BSD

titel

Het is toch wel opmerkelijk dat de parasja waarin de tien geboden aan het volk Israël op de berg Sinai gegeven worden, de naam van de schoonvader van Mozes draagt: Jitro. Het overgrote en belangrijkste deel van de parasja gaat over de gave van de Tora en slechts een klein onderdeel over Jitro. Toch heeft de parasja als naam Jitro gekregen.

Dit kan uitgelegd worden met hetgeen er in de Zohar staat. Jitro, een afgodendienaar, die elke vorm van afgoderij heeft bedreven, is tot de joodse traditie overgegaan en heeft gezegd: 'Nu weet ik dat HaSjem groot is en groter dan alle goden'. Dat heeft de gave van de Tora mogelijk gemaakt.

Hiermee kunnen wij begrijpen waarom de parasja Jitro wordt genoemd. Jitro bezit een speciaal belang, dat juist daardoor de gave van de Tora mogelijk werd gemaakt en daarom wordt de hele parasja Jitro genoemd, ook dat deel dat de gave van de Tora betreft.

En Jitro, de priester van Midjan en de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat HaSjem aan Mozes en aan het volk Israël had gedaan en hen uit het land Egypte geleid had. Het wonder van de uittocht uit Egypte wordt apart genoemd en gaat alle andere wonderen tezamen te boven.

Rasji zegt, dat met name de doortocht door de Schelfzee en de oorlog tegen Amalek bij Jitro de doorslag hebben gegeven om te komen en om tot het Jodendom over te gaan.

Rasji geeft hier ook aan dat Jitro zeven namen heeft: 1. Jeter = toevoeging, omdat hij een parasja aan de Tora heeft toegevoegd: zijn advies over het aanstellen van de oversten en dat werd uitgevoerd, Exodus 18:13-26. 2. Jitro is de naam die gebaseerd is op de naam Jeter. Toen hij overging tot het jodendom werd de letter waw toegevoegd en werd zijn nieuwe naam Jitro. 3. Chovav (Richteren 4:11) is de derde naam en is gebaseerd op zijn liefde voor de Tora. 4. Reuel is de vierde naam, zie hiervoor Exodus 2:18. Toen Mozes uit Egypte was gevlucht en in Midjan aankwam redde hij de dochters van Jitro. De dochters kwamen naar hun vader Reuel. Er zijn er die zeggen dat Reuel hun grootvader en niet hun vader was. De andere namen van Jitro luiden 5. Chever. 6. Keni en 7. Petuel.

Jitro kwam met Tsippora, de vrouw van Mozes en hun twee zonen Gersjom en Eliëzer naar de woestijn. Mozes kwam zijn schoonvader tegemoet en Aäron, Nadav en Avihoe, de zonen van Aaron gingen met Mozes mee. Dat moment was een moment waarop Jitro grote eer bewezen werd.

En Jitro was blij met al het goede dat HaSjem voor het volk Israël had gedaan en hen uit de handen van de Egyptenaren gered had. Het woord voor blij zijn dat hier gebruikt wordt kan ook het krijgen van kippenvel betekenen. Zijn vreugde over de redding van Israël was niet volkomen compleet, omdat hij diep in zijn hart ook de ondergang van Egypte berouwde. Dat is wat de mensen zeggen over een ger, iemand die tot het jodendom is overgegaan, ook na tien generaties mag je een ger niet vernederen, omdat hij in zijn hart nog steeds een beetje verbinding met de volkeren van de wereld voelt. Dat was ook het geval met Jitro. Ook al kwam Jitro om over te gaan tot het jodendom en hij blij was met de redding van Israël, toch speet het hem in zijn hart over de val van de volkeren.

Zoals wij al eens geleerd hebben is de Tora geen geschiedenisboek waarin de gebeurtenissen in chronologische volgorde zijn opgeschreven. Ook hier in Choemasj Sjmot, het boek Exodus, hebben wij te maken met de regel dat in de Tora geen vroeg en laat bestaat. Voor een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen van het volk Israël in het eerste jaar van hun uittocht uit het land Egypte tussen de data 1 Sivan, de derde maand tot en met 11 Tisjre, de zevende maand, wordt naar de hierna volgende bijlage verwezen.

