BSD

titel

Het eerste vers van de parasja heeft ons heel wat te vertellen. Laten wij dit eerste vers eens nader bekijken. 'En deze zijn de verordeningen die je voor hen zal zetten', Exodus 21:1.

Rasji schrijft hier dat op plaatsen in de Tora waar het woord voor 'deze' met de verbindingsletter waw (= en deze) wordt geschreven, dat dit even belangrijk is als hetgeen in de voorafgaande parasja Jitro geschreven is. De verordeningen die in deze parasja voorkomen zijn even belangrijk als de tien geboden van de vorige parasja.
Een voorbeeld van het woord deze zonder de verbindingsletter waw (en) is Genesis 37:2. Hier staat geschreven: 'Deze zijn de geschiedenissen van Jacob...'. Hier staat het woord voor 'deze' zonder de verbindingsletter waw omdat het voorafgaande dat over de vorsten van Esau gaat minder belangrijk is dan de geschiedenissen van Jacob.

'En deze zijn de verordeningen die je voor hen zal zetten'.

De verordeningen, misjpatim, zijn geboden die duidelijk zijn en verstandelijk te verklaren zijn. De logica van deze verordeningen eisen van ons om deze verordeningen te onderhouden en uit te voeren.
Misjpatim zijn de wetten die de mens ook zelf zou hebben vastgelegd zonder dat deze door HaSjem bevolen zouden zijn. Enkele voorbeelden hiervan zijn het verbod op stelen en het verbod op moord. Een ieder van ons begrijpt dat voor een goed functionerende maatschappij stelen en doodslaan verboden hoort te zijn.

Er zijn ook geboden, choeqim, die niet duidelijk zijn en geen logische verklaring hebben voor de uitvoering van deze geboden. De choeqim zijn de wetten die ons verstand te boven gaan en wij onderhouden deze wetten gewoon omdat HaSjem deze bevolen heeft. Voorbeelden hiervan zijn de spijswetten: het verbod op het eten van melk en vlees tezamen. Vlees- en melkgerechten zijn gescheiden in de kosjere joodse keuken. Ook de reinheidswetten vallen onder deze geboden alsmede de wet van de rode heifer (koe).

Een derde soort van geboden is 'eedot'. De eedot zijn wetten die rationeel verklaard kunnen worden, maar die niet noodzakelijkerwijs uit rationeel oogpunt tot stand zouden zijn gekomen. Met ons menselijk verstand zouden wij deze wetten nooit zelf bedacht hebben. HaSjem heeft de 'eedot' gegeven en wij kunnen deze wetten met ons verstand begrijpen. Voorbeelden hiervan zijn het aanleggen van de gebedsriemen, het rusten op sjabbat en het eten van de matsa op Pesach.

De mitswot zijn dus onder te verdelen in misjpatim, choeqim en eedot. Alle mitswot (geboden) zijn door HaSjem bevolen. Wij hebben deze geboden te onderhouden en uit te voeren ongeacht ons verstandelijk inzicht. Wij hebben alle geboden van HaSjem als een juk op ons te nemen.

'En deze zijn de verordeningen die je voor hen zal zetten'.

Van het woord voor hen, lifnehem, leren de Wijzen ons enkele dingen. Als eerste leren wij hier, dat deze voor de Joden en niet voor de gojim (niet Joden) gezet zijn. Wanneer er sprake is van een conflict tussen Joden dan moeten de Joden naar een Joodse rechtbank gaan waar joodse rechters rechtspreken en niet naar een rechtbank waar niet joodse rechters rechtspreken. De joodse rechters spreken recht op basis van de Tora.

Vervolgens kunnen wij hier van het woord voor hen, lifnehem, leren om de wetten als het ware een 'gezicht' te geven. Het woord voor hen, lifnehem, is gebaseerd op het woord voor gezicht, panim. Dat betekent dat er een reden en verklaring aan de wetten gegeven dient te worden. Wanneer een rabbijn zijn leerlingen een bepaalde zaak van de Tora leert, dan moet hij zijn best doen om de zaak zo goed mogelijk uit te leggen en niet zeggen dat de wet zus en zo is en de leerlingen zelf de reden en verklaring voor de wet laat zoeken.

Een derde lering van het woord voor hen, lifnehem, is volgens Admor HaZaqen, de stichter van het Chabad Chassidisme, is dat het voor hun 'innerlijkheid' is. De 'innerlijkheid' is om de wijsheid van HaSjem tot in het diepste van hun ziel te laten doordringen.

'En deze zijn de verordeningen die je voor hen zult zetten'.

