Missing Children

Bron: Breslev.co.il Voorafgaand aan de holocaust woonden ongeveer 1,6 miljoen Joodse kinderen in nazi-bezet Europa. Naar schatting 1,5 miljoen van hen werden vermoord tijdens de holocaust.

Net zestig jaar geleden, werden honderden Joodse ouders geconfronteerd met de uitdaging van de hereniging met hun kinderen, die tijdens de oorlog ondergedoken waren bij niet-Joodse families. "In mijn gesprekken met ondergedoken kinderen", schrijft Bloeme Evers-Emden, doctor in de Wetenschappen en holocaust onderzoeker en op dit moment woonachtig in Nederland en auteur van drie boeken over de 'Hidden Children', "vond ik in twee derde van de gevallen dat de beschadigde relatie nooit werd hersteld... Sommigen betwijfelden dat hun ouders hun echte ouders waren. Sommigen hadden loyaliteitsconflicten tussen hun pleegouders en de biologische ouders."

Kinderen in de Holocaust

Voorafgaand aan de holocaust leefden ongeveer 1,6 miljoen Joodse kinderen in nazi-bezet Europa. Naar schatting 1,5 miljoen van hen werden vermoord tijdens de holocaust. Aangezien bijna geen kinderen de concentratiekampen overleefden, is het grootste deel van de overlevende kinderen, hetzij ontsnapt naar een van de niet bezette landen of ondergedoken.

In elk Europees land dat onder Duitse bezetting leefde, was de overlevingskans van de kinderen veel lager dan die van de totale joodse bevolking. Zo, leefden in het vooroorlogse Polen naar schatting 1 miljoen Joodse kinderen. Van deze kinderen, variërend van heel jong tot 14 jaar, overleefden naar schatting 5000, of te wel een half procent.

In Nederland bedroeg het aantal Joden 1,6 procent van de Nederlandse bevolking. Van de 140.000 Nederlandse Joden, zijn naar schatting 75 procent omgekomen. Onder de 35000 overlevenden waren slechts 3500 kinderen.

Van de 65.000 Belgische Joden, overleefde ongeveer 40 procent onder wie 3000 kinderen.

Van de 350.000 Franse Joden werden naar schatting 90000, of 26 procent, gedood. De cijfers voor kind overlevenden lopen uiteen van 5000 tot 15000. De meeste van hen waren wezen.

De meeste landen, waaronder België, Nederland en Polen, hadden speciale afdelingen van de ondergrondse die zich wijdden aan het redden van Joodse kinderen. Vaak werden deze speciale afdelingen gezamenlijk gerund door Joden en Christenen. Er waren ook kloosters en weeshuizen die Joodse kinderen probeerden te redden, hoewel velen van hen meer geïnteresseerd waren in het "redden" van Joodse zielen voor het christendom. Sommige van deze religieuze instellingen waren aangesloten bij het verzet, terwijl anderen onafhankelijk van elkaar handelden.

De beproevingen van een scheiding

Onderzoekers hebben ontdekt dat wanneer kinderen zonder contact van hun ouders werden gescheiden, het resultaat onomkeerbare vervreemding is. Dit was vooral het geval met ondergedoken kinderen omdat zelfs de allerkleinsten onder hen beseften dat hun leven op het spel stond en er daarom voor zorgden om zich snel aan te passen aan hun nieuwe omgeving. Heel vaak konden zij zich niet de luxe veroorloven te huilen, omdat ze bang waren dat hun nieuwe familie hen zou afwijzen, of erger nog, hen zou overleveren aan de autoriteiten. Het was pas na de oorlog dat ze zichzelf veroorloofden hun emoties te uiten. "Het was heel moeilijk voor ons om, na de oorlog, te wennen aan het weer een gezin zijn", legt een van die kinderen uit. "Mijn moeder was met haar eigen problemen bezig met wat ze had meegemaakt, en bovendien moest ze wennen aan vier kinderen die ze niet echt kende, en omdat ze getraumatiseerd waren door wat ze hadden meegemaakt, waren ze zeer problematisch. En toch, in het totale plaatje, waren wij de gelukkigen."

In aanvulling op het verkrijgen van een geheel nieuwe identiteit, moesten de ondergedoken kinderen, om te kunnen overleven, vertrouwd raken met het christendom. Iedereen die verdacht werd Joods te zijn werd onderworpen aan strenge kruisverhoren en wanneer je faalde door deze test te komen dan volgde gewoonlijk de dood.

"Gedwongen om op jonge leeftijd afstand te doen van hun jeugd, moesten de ondergedoken kinderen flexibel zijn", schrijft Nechama Tec in Historical Background of the Hidden Children. "Een belangrijk deel van deze flexibiliteit was gehoorzaamheid. Onder geen enkele omstandigheid konden we hen ,die ons beschermden, in het harnas jagen... We werden geacht niet te huilen. En we deden het ook niet, althans niet in het bijzijn van anderen. We moesten dankbaar zijn voor wat anderen voor ons deden... Ons dagelijks bestaan was ook gebonden aan twee andere fundamentele eisen: het opgeven van onze Joodse identiteit en stil zijn... Soms waren we zo verstrikt in onze nieuwe rol dat we echt vergaten wie we in werkelijkheid waren. Dit was tijdelijk. Hoewel nuttig, was dit vergeten emotioneel kostbaar. Voor velen van ons, creëerde het opgeven van onze ware identiteit een emotionele leegte. Het maakte ons angstig, bang dat we nooit ons verleden zouden kunnen heroveren. We voelden ons ook schuldig, beschaamd omdat we opgaven dat wat door onze ouders was gekoesterd, door hen van wie we hielden."