Exodus 19:2, 'En zij zetten hun kamp op in de woestijn en daar zette Israël zijn kamp op tegenover de berg'. In het Hebreeuws wordt hier in het begin van deze zin het meervoud gebruikt en in het laatste deel van de zin het enkelvoud. Het enkelvoud dat in het laatste deel van de zin gebruikt wordt verwijst ernaar, dat op dat moment het volk Israël als één man met één hart was. Door deze eenheid kon het volk Israël de Tora ontvangen. Bij alle andere kampen in de woestijn was er sprake van strijd en onenigheid.

In het volgende vers, 19:3, staat: 'Zo zul je tegen het huis van Jacob zeggen en tegen de zonen van Israël zul je spreken'. Met het huis van Jacob worden de vrouwen bedoeld. De vrouwen moeten op een zachte toon toegesproken worden en aan hen moeten de algemene regels meegedeeld worden, omdat zij snel en behendig zijn in het uitvoeren van de mitswot. Vervolgens moeten de mannen de straffen en de details van de mitswot uitgelegd worden, dingen die zo hard en ruw als vezels zijn.

'HaSjem heeft het volk Israël op arendsvleugelen gedragen', Exodus 19:4. Als een arend die zijn jongen op zijn vleugels draagt. Alle andere vogels nemen hun jongen tussen de klauwen omdat zij de roofvogels die boven hun rug rondvliegen vrezen. Maar de arend heeft niets van andere roofvogels boven hem te vrezen, behalve dan van de mens, die een pijl op hem kan afschieten. Daarom plaatst de arend zijn jongen op zijn vleugels: het is beter dat de pijl mij raakt dan dat het mijn jongen raakt. Zo heeft ook HaSjem voor Zijn volk Israël gedaan, Exodus 14:19-20. De Egyptenaren wierpen pijlen en slingerden met katapulten stenen op het volk Israël en de wolkkolom van HaSjem ving deze op.

Voordat wij verder gaan met de voorbereidingen van het volk Israël voor het grote moment om de Tora op Sinai te ontvangen is het tijd voor een vraag. Wij weten inmiddels, dat in de Tora geen vroeg en laat bestaat en dat de voorvaders tot het jaar 2448, het jaar van de gave van de Tora, allemaal de Tora in alles hebben nageleefd. Tevens is er op de berg Sinai geen nieuwe Tora gegeven. Wat is echter het verschil tussen de Tora van, voor en na Sinai?

De Midrasj verklaart dit met een verhaal: 'Er was eens een koning die had bevolen dat de burgers van Rome niet naar Syrië mochten afdalen en dat de burgers van Syrië niet naar Rome mochten opgaan. Zo was het ook toen HaSjem de wereld had geschapen. HaSjem had toen bevolen dat de hemelen aan HaSjem toebehoren en de aarde aan de mensen. Echter toen HaSjem de Tora aan Israël wilde geven, moest HaSjem Zijn originele bevel intrekken en verklaarde: De lagere wereld mag opgaan naar de hogere wereld en de hogere wereld mag afdalen naar de lagere wereld. En HaSjem Zelf begon, zoals er staat geschreven: 'En HaSjem daalde af op de berg Sinai en vervolgens sprak HaSjem tot Mozes om tot HaSjem op te gaan', Exodus 19:20. (Midrasj Tanchuma, Waera 15; Midrasj Rabba, Sjmot 12:4) Voor Sinai waren de hemelse gewesten hermetisch afgesloten van de aardse en fysieke wereld. Het spirituele had geen toegang tot de natuur en het fysieke kon niet transcenderen en spiritueel worden. Dat wil zeggen, dat de Tora, die goddelijke wijsheid en wil is, geen werkelijke invloed op de fysieke wereld kon hebben. De Tora was enkel spiritueel en kon zich alleen op de ziel van de mens en op de hemelse gewesten betrekken. Het aardse leven kon alleen binnen de natuurlijke begrenzingen verbeterd en geoptimaliseerd worden, maar het kon niet naar het spirituele opgeheven worden.

Hier op de berg Sinai trok HaSjem Zijn decreet, dat de spirituele wereld van de fysieke wereld scheidde, in. HaSjem bracht het spirituele van de hemelse gewesten naar beneden naar de aarde toe. HaSjem riep Mozes om de berg op te gaan om de aardse mens de kracht te geven boven zijn fysieke leven uit te rijzen en de fysieke wereld naar een hogere staat van bestaan te brengen. Nu kon de Tora het fysieke leven heilig maken.

