Als de pit van een appel

Bron: Breslev.co.il Rashi vertelt ons, dat volgens Rabbi Jitschak de Tora had moeten beginnen met het gebod van het waarnemen van de nieuwe maan, dat het eerste gebod is dat Hashem aan het Joodse volk gaf 1). Dus waarom begint de Tora met het verhaal van de schepping? Koning David zegt in Psalm 111:6: "Hij verklaarde de macht van Zijn daden aan Zijn volk door hun de landen der heidenen te geven." Rashi concludeert dat wanneer de naties van de wereld vertellen dat Israël een dief is omdat zij de landen van de zeven Kanaänitische volken hebben veroverd, dat Israël dan kan antwoorden dat de hele wereld aan Hashem behoort, Hij schiep het en Hij gaf het aan wie Hij wil. Als Hij het wil, geeft Hij het land van Israël aan hen, en als Hij het wil, geeft Hij het aan ons.

De allereerste tekst van de Tora is klein in omvang, maar is wonderbaarlijk in zijn boodschap. We leren hier het eerste fundament van emuna, het zuivere en volledige geloof in Hashem. De Tora is niet een boek met verhalen of een geschiedenisboek, maar een praktische handleiding, die ons leert hoe we ons leven hebben te leven en de geboden van Hashem moeten onderhouden. Dus daarom, zo verklaart Rashi, zouden we verwachten dat de Tora zou beginnen met het eerste praktische gebod, om te beginnen met het tellen van de maanden van het jaar vanaf Nissan, zoals ons verteld in parasja Bo 2) . Dus waarom begint de Tora met het verhaal van de schepping dat geen praktisch instructies geeft?

Door middel van het verhaal van de schepping, leert de Tora ons dat Hashem meester is van de wereld, dit is het fundament van onze emuna. Hij creëerde niet alleen de wereld, maar Hij geeft levenskracht en onderhoudt het tot deze dag. Alles in de schepping is ondergeschikt aan de exclusieve controle van Hashem. Hij bepaalt waar elk volk zal wonen. Hij alleen beslist welke natie voorgoed zal leven op een bepaalde plaats, welk volk zal worden verbannen, en welk volk van de aarde zal verdwijnen. Hashem heeft de uitsluitende soevereiniteit over de hele schepping en bepaalt wat er in de wereld gebeurt.

Rashi citeert de bovengenoemde passage uit Psalm 111: "Hij verklaarde de macht van Zijn daden aan Zijn volk," want Hashem wilde Zijn volk Israël informeren, dat Hij alleen de wereld regeert; Hij besloot het Heilige Land in eerste instantie aan de Kanaänitische naties te geven. Hij nam het toen van hen en gaf het aan Israël. We leren hier dat alle diaspora en ballingschap, zowel van het Joodse volk als van de naties van de wereld, een product is van de exacte, nauwkeurige Goddelijke voorzienigheid van Hashem. En net zoals Hashem de volken regeert, zo regeert Hij ook over elk mens. Hij bepaalt waar iedereen zal leven, in wat voor huis of appartement en voor hoelang. Hashem beslist wie iemands buren zijn. Hashem's verbijsterende Goddelijke voorzienigheid regeert, zonder uitzondering, het hele universum van de grote sterrenstelsels tot aan het kleinste micro-organisme.

Vanaf het begin van de Tora leren we, dat alles in de handen van Hashem is. Niet alleen heeft Hij hemel en aarde in het begin gemaakt, maar hij herschept en houdt ze elke dag in stand. Koning David zegt (Psalm 119:89-90 ), "Voor eeuwig, Hashem, staat Uw woord vast in de hemel...U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft bestaan." Deze teksten leren dat zowel hemel en aarde ​​uitsluitend bestaan uit hoofde van een voortdurende opdracht van Hashem, want "het woord van Hashem bestaat voor eeuwig" (Jesaja 40:8).

Rashi's vraag waarom de Tora begint met het verhaal van de schepping dat geen praktische richtlijnen bevat, is ook van toepassing op alle andere verhalen die in het boek Genesis zijn opgenomen. Ze bevatten ook geen richtlijnen. Blijkbaar had de Tora kunnen volstaan ​​met een samenvatting van de schepping, vanaf de eerste dag tot de zevende dag waarop Hashem rustte. Dan zou het ons een historisch overzicht hebben kunnen geven van onze aartsvaders, aartsmoeders en de twaalf stammen zonder alle verhalen en ogenschijnlijke kleine details. Maar omdat de lessen van emuna, die we uit de verhalen leren, zulke essentiële fundamenten van het jodendom en de kern van de Tora zijn, moeten ze zo uitvoerig worden opgenomen.

Rashi's uitwerking van - "Hij schiep het en Hij gaf ze, wie Hij wil. Als Hij wil, geeft Hij het [het land van Israël] aan hen, en als Hij wil, geeft Hij het aan ons." - Is volledig in overeenstemming met zijn commentaar over de schepping van de zon, de maan en de sterren (Genesis 1:14). Alle creaties zijn voornamelijk gemaakt op de eerste dag van de schepping, maar elk is zijn specifieke plaats toegewezen op de aangewezen scheppingsdag. We leren hier dat alles in het universum - de creaties, hun acties en wat er met hen gebeurt in het algemeen en in het bijzonder, voor altijd het product zijn van de Goddelijke voorzienigheid en voorbedachtheid. Deze lijn van denken volgend, werd al vanaf het moment van de schepping besloten dat het land Israël eerst aan de Kanaänitische volken zou worden gegeven, en op het juiste moment aan het Joodse volk zou worden gegeven. Volgens Rashi is dit het wat we tegen de naties van de wereld moeten zeggen: "Hashem is de Meester van de wereld en alles wat Hij doet is het resultaat van Zijn voorbedachtheid op het moment van de schepping, jullie kunnen er niet over klagen dat de Joden het Land van Israël veroverden. Sinds we hier zijn is dit een teken dat Hashem wil dat wij hier zijn! "

Denk eens een ogenblik aan een pit van de appel. In de pit zijn alle componenten voor een toekomstige appelboom - zijn wortels, takken, bladeren en vruchten - te vinden. Hoewel deze tien meter hoge boom met zijn toekomstige opbrengsten van honderden of zelfs duizenden appels niet duidelijk waarneembaar zijn wanneer we naar de pit kijken, al dit potentieel zit toch in deze pit. Hetzelfde geldt voor de schepping. De hele toekomst van het universum is opgenomen in de scheppingsdaad, vanaf het begin tot aan de laatste dag. We kunnen nu de uitdrukking van de Gaon van Vilna begrijpen dat alle Tora is opgenomen in het boek Genesis, en dat het hele boek Genesis is vervat in haar eerste woord, "in het begin". Dit is net als de pit van een appel.

Moge ons Nieuwe jaar van Tora leren zo zoet zijn als een appel met honing, amen!

Noten van de vertaler.

1) Exodus 12,2; "Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar."
2) Dit is het gedeelte van Exodus 10:1 tot 13:16.


Geschreven door Rabbi Shalom Arush. Vertaald door Rabbi Lazer Brody en vertaald uit het Engels door de webmaster.
Bron: Like an Apple Seed

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, boven-natuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Hashgacha pratit is de Goddelijke Voorzienigheid waardoor ons leven geen toevallige gebeurtenissen enz. kent maar dat alles wat er met ons gebeurt en ons overkomt van de Schepper afkomstig is.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.