BSD

De profetenlezing voor parasja Lech Lecha

bereishit

Voor een weloverwogen lezing van de wekelijkse profetenlezing - Jesaja 40:27-41:16

Overzicht

"Nachamu, Nachamu Ami - Troost, troost Mijn volk." Dit is de beroemde aanhef van hoofdstuk 40 in Jesaja, het hoofdstuk waar onze profetenlezing begint. Met deze aanhef geeft de profeet troostwoorden van God aan het Joodse volk. Echter met het oog op het troosten, moet Jesaja eerst aandacht besteden aan de belangrijkste vraag van allemaal: Wat kan het lijden rechtvaardigen? Hoe zit het met al de geboden en de goede daden die de mensen hebben gedaan? Is dit wat ze in ruil krijgen voor hun trouw aan God? "Mijn weg is voor God verborgen", zeggen de Joden, "mijn zaak wordt door God over het hoofd gezien."

Het antwoord komt in de klassieke bijbelse stijl. God is de schepper van alles. Men kan de diepten van Zijn plan niet doorgronden. Maar er zal uiteindelijk iets groots worden bereikt met dit lijden, een doel dat het allemaal de moeite waard maakt. 1) Wat niettemin blijft, is dat de tijd zal komen waarin de rollen zijn omgekeerd. Het Joodse volk, dat moe en uitgeput is door de ballingschap, zal hernieuwde kracht en macht krijgen. Degenen die hen gekweld hebben, en nu schijnbaar jong en krachtig zijn, zullen zwak worden en wankelen.

God strijdt als het ware, met de machtige naties van de tijd. Ze worden eraan herinnerd dat Abraham slechts één man was die God verhoogde en bijgestaan heeft gedurende zijn leven. Helemaal alleen, stond hij in de wereld met zijn geloof in één God. Hoewel sterk in de minderheid, verpletterde hij de machtige legers van vier koningen toen hij zijn neef Lot redde. Dus is er een precedent. Net als bij hun voorvader, zal God uiteindelijk het Joodse volk bijstaan, verheffen en helpen. (Dit deel van de lezing is de voor de hand liggende verbinding met de parasja zelf, wiens verhaal het leven van Abraham is.)

In de voetsporen van hun voorvader Abraham, zouden de Joden altijd anders zijn dan de rest. Terwijl de naties van de wereld getuige waren van het wonder Abraham, bleven ze gedachteloos en pragmatisch de afgodische leefstijl volgen die ze gewend waren. God verzekert Zijn volk om niet te vrezen, want Hij zal hen nooit verlaten. Hij heeft hen gekozen en zal voor hen winnen. De tijd zal komen dat Israël zijn vijanden voor eeuwig 2) zal verpletteren.

De worm die Jacob is

"Vrees niet, o wormpje Jacob" - de profeet vergelijkt het Joodse volk met een worm.

Het eenvoudige idee achter de vergelijking met een worm is de zwakke en kwetsbare aard van de Joden in ballingschap. De wijzen, zien echter nog een ander aspect: "Waarom worden Joden vergeleken met een worm? Net zoals de sterkte van een worm alleen in zijn mond is gelegen, zo is het ook met het Joodse volk, wiens macht alleen in het gebed ligt. Op dezelfde manier, net als een worm, hoewel hij klein en zwak is, kan hij een ceder boom met zijn mond vernietigen, zo ook kan het Joodse volk machtig zijn, maar goddeloze naties vallen door de kracht van hun gebed."

Deze vergelijking met de zwakte en de sterkte van de worm, en zijn analogie aan onze staat in ballingschap, wordt verder uiteengezet in het Chassidische denken:

In de tijd van de ballingschap, zijn we verstoken van het vervullen van het grootste deel van de geboden in de Tora. Dit zijn de geboden die afhankelijk zijn van de tempel, het hebben van een Joodse koning, een zittend Sanhedrin, etc. Maar hoewel we niet in staat zijn om deze geboden te vervullen in de meest letterlijke zin, kunnen ze nog steeds worden "gehouden" in de geestelijke zin, door middel van het leren van de Tora. Onze wijzen vertellen ons dat "hij die de wetten van het offer bestudeert is alsof hij eigenlijk dit offer heeft gebracht." Dit is dan de vergelijking van het Joodse volk met de worm: net zoals de sterkte van de worm in zijn mond is, zo is ook het vermogen van de Jood in ballingschap om geestelijk het grootste deel van de geboden te vervullen door middel van het spreken - want de ideale manier om Tora te leren is door verbaal zijn woorden te articuleren.

