BSD

De wekelijkse portie Lech lecha, Genesis 12:1-17:27

De bijbehorende profetenlezing betreft: Jesaja 40:27-41:16

Jesaja 45:21 Wij hebben in het begin van deze serie kennis gemaakt met onder andere de schepping van de wereld en het verhaal over Noach en de ark. In deze twee porties hebben wij ongeveer 2000 jaar van de wereldgeschiedenis doorlopen. Nu is het tijd om met Abraham, de eerste van de drie aartsvaders mee te gaan. Abraham krijgt op 75e jarige leeftijd de opdracht van HaSjem om zijn land, zijn maagschap en zijn vaders huis te verlaten. Abraham moet gaan en wel naar een land dat HaSjem hem wijzen zal. Deze opdracht gaat vergezeld met zegeningen voor Abraham. Wanneer iemand namelijk op reis gaat, dan gaat dit ten koste van drie dingen (Rasji op Genesis 12:1): het heeft negatieve invloed op de vruchtbaarheid, op het geld en op de naam. Daarom had Abraham drie zegeningen nodig om op weg te kunnen gaan naar het land dat HaSjem hem wijzen zal. Abraham kreeg als belofte mee: een talrijk nageslacht, rijkdom en een goede naam.

Voordat wij met Abraham meegaan naar het land Kanaän (betekent land van handel, van zakendoen) is het goed om aandacht te schenken aan de naam van de wekelijkse portie Lech lecha. De naam geeft namelijk de essentie van de portie weer. Lech is de gebiedende wijs van het werkwoord lalechet, hetgeen gaan betekent en lecha is samengesteld uit het voorvoegsel le, hetgeen naar, tot en aan kan betekenen met een achtervoegsel van de tweede persoon mannelijk enkelvoud. Lecha kan vertaald worden met tot/naar jezelf.

Lech Lecha is dus te vertalen met ga tot jezelf: ga tot je essentie. Een ieder van ons heeft tijdens zijn leven een kans om zichzelf, zijn potentieel te ontdekken en om HaSjem te leren kennen.
Rasji schrijft hier (bij de woorden Lech Lecha): Ga voor jouw, voor jouw voordeel/baat en voor jouw welzijn en daar zal Ik je tot een groot volk maken. Maar hier heb je niet de gunst om kinderen voort te brengen. Verder zal Ik je karakter bekend maken in de wereld.

Het voordeel is het positieve gevolg dat direct gebeurt, namelijk het vertrek uit Haran, de plaats waar de toorn van HaSjem heerst en een plaats van afgodendienst [dit is een verwijzing naar de betekenis van de naam Haran, Charan in het Hebreeuws]. Het welzijn heeft positieve gevolgen die in een later stadium geschieden: al de zegeningen die Abraham ontving in het gaan naar het land Kanaän.

Het gaan, het lopen symboliseert een situatie van vooruitgang en stijging, dit in tegenstelling tot stilstand en achteruitgang. Ook al gebeuren er dingen in deze portie die een daling aanduiden, bijvoorbeeld de hongersnood in Kanaän en de daarmee gepaard gaande afdaling naar Egypte. Toch moeten wij goed onthouden dat elke daling zowel spiritueel als materieel, noodzakelijk is voor een stijging (bekijk ook eens een wiel, om verder te komen is het nodig dat het wiel telkens naar beneden komt). Zo was ook elke daling goed voor Abraham, hij kwam immers rijk gezegend en volgeladen weer terug in Kanaän, zo is ook in ons leven een daling nodig om te kunnen stijgen.

Lech Lecha wordt jaarlijks omstreeks 7 chesjwan gelezen. Op de zevende chesjwan gaat de zegen voor de regen daadwerkelijk in. De pelgrims zijn inmiddels thuisgekomen van het Loofhuttenfeest en nu komt het er op aan om de spiritualiteit van deze hoogtijdagen door te dragen in het gewone dagelijkse leven en dat is de portie Lech Lecha. Ga ermee verder. Abraham bereikte het land Kanaän en van hieruit had hij echt de mogelijkheid om het monotheïsme aan de mensheid uit te dragen. Aartsvader Abraham is een voorbeeld voor ons allemaal.

