BSD

Parasjat Bamidbar

Bamidbar: in de woestijn

shevoeot De Tora is in de woestijn gegeven. Op de sjabbat voor het Wekenfeest, het feest waarop de Tora is gegeven, wordt de parasja Bamidbar gelezen.

Wat kunnen wij ervan leren dat de Tora juist in de woestijn is gegeven?

De woestijn is een niemandsland. Dat betekent dat het aan ieder evenveel toebehoort. De woestijn is geen prive eigendom van een bepaald persoon zoals een huis of een tuin dat zijn.
De Tora behoort niet een bepaald persoon toe, de Tora behoort aan iedereen in gelijke mate toe. De Tora is een erfenis voor elke Jood en elke Jood moet en kan komen om de Tora te leren.

De woestijn bestaat uit stof, aarde en zand. Er groeit niets in de woestijn en de woestijn heeft geen inwoners. Dat wil ons zeggen, dat wij als stof moeten zijn om de Tora te kunnen ontvangen: laag en nederig als het stof van de woestijn en niet hoogmoedig en trots. Met nederigheid kunnen wij de Tora ontvangen. Zoals de Wijzen hebben gezegd: 'Wie komt de Tora na? Diegene die zichzelf als een woestijn maakt.'

In de woestijn ontbreken de basisbehoeften van de mens: water, voedsel en kleding. In de woestijn is geen water omdat er geen regen in de woestijn valt. In de woestijn is geen eten omdat er niets groeit. Eveneens zijn er geen kleren in de woestijn te koop.

Toen het volk Israël in de woestijn was, vertrouwden zij op de rechtvaardigen en dat HaSjem hen ten gunste van de rechtvaardigen in hun basisbehoeften zou voorzien. Dankzij Mirjam gaf HaSjem water (de bron van Mirjam) aan het volk Israël. Dankzij Mozes gaf HaSjem eten, manna, aan het volk Israël. Dankzij Aäron gaf HaSjem aan het volk Israël de Wolken van de Glorie. De Wolken van de Glorie streken de kleren glad en pasten de maat van de kleren overeenkomstig de groei van het lichaam aan.

Juist in de woestijn is de Tora gegeven om ons het volgende te zeggen: Wij moeten Tora leren zonder eerst aan eten, drinken of kleding te denken. Onze taak is het leren van de Tora en het doen van de mitswot (geboden) en wij moeten op HaSjem vertrouwen dat Hij ons in al deze behoeften zal voorzien.

De woestijn is een plaats waarin vele gevaren schuilen: wilde beesten, slangen en schorpioenen. Juist hier in de woestijn is de Tora gegeven om ons te zeggen dat een Jood die in diaspora leeft [zolang de derde Tempel nog niet herbouwd is bevinden zich ook de Joden in het land Israël in de diaspora] zich in een gevarenzone bevindt. De slang die voor de slechte neiging van de mens staat, wil de mens schade toebrengen en wil veroorzaken dat de mens overtredingen zal begaan.
Juist in deze situatie moet je aan de Tora verbonden zijn: de Tora leren en de mitswot van de Tora nakomen.

Uit 'Ma'ajan Chaj' , Gesprek 1, Gesprekken van de Lubawitscher Rabbi over de wekelijkse portie.

Jael

'...tegenover rondom de Tabernakel zullen zij hun kamp opzetten.' Numeri 2:2

De afstand tussen het kamp van Israël en de Tabernakel was een mijl. Zoals in Jozua 3:4 is gezegd: 'Maar er zal een afstand van tweeduizend amah gemeten zijn.....'. Een mijl is tweeduizend amah. De afstand van tweeduizend amah is de afstand die op sjabbat afgelegd mag worden en zodoende kon het volk Israël ook op sjabbat naar de Tabernakel komen (Rasji). Dat is de reden dat ook tijdens de zes dagen van de werkweek de afstand tussen de Tabernakel en het kamp van Israël een mijl was. Dat wil ons zeggen dat de speciale nabijheid die tussen een Jood en HaSjem (tussen het kamp van Israël en de Tabernakel) op de sjabbatsdag bestaat ook voortgang moet vinden in de zes dagen van de werkweek. De 'heiligheid' van de sjabbat moet ook de gewone werkdagen beïnvloeden.

Uit de Gesprekken van de Lubawitscher Rabbi over de wekelijkse portie

Jael

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.