BSD

Waar is God wanneer het pijn doet?

hurt

"Vertel me eens eerlijk, en ik vraag je, geef mij antwoord: Stel je voor dat jij het zelf bent die een bouwwerk van het menselijk lot hebt opgericht met het doel om de mensen uiteindelijk gelukkig te maken, en hen eindelijk vrede en tevredenheid te geven, maar dat het daarvoor absoluut noodzakelijk is, en inderdaad onvermijdelijk is, om slechts een klein schepsel dood te martelen - het kleine meisje dat met haar kleine vuist op haar borst sloeg - om dat bouwwerk op te richten op haar ongewroken tranen - zou jij als architect accoord gaan met deze voorwaarden? Vertel me dit en lieg niet!"

Van Ivan Karamazov, in De gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski.

Inlevingsvermogen

Een nieuwe lerares probeerde om gebruik te maken van haar psychologie cursus. Ze begon haar klasse met te zeggen: "Iedereen die denkt dat hij dom is, laat hij opstaan!"

Na een paar seconden, stond kleine Johnny op. De lerares was verrast, maar besefte dat dit een goed moment was om een ​​kind te helpen.

"Denk je dat je dom bent, Johnny?" Vroeg ze.

"Nee, mevrouw," antwoordde Johnny, "maar ik vond het vreselijk dat u daar alleen stond!"

Mozes vraagt naar God's Naam

De parasja van deze week vertelt het tragische verhaal van een volk dat al decennia lijdt onder een wrede en meedogenloze regering. Pasgeboren Joodse jongetjes worden in de Nijl gegooid; Joodse mannen en vrouwen worden onderworpen aan slavenarbeid, geslagen en genadeloos gemarteld. Het Joodse leven is waardeloos geworden.

"Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat het Joodse volk kreunde vanwege hun onderwerping, en ze het uit schreeuwden." 1 De Midrash traditie verklaart dit vers met te zeggen dat de Egyptische leider door een melaatsheid werd getroffen, die te vergelijken is met de dood, en zijn artsen zeiden tegen hem dat zijn enige remedie was, om 150 Hebreeuwse kinderen, zowel in de ochtend als in de avond af te slachten en tweemaal per dag te baden in hun bloed. 2 De pijn van het Joodse volk bereikte een ondraaglijk niveau.

Het was op dit moment dat "hun geschreeuw naar God opsteeg; en God hoorde hun geschreeuw." 3 In de afgelegen Sinai woestijn, dwong God Mozes zijn geïsoleerde en introverte leven als herder op te geven, om naar het hol van de leeuw te gaan om zijn gebroken volk uit de slavernij te bevrijden.

In een unieke en krachtige dialoog tussen Mozes en de Almachtige, zegt Mozes tegen God: "Zie, ik kom bij de kinderen Israëls en zeg tegen hen: "De God van uw vaderen heeft mij tot u gezonden", en zij zullen zeggen: "Wat is zijn naam?" - "wat zal ik dan tot hen zeggen?"

"IK BEN DIE IK BEN!" antwoordt God aan Mozes. "Vertel de kinderen Israëls," IK BEN stuurde mij naar jullie." 4

God in ballingschap

Dit lijkt een zinloos antwoord. Mozes vraagt ​​God naar Zijn naam, en het antwoord is: "Ik zal zijn zoals Ik zal zijn". Wat is de betekenis achter deze merkwaardige woorden?

De grote Bijbelse commentator Rashi vult, 5 gebaseerd op de Talmoedische traditie, 6 de ontbrekende woorden met: "IK zal [met u zijn in uw huidige nood, net] zoals Ik [met u in de toekomstige ballingschappen en vervolgingen] zal zijn."

Maar ook dit, doet ons iets missen. Mozes vroeg God naar een naam, als een vorm van identificatie, die hij vervolgens kan communiceren met het Joodse volk. In reactie daarop, presenteert God een werkwoord in plaats van een eigennaam, een activiteit in plaats van een beschrijving.

Een vreemde vraag

Om de reactie van God te waarderen, moeten we eerst de vraag van Mozes begrijpen.

