BSD

Parasja Sjelach Lecha

'Voor de stam van Efraïm, Hosea de zoon van Nun.' …..'
Voor de stam van Jozef, voor de stam van Menasse, Gaddi zoon van Susi.' Numeri 13:8,11

Bij het lezen van deze twee verzen rijst de vraag waarom Jozef juist met de stam van Menasse wordt genoemd en niet met de stam van Efraïm.

Nadat Jozef als slaaf naar Egypte was verkocht werd hij aldaar als onderkoning aangesteld en rees zijn roem. Er brak een hongersnood uit en mensen uit de omringende landen kwamen voedsel in Egypte kopen. Toen de tien zonen van Jacob voor Jozef verschenen, beschuldigde Jozef hen als verspieders:'Jullie zijn verspieders', en zij antwoordden daarop 'Wij waren geen verspieders'. Genesis 42:14,31

Volgens de middeleeuwse kabbalist 'de Arizal' waren de zielen van de tien zonen van Jacob doorgedrongen in de tien mannen die door Mozes waren uitgekozen om het land Israël te verkennen. Dat was het geval tot aan het moment waarop zij hadden besloten om kwaad over het land Israël te spreken.

Toen Jozef zijn broers als verspieders beschuldigde, had hij echter niet over de tegenwoordige tijd gesproken. Jozef verwees met zijn woorden naar de toekomende tijd. De broers dachten dat Jozef over het verleden of over de tegenwoordige tijd sprak en zij antwoordden in de verleden tijd: 'Wij waren geen verspieders.' De broers hadden de diepgang van Jozefs woorden niet begrepen.

Onder de tien broers die voor Jozef stonden, stond ook Juda de voorouder van Kaleb ben Jefunne die geen deel had genomen in het spreken van lastertaal over het land Israël. Omdat Jozef alle tien broers als verspieders had beschuldigd terwijl Juda in feite onschuldig was, ontving Jozef de straf dat één van zijn zonen aan de kwaadsprekerij van de verspieders zou meewerken.

Toen Jozef met zijn broers in gesprek was, sprak hij in de taal van Egypte. Zijn zoon Menasse diende als tolk. (Rasji op Genesis 42:23) Zodoende had ook Menasse tegen de tien broers gezegd: 'Jullie zijn verspieders.' Daarom benadrukte de Tora dat Gaddi zoon van Susi zowel Jozef als Menasse vertegenwoordigde omdat Jozef en Menasse Juda ten onrechte als verspieder hadden beschuldigd.

Gebaseerd op 'Shlach Q and A, Moshe Bogomilsky, Chabad.org'



Bron: Gratitude in personal Prayer

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer