BSD

De maand Sjwat en Olijven

zeven soorten De vijftiende van de maand Sjwat, Toe Bisjwat, luidt het nieuwjaar voor de bomen en het nieuwjaar voor de heffingen en tienden van de opbrengst van het land in. Het is een dag waarop een zegen voor de nieuwe vruchten wordt gevraagd en met name een speciaal gebed voor een mooie etrog voor het loofhuttenfeest dat in de herfst gevierd wordt. Het is de traditie om op deze dag vele soorten vruchten te eten. De zeven soorten waarmee het land Israël gezegend is nemen op deze dag een speciale plaats in. De zeven soorten zijn tarwe, gerst, druiven, vijgen, granaatappels, olijven en dadels. Laten wij hier ter ere van toe bisjwat enkele woorden aan de olijven wijden.

Olijven

Het woord olijf (zajit) komt tientallen malen in de Tanach voor. De olijf is één van de zeven soorten waarmee het land Israël gezegend is. Ook het land Israël zelf wordt een land van olijven en olie genoemd. Olijven groeien in heel het land Israël maar wel in het bijzonder in het deel van Asjer. Over Asjer is door Mozes gezegd dat hij zijn voeten in de olie zal baden, Deuteronomium 33:24. Het deel van Asjer ligt in het Noorden van het land Israël en de olijfbomen zijn daar in overvloed aanwezig.

De olijf komt voor de eerste keer in de Tora voor bij het verhaal van de zondvloed. De duif komt met een afgerukt olijvenblaadje naar de ark van Noach toe. (Genesis 8:12) De duif had het blaadje niet op het water gevonden, maar had het van een olijfboom afgerukt. Olijfbomen zijn namelijk sterke bomen en een deel van de olijfbomen had de zondvloed overleefd. Het blaadje dat de duif naar Noach had gebracht, was een nieuw blaadje dat aan de boom ontsproten was. Noach begreep hierdoor dat het water aan het zakken was.
De Ramban, Nachmanides (1194-1270), brengt in zijn verklaring twee opinies over de afkomst van het olijfblaadje naar voren. De eerste opinie is van Rabbi Levi en deze zegt dat de duif het olijfblaadje van de Olijfberg heeft genomen, omdat het water van de zondvloed het land Israël niet had bedekt. De tweede opinie is van Rabbi Berai en deze zegt dat voor de duif de poorten van de hof van Eden geopend werden en zij daar het blaadje van de boom heeft genomen.

Nog een andere relatie van de duif met de olijf komt in de Midrasj voor. Daar staat geschreven dat over de duif gezegd wordt, dat zij zegt dat het beter is dat haar voedsel bitter als de olijf zal zijn en uit de handen van HaSjem komt, dan zoet als honing en uit de handen van de mensen komt.

Vervolgens wordt er in het tweede boek van Mozes, Exodus, over de olijfolie geschreven. Een bijzonder pure olijfolie was nodig voor het aansteken van de menora in de Tabernakel en later ook in de Tempel. Voor de menora was alleen de eerste druppel olie die uit de olijf geperst wordt geschikt.

Olijfolie vormde ook een onderdeel van bepaalde offers die in de Tabernakel en in de Tempel gebracht werden.

olijfboom Koning David schrijft in Psalm 52:10, dat hij als een frisse olijf in het huis van HaSjem zal zijn. Rasji schrijft hier, dat ook al wordt koning David nu achtervolgt, hij zal zijn als een olijfboom, fris met kinderen en kleinkinderen. Een andere verklaring kan zijn, dat koning David vraagt om in zijn ouderdom zo fris als een olijf te zijn.

In de Lofpsalm 128:3 staat dat 'je zonen als olijfscheuten rondom je tafel zullen zitten.' Zoals ook de olijf niet geënt kan worden zo zullen ook je zonen zich niet met anderen mengen.

De profeet Jeremia vergelijkt het volk Israël met een olijfboom, Jeremia 11:16. 'Een frisse olijfboom vol met mooie vruchten heeft HaSjem uw naam genoemd.'

Tijdens de opstand van het joodse volk tegen de Helleense overheersing in de periode van de tweede Tempel, was onder andere één overgebleven rein oliekruikje zelfs een aanleiding tot een nieuw feest in de joodse geschiedenis. Dit is het feest van Chanoeka, dat acht dagen duurt. Het weinige olie dat in het kruikje zat was slechts voldoende voor het branden van de menora voor één enkele dag. Het wonder was dat deze kleine hoeveelheid olie de menora acht dagen liet branden! Acht dagen zijn nodig om nieuwe pure olijfolie te bereiden.

Het blijkt wel dat olijven en met name olijfolie een centrale plaats in de joodse traditie innemen.

De oorsprong van de olijfboom ligt in Israël. Vanuit Israël heeft het zich verspreid naar andere landen in het Middellandse Zeegebied. Het Middellandse Zeeklimaat is het geschiktst voor de olijfboom.

De olijfboom is een boom die zijn zilvergrijsgroene bladeren het hele jaar door draagt. Het is een sterke boom en kan zelfs honderden jaren oud worden.

