BSD

Parasja Bemidbar in een notendop

Numeri 1:1-4:20

bamidbar God vertelt Mozes om een ​​volkstelling te houden - een telling - van alle mensen die deel uit kunnen maken van het leger, en wel alle mannen in de leeftijd twintig tot zestig jaar. Elk van de twaalf stammen had een leider - een nassi - die Mozes hielp met het tellen.

Hieronder de lijst van de stammen en hun leiders, en het aantal mensen van elke stam.

De stam van Levi werd afzonderlijk geteld. Hier gaat het om alle mannen van één maand en ouder. Het waren er 22300.

Vervolgens wordt besproken hoe het volk van Israël zich legerde en reisde in de woestijn. Wanneer de Joden moesten optrekken, dan zouden de Levieten de Mishkan (Tabernakel) uit elkaar halen, het dragen naar de volgende legerplaats, en het weer opzetten.

Het kamp werd als volgt ingericht: In het centrum was de Mishkan. Rond de Mishkan was het kamp van de Levieten, verdeeld in drie groepen.

  1. De Kehatieten, die de voorwerpen van de Mishkan droegen (het altaar, ark, menorah, etc.), waren aan de zuidkant gelegerd.
  2. De Gersonieten, die de gordijnen en dakbedekkingen droegen, waren aan de westkant gelegerd.
  3. De zonen van Merrari, die de wanden en pilaren droegen, waren aan de noordkant gelegerd.
Aan de voorzijde van de Mishkan, de toegangsweg aan de oostkant, bevonden zich de tenten van Mozes, Aaron, en de zonen van Aaron.

Rond de Levieten was de rest van het volk van Israël gelegerd in vier groepen.
  1. Naar het oosten lagen Juda, Issaschar en Zebulon
  2. Naar het zuiden, Ruben, Simeon en Gad
  3. Naar het westen, Efraïm, Manasse en Benjamin
  4. Naar het noorden, Dan, Aser en Naftali.
Vervolgens wordt gesproken over de kinderen van Aaron, de Kohaniem (priesters) en de Levieten, die de dienst in de Mishkan deden. Oorspronkelijk werd van de eerstgeborenen van elke familie verondersteld dienst te doen, maar toen ze zondigden met het gouden kalf verloren ze dit voorrecht en in plaats daarvan werd het aan de Levieten gegeven.

Naar het Oosten
Stam
Juda
Issaschar
Zebulon
Leider
Nahesson
Nethaneël
Eliab
Aantal
74600
54400
57400
Naar het Zuiden
Stam
Ruben
Simeon
Gad
Leider
Elizur
Selumiel
Eljasaf
Aantal
46500
59300
45650
Naar het Westen
Stam
Efraim
Manasse
Benjamin
Leider
Elisama
Gamaliël
Abidan
Aantal
40500
32200
35400
Naar het Noorden
Stam
Dan
Aser
Naftali
Leider
Ahiëzer
Pagiël
Ahira
Aantal
62700
41500
53400

Bron: Bamidbar-Roundup

'En al de tellingen van de Levieten... van één maand en ouder waren tweeëntwintig duizend.' (Numeri 3:39)

Het blijkt uit de tellingen die in de parasja beschreven staan dat de stam van Levi de kleinste stam was.

Hiervoor zijn in de commentaren verschillende verklaringen gegeven. De gedachtengang van één van de verklaringen volgt hier. Toen Jacob naar Egypte afdaalde bedroeg zijn familie zeventig mensen. Tijdens de tweehonderdtien jaar in Egypte groeide de familie van Jacob op wonderbaarlijke wijze en zelfs tegen de verdrukking in: meer dan zeshonderd duizend mannen. De vrouwen en de kinderen zijn in deze telling niet meegerekend.

Het is vanuit de bronnen bekend dat alle stammen, behalve de stam van Levi, in Egypte slaven waren. (Rasji op Exodus 5:4). De wonderbaarlijke vermeerdering van het joodse volk was aan de verdrukking te danken. De stam van Levi groeide daarentegen op natuurlijke wijze en kwam op een totaal van slechts tweeëntwintig duizend uit. (Ramban/Nachmanides)

Gebaseerd op 'Bamidbar Q&A, Moshe Bogomilsky, Chabad.org

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.