BSD

De profetenlezing voor parasja Mattot

Jeremia 1:1-2:3

bereishit

De profetenlezing van deze week is de eerste van een reeks van drie "lezingen van onheil". Deze drie lezingen worden gelezen tijdens de drie weken van rouw over Jeruzalem, tussen het vasten van 17 Tammuz en 9 Av.

Jeremia vertelt nog eens hoe God hem tot profeet heeft benoemd - ondanks zijn aanvankelijke tegenzin om de taak te aanvaarden - en vertelt over de bemoediging die God hem gaf om zijn cruciale missie te vervullen.

Vervolgens beschrijft hij twee profetische visioenen, die hem werden getoond. De eerste was een amandeltak. God legde Jeremia uit dat net als een amandelboom die zeer snel bloeit, zo zal ook God zijn plan in grote haast uitvoeren om de Joden te straffen voor hun zonden.

Het tweede visioen was dat van een kookpot waarvan het schuim noordwaarts werd gedirigeerd. God legde uit dat dit een toespeling was op de ellende, die het Joodse volk, door toedoen van het volk ten noorden van het Heilige Land, namelijk Babylon zou lijden. God zal de koninkrijken uit het noorden Jeruzalem en Judea doen belegeren en Hij zal oordelen over het Joodse volk als gevolg van hun verlaten van Gods wegen en hun afgoderij.

Dan moedigt God Jeremia aan om de profetie over te brengen en niet te vrezen voor de Joodse bevolking, die zeker niet vriendelijk zullen reageren op dergelijke harde woorden.

De lezing eindigt met een geruststellende profetie: "Ga ten aanhoren van Jeruzalem prediken: Zo zegt God: "Ik denk aan u, aan de genegenheid van uw jeugd, aan de liefde van uw bruidsdagen, toen u achter Mij aan ging in de woestijn, in een land waarin niet wordt gezaaid. Israël was heilig voor God, de eersteling van zijn opbrengst. Allen die deze opaten, werden schuldig, onheil kwam over hen, spreekt God."

Bron: Haftorah in a Nutshell

De profetenlezing voor parasja Massei

Jeremia 2:4–28; 4:1–2

bereishit

De profetenlezing van deze week is de tweede van een reeks van drie "lezingen van onheil." Deze drie lezingen worden gelezen tijdens de drie weken van rouw over Jeruzalem, tussen het vasten van 17 Tammuz en 9 Av.

De profeet Jeremia brengt God's boodschap over aan het Joodse volk. In sterke kleuren tuchtigt hij alle sectoren van de bevolking, met inbegrip van de leiding, voor hun verlaten van God. "Wat voor onrecht hebben uw vaderen in Mij gevonden, dat zij zich ver van Mij hebben gehouden, dat zij achter nietige dingen zijn aangegaan – en zelf nietig zijn geworden?" Hij herinnert hen aan het goede dat God voor hen deed, hen uit Egypte en door de woestijn leidde en hen vestigde in het beloofde Land, en toch betaalden zij vriendelijkheid met ontrouw. "Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekkende bakken, die geen water houden."

God vraagt hen om te letten op de daden van hun naburige volkeren, de Kittiërs en Kedariten, "en kijk of iets dergelijks gebeurd is. Heeft een volk ooit goden ingeruild? – en het zijn niet eens goden! – Toch heeft Mijn volk zijn Eer ingeruild voor wat niet van nut is."

Dan gaat Jeremia het lijden van het Joodse volk voorspellen door toedoen van hun vijanden, als ook hun toenmalige bondgenoten: "Uw eigen kwaad straft u en uw eigen afdwalingen bestraffen u. Erken en zie in, dat Hashem, uw God, te verlaten, kwaad en bitter is."

De lezing eindigt met een bemoedigende opmerking, die het volk verzekert dat als ze met oprechtheid naar God terugkeren, zij hersteld zullen worden in hun volle glorie.

Bron: Haftorah in a Nutshell

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Haftarah is een reeks van selecties uit de boeken van de Profeten van de Hebreeuwse Bijbel (Tenach), die in het openbaar in de synagoge als onderdeel van de Joodse religieuze praktijk, wordt gelezen. De Haftarah lezing volgt de Tora lezing op elke sabbat en de joodse feesten en vastendagen. Meestal wordt de haftarah thematisch verbonden met de Tora lezing die eraan voorafgaat.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.