De olijfboom heeft vele gebruiksmogelijkheden. Er zijn soorten die geschikt zijn voor vruchten en er zijn soorten die geschikt zijn voor het bereiden van olijfolie. Ook het hout van de olijfboom is geschikt voor het maken van meubels. Hierbij dient echter gezegd te worden dat volgens de halacha, de joodse wet fruitbomen niet gekapt mogen worden. Alleen in geval van ziekte en ouderdom. Het volgende verhaal dat ongeveer tweehonderd jaar geleden in Galicië gebeurd is, toont de ernst van deze wet aan.

olijven Er was eens een dominee die in een mooie villa met een prachtige tuin rondom, met een keur aan bomen en bloemen, woonde. De dominee had tien zonen. Op een dag wandelde deze dominee in zijn tuin rond en besloot om enkele bomen te kappen om zijn tuin met prachtige en welriekende bloemen te verfraaien. Hij liet op diezelfde dag nog arbeiders roepen om de bomen te kappen en om nieuwe bloemen te zaaien.
Diezelfde avond nog werd opeens zijn oudste zoon ziek en de ziekte verergerde zich zo dat hij de volgende dag kwam te overlijden. De dominee was zeer bedroefd maar voordat hij zich van de rouw kon herstellen werd zijn tweede zoon ziek. De tweede zoon overleed enkele dagen later.
De dominee was ten einde raad toen zoon na zoon kwam te overlijden. Dokters, professoren en specialisten konden geen oplossing voor de ziekte vinden. Iedereen sprak over een hemels decreet, dat op de dominee was gevallen.

Toen zijn laatste zoon op het ziekbed lag kwam de dominee ter ore dat er in Premisjlan een tsaddieq (Rabbi Meír 1783-1850) woonde die al vele mensen heeft geholpen en misschien zou hij ook de dominee kunnen helpen. De dominee wendde zich onmiddellijk naar het huis van de tsaddieq in Premisjlan, klopte op de deur en kwam de kamer van de tsaddieq binnen. Daar vertelde de dominee met grote droefheid over het lot dat hem was toegevallen. Nadat de tsaddieq de dominee gerustgesteld had, verzonk hij in diepe gedachten. Even later stelde de tsaddieq de dominee de vraag of hij soms in de afgelopen tijd een aandeel in het omkappen van bomen heeft gehad. Toen de dominee hier in alle verbazing een bevestigend antwoord op gaf, zei de tsaddieq, dat dat de reden van het sterven van zijn zonen was. De mens is namelijk een boom van het veld (Deuteronomium 20:19). De dominee had de bomen, die de schepping van HaSjem tooien zonder enig nadenken laten kappen en daarom had nu HaSjem zijn zonen genomen. De dominee was in alle staten bij het aanhoren van deze woorden en hij smeekte de tsaddieq om HaSjem, de Schepper van de wereld om toch zijn laatste zoon in leven te behouden. De tsaddieq stemde toe voor de glorie van de Naam van HaSjem.

Mocht je eens genoodzaakt zijn om een (fruit)boom te kappen, plant dan elders weer een nieuwe boom.

De vruchten van de olijfboom rijpen tegelijk. De pluk van de olijven volgt direct op de druivenpluk. De olijven worden soms groen en soms zwart geplukt. De groene olijven worden voortijdig van de boom geplukt en de zwarte olijven worden van de boom geplukt wanneer zij rijp en vol olie zijn. De smaak van de olijf is bitter en daarom moeten de olijven eerst in water geweekt worden. Het water dient regelmatig ververst te worden en vervolgens worden de olijven gezouten. Na dit proces zijn de olijven geschikt om te nuttigen.
Volgens de joodse traditie is het zo, dat olijven de eigenschap van vergeetachtigheid in zich hebben. De olijfolie daarentegen bezit de eigenschap voor het onderhouden en verbeteren van het geheugen. Het is daarom aan te bevelen om bij het nuttigen van olijven één tot enkele druppels olijfolie toe te voegen om het element van de vergeetachtigheid van de olijven te elimineren.

De olijfolie kan zowel voor licht, voor voedsel, voor balsem als voor genezing dienen.

Er zijn er die olijfolie gebruiken voor het aansteken van de sjabbatskaarsen, van de Chanoekakaarsen en voor de jaardaagskaarsen voor de overledenen.

De olijf met de duif zijn een symbool geworden voor vrede en voor bloei. Olijven zijn ook in het embleem van de staat Israël te vinden: olijftakken aan weerszijden van de Menora.

De olijf is ook een teken van vruchtbaarheid en een symbool van de wijsheid.

Neem eens de tijd om een glaasje (Israëlische) wijn, cake, een dadel, een vijg of elke andere vrucht die je lekker vindt op 'Toe BiSjwat' te nuttigen. Je kunt HaSjem ook voor een zegen voor de vruchten en de opbrengst van je eigen land vragen. Deze dag wordt dit jaar gevierd op 4 februari 2015.

Jael

Bron: Marpeh HaBosem, rabbijn Moshe Cohen Shauli, 1989; Perotecha Metoeqim, uitgave Malchoet Waxberger

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Midrash Meervoud is midrashim en is een Hebreeuws woord dat op de methode van exegese van Bijbelse teksten duidt. Midrash kan ook verwijzen naar een compilatie van lessen, in de vorm van commentaar over de Tora.

Tsaddieq Een buitengewoon vroom en oprecht iemand.