BSD

Eenheid en Verschil

unity Eenheid en verschil zijn twee contrasterende, of zelfs tegenstrijdige, thema's van onze tijd. Aan de ene kant is er een zoektocht naar eenheid, zich met elkaar te verbinden, onze verschillen te vergeten en één te zijn. Dit geldt in menselijke relaties, in de zakenwereld, en is een element in de internationale politiek. Aan de andere kant is er het gevoel van onderscheidend vermogen, van een unieke identiteit, van een individuele weg en bestemming.

Hoe zit dit met het Joodse volk? Is er ruimte voor verschil, of moeten we allemaal hetzelfde zijn? Natuurlijk, er zijn verschillende gemeenschappen: de Sefardische gemeenschappen, die bestaan uit Spaanse, Iraakse, Iranese en Marokkaanse joden, en de Asjkenazische gemeenschappen, die bestaan uit Litouwse, Duits-Joodse, Poolse en Russische joden, enzovoort. En toch, ondanks deze verschillen, zijn we allemaal één volk.

Er is hetzelfde dualisme binnen een enkele gemeenschap, of zelfs binnen een gezin. Elk mens is een individu, met zijn of haar unieke kenmerken, en op hetzelfde moment, zijn we één met elkaar.

Onze parasja (Numeri 1:1-4:20) geeft ons een hint over deze dubbele functie van het Joodse volk. Met deze parasja begint het vierde boek van de Tora, in het Nederlands "Numeri." Hoewel joden vaak de Hebreeuwse naam Bemidbar (betekenis, "In de woestijn") gebruiken, is in feite een oude Joodse naam voor dit boek eveneens "Numeri" (Sefer Hapekudim). De reden voor deze naam is heel simpel: het boek beschrijft hoe het Joodse volk in de woestijn, onder leiding van Mozes, meerdere malen is geteld.

In onze parasja zegt God dat Mozes het volk moet tellen als mensen afzonderlijk en ook als families, in hun stammen. Tijdens dit proces, worden Mozes en Aaron bijgestaan door twaalf mannen, van elke stam het hoofd, die nu "gemeentelijke leiders" worden genoemd (Numeri 1:16), dat is: niet alleen de leiders van hun stam, maar ook van de hele gemeenschap.

Het tellen in onze parasja verschilt van de vorige telling van het Joodse volk. In de eerdere telling - door Mozes uitgevoerd - werd elk individu geteld voor een halve sikkel en de totale som van sikkels voorzag in een telling voor de gehele Joodse gemeenschap. (Exodus 30:12 en 38: 25,26) In onze parasja, worden ook de individuen geteld, maar ze zijn nu onderverdeeld per familie en stam. Bovendien, verschillende mensen - Mozes, Aäron en de twaalf hoofden van de stammen - zijn belast met het tellen.

In een reactie geeft de Lubavitcher Rebbe 1) aan, dat elke stam in feite staat voor een onderscheidend pad in het leven en in de dienst van God. Wij zien dit in de verschillende zegeningen die Mozes, aan het einde van zijn leven, aan elke stam geeft (Deuteronomium 33). Het tellen van de stammen en de families binnen de stammen, geeft uitdrukking aan de betekenis van het anders en onderscheidend zijn. Tegelijkertijd, komen de verschillende wegen samen in het één zijn van het gehele Joodse volk.

Daarom is de leider van elke stam niet alleen betrokken bij het tellen van zijn eigen stam maar ook bij die van de gehele gemeenschap. Inderdaad, als hoofd van een stam wordt hij ook wel één "gemeenschappelijke leider" genoemd: zijn verantwoordelijkheid reikt verder dan zijn eigen stam, namelijk tot iedereen in het Joodse volk.

Dit vormt vandaag voor een ieder van ons een nuttig iets waarop men zich beroepen kan. We zijn elk uniek, met onderscheiden eigenschappen. Tegelijkertijd vormen wij de totaliteit van het Joodse volk. Verder, zoals de hoofden van de stammen, zijn ook onze verantwoordelijkheden tweeledig: voor onszelf en voor onze eigen groep, en ook voor het geheel van het Joodse volk. Deze combinatie van individuele onderscheidenheid en eenheid is het geheim van onze kracht.

1) Zie Likkutei Sichot vol.23 pp.3-7.

Door Tali Loewenthal

Bron: Unity-and-Difference

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.