BSD

Over de mand

mand

"Armoede volgt de armen," merkte een Talmoed wijze meer dan 1500 jaar geleden op. De aanleiding voor zijn opmerking was één van de wetten van bikkurim - de "eerste vruchten" die de Israëlitische boer naar de Heilige Tempel in Jeruzalem bracht. Specifieker, een wetgeving betreffende de manden waarin de bikkurim werden gebracht.

Als je de aarde in het bijbelse land Israël bebouwde, en in je boomgaard één van de speciale vruchten groeide waarmee het land is gezegend - druiven, vijgen, granaatappels, olijven of dadels - dan gebood de Tora 1) je om een ​​aantal van de geselecteerde eerste rijpe vruchten in een mand te leggen, ze naar de Heilige Tempel te brengen, en aan de kohen (priester) te overhandigen. De jaarlijkse gift van de eerste vruchten aan de kohen gaf uiting aan de gedachte dat onze materiele bezigheden (hetzij als boer, accountant of graffiti kunstenaar) geen doel op zichzelf zijn, maar bestaan ​​om een ​​hoger, spiritueel doel te dienen.

Aangezien de Tora er een punt van maakt om het feit te benadrukken dat de bikkurim in een mand moeten worden gebracht, 2) wil de Talmoed weten wat er met die mand gebeurt. Gaat de mand naar de kohen samen met het fruit, of neemt de boer hem mee terug naar huis? Dat hangt er vanaf. "De rijken brachten hun eerste vruchten in manden van zilver en goud, terwijl de armen ze in manden van gevlochten gestripte palmbladeren of stro brachten." Dus hielden de rijken hun manden, terwijl de armen werd verteld om de manden bij de kohen achter te laten. Dus wat is er nieuw? de Talmoed meent: de rijken worden rijker en de armen armer...3)

De Chassidische leer echter keert dit gezegde om, en laat zien hoe bij nader onderzoek van deze wet en de diepere betekenis ervan het eigenlijk de beperkingen van de rijkdom onthult en de voordelen van de armoede.

Het juridische principe achter de wet van de bikkurim mand is het concept van bittul, "opheffen, teniet doen". Als object B uitsluitend bestaat om object A te dienen, en geen rol of identiteit heeft afgezien van deze dienst, dan wordt B beschouwd als een verlengstuk van A. De manden van stro van de armen worden dus "teniet gedaan" vanwege de vruchten die erin waren, en groeien uit tot een onlosmakelijk onderdeel van het geschenk. Niet zo de gouden en zilveren manden van de bikkurim van de rijken. De materialen en het vakmanschap daarin geïnvesteerd verlenen deze manden betekenis en identiteit allemaal voor henzelf, los van hun rol om de bikkurim te bevatten en te vervoeren. Dus, als de eerste vruchten van het land van de boer zijn verheven tot het domein van de kohen, dragen zij hun mand niet met zich mee.

In ons eigen leven, vertegenwoordigen de "bikkurim" onze ziel, en de "mand", waarin ze zijn gelegd vertegenwoordigt ons lichaam en het fysieke leven. Het doel van ons leven - het doel waarvoor het fruit in de mand wordt geplaatst - is dat de ziel wordt vervoerd en verheven tot een "geschenk aan de kohen" in de Heilige Tempel, weergevend de verheven hoogten die een ziel bereikt door middel van een leven in een dienst aan God.

Hoe zit het met ons fysieke zelf? Is die ook onderdeel voor de rit? Uiteraard, de verhevenheid van de ziel verheft ook het lichaam dat de ziel dient tijdens zijn reis. Maar de mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de relatie tussen het lichaam en de ziel - de mate van de bittul waarmee het fysieke zelf het doel van de ziel dient.

Sommige mensen leiden een "rijk" leven, verfraaien hun bestaan ​​met verstandelijke diepte en emotionele intensiteit. Dan zijn er de "paupers" van het leven - degenen die eenvoudig en pretentieloos trachten te doen wat juist is, zonder te denken aan de glinstering en de glorie van creativiteit en ervaring. De sierlijke gouden mand ten opzichte van de functionele mand van stro.

Praktisch gezien, is het leven gewoonlijk niet uitsluitend het een of het ander. We hebben allemaal onze goud-en-zilver momenten, evenals onze stromand tijden. Bepaalde gebieden van ons leven zijn rijk, terwijl andere nooit boven het pure functionele niveau van de uitvoering van onze plichten ten opzichte van onze medemensen en onze God uitkomen.

De mand van de rijke man en de mand van de arme man dienen beiden de bikkurim van de ziel. Maar met één verschil: de mand van de rijke man heeft waarde en identiteit van zichzelf, terwijl de mand van de arme de ultieme bittul bereikt. De mand zegt als het ware: alles wat ik ben, is een middel om de gekozen vruchten te vervoeren naar de plaats van bestemming.

Natuurlijk, het is beter rijk dan arm te zijn. En uiteindelijk kan worden gesteld, dat dieper begrip en dieper gevoel ons motiveren tot meer positieve actie. Maar soms moeten we kiezen: moet ik gebruik maken van een vrij uur om een ​​Tora les bij te wonen, of om een buurman te helpen?

Daarin schuilt de les van de bikkurim mand. Weelderige manden zijn aardig. Ze maken de reis nog aangenamer en zinvoller. Maar aan het eind van de dag, houden ze de vruchten niet beter vast dat de mand van stro. Een eenvoudige, pretentieloze daad wordt een "voertuig" voor de ziel om zijn bestemming op een manier te vervullen die niet mogelijk is met het meest geïnspireerde leren of de meest ontroerende ervaring.

Voetnoten

1) Deuteronomium 26.
2) Ibid., de verzen 2 en 4.
3) Talmud, Bikkurim 3:8; ibid., Bava Kamma 92a.

Door Yanki Tauber.

Bron: The Case of the Basket

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.