BSD titel

Al zeven maanden lang is Egypte geteisterd met allerlei plagen en van het imperium Egypte is weinig in stand gebleven. Maar het einde is nog niet in zicht. Er wachten namelijk nog drie plagen. Mozes werd door HaSjem geroepen om naar Farao te komen. Waarom wordt hier het woord bo (kom) gebruikt en niet het woord lech (ga) dat beter op deze plaats lijkt te passen.

Een verklaring hiervoor is dat deze parasja over de ge'ula, de bevrijding van het volk Israël uit het land Egypte vertelt en dat dit een hint is naar de manier waarop HaSjem gediend moet worden. Het dienen van HaSjem moet op de manier van 'kom' gebeuren. De manier van 'kom' brengt de ge'ula, de verlossing dichterbij. Wanneer iemand vaste tijden voor zijn Torastudie heeft gesteld dan kan het zijn dat hij naar de Torastudie gaat, naar een Torales ed., maar het geleerde niet in zich opneemt. Het geleerde en die persoon zijn en blijven twee gescheiden dingen. Daarom is het noodzakelijk dat iemand naar de Torastudie komt, opdat het geleerde een onderdeel van zijn bestaan wordt en dat het geleerde hem op zodanige wijze beïnvloed dat hij ook daarna leeft en dat de geleerde Tora en de persoon een absolute eenheid vormen. Daarop moet het streven op alle terreinen in het dienen van HaSjem gericht zijn. Door het dienen van HaSjem op de manier van 'kom' verhaast men de komst van de werkelijke en volkomen geula spoedig in onze dagen.

HaSjem heeft het hart van Farao en van zijn dienaren verhard opdat Hij Zijn tekenen in het midden van Egypte zou kunnen plaatsen. En opdat je je kinderen en kleinkinderen zult vertellen over hetgeen HaSjem met Egypte heeft gedaan en over Zijn tekenen die Hij in Egypte heeft geplaatst opdat jullie zullen weten dat HaSjem HaSjem is. Dat is het feest van Pesach. Pesach kan als peh-sach gelezen worden en dat betekent de mond die vertelt. Op Pesach, op de seideravond, wordt tot op de dag van vandaag het verhaal van de slavernij en de bevrijding uit Egypte verteld. Daarentegen kan de naam van Farao als peh rah gelezen worden en dit betekent een kwade mond: een mond die kwaad spreekt, een mond die het bestaan van HaSjem ontkent.

Mozes moest de achtste plaag aankondigen. Farao wilde het volk Israël niet in zijn geheel laten gaan en zodoende kwam de plaag van de sprinkhaan over Egypte. De sprinkhaan werd door de oostenwind gebracht en at alles wat de hagel had overgelaten op. Deze sprinkhanenplaag was zeer zwaar, zo zwaar was er nog niet eerder geweest en zou er ook later niet komen. Over de sprinkhanenplaag die in het profetenboek Joël (Joël 2:25) genoemd wordt, wordt gezegd dat zo'n plaag nog nooit op de wereld is voorgekomen. Daar kunnen wij leren dat er in de tijd van Joël sprake was van vier soorten sprinkhanen en in de tijd van Mozes was er sprake van één soort sprinkhaan.

De sprinkhanen waren overal te vinden. De Egyptenaren dachten van deze plaag te profiteren door de sprinkhanen in te maken zodat zij later nog iets te eten zouden hebben. Echter met de westenwind die kwam om de sprinkhanen te verdrijven, werden ook de ingemaakte sprinkhanen weggevoerd.

De duisternis volgde op de sprinkhanenplaag. De eerste drie dagen van de duisternis was het onmogelijk om elkaar te zien. De laatste drie dagen was de duisternis zo zwaar dat het onmogelijk was om te bewegen. Degene die zat, zat drie dagenlang, degene die stond, stond drie dagenlang en degene die lag, lag drie dagenlang.

Het volk Israël had echter licht. Tijdens deze negende plaag stierven die mensen van het volk Israël die in Egypte wilden blijven en niet uit Egypte bevrijd wilden worden.

