BSD

Parasjat Wajikra

Waarom Ik?

Bron: Breslev.co.il Aan het einde van de parasja van Wayikra, leert de Tora dat iemand die onder ede ontkende, dat hij andermans geld in zijn bezit had, maar later toegaf dat hij valselijk had gezworen en dat hij het geld al die tijd onder zich had, dat zo iemand het geld moest teruggeven aan de rechtmatige eigenaar, ". . . en hij zal er nog een vijfde deel (van de waarde) aan toevoegen; hij moet het geven aan degene die het toebehoorde, op de dag dat hij zijn schuld offer brengt"-(Leviticus 6:5b).

Als het vers niet had uitgelegd dat een "vijfde" aan het slachtoffer van het misdrijf moet worden gegeven, zouden we hebben verondersteld dat de dief de boete voor het Heiligdom zou moeten geven, in feite "aan God geven" om te boeten voor het feit dat hij valselijk gezworen bij de naam van God. Immers, het idee van de boete is dat niet het slachtoffer een bonus moet krijgen voor zijn verlies, maar dat de dief wordt gestraft. Zolang het geld niet langer bij de dief is, zouden we misschien denken dat de begunstigde niet van belang is.

De Tora verklaart dan ook dat het gehele bedrag, met inbegrip van de boete van een vijfde, aan het slachtoffer moet worden gegeven.

Tora wetten vallen uiteen in twee categorieën:

  1. Godsdienstige leefregels die betrekking hebben op de relatie tussen mens en God, zoals de Sabbat, koosjer voedsel en dergelijke.
  2. Leefregels, die het gedrag tussen mens en zijn medemens regelen, zoals de wetten van de eerlijkheid, het afzien van het stelen, laster en ga zo maar door.
Yom Kippur, de dag van vergeving, verzoent de zonden tussen de mens en zijn Schepper, maar het verzoent niet wangedrag tegen een ander mens. De benadeelde persoon moet om vergeving worden gevraagd.

Iemand merkt dat hij zijn medemens letsel heeft toegebracht, in verlegenheid heeft gebracht of onrecht heeft aangedaan. Hij weet dat hij vergeving aan de ander moet vragen.

Maar zijn kwade neiging komt slim tussenbeide:

"Iemand die het slachtoffer is van letsel of schaamte moet geen woede voelen tegenover degene die hem onrecht deed, want het was in de hemel besloten dat dit moest gebeuren. Zo hebben we dat geleerd. Als ik hem niet had gekwetst, dan zou iemand anders het toch gedaan hebben -want er werd besloten dat hij zou lijden. Hieruit volgt dat zijn lijden niet echt aan mij kan worden toegeschreven. Dus waarom zou ik dan hem om vergiffenis gaan vragen? Oh, het is waar dat ik iets verkeerd deed, en met mijn eigen vrije wil besloot hem aan te vallen. Maar dat is tussen mij en God; Ik moet berouw tonen, vasten, naar de synagoge gaan en psalmen zeggen, geld geven aan goede doelen - allemaal om bij God verzoening te bereiken. Maar ik hoef zeker die ander niet vragen mij te vergeven!"

Zo spreekt de sluwe kwade neiging. Maar het antwoord van de Tora is eenvoudig. De houding die de Tora vereist van de benadeelde persoon is zijn plicht en zijn zorg; het is niet de zorg van degene die hem onrecht heeft aangedaan. Laat de aanvaller niet de filosofie van zijn slachtoffer vaststellen!

Door zijn slachtoffer om vergeving te vragen, vermindert hij enigszins de pijn en het leed dat hij hem veroorzaakt, en hij heeft de plicht om met alles wat in zijn vermogen ligt de ellende van zijn medemens te verminderen.

Bron: Why Me door Jitschak Meir Kagan.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.