Mozes zegt tegen God: "Zie, Ik zal bij de kinderen Israëls komen en tegen hen zeggen: "De God van uw vaderen heeft mij tot u gezonden", en zij zullen zeggen: "Wat is Zijn naam? Wat zal ik hen "dan zeggen?"

Maimonides stelt, in zijn "Guide For The Perplexed", de volgende vraag. 7 Waarom was Mozes ervan overtuigd dat het Joodse volk de naam van God zou willen weten, die hem als missie gaf hen te bevrijden van de slavernij? Het lijkt erop dat Mozes door zijn kennis van de naam van God aan wilde tonen dat zijn claim, als goddelijke boodschapper om de Hebreeën te verlossen uit Egypte, terecht was. Maar waarom? Als ze de naam van God hadden gehoord voordat Mozes kwam, is het gemakkelijk om te veronderstellen dat Mozes de naam ontving uit dezelfde bron als zij, en niet noodzakelijkerwijs van God. Als ze de naam nog nooit hadden gehoord, waarom zou de nieuwe naam die ze van Mozes leerden hen overtuigen om op hem te vertrouwen?

Bovendien liet Mozes zijn vraag voorafgaan door te zeggen: "Zie, Ik zal bij de kinderen Israëls komen en tegen hen zeggen:"De God van uw vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij zullen zeggen:" Wat is Zijn naam ?" Mozes zal met hen over de God van hun vaderen spreken, een God die ze geleerd hebben van hun vaders. Hebben hun vaders nooit met hen de naam van deze God gedeeld? Hoe spraken hun vaders over deze God of baden ze tot Hem zonder enige vorm van naam en beschrijving?

De Vraag der Vragen

Toen Mozes zei: "Zie, Ik zal bij de kinderen Israëls komen en tegen hen zeggen: "De God van uw vaderen heeft mij tot u gezonden", en zij zullen zeggen: "Wat is Zijn naam? - Wat zal ik dan tegen hen zeggen?", hij is niet op zoek naar God's ID kaart of Zijn titel. Mozes houdt zich bezig met de hartverscheurende vraag der vragen, één die zeker zal worden uitgesproken door de Hebreeën naar wie hij wordt gezonden.

"Wat is Zijn naam?" dat zullen de Joodse slaven tot Mozes uitroepen. Voor meer dan acht decennia 8 zuchten wij onder het juk van wrede tirannie. Duizenden en duizenden van onze kinderen zijn geslacht, zodat Farao dagelijks in Joods bloed kan baden; zuigelingen worden geroofd van de boezem van hun moeders en in de rivier gegooid; we zijn geslagen, vernederd, gemarteld, gedood. De Egyptenaren veranderden ons leven in een helse nachtmerrie en brachten onze menselijke waardigheid terug tot onmenselijkheid. Plotseling besloot de grote en machtige God van hemel en aarde, die de gehele wereld creëert en bestuurt, om onze pijn te voelen?

"Wat is Zijn naam?" zullen de slaven donderen. Jij, Mozes, zegt dat God "het lijden van zijn volk in Egypte heeft gezien," 9 en je daarom gezonden heeft om ons te verlossen. Maar waar was Hij tot nu toe? Wat is de naam, het karakter van een God, die in de hemelen kan zitten en apathisch blijft als baby's uit de armen van hun moeders worden getrokken en in de Nijl gegooid, en de Farao zich baadt in het bloed van Joodse kinderen? Waar was Hij gedurende de 86 jaren toen we wegkwijnden onder de zwepen van de slavenhouders en ten dode toe werden geslagen? Is dit de God die we zouden moeten omarmen en volgen? Is dit de God die we moeten vertrouwen? Is dit de God die we nu dankbaar moeten zijn? Een God, die onverschillig is onder de tranen en het gekreun van de mensheid?

Het Antwoord

Nog nooit in de geschiedenis heeft God deze vraag, de grootste van alle vragen en misschien wel het sterkste argument voor atheïsme beantwoord. Het boek Job, dat zich toelegt op de vraag waarom de onschuldigen lijden, wordt afgesloten met een openbaring van God aan Job, die hem in wezen verteld dat er geen manier is voor het menselijke verstand om een logische constructie te scheppen waarin God's gedrag kan passen. Het eindige en het oneindige kunnen elkaar gewoon niet ontmoeten.