De Israëlieten die Egypte niet wilden verlaten, stierven. HaSjem dwong de Israëlieten hier niet om Egypte te verlaten. Maar door de keuze van deze personen om in Egypte te blijven ontkenden zij het doel van hun bestaan en had hun leven geen enkele zin meer. Daarom moest hun leven beëindigd worden. Tijdens de dagen van de duisternis in Egypte werden deze mensen op discrete wijze begraven en werden zij niet beschaamd in de ogen van de Egyptenaren.

Vervolgens gaf HaSjem Mozes de opdracht om het volk Israël te zeggen dat zij zilveren en gouden voorwerpen van de Egyptenaren moesten vragen en dat het volk Israël gunst zou vinden in de ogen van de Egyptenaren. Bij de uittocht uit Egypte gaven de Egyptenaren al hun schatten en rijkdom aan het volk Israël mee. Dit alles was om de belofte van HaSjem aan Abraham in zijn volledigheid te vervullen. Het eerste deel van de belofte was vervuld: het nageslacht van Abraham verkeerde in verdrukking in een vreemd land. Het tweede deel van de belofte hield in dat zij, het volk Israël, met grote rijkdommen en schatten dat vreemde land zouden verlaten. Het tweede deel van de belofte aan Abraham heeft HaSjem zeer zeker niet vergeten en ook dit werd hier werkelijkheid.

titel

Aangaande de tiende en laatste plaag sprak Mozes over het uitgaan van HaSjem omstreeks middernacht (kachatsot, Exodus 11:4). In Exodus 12:29 staat dat HaSjem precies om middernacht (bachatsi halayla) uitging. Mozes sprak over omstreeks middernacht opdat de astrologen van Farao niet zouden kunnen beweren dat hij een 'grappenmaker' en ongeloofwaardig zou zijn. HaSjem echter weet de exacte tijden en daarom staat er bij de daadwerkelijke uitvoering hiervan precies om middernacht.

Voordat het volk Israël Egypte kon verlaten, kregen zij een 'nieuwe kalender'. De kalender in Egypte was gebaseerd op de zon. Nu kreeg het volk Israël een kalender die op de maan gebaseerd is [en deels op de zon]. De maand nisan, de maand van de uittocht, de maand van Pesach is een maand vol wonderen, hetgeen de naam van de maand al aanduidt. In de maand nisan komt het woord voor wonder (nes) voor. Het volk kreeg de opdracht om zich voor te bereiden op de aanstaande bevrijding en hiervoor dienden zij het Pesachoffer te offeren en tevens moesten zij zichzelf besnijden.

HaSjem gaf het volk Israël twee mitswot om het land Egypte te kunnen verlaten: het bloed van het pesachoffer en het bloed van de besnijdenis. Zij moesten het pesachoffer slachten en het bloed daarvan op de deurposten strijken. Ook moesten zij zich besnijden op de vooravond van de uittocht.
HaSjem had juist voor deze twee mitswot gekozen omdat zij de twee manieren van het dienen van HaSjem presenteren. Het dienen van HaSjem bestaat uit twee wegen: het zich verre houden van het kwaad, je verre houden van slechte eigenschappen en het verlaten van de slechte daden en de tweede weg is het doen van het goede, je versterken in de goede eigenschappen en het doen van goede daden.

Enerzijds had het volk Israël in Egypte zich niet verre gehouden van het kwaad vanwege de slechte invloed van de Egyptenaren en anderszijds ontbrak het hen aan mitswot en goede daden. Om verlost te kunnen worden, moest het volk Israël zich corrigeren Het bloed van het pesachoffer wees op een absolute afscheiding van de afgodendienst. De Egyptenaren baden immers de ram aan en Israël moest juist een lam nemen om deze op de tiende nisan in hun huis alvast apart te zetten voor het pesachoffer. Op deze wijze scheidde Israël zich van de slechte daden van de Egyptenaren af. Er was heel wat moed voor nodig om een lam, dat de afgod van Egypte was, in huis te nemen en daarna te offeren.

Voor de tweede manier, het doen van goede daden, gaf HaSjem het volk Israël de mitswa van het bloed van de besnijdenis. Door de besnijdenis kwam het volk Israël in verbond met HaSjem.