Lech Lecha is een blijde portie. Met de portie Lech Lecha wandelen wij een weeklang mee met aartsvader Abraham. De verbinding van HaSjem met de mens komt door een mitswa tot uiting. Mitswa betekent gebod, maar het is ook verbonden aan het woord tsawta, hetgeen (te)samen betekent. Door het naleven en het uitvoeren van een mitswa verbindt een mens zich met HaSjem. Abraham is de eerste die het bevel, de opdracht van HaSjem uitdraagt en Abraham ging op weg zonder aan zichzelf te denken.

Deze opdracht om zijn land te verlaten is tevens de eerste van de tien beproevingen of ook wel testen die Abraham moet doorstaan. Nadat Abraham met Sara zijn vrouw en met Lot, de neef van Abraham, uit Haran zijn vertrokken en in het land Kanaän aankomen, blijkt dat er een hongersnood in Kanaän heerst! Wel, dat is even een tegenvaller. In het land waar HaSjem hem naartoe heeft gestuurd is niets te eten. [Dit was de eerste hongersnood in de wereldgeschiedenis en was alleen in Kanaän]. Abraham echter windt zich niet op en accepteert alles wat HaSjem doet. Abraham daalt af naar Egypte. In Egypte aangekomen wordt zijn vrouw Sara naar het paleis van de Farao gebracht en Abraham kreeg daar zeer veel geschenken. Dit alles gebeurde op 15 nisan. 15 nisan is de eerste dag van het Pesachfeest en deze gebeurtenis met Sara is al een verwijzing naar de toekomstige uittocht uit Egypte dat enkele honderden jaar later in het jaar 2448 zou geschieden.

Vervolgens lezen wij over de ruzie tussen de herders van Abraham en de herders van Lot. Lot is een neef van Abraham die uit Haran met hem was meegegaan. De naam Lot betekent vloek. Zoals Lot met Abraham meeging zo gaat met elk mens de slechte neiging als een schaduw met hem mee.

De kudden van Abraham en van Lot zijn te talrijk en er is onvoldoende ruimte om alle dieren te laten grazen. De kudde van Abraham was van een muilband voorzien opdat de dieren onderweg niet van de velden die aan iemand anders toebehoorden, zouden grazen. Dat zou dan als stelen bij daglicht gelden, hetgeen een overtreding in de joodse religie is. De herders van Lot namen het hier niet zo nauw mee. Dit leidde uiteindelijk tot een scheiding tussen Abraham en Lot. Lot koos voor het vette en groene gebied van Sodom en Gomarra. Het is weliswaar een vruchtbare streek, echter de immorele mensen daar kennen noch G-d noch gebod.

In hoofdstuk 14 vernemen wij over de oorlog tussen de vier en de vijf koningen, waarbij Lot krijgsgevangen wordt genomen. Vanaf het moment dat Abraham dit te horen kreeg kwam hij direct in actie en nam 318 man met zich mee om zijn neef Lot te bevrijden. De wijzen zeggen dat die 318 man Eliëzer, de huisknecht van Abraham was. De getalswaarde van de naam Eliëzer is namelijk 318. (alef 1, lamed 30, joed 10, ajin 70, zajin 7 en resj 200, tesamen 318). Hoe je dit ook wilt interpreteren het is een zeer gering aantal dat tegen de machtige koningen strijdt en overwint.