God geeft Mozes ook niet het antwoord. Dat is de reden waarom op het einde van deze week de parasja, 10 Mozes God confronteert met zijn harde woorden: "Hashem! Waarom hebt U kwaad gedaan aan deze mensen? Waarom hebt U mij gezonden? Vanaf het moment dat ik, in Uw naam, tot Farao kwam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan, maar U hebt Uw volk niet gered!"

Wat God aan Mozes zegt, om met het Joodse volk te communiceren, is: "I Will Be As I Will Be". Zoals we ons zullen herinneren, zeggen de Talmoed wijzen en Rashi dat dit betekent: "Ik zal met u zijn in uw huidige nood, net zoals ik met u in de toekomstige ballingschappen en vervolgingen zal zijn." Wat is de boodschap achter deze woorden?

IK ben een mysterie, bekent God. IK ben vreemd, oneindig vreemd. Mijn script van de geschiedenis is nogal ondoorgrondelijk voor het menselijke verstand en het hart. Maar je moet één ding weten: IK ben geen afstandelijk God, die in de hemelen zetelt en objectief het lot van ieder mens regeert op de manier waarop IK het nodig acht. IK ben bij je in je angst. IK ben bij het kreunen van een geslagen slaaf, het gejammer van een rouwende moeder, het vergoten bloed van een vermoord kind. Jij huilt? IK huil met je mee. Jij voelt je gebroken? IK voel Mij gebroken met jou. Het maakt niet uit hoe diep je duisternis is, Ik ben nog dieper. IK orkestreer geen menselijk lijden van één of andere verre planeet, ver verwijderd van je existentiële nood. IK ben met je, Ik lijd met jou, snikkend met jou en bid voor de verlossing, samen met jou. 11

De mens zal nooit God's "verstand" kunnen begrijpen. Maar God vertelt Mozes dat hij niet moet denken, dat God, die het doel van de pijn begrijpt, zich de luxe permitteert van het niet voelen van de intensiteit van de duisternis. Elke traan die wij vergoten en vergieten wordt Zijn traan. HIJ kan ze niet weg vegen, maar hij maakt ze tot de Zijne. 12

Voetnoten

1 Exodus 2:23.
2 Exodus Rabba 01:24, geciteerd in Rashi op het bovenstaande vers.
3 Exodus 2:23-24.
4 Exodus 3:13-14.
5 Toelichting op dit vers.
6 Talmoed Berachot 9b.
7 Maimonides, Guide For The Perplexed 1:63. Maimonides zelf, en vele bijbelse commentatoren, bieden verschillende antwoorden op deze vraag.
8 De onderwerping van het Joodse volk begon voorafgaand aan de geboorte van Mozes (zie Exodus de hoofdstukken 1-2). Mozes was 80 jaar oud toen hij voor het eerst naar Farao ging (ibid 7:7).
9 Exodus 3:7.
10Ibid 5:22-23.
11 Deze waarheid is ook gecommuniceerd via de locatie van dit gesprek tussen God en Mozes - uit het midden van een doornstruik. "God openbaarde Zich aan Mozes in een doornstruik, en niet door een andere boom, om te benadrukken dat Hij samen is met [Israël] in hun ellende" (Rashi, Exodus 3:2). "Waarom door een doornstruik? Om ons te leren dat er geen plaats verstoken is van de goddelijke aanwezigheid" (Exodus Rabba 2:9). Deze gedachte komt ook tot uitdrukking in Jesaja 63:9, en vormt een belangrijk thema van het boek der Psalmen.
12 Dit artikel is gebaseerd op een toespraak van de Lubavitcher Rebbe, Shabbat Parshat Shemot 5743 (8 januari 1983), gepubliceerd in Likkutei Sichot, vol. 26, pp. 10-25.

Ik wens op te merken dat toen de Rebbe deze toespraak hield, hij bitter snikte. Het was een onvergetelijke emotionerende scene. De aanwezigen voelden hun hart openscheuren door de ongecontroleerde tranen van de Rebbe, terwijl hij de vraag van de Joden en het antwoord van God beschreef.

Bron: Where Is God When It Hurts door Yosef Y. Jacobson.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.