BSD

De Profetenlezing voor Bereishit

Voor een weloverwogen lezing van de wekelijkse profetenlezing - Jesaja 42:5-21

bereishit

Achtergrond en Overzicht

Dit deel van het boek Jesaja, te beginnen met hoofdstuk 40, is gewijd aan de profetieën van hoop en troost voor het Joodse volk. Levende in de tijd toen de lucht boven het Joodse volk begon dicht te trekken, voorzag Jesaja zowel de ballingschap van de tien stammen als van Juda. Maar daaraan voorbijgaand is het boek Jesaja voornamelijk een boek vol met kracht en troost. Eigenlijk ziet de Talmoed het hele boek in dit licht: "Jesaja is één en al troost." 1)

Zoals bij vele delen van de profetieën, spreekt onze profetenlezing in heel verheven en poëtische taal. De commentaren verschillen bij de interpretatie van de specifieke details in de verzen, maar zijn meestal in overeenstemming met betrekking tot hun algemene intentie. In zijn geheel is dit gedeelte een conglomeraat van de vele terugkerende thema's die door onze profeten openbaar zijn gemaakt.

De profetenlezing begint met de mededeling dat Jesaja spreekt in naam van God als de schepper van hemel en aarde en de gever van het leven. (Dit openings vers is de voor de hand liggende reden waarom dit wordt gelezen als de profetenlezing voor Bereishit, het verhaal van de schepping.) God geeft het vermogen en de kracht aan zijn profeten de mensen te begeleiden, met het doel de uiteindelijke verlossing te brengen. Eerdere profetieën van verschillende gebeurtenissen werden allen vervuld, en God zal zijn volk onderrichten over de gebeurtenissen die in de toekomst op hun weg zullen komen.

Er zal een dag komen dat er niet langer eer en lof zal worden gegeven aan valse goden, maar alleen aan de echte God. Op dat moment zullen alle bewoners van de aarde de God erkennen en loven die hen gemaakt heeft. Zo vol zal de wereld met Goddelijke bewustzijn zijn, dat het zal zijn alsof de aarde zelf en de levenloze creaties zullen zingen voor hun schepper.

God neemt dan wraak op die volkeren die het Joodse volk kwaad deden. Tot nu toe had Hij zich vol pijn ingehouden, maar op die dag zal Hij "brullen" van vergelding. De Joden in ballingschap zullen terugkeren, en de afgodische volken zullen beschaamd toezien.

In Zijn zoektocht naar hun geestelijke vooruitgang, geeft God wijzen en profeten aan Zijn volk. De Tora werd ook aan het volk gegeven in zijn gehele uitgestrekte en prachtige omvang. De Tora is er ook om ons te onderwijzen, en de mensen te verheffen die de Tora moeten naleven.

De dove en blinde dienaar

Vers 19: "Wie is er zo blind als Mijn dienaar, en doof zoals mijn bode die ik zal zenden?" Van alle verzen in deze profetenlezing, die verklaring rechtvaardigen, lijkt deze het meest op te vallen. Wie is deze blinde en dove bode?

De commentaren geven een aantal mogelijkheden:

Metzudat David begrijpt dat dit een voortzetting van het vorige vers moet zijn: "O doven hoor! Blinden, kijk en zie!" Het volk was de Tora en zijn geboden vergeten, als zijnde doof en blind voor hen. Maar het geven van een alles omvattende verklaring over het volk zou oneerlijk zijn. Velen van hen waren rechtvaardig en hadden het woord van God opgevolgd. Waarom werden ze toch opgenomen in zo'n verklaring?

Dit is het wat Jesaja uitlegt in het volgende vers. De rechtvaardigen onder het volk zijn niet alleen opgenomen in het "doof en blind" zijn, maar werden vooral als zodanig gezien. Zij waren degenen die wel goed de wandaden van de generatie kenden en herkenden, maar zij hadden geen standpunt ingenomen. Ze hielden zich "doof en blind," zij waren ongeïnteresseerd in plaats van erop uit te gaan om hun broeders te helpen.

Rashi begrijpt dat dit vers iets anders moet betekenen. Iemand die blind of doof is heeft een lijdend leven. Wat voor pijn hij of zij hadden te verduren als gevolg van mogelijke zonden is reeds volledig gerealiseerd. Zulke mensen zijn vergelijkbaar met de meest rechtvaardige van de mensen, aan wie God Zijn boodschap toevertrouwt voor het volk.

Nog een ander opvatting wordt gesuggereerd door Mahari Kara, een vroege bijbel commentator. Er is een Talmoedische uitspraak waarin staat: 2) "Onze rabbijnen leerden: Degenen die aan beledigingen lijden, maar die niet veroorzaken, die horen dat ze verguisd worden, maar deze niet beantwoorden, die de geboden uit liefde doen en die zich verheugen over een straf; van zulke zegt Schrift: "Degenen die Hem liefhebben zijn als de zon wanneer die opkomt in zijn kracht."