In het vijftiende hoofdstuk spreekt HaSjem met Abraham. Na al deze dingen is Abraham alleen met HaSjem. HaSjem belooft hem om zijn nageslacht zo talrijk te maken als de sterren aan de hemel. Genesis 15:5. Verderop in Genesis 22:17 wordt Abraham gezegend met een nageslacht zo talrijk als de sterren aan de hemel en als het zand aan de zee. De ene keer wordt het joodse volk met sterren aan de hemel vergeleken en de tweede keer wordt het joodse volk met zand aan de oever van de zee vergeleken. Wanneer het joodse volk zich aan de geboden houdt en op het pad van HaSjem loopt dan zijn zij als heersers. Dwaalt het joodse volk echter van het pad van HaSjem af dan is het joodse volk als zand en wordt zij door de vijanden vertrapt en wordt over hen heen gelopen.

Genesis 15:13 is de aankondiging van de slavernij van zijn nageslacht in een vreemd land. Het is tevens het begin van de telling van de verdrukkingsjaren van het joodse volk. Vervolgens geeft Sara haar slavin Hagar aan Abraham tot vrouw en Ismaël wordt geboren. Ismaël krijgt ook een zegen voor zijn nageslacht, hij is immers ook een zoon van Abraham.

Op 99 jarige leeftijd krijgt Abraham de opdracht om zich te besnijden. Zie ook Genesis 17. Met de besnijdenis wordt ook de naam veranderd en wel van Abram in Abraham. De letter heh wordt toegevoegd en dat is ook het geval bij zijn vrouw Sarai. Sarai wordt Sara(h). Met deze nieuwe letter in hun naam wordt het mogelijk om kinderen voort te brengen en dit is wat er dan ook daadwerkelijk gebeurd.

Dit wordt in de volgende portie Wajera, Genesis18:1 - 22:24 beschreven. Bij deze portie hoort de profetenlezing 2 Koningen 4:1-37.

Over personen in de parasja

Abraham 1948-2123

Abraham was de eerste van de drie aartsvaders die het joodse volk hebben gesticht. Abraham is de vader van het joodse volk en met zijn naamsverandering is hij ook de vader van een menigte volkeren, Genesis 17:4.
Abraham heeft het monotheïsme herontdekt. Monotheïsme is het geloof in één G-d. Dit is een grondbeginsel van de joodse religie. Dit grondbeginsel was natuurlijk ook Adam bekend maar door de generaties heen in het vergeetboek geraakt. Zij hadden de samenleving op afgodendienst gebaseerd. Abraham heeft het monotheïsme op eigen houtje herontdekt. De Midrasj vertelt dat Abraham op 40 jarige leeftijd, (sommigen zeggen op 3 jarige leeftijd), door het waarnemen van de natuur, tot de conclusie van het monotheïsme is gekomen. Het waarnemen van de natuur leidt namelijk tot de vraag wie de Beheerder, de Meester van het Paleis is. Abraham verkondigde samen met zijn vrouw Sara het monotheïsme aan de mensheid.

Abraham staat bekend als de aartsvader van chesed, van goedheid en vriendelijkheid en hij stond onmiddellijk klaar om de bevelen van HaSjem uit te voeren. Wij zien dat in het leven van Abraham het doen op de eerste plaats staat.
Abraham heeft tien beproevingen, die HaSjem hem op zijn levenspad heeft gezet, doorstaan. De tiende en laatste beproeving, om zijn liefde en vrees voor HaSjem te testen, was het offeren van zijn enige zoon Isaac aan HaSjem. Op het allerlaatste moment is dit verijdeld en staat deze test bekend als de binding van Isaac.

Abram betekent vader of leider van Aram. Abraham betekent vader van een menigte volkeren. Abraham heeft nog Tora, bij Noach (1056-2006), die toen nog leefde, en bij zijn zoon Sem (1558-2158), geleerd.

Bovenstaand is deels gebaseerd op Breslevpedia.

Sara 1958-2085

Sarai en Jisca, Genesis 11:29, is één en dezelfde vrouw. Jisca kan kijken, staren betekenen. Hier wordt de profetische gave om in de toekomst te kunnen kijken bedoeld. Een andere betekenis kan zijn dat anderen naar haar bijzondere mooie schoonheid keken. Sarai betekent mijn prinses of mijn superieur Sara(h) betekent prinses par excellence.

