25:19

Degene die de vorige parasja heeft gelezen, weet dat we veel mitswot zijn tegengekomen. Nu, deze parasja geeft nog veel meer geboden. Vierenzeventig meer, om precies te zijn. Laten we beginnen!

Het terugbrengen van verloren voorwerpen: Als we iets vinden dat iemand heeft verloren, en als er een manier is om uit te zoeken van wie het is, dan moeten we het aan de eigenaar teruggeven. Dit is een groot gebod.


Het begraven van de doden: een ander groot gebod: Respect voor het lichaam van een dode en het zo snel mogelijk begraven daarvan.

De bescherming van de moeder: Voordat we de eieren uit een vogelnest halen, moeten we de moedervogel wegsturen, zij moet het dus niet zien en verdrietig worden. We leren om mededogen te hebben voor alle wezens.

Hekken: Iedereen die een nieuw huis bouwt moet een hek rondom op het dak maken, zodat niemand kan vallen en gewond raken. Dit leert ons dat we altijd voorzorgsmaatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat er geen gevaren zijn die anderen kunnen doen struikelen.

Niet mengen: We moeten oppassen niet een mengsel van twee dingen te creƫren. Bijvoorbeeld. We kunnen geen twee soorten planten te dicht bij elkaar zetten, waardoor het gevaar van kruisbestuiving bestaat. Hetzelfde geldt voor dieren: we mogen niet twee verschillende dieren in een span doen; bijvoorbeeld, een os en een ezel. Vergelijkbaar hiermee is het voorschrift dat we geen wol en linnen samen gemengd mogen dragen.

Tzitzit: Altijd wanneer we iets dragen dat vier hoeken heeft, moeten we aan de hoeken koorden hechten, tzitzit genaamd. Om deze mitswa altijd na te komen dragen we een speciaal kledingstuk met vier hoeken met daaraan de koorden. Dit kledingstuk wordt ook tzitzit genoemd.

Eten op het werk: Wanneer iemand voor je op het veld werkt, bijvoorbeeld het plukken van fruit of oogsten van groenten, dan moet je hem laten eten wat hij wil. Hij kan niet zomaar wat hij wil mee naar huis nemen, maar het eten op het werk is zijn recht.

Een les van Miriam: Als iemand iets slechts over een andere jood zegt, wordt hij gestraft met melaatsheid. We leerden hierover in de parasjas Tazria en Metzorah. De Joden worden hier daaraan herinnerd, en Miriam is het voorbeeld dat alle Joden zagen. Omdat ze slecht over Mozes sprak, werd ze melaats.

De laatste mitswa in deze parasja is je Amalek te herinneren, het slechte volk dat de joden was aangevallen nadat ze Egypte verlieten, en om eraan te werken om zijn herinnering uit te wissen.

Bron: Ki-Teitzei-Roundup

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.