Dat is ook de bedoeling van dit vers. Het zijn degenen die zichzelf "blind en doof" maken jegens degenen die hen belachelijk maken, die worden vergeleken met de meest rechtvaardigen. In het bijzonder is dit een verwijzing naar de profeet Elia, die zal worden "gestuurd" om de komst van de Messias aan te kondigen.

"God verlangt, ter wille van [Israëls] gerechtigheid, dat de Tora groot en heerlijk wordt gemaakt."

Het slot vers van onze profetenlezing is zeer bekend, en keert vele malen terug in onze gebeden. Het wordt elke dag gezegd in de ochtenddienst, en wordt uitgesproken als de Tora wordt opgeheven. Het maakt ook deel uit van de meest geciteerde Misjna aller tijden:

Rabbi Chananyah ben Akashya zei: De Heilige, gezegend zij Hij, wilde Israël lofwaardig maken; daarom gaf Hij hun de Tora en geboden in overvloed. Zoals gezegd wordt: "God verlangt, ter wille van [Israëls] gerechtigheid, dat de Tora groot en heerlijk wordt gemaakt." 3)

In de hele Talmoedische literatuur wordt dit vers aangevoerd als ondersteuning en uitleg bij een aantal opvattingen:

  1. We zien vaak dat de Tora ons waarschuwt voor dingen die mensen van nature niet zouden doen. Bijvoorbeeld, het eten van knaagdieren of kadavers is zo afstotelijk voor een eenvoudige mens, dat nauwelijks kan worden begrepen waarom de Tora hiertegen zou moeten waarschuwen. De reden waarom God dit deed was om zelfs deze dingen te verheffen tot de status van een gebod. Nu dit zo is, ontvangt iemand een beloning, en wat belangrijk is, hij is verbonden met God zelf, door het doen van deze schijnbaar natuurlijke handeling. God deed dit vanuit Zijn liefde voor het Joodse volk, waardoor ze een verhoogde kans hadden om een gebod te vervullen 4).
  2. De Talmoed en zijn commentaren verdiepen zich vaak in een hypothetisch geval, waarvan het bijna onmogelijk is dat het zou gebeuren. Diepgaande discussies en disputen rondom een zaak die in feite nooit kan gebeuren. Op dezelfde manier ontstaan vaak grote discussies rondom een opvatting die de wet niet volgt. Dit concept vindt zijn oorsprong in dit vers, "dat de Tora groot en heerlijk wordt gemaakt." Er is deugd en immense spirituele betekenis in de studie van de Tora, zelfs als het geen invloed heeft op een praktische aangelegenheid. 5)

    In zijn "Regels van de Talmoed," voegt de Shaloh 6) een andere dimensie toe vanuit een tegenovergesteld gezichtspunt. Elke keer dat we geconfronteerd worden met een discussie waar de enige "rechtvaardiging" het "verheerlijken van de Tora," is, moet het desalniettemin toch niet benaderd worden als zijnde irrelevant voor de praktijk. Er zal altijd ergens een praktische toepassing zijn voor deze discussie of de wet. Het is alleen hier dat we de discussie "excuseren" met een beroep op dit concept, maar als geheel, zal elk deel van de Tora op een praktische manier op een bepaald punt relevant zijn.
  3. In zijn Wetten van Tora Studie, ontleent Maimonides een halachische toepassing aan dit vers:

    "Als een leraar van kinderen een schoollokaal opent naast de plaats waar een collega les geeft, zodat andere kinderen naar hem zullen komen of dat de studerende kinderen van zijn collega bij hem zullen komen, dan kan zijn collega niet bij hem protesteren, want het vers luidt: "God verlangt, ter wille van Zijn gerechtigheid, de Tora groot en heerlijk te maken." 7)

Een dergelijke praktijk zal meestal in een ander beroep verboden worden. Maar Tora is geen fysiek product dat vermindert door een concurrent. Integendeel, toenemende concurrentie in Tora leren zal alleen hem motiveren om zijn eigen leer vaardigheden te versterken, hetgeen dus een winst is voor alle partijen.

Voetnoten

1. Talmoed, Bava Batra 14b.
2. Talmoed, Gittin 36b.
3. Talmoed, Makkot 23b.
4. Rashi, ibid.
5. Zie Yad Malachi, Klal 91; Tanya, ch. 5.
6. Klalei Hatalmud (15), Klal Yagdil Torah V'yadir.
7. Mishneh Torah, Hil. Talmud Tora 2: 7.

Door Mendel Dubov. Bron: Haftarah Companion for Bereishit

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.