Maar dit heeft een extra dimensie, die voortkomt uit de eenvoudige betekenis van het vers. Koning David zegt in de Psalmen: "Ik ben een worm, en geen man. 3) Dit was het uitdrukken van extreme nederigheid. De reden waarom Tora-studie de spirituele vervulling van een gebod kan bereiken is, omdat wanneer een Jood Tora studeert, staat hij zichzelf toe het Goddelijke rijk binnen te gaan dat tot uiting komt in dit specifieke deel van de Tora. Op dit niveau van de werkelijkheid, zijn de fysieke belemmeringen die de werkelijke vervulling van gebod onmogelijk maken, onbelangrijk. Het spirituele element van het gebod is waar en aanwezig, ongeacht de fysieke omstandigheden. Toch moet men zichzelf toestaan zich te verheffen tot het opgenomen worden in deze Goddelijke realiteit. Het handhaven van een gevoel van eigenwaarde - laat staan ​​ego - zal iemand terugbrengen in een aards en een materiele staat, en niet toestaan om daarboven uit te stijgen.

Dus gaan beide ideeën in de analogie met de worm hand in hand: de kracht ligt in de mond, maar de wormachtige nederigheid is absoluut noodzakelijk om het doel 4) te bereiken.

Dorsen en Schiften

"Zie, Ik heb u gemaakt tot een nieuwe dors slee, met scherpe punten; u zult bergen dorsen en hen fijn pletten, en u zult de heuvels tot kaf maken. U zult ze wannen, en de wind zal ze wegvoeren, en een stormwind zal ze verstrooien."

De "bergen" en "heuvels" die worden gedorst verwijzen naar de volkeren van de wereld, die de Joden onderdrukken. In de tijd die komt zullen ze worden verpletterd en verspreid.

Een gelijkenis in de Midrash vult dit idee aan:

"De tarwe, het kaf en het stro maakten eens ruzie met elkaar. Iedereen zei: "Het is voor ons doel dat dit land werd gezaaid!" De tarwe zei: "Wacht tot de tijd van het dorsen, dan zullen we zien voor wiens doel het veld is gezaaid." Na te zijn gedorst op de dorsvloer, ging de boer over tot het ziften van het graan. Hij scheidde alles af van de graankorrels, en verbrandde het of gooide het weg, zodat er niets anders overbleef dan de graankorrels. Zo gaat het ook met de volkeren van de wereld: sommigen zeggen: "Wij zijn het belangrijkste, en het is voor ons dat de wereld werd geschapen," terwijl anderen beweren en zeggen: "Het is voor ons dat de wereld werd geschapen." Het Joodse volk antwoordt hen: "Wacht maar tot die dag komt, en we zullen zien voor wie de wereld werd geschapen" 5).

De ballingschap is een tijd waarin verwarring heerst. In elke generatie, schreeuwt en roept de wereld: "Dit is het! We zijn het waarover deze wereld gaat." Maar een klein Joodse volk, verspreidt onder vele en machtige naties, zei nee. Het doel van de schepping is iets anders. De tijd zal komen dat een systematisch "dorsen" zal plaatsvinden. Op grond van wie ze zijn, zullen de Joden het stro van de wereldse bezigheden en de oneindige waarde van een Goddelijke leven te voorschijn halen.

Voetnoten

1 Zie Rasji.
2 Opgemerkt wordt dat deze teksten in de profetenlezing op meerdere manieren wordt begrepen door de commentaren. Het bovenstaande overzicht volgt één van de vele interpretaties.
3 Psalm 22:7.
4 Likkutei Torah, Choekat 57a.
5 Bereishit Rabba, 83:5. Zie Abarbanel ad loc.

Door Mendel Dubov. Bron: Haftara Companion for Lech Lecha

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.