Rasji verklaart hier dat de verordeningen van de Tora op de wijze van 'voor hen zult zetten' moet zijn. Dat wil zeggen als een gedekte tafel waarop het eten kant en klaar staat om door de mens genuttigd te worden. Dat betekent dat de verordeningen, de wetten, klaar en onmiddellijk bruikbaar dienen te zijn omdat zij zo duidelijk en helder horen te zijn als het eten dat kant en klaar op de gedekte tafel staat en klaar staat om genuttigd te worden. Als toevoeging op de gedekte tafel is dat de functie van het voedsel dat wij nuttigen het versterken van ons lichaam en onze gezondheid is. Het spirituele voedsel, Tora en mitswot, dat wij dienen te nuttigen versterkt de gezondheid van onze ziel.

De Hebreeuwse slaaf, Exodus 21:2.

Parasjat Misjpatim volgt onmiddellijk op het verhaal van de gave van de Tora en de eerste wet die hier aan de orde komt is de wet van de Hebreeuwse slaaf. Een Hebreeuwse slaaf kan een jood zijn die had gestolen en niet voldoende geld bezat om te betalen. Het Joodse gerechtshof verkocht hem daarom als slaaf. Of de Hebreeuwse slaaf kan een jood zijn die zeer arm was en zichzelf als slaaf liet verkopen.

Waarom begint de Tora juist met deze wet? Iedereen was toch rijk! Iedereen had zoveel goud en zilver en andere kostbare voorwerpen uit Egypte en uit de Schelfzee meegenomen, waarom zouden zij zich als slaaf laten verkopen? Toch is de kwestie van de Hebreeuwse slaaf, meer dan alle andere wetten, nauw verbonden aan de gave van de Tora. De Tora zegt dat de Hebreeuwse slaaf zijn meester zes jaar moet dienen en in het zevende jaar vrij uit moet gaan. Wanneer de Hebreeuwse slaaf na zes jaar niet vrij uit wil gaan dan wordt hij op een bijzondere manier gestraft. Hij wordt voor de Joodse rechters gebracht en bij hem wordt door zijn meester bij de deurpost een gat in zijn oor geboord. Dat is een teken dat hij voor altijd een slaaf zal zijn.

Over de reden voor deze bijzondere straf schrijft Rasji dat het oor dat niet lang te voren de stem van HaSjem en de tien geboden gehoord had, waar gezegd was om niet te stelen en toch stal, dat oor moet doorboord worden op de deurpost. [De deurpost is ook de plaats waar de mezoeza is bevestigd. In de mezoeza staat het Sjema gebed geschreven waarin beleden wordt dat HaSjem onze G-d is en dat HaSjem Eén is. (Deuteronomium 6:4-9 en 11:13-21)] Het oor dat bij de berg Sinaï gehoord heeft dat het volk Israël de dienstknechten, de slaven van HaSjem zijn en zichzelf toch als slaaf aan een aardse meester laat verkopen, dat oor moet doorboord worden.

In de parasja worden er vier grondvormen van schade genoemd: de os, de kuil, mens en vuur. Deze vier soorten van schade vormen de basis voor het burgerrecht. De Talmoed wijdt in de vierde orde (vierde seder) een aantal traktaten aan de burgerrechten die in de parasja Misjpatim voorkomen. Dit vierde deel heet Neziqin en betekent schade. In dit deel zijn drie grote traktaten aan het burgerrecht gewijd. De eerste is Baba Kama, de eerste poort; de tweede is Baba Metsia de middelste poort en de derde is Baba Batra de laatste poort. Elk traktaat houdt zich bezig met een verschillende categorie van het burgerlijk recht. Tezamen beschrijven zij het proces van de mensheid naar een harmonieuzer en vreedzamer bestaan.

In de 'Eerste Poort' gaat het voornamelijk om de verantwoordelijkheid van de mens ten opzichte van de vier categorieen van schade: de os, de kuil, mens en vuur. Deze vier categorieën worden hier gedefinieerd en bevatten vele subcategorieën. 'De Eerste Poort' houdt zich ook bezig met vergoedingen en straffen voor diefstal en roof. De 'Eerste Poort' houdt zich dus voornamelijk bezig met criminele en met geweld begane aanvallen op een persoon of op het eigendom van een persoon. Baba Kama beschrijft een vorm van disharmonie tussen personen.

De 'Middelste Poort' houdt zich voornamelijk bezig met wetten die betrekking hebben op teruggave van gevonden voorwerpen, onenigheid over leningen, koopcontracten, werkcontracten en de verantwoordelijkheden van de vier wachters: de onbetaalde en de betaalde wachter, de lener en de huurder ten opzichte van de voorwerpen die zich onder hun toezicht bevinden.

