BSD

Parasjat Wajikra, Leviticus1:1-5:26.

Alles van mij

Bron: Breslev.co.il "Wanneer iemand van u Hashem een offer wil brengen...." - Leviticus 1:2

Deze week beginnen we met het derde boek van de vijf boeken van Mozes, het boek Leviticus. Dit boek richt zich voornamelijk op de offers die gebracht werden op het altaar ten tijde van de Tempel.

Wat is de betekenis van de vele dieroffers die in Leviticus worden geboden? Waarom wil God dat wij dichtbij Hem komen door het slachten van een dier en dat te offeren door vuur op het altaar?

Een manier om dit te begrijpen is, dat het dier dat men als offer brengt aan God het symbool is van ons eigen innerlijke dier, onze instincten en oer verlangens, die we moeten afstemmen met Gods wil. Wanneer we God willen benaderen, dan kunnen we het niet alleen maar doen met de spirituele kant van onszelf; we moeten ook tot Hem naderen met onze zelfzuchtige en dierlijke aard. We leveren ons over met dat deel van ons dat zich tegen God verzet en onderwerpen ons aan Hem, zodat het zal proberen Zijn wil te doen. Het dier wordt dan in het vuur op het altaar verbrand; zijn materiële bestaan ​​wordt omgezet in warmte en licht. Het offer dat die basis instincten belichaamd wordt brandstof voor Goddelijke openbaring.

Het offer dat die basis instincten belichaamd wordt brandstof voor Goddelijke openbaring.

Wanneer we onszelf proberen over te geven aan God, zijn het niet alleen onze heilige kanten die wij Hem bieden. Zoals wordt gezegd: "Mijn Schepper, ik ben nu bereid, dat U alles van mij zou moeten hebben: goed en slecht."

We proberen niet onze instincten te vernietigen; we geven ze aan God. Dat betekent, dat ze nu van Hem zijn om ze voor Zijn glorie te gebruiken. Men zou kunnen zeggen, dat we onze slechte karaktertrekken nemen, die ons verwijderden van God en deze aan Hem teruggeven, om er mee te doen wat Hij wil. Het is niet aan ons om te proberen te bepalen welke delen van ons God kan en wil gebruiken. Wij bieden ons gewoon helemaal aan Hem aan en laten Hem beslissen.

Dit idee klinkt misschien abstract, maar dat is het niet. We zien hoe oude karaktertrekken, overgegeven aan Gods wil, eigenlijk activa in herstel worden. Bijvoorbeeld, iemand die in staat is om nooit een dag het drinken te laten, kan met dezelfde kwaliteit, zodra hij zich overgeeft aan God, geen dag voorbij laten gaan zonder een bijeenkomst. Als mensen zoiets zeggen als: "Je moet net zo veel tijd besteden aan je herstel als je besteedt aan je drinken," dan is dat niet alleen bedoeld als een manier om een oude gewoonte tegen te gaan, maar meer dan dat, het is een ombuigen om het aan God te geven.

Zolang er een Goddelijke vuur op het altaar - dat wil zeggen, opwinding en enthousiasme, is voor het doen van Gods wil - dan kan zelfs het meest grove dier worden omgezet in heldere, stralende energie en Goddelijke licht.

Bron: All of Me. Door Rabbi Ben A.

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.