Met deze nieuwe mogelijkheid ontstond een nieuw fenomeen en wel, dat van een heilig voorwerp. Wat wordt er bedoeld met een heilig voorwerp? Wanneer je als mens een fysiek object gebruikt om daar een mitswa mee te doen dan wordt dat fysieke object een heilig object. Bijvoorbeeld een munt. Wanneer je met een munt, die je met je fysieke arbeid hebt verdiend, tsedaqa (liefdadigheid) geeft, dan wordt die munt een heilig object. Zo zijn er nog vele andere voorbeelden te bedenken.

Het volk Israël krijgt de opdracht om zich voor te bereiden op de grote dag, de dag van de gave van de Tora. Zij mogen niet dichtbij de berg komen, zij moeten hun kleren wassen en mogen geen huwelijksgemeenschap hebben.

Op de derde dag in de vroege ochtend was er donder en bliksem en een zware wolk op de berg en het geluid van de sjofar, de ramshoorn was zeer sterk en het volk, dat in het kamp was, beefde. (19:16)

En het geluid van de ramshoorn werd steeds sterker. Mozes sprak en HaSjem antwoordde hem met een stem. (19:19) In Deuteronomium 5:19 staat geschreven dat de stem van HaSjem luid was en steeds luider werd.

Hoe is het mogelijk dat de stem van HaSjem en het geluid van de ramshoorn steeds luider werden? Wanneer wij een blaasinstrument bespelen dan raakt na een tijdje onze adem op en wordt het geluid van het instrument juist zwakker. Hier gebeurt precies het tegenovergestelde.

De Midrasj geeft hiervoor een aantal interpretaties. Een eerste interpretatie is dat het hemelse, het goddelijke zich niet alleen tot de heilige taal beperkte, maar zich in de zeventig talen van de wereld weergalmde. Een tweede interpretatie is dat de stem niet ophield op die dag van de gave van de Tora, maar dat in de toekomstige generaties, alle profeten en wijzen die profeteerden en onderwezen een voortzetting van die stem zijn. De profeten en de wijzen voegden namelijk niets toe, dat niet aan de tien geboden inherent was. Een derde interpretatie is dat de hemelse stem op Sinai zo uniek was, omdat het geen echo had. Laten wij hier op de derde interpretatie iets verder ingaan.

Een echo ontstaat wanneer een geluid zich op een substantie, dat weerstand biedt, stuit. In plaats van het opnemen van de geluidsgolven, stoot de substantie hen af en kaatst hen terug in de leegte. Voor Sinai had de stem van de Tora een echo. De Tora die tot de hemelse gewesten behoorde kon niet werkelijk tot de fysieke wereld doordringen. De wereld kon de Tora horen en erdoor geraakt worden, maar er bleef een bepaalde graad van weerstand bestaan, omdat de Tora en de fysieke wereld door hun eigen afdelingen begrensd waren. Op Sinai echter had HaSjem dit decreet, dat de hemel van de aarde scheidde, ingetrokken en nu kon de fysieke wereld de goddelijke stem in zich opnemen en een fysiek object kon nu één worden met zijn opdracht en doel.

De stem van de tien geboden op Sinai heeft elk object en elke realiteit in het universum doortrokken. Wanneer wij met het naleven van de geboden met weerstand te maken krijgen dan is dat een oppervlakkige en tijdelijke weerstand. Op Sinai was de essentie van elk geschapen wezen geheel in overeenstemming met en geheel ontvankelijk voor de goedheid en perfectie, die HaSjem van hem wenst.

Het volk Israël was bereid om de Tora te ontvangen en verklaarde, dat zij de Tora zullen doen en horen. Op deze speciale dag waren alle zieken en gebrekkigen genezen. Ook waren de zielen van de toekomstige generaties hier aanwezig. Het grote wonder bij de gave van de Tora was, dat alle 10 geboden door HaSjem in één gebod werden uitgesproken en dat zij één voor één gehoord werden en daarna hoorde het volk Israël de eerste twee geboden uit de mond van HaSjem. Het volk Israël had het voorrecht om de stem van HaSjem te horen en om de glorie van HaSjem te zien.

De 10 geboden

  1. 1 Het geloof, emunah in het bestaan van één HaSjem.
  2. 2 Geen afgodendienst in welke vorm dan ook bedrijven.
  3. 3 De Naam van HaSjem niet misbruiken bij het zweren en andere uitspraken.
  4. 4 Het houden van de sjabbatsdag.
  5. 5 Het eren van je vader en je moeder.
  6. 6 Verbod op moord.
  7. 7 Verbod op ongeoorloofde relaties.
  8. 8 Verbod op stelen (van een mens).
  9. 9 Verbod op vals zweren.
  10. 10 Verbod op het begeren van iets dat een ander toebehoort.