Het Pesachfeest wordt zeven dagen lang gevierd. Tijdens dit feest mag er zich geen gerezen deeg in huis bevinden en mogen er alleen maar matsot gegeten worden. Matsa is een ongerezen plat brood en wordt ook wel het brood van emunah genoemd. De matsa symboliseert de nederigheid en dat is in tegenstelling tot het gerezen brood dat opgeblazen hoogmoed en trots aanduidt.

Bij de instructies van het pesachoffer staat dat het lam in zijn geheel, met hoofd, met benen en ingewanden op het vuur geroosterd moet worden. Deze drie genoemde delen duiden op drie dimensies in het joodse religieuze leven. Het hoofd duidt op de Torastudie, de benen duiden op actie: het uitvoeren van de mitswot en de ingewanden duiden op tefilah, gebed, dat een onderdeel van het innerlijke leven is. Deze drie dimensies moeten met warmte en enthousiasme uitgevoerd worden zoals het lam door de warmte van het vuur geroosterd werd.

De tiende en laatste plaag werd door HaSjem zelf uitgevoerd. Bij de eerste negen plagen werd de Naam van HaSjem, Eloqim, gebruikt. Deze Naam geeft het attribuut van het gericht, van het oordeel weer. Bij de tiende plaag wordt de Onuitsprekelijke Naam van HaSjem gebruikt. Dat is juist het attribuut van erbarmen en barmhartigheid. Het was de laatste slag van HaSjem om de band van het volk Israël met Egypte absoluut te verbreken.
Bij deze tiende plaag kwamen alle eerstgeborenen in Egypte om. Farao stond doodsangsten uit omdat hij zelf ook een eerstgeborene was. HaSjem liet Farao echter in leven opdat hij later nog meer wonderen van HaSjem kon zien: de doortocht van het volk Israël door de Rode Zee. Aldaar kwam Farao om het leven.

Het volk Israël heeft naar aanleiding van deze plaag de mitswa van de lossing van de eerstgeboren zoon meegekregen. Leedvermaak bestaat niet in de Joodse traditie. De lossing van de eerstgeboren zoon is daarom niet alleen een herinnering aan de tiende plaag, waar het volk Israël gespaard bleef, maar ook een dankbetuiging aan HaSjem om Zijn grote barmhartigheid.

De uittocht uit Egypte moet dagelijks door een Jood herinnerd worden. Niet alleen als een historische gebeurtenis die ruim 3000 jaar geleden heeft plaats gevonden maar ook als een dagelijkse persoonlijke uittocht uit Egypte. Het woord voor Egypte in het Hebreeuws luidt Mitsrayim (mem-tsadiq-resj-joed-slot mem). Dit woord kan ook als metsarim gelezen worden en dan betekent dat begrenzingen en beperkingen. Het land Egypte was een land van begrenzingen en beperkingen. Het was onmogelijk om zomaar Egypte binnen te gaan en het was absoluut onmogelijk om zomaar Egypte te kunnen verlaten. Zodra het volk Israël deze begrenzingen doorbroken had met de uittocht uit Egypte kon het zeven weken later de Tora op de berg Sinaï ontvangen en als het uitverkoren volk van HaSjem leven. Ook een ieder van ons persoonlijk kan dagelijks zijn eigen beperkingen en begrenzingen doorbreken en het kwade overwinnen.

Enkele laatste verzen van onze parasja (Exodus 16:9 en 13) spreken over de gebedsriemen. Vers 9 spreekt over de gebedsriemen van de arm en vers 16 over de gebedsriemen van het hoofd. Zie bijgaand artikel over de de belangrijkheid van Tefillin.

Nu de uittocht uit Egypte een feit is geworden, hopen wij de reis van het volk Israël op weg naar het Beloofde Land in de volgende parasja verder te volgen.

Parasjat Besjalach, Exodus 13:17-17:16. Profetenlezing, Richteren 4:4-24, 5:1-31.

Gebruikte literatuur: Het commentaar van Rasji en de Verzameling gesprekken van de Lubawitscher Rabbi over de wekelijkse portie.

Jaël

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.