BSD

Parasja Bo

Exodus 10:1–13:16

get out

Farao weigert nog steeds de Joden uit Egypte te laten vertrekken, dus brengt God nog meer plagen over Egypte. In de achtste plaag, brengt een zeer sterke wind grote zwermen sprinkhanen. Er zijn er zo veel van, dat zij de aarde bedekken en al het groen, de planten en vruchten van de bomen eten, waardoor er geen voedsel meer in het land Egypte is.

Farao weigert echter de Joden te laten gaan, dus komt de negende plaag en God brengt een zeer dikke duisternis over Egypte. Zeven dagen lang is heel Egypte (met uitzondering van de huizen van de Joden) volledig en totaal verduisterd. De Egyptenaren kunnen helemaal niets meer zien, en de laatste drie dagen van deze plaag, is de duisternis zo dik dat zij zich niet eens kunnen bewegen!

Farao blijft koppig, daarom zal God een laatste plaag over hem en zijn volk brengen. Maar voordat dat dit gebeurt, geeft God de Joden opdracht een aantal belangrijke dingen te doen. In feite krijgen de Joden nu hun eerste mitswa (gebod) - een speciaal gebod van God. Uiteindelijk krijgen de Joden nog veel meer geboden, maar dit eerste gebod geeft een speciale band. Dit gebod beveelt de Joden om een kalender te maken, die gebaseerd is op de cyclus van de maan. En dit is dezelfde Joodse kalender, die we vandaag nog gebruiken, meer dan drieduizend jaar later! Vervolgens moeten de Joden elk een offer brengen van een geit of een lam en het bloed aan hun deurposten strijken. Wanneer nu de laatste plaag komt dan weet God welke huizen Hij voorbij moet gaan. (Al deze wonderen worden herdacht op een speciale joodse feestdag Pesach genaamd - omdat God de Joodse huizen voorbijging). De Joden moeten dan het geroosterde vlees eten met matses en bittere kruiden.

Nu komt de tiende en laatste plaag: Op de veertiende van de maand Nissan, om middernacht precies, sterft elke Egyptische eerstgeborene. Farao is doodsbang, want hij is zelf een eerstgeborene; hij springt uit bed en snelt heen om naar Mozes en Aäron te zoeken. Terwijl hij dat doet, roept hij verwoed, "Ga! Ga! Vertrek uit dit land, jullie en alle Joden. Neem jullie schapen en jullie vee en wat jullie maar wilt mee. Ga!" En hiermee jaagt de farao, na 210 jaar van slavernij, de Joden uit Egypte. Toen vertrokken ze snel, in feite zo snel dat hun deeg geen tijd had om te rijzen en matse werd - precies hetzelfde platte brood dat we op Pesach eten. Maar ze hebben de tijd om de Egyptenaren naar hun goud en zilver te vragen, en beroven Egypte van al haar rijkdom.

Nu de Joden vrij zijn, vertelt God Mozes over het feest dat zij elk jaar voor deze gelegenheid moeten vieren, Pesach, door het eten van matses en aan hun kinderen het verhaal te vertellen van de uittocht uit Egypte.

Bron: Bo Roundup

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.