Evenals in de 'Eerste Poort' gaat het ook in dit traktaat om onenigheden tussen mensen. Hier betreft het echter conflicten die onschuldiger van aard zijn. Het beschrijft normale en dagelijks voorkomende onenigheden tussen twee mensen of twee partijen. Dit traktaat weerspiegelt een vorm van relaties tussen mensen dat nog verre van ideaal is.

De 'Laatste Poort' houdt zich met een geheel ander genre van het burgerlijk recht bezig. Het zijn geen wetten,die conflicten komen beslechten. Het zijn wetten, die een fundament leggen voor een sociaal rechtvaardig en harmonieus bestaan voor de mens en zijn medemens. De 'Laatste Poort' behandelt eigendomswetten, burenrelaties en -verantwoordelijkheden, vennootschappen, handel, erfenissen en tsedaqa (liefdadigheid).

De functie van deze wetten is om grenzen te stellen die bevorderlijk voor beide partijen zijn. Zo kan bijvoorbeeld een muur een terrein afbakenen en tegelijkertijd beide partijen hun gebied van privacy schenken.

Er bestaat geen essentieel verschil tussen de burgerrechten, die in de Tora genoemd worden en de 'religieuze' wetten, die in de Tora genoemd worden. Een misdaad die tegen een mens wordt bedreven, is tevens een misdaad tegen HaSjem. Een misdaad tegen HaSjem is een misdaad tegen al Zijn schepselen. Het tegenovergestelde is ook juist. Een goede daad voor een medemens is een goede daad voor HaSjem, die ons allemaal geschapen heeft. HaSjem wil dat wij in vrede en harmonie met elkaar leven. Een positieve persoonlijke relatie met HaSjem heeft een positief effect op Zijn relatie met de schepping en met iedere burger van Zijn wereld.

Tot slot nog enkele woorden over de spijswetten. De spijswetten zijn gebaseerd op het verbod om een geitje in de moedermelk te koken. Ook in de Tempel mochten geen offers gebracht worden waarin melk en vlees gemengd waren. Het verbod van het koken van een geitje in de moedermelk komt driemaal in de Tora voor.[Exodus 23:19, Exodus 34: 26 en Deuteronomium 14:21] Dit wordt uitgelegd met een verbod op het eten van melk en vlees tezamen, een verbod op het genieten van melk en vlees tezamen en een verbod op het koken van melk en vlees tezamen.
De kleur van melk is wit en deze kleur verwijst naar het attribuut van chesed, van goedheid van HaSjem. De kleur van vlees is rood en de rode kleur verwijst naar het attribuut van gevoerah, van oordeel en gericht van HaSjem. Deze twee attributen kunnen niet samen voorkomen en dat kan een reden zijn voor het verbod om melk en vlees te mengen.

De kosjere joodse keuken heeft een set voor melkgerechten en een set voor vleesgerechten.

Gebruikte literatuur

Het commentaar van Rasji
Verzameling gesprekken van de Lubawitscher Rabbi over de wekelijkse portie
The Criminal, the Ligitant and the Partner door Yanki Tauber, Chabad.org
Whose life is it, Anyway, Yanki Tauber, Chabad.org


Jael

De volgende parasja is Teroemah, Exodus 25:1-27:19
Profetenlezing 1 Koningen 5:26-32, 6:1-13

De Kroon van HaSjem

Het woord voor kroon in het Hebreeuws is keter (kaf, tav en resj). De getalswaarde van het woord keter is 620 (20+400+200). De getalswaarde van het woord voor kroon is opgebouwd uit de 613 mitswot voor het Joodse volk en de 7 mitswot voor de Noachieten.
Het doen van een mitswa is het doen van de wil van HaSjem. Dat is de Kroon van HaSjem. In de kabbala correspondeert de wil van HaSjem met de sefira (attribuut) van keter, de kroon.
Wanneer wij een mitswa schenden of een mitswa veronachtzamen dan neemt hiermee de Kroon van HaSjem af.
Het Joodse volk moet er naar streven om de 613 mitswot uit te voeren en hetzelfde geldt voor de Noachieten met betrekking tot de 7 Noachitische geboden.

Laten wij ons best doen om onze mitswot te doen om de Kroon van HaSjem in ere te houden.

Gebaseerd op parasjat Chajje Sara uit 'By Divine Design' , Rabbi Aaron L. Raskin.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.