BSD

De profetenlezing voor parasja Wa'era

Ezechiël 28:25-29:21

bereishit

De profetenlezing van deze week begint met een vermelding van de inzameling van de ballingen, in navolging van de parasja van deze week met de daarin genoemde belofte van God. "Ik zal je uit het lijden van Egypte verlossen".

De profeet gaat vervolgens spreken over de slachting van de farao en Egypte, die doet denken aan het belangrijkste thema uit de parasja - de door God bewerkte verwoesting van Egypte.

Ezechiël begint met een beschrijving van wat er zal gebeuren tijdens de inzameling van de ballingen. "Als Ik het huis van Israël bijeengebracht heb uit de volken, waaronder zij verstrooid zijn, en ik hen in de ogen van de volkeren geheiligd heb, dan zullen zij in hun land wonen, dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb. En zij zullen daar onbezorgd wonen..." Ezechiël 28:25,26.

De profeet gaat dan verder met een ​​profetie over de Farao en Egypte, die de val van het Egyptische rijk voorspelt. Egypte verdiende deze straf om twee redenen: a) Ze waren teruggekomen op hun belofte om Israël te helpen tegen de aanvallende Babyloniërs en b) Ze hadden een ongelooflijke arrogantie, en beschouwden zichzelf onafhankelijk van God, in plaats daarvan schreven zij hun succes toe aan de gaven van hun vergoddelijkte Nijl. Daarom waarschuwt Ezechiël hen: "En het land Egypte zal een woestenij en een puinhoop worden, en zij zullen weten, dat Ik Hashem ben, omdat hij [Farao] heeft gezegd: :"De Nijl is van mij, ik heb die zelf gemaakt." Ezechiël 29:9. God waarschuwt dat het land Egypte veertig jaar woest zal zijn, waarna God na veertig jaar de Egyptenaren zal doen terugkeren naar het land, het land van hun oorsprong, maar het zal niet langer een belangrijk land zijn. Ezechiël 29:12,13 en 14.

De profetenlezing eindigt met een andere profetie waarin God Ezechiël vertelt dat Hij Nebukadnezar, de koning van Babylon, het land Egypte zal veroveren en zijn buit roven. Dit als een beloning voor zijn inzet in het verslaan van de goddeloze natie van Tyrus. 29:19,20.

Bron: Haftorah in a Nutshell

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.