Bron: Breslev.co.il De parasja wordt afgesloten met de bouw van altaren die toegestaan zijn. Een altaar moet aan de aarde gebonden zijn en mag niet op palen of op een fundament rusten. Met dit altaar wordt het koperen altaar, dat in de tabernakel stond, bedoeld en deze was van binnen met aarde gevuld.

Een stenen altaar mag alleen van ongehouwen stenen gemaakt worden. Hiermee wordt het altaar bedoeld, dat koning Salomo in de Eerste Tempel heeft gebouwd.

Een altaar moet zonder treden gebouwd worden opdat bij het optillen van de benen de naakte delen niet gezien worden.

Waarom mochten er geen gehouwen stenen voor het bouwen van een altaar gebruikt worden? (Deuteronomium 27:5) Het altaar is bedoeld om het leven van een mens te verlengen. Ijzer daarentegen verkort het mensenleven. Ijzer wordt immers gebruikt voor het maken van zwaarden en ander oorlogsmateriaal en is bedoeld om mensen te doden. Het past niet dat een 'verkorter' op een 'verlenger' gebruikt wordt.

Een andere verklaring kan zijn, dat het altaar bedoeld is om vrede tussen het volk Israël en HaSjem te herstellen en daarom past het niet dat de houwer en de vernieler er aan te pas komen.

Wij hopen elkaar de volgende keer te ontmoeten met parasjat Misjpatim.
Parasjat Misjpatim, Exodus 21:1-24:18.
Profetenlezing Jeremia 34:8-22, 33:25-26.

Gebruikte literatuur:
Het commentaar van Rasji
De verzameling gesprekken van de Lubawitscher Rebbe over de wekelijkse portie.
Werkboek voor Talmoed Tora door Rabbijn Avraham Sjosjan.
The Breakthrough door Yanki Tauber, Chabad.org.

NB. Mozes gaat naar de hemel en Mozes gaat de berg op is een en hetzelfde.

Jael

Bijlage

Een overzicht van de gebeurtenissen van het volk Israël in het eerste jaar van hun uittocht uit Egypte tussen 1 Sivan, de derde maand en 11 Tisjre, de zevende maand in de parasja's Jitro, Misjpatim en Ki Tisa op basis van de regel, dat er geen vroeg en laat in de Tora is.

Parasjat Jitro = Exodus 18:1-20:23.
Parasjat Misjpatim = Exodus 21:1-24:18.
Parasjat Ki Tisa = Exodus 30:11-34:35.