Hagar

Hagar was de dochter van Farao. Farao heeft na alle perikelen zijn dochter aan Sara gegeven en zei dat het beter is, dat zijn dochter, de prinses van Egypte, een slavin in het huis van Sara zou zijn, dan een meesteres in een ander huis, Rasji op Genesis 16:1.
Ketura in Genesis 25:1 is een andere naam voor Hagar. Omdat Hagar haar daden heeft verbeterd heeft zij de naam Ketura gekregen. Ketura is een verwijzing naar het woord ketoret, het reukoffer. Haar verbeterde daden gaven prettige geuren, als van het reukoffer, af. Hagar had, vanaf het moment dat zij weggestuurd was, geen relatie met andere mannen gehad. Zij baarde Abraham nog zes zonen.

Jael, augustus 2013.

"En Hij (HaSjem) nam hem (Abram) naar buiten en Hij zei: 'Kijk alsjeblieft naar de hemel en tel de sterren als je in staat bent om de sterren te tellen.' En Hij zei tegen hem: 'Zo zal je nageslacht zijn." Genesis 15:5.

Rasji schrijft hierbij dat "En Hij nam hem naar buiten" volgens de eenvoudige uitleg betekent dat HaSjem Abram uit de tent naar buiten nam om naar de sterren te kijken. Echter volgens de interpretatie van de Midrasj zei HaSjem tegen Abram: "Ga uit je astrologie". Want je hebt gezien in de tekenen van de zodiac dat je voorbestemd bent om geen zoon te krijgen. Inderdaad, Abram zal geen zoon krijgen, maar Abraham zal een zoon krijgen. Overeenkomstig zal Sarai niet baren, maar Sarah zal baren. Ik zal je een andere naam geven en jouw bestemming zal veranderen (Talmoedtractaat Nederim 32a, Genesis Rabbah 44:10).

Een andere verklaring is dat HaSjem Abram uit de atmosfeer van de aarde haalde en hem boven de sterren plaatste. Dit verklaart het gebruik van het Hebreeuwse woord dat hier voor kijken gebruikt wordt (habatah- heh, beth, tet, heh) en de betekenis heeft 'van bovenaf gezien'. (Genesis Rabbah 44:12).

Jael

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Chassid is letterlijk een "vroom iemand", maar doelt op volgelingen van de Chassidische beweging, gesticht door Rabbi Yisroel Baal Shem Tov in het begin van de 18e eeuw

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Hashgacha pratit is de Goddelijke Voorzienigheid waardoor ons leven geen toevallige gebeurtenissen enz. kent maar dat alles wat er met ons gebeurt en ons overkomt van de Schepper afkomstig is.

Hitbodedut is een ongestructureerde, spontane en op de persoon gerichte vorm van gebed onderwezen door Rebbe Nachman of Breslov. Door hitbodedut krijgt men een persoonlijke relatie met God en een beter begrip van zijn persoonlijke motieven en aspiraties.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Yetzer hara ook wel kwade neiging. Het kwaad. Satan.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Teshuva is letterlijk "terugkeren"; het betreft het proces van boetedoening voor de begane zonden. Hierdoor verandert hij als mens door in plaats zichzelf te dienen gaat hij Hashem en de naaste dienen. Er zijn vier stappen in het Teshuva proces: 1. Belijden aan Hashem wat hij verkeerd gedaan heeft. 2. Berouw tonen dat hij tegen Hashem's wil heeft gehandeld. 3. Aan Hashem vergeving vragen zoals een kind aan zijn vader om vergeving vraagt. 4. De verplichting op zich nemen om zijn uiterste best te doen niet weer terug te vallen.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.

Yeshiva is een Talmoedschool waar in hoofdzaak Talmoed en Tora wordt bestudeerd.