1 Sivan
2 Sivan


3 Sivan



4 Sivan











5 Sivan







6 Sivan


7 Sivan

16 Tamoez


17 Tamoez








18 Tamoez



29 Av








1 Elul



10 Tisjre


11 Tisjre
Jitro, 19:1-2: op deze dag kwam het volk Israel naar de woestijn Sinai.
Jitro, 19:3-6: Mozes ging de berg op; 19:7 Mozes daalde de berg af om de woorden aan de oudsten door te geven; 19:8 Het volk antwoordde, dat zij alles wat HaSjem zegt, zullen doen.
Jitro, 19:8: Mozes ging de berg op om het antwoord van het volk aan HaSjem te brengen; Jitro, 19:9: HaSjem zegt tot Mozes dat Hij in de dikheid van de wolk zal komen: Rasji over het antwoord van het volk: het is onze wil/wens om onze Koning te zien.
Jitro, 19:9: Mozes ging de berg op om het antwoord van het volk aan HaSjem te brengen; Jitro, 19:10-13: HaSjem leert Mozes de wetten van onthouding en begrenzing; Misjpatim, 24:1-2: HaSjem zegt Mozes de orde van hun opgaan naar de berg om de Tora te ontvangen; Jitro, 19:14-15: Mozes vertelt het volk om zich voor te bereiden en geen huwelijksomgang te hebben; Misjpatim, 24:3: Mozes vertelt het volk de woorden van HaSjem en alle regels, die zij al hebben geleerd: de 7 Noachitische geboden, sjabbat, het eren van vader en moeder, de heifer (rode koe) en de regels die zij in Mara hadden ontvangen; Misjpatim, 24:3: Het volk antwoordt dat zij alle dingen die HaSjem heeft gesproken, zullen doen; Misjpatim, 24:4: Mozes schrijft alle woorden van HaSjem van af Beresjit (Genesis) tot aan de gave van de Tora op (Sefer HaBrit, het Boek van het Verbond).
Misjpatim, 24:4-5: Mozes bouwt een altaar en 12 monumenten en stuurt de eerstgeborenen om brandoffers en vredeoffers te brengen;Misjpatim, 24:6-7: Mozes werpt een helft van het bloed op het altaar en een helft in de bekkens, Mozes leest in het boek van het Verbond en het volk antwoordt dat zij alles wat HaSjem heeft gesproken zullen doen en horen; Misjpatim, 24:8: Mozes werpt de tweede helft van het bloed op het altaar voor de verzoening van het volk; Misjpatim, 24:9-11: Mozes, Aaron, Nadav en Avihu en de 70 oudsten stijgen op en zien HaSjem.
Jitro, 19:16: Het was op de derde dag...donder en bliksem en de ramshoorn zeer luid; Jitro, 19:20-24: Tweede waarschuwing dat het volk niet de berg op mocht gaan; Jitro, 20:1-14: De tien geboden.
Misjpatim, 24:12-17: Mozes gaat de berg op, 40 dagen en 40 nachten, om de stenen tafelen, de Tora en de mitswot te ontvangen.
Ki Tisa, 32:1-5: Het volk vergist zich en verwacht de komst van Mozes vandaag in plaats van morgen. Het maken van het gouden kalf, Aäron bouwt een altaar en stelt het offeren uit tot de volgende dag.
Ki Tisa, 32:6: In alle vroegte worden er offers aan het gouden kalf gebracht; Ki Tisa, 32:7-10: HaSjem vertelt Mozes in de hemel over het gouden kalf en wil het volk vernietigen; Ki Tisa, 32: 11-14: Mozes verdedigt het volk en verijdelt de vernietiging van het volk; Ki Tisa, 31:18: HaSjem geeft Mozes na de beëindiging van het gesprek twee stenen tafels; Ki Tisa, 32:15-29: Mozes daalt de berg af, breekt de stenen tafels, verbrandt en maalt het gouden kalf fijn, laat de Israëlieten van het water met de fijngemalen poeder drinken. Het gesprek met Aäron, de Levieten doden de afgodendienaars en de Levieten worden tot priesters aangesteld.
Ki Tisa, 32:30: Mozes gaat voor de tweede keer de berg op voor 40 dagen en 40 nachten om verzoening voor het volk te smeken; Ki Tisa: 32:31-34: Mozes vraagt om vergeving zo niet delg mij dan maar uit Uw Boek, maar HaSjem wil hier niet van horen.
Ki Tisa, 33:1-3: Op de veertigste dag zegt HaSjem tegen Mozes om naar het beloofde land op te trekken en Ik zal een engel voor jullie uit sturen; Ki Tisa, 33:4-6: Mozes daalt de berg af en het volk treurt om de slechte tijding en leggen hun kronen af; Ki Tisa, 33:7-11: Mozes zet zijn tent buiten het kamp op en HaSjem daalt in een wolk neer om met Mozes te spreken; Ki Tisa, 33:12-23: HaSjem accepteert hetgeen Mozes gesproken heeft en HaSjem zal Zijn Glorie over Israël laten schijnen; Ki Tisa, 34:1-4: HaSjem zegt Mozes twee nieuwe stenen tafels te maken overeenkomstig de eerste en de volgende dag de berg op te gaan.
Ki Tisa, 34:4-10: Mozes gaat de berg Sinai op met de stenen tafels en HaSjem leert hem de 13 maten van barmhartigheid; Ki Tisa, 34:27-28: HaSjem beveelt Mozes om de Tora op te schrijven. HaSjem schrijft de 10 geboden. Mozes blijft in de hemel voor 40 dagen en 40 nachten.
Ki Tisa, 34:29-35: Mozes daalt met twee stenen tafels de berg Sinai af en zijn gezicht straalde. Mozes roept Aäron, de vorsten en heel het volk om hen te onderwijzen wat HaSjem met hem op de berg Sinai heeft gesproken.
Jitro, 18:13-27: Mozes zit en onderricht het volk en Jitro geeft zijn advies. Mozes stelt oversten aan en vertelt het volk over de opdracht om de tabernakel en de priesterkleding te maken.
Bovenstaand overzicht is ontleend aan het werkboek voor Talmoed Tora door rabbijn Avraham Sjosjan.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Hashgacha pratit is de Goddelijke Voorzienigheid waardoor ons leven geen toevallige gebeurtenissen enz. kent maar dat alles wat er met ons gebeurt en ons overkomt van de Schepper afkomstig is.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.