Veel van de kinderen waren nooit in staat om in het reine te komen met hun dubbele bestaan. Zoe, bijvoorbeeld, was tijdens de oorlog ondergedoken in een klein Frans boeren dorpje. Haar vader overleefde, maar haar moeder kwam om in een van de concentratiekampen. Hoewel ze werd herenigd met haar vader, werd het gezin nooit meer hersteld. Zoe ontkende later haar Joodse identiteit en trouwde met een katholiek. Ze voedde haar drie kinderen als katholieken op. Noch haar man of haar kinderen beseften dat ze Joods was.

Vele jaren later, reisde een van Zoe's zonen naar Israël en voelde er zich zo thuis dat hij besloot er te blijven. Bijgevolg vertelde Zoe haar familie dat ze Joods was. Haar man scheidde van haar, maar haar kinderen waren erg blij en meteen verklaarden zij zich Joden. Vandaag de dag, wonen Zoe en haar kinderen in Parijs en zijn een integraal onderdeel van de Joodse gemeenschap aldaar. Voor Zoe duurde het ruim een halve eeuw om eindelijk vrede te sluiten met haar ervaring en "thuis te komen."

Veel van de ondergedoken kinderen waren zo geïntegreerd in hun geadopteerde familie dat ze geen flauw vermoeden hadden dat ze Joods waren. Het gebeurt nu, tijdens bekentenissen op het sterfbed, dat veel van deze kinderen, die nu tegen de zeventig en tachtig jaar zijn, de waarheid over henzelf leren kennen. Het is zo traumatisch, dat in 1990 een speciale organisatie, de Vereniging van de verborgen kinderen van de Holocaust, in Warschau werd opgericht om deze "ondergedoken kinderen" te helpen met het omgaan met hun identiteitscrisis. De organisatie begon met slechts vier "ondergedoken kinderen," maar groeide uit tot op heden tot een ledental van meer dan dan 800.

De directeur, Elzbieta Ficowska, zelf een "nieuwe Jood", zegt dat de leden vaak therapie nodig hebben om op zo oude leeftijd om te kunnen omgaan met hun veranderde identiteit. Ze voegt eraan toe dat veel van deze ondergedoken kinderen zullen sterven zonder ooit de waarheid te vinden.

Romuald Jakub Weksler-Waskinel, bijvoorbeeld, is een katholiek priester die pas onlangs ontdekte dat zijn echte ouders naar de vernietigingskampen waren gezonden. "Het was alsof ik opnieuw geboren werd", vertelt hij met tranen in zijn ogen. Toen hij zijn ware afkomst kende, rouwde hij niet alleen over de dood van zijn Joodse ouders en broer, maar ook over het verlies van zijn Joodse identiteit, een verlies dat, jammer genoeg, nooit meer zal worden hersteld.

Nu de generatie van de Holocaust ouder wordt

Nu de generatie van de holocaust steeds ouder wordt publiceren meer en meer van deze ondergedoken kinderen hun verhalen. Het is belangrijk te benadrukken dat de hieronder genoemde verhalen ongebruikelijk zijn. De overgrote meerderheid van de families die Joodse kinderen verborgen probeerden ze te vervreemden van hun geloof.

Rivka, een bekende pedagoog, wordt vaak gevraagd om op scholen en kampen over haar ervaringen tijdens de oorlog te spreken. Ze spreekt over haar geadopteerde familie in gloedvolle bewoordingen. "De vrouw die de zorg voor mij op zich nam was een zeer gelovige protestant. Ze had een diep geloof in G-d en prachtige karaktertrekken. Op haar eigen manier, leerde ze mij vrees voor G-d te hebben en voedde mij op te geloven in G-d. Jaren later vroeg ik haar waarom ze haar leven in gevaar had gebracht door een Joods kind te verbergen. Ze legde uit dat ze van God houdt en de bijbel grondig heeft bestudeert. Ze had geleerd dat God van de Joden houdt en ze wilde Hem spitituele vreugde geven door het redden van Zijn uitverkoren volk."

Hem chasjvoe l'ra'ah v'HaElokim chashva l'tova 1). In weerwil van het geestelijke gevaar om op te groeien in een niet-joods huis, in deze specifieke situatie, verzekerde de hashgacha pratit - en daar ben ik zeker van, de oprechte gebeden van Rivka's ouders - dat de resultaten positief waren.

Rivka heeft geen herinnering aan het weggaan bij haar ouders toen ze onderdook. "Ik was pas drie jaar oud toen mijn ouders mij vertelden dat ik een uitstapje zou maken. Ik heb die eerste nacht in het huis van een meisje uit de Nederlandse Ondergrondse doorgebracht, en de volgende dag nam het meisje me mee met de trein naar een klein stadje in Noord-Holland, waar een ongehuwde Nederlandse vrouw me op wachtte."

De Nederlandse vrouw was een toegewijde moeder en Rivka heeft geen herinnering dat ze naar huis, naar haar echte familie wilde terugkeren. "We waren met vier kinderen thuis, en we hebben het allemaal overleefd door onder te duiken bij niet-joodse families. Mijn ouders kwamen na de oorlog direct bij mij op bezoek, toen ik vijf jaar oud was. Ik had geen idee wie ze waren. Mijn ouders, echter wachtten nog een half jaar voordat ze me terug naar huis brachten. Toen de oorlog voorbij was hadden ze niets meer. Ze hadden geen huis, geen plek om me ergens naar toe te brengen. Voordat ze me terug naar huis brachten, moesten ze hun eigen leven organiseren, en een manier vinden om een inkomen te verdienen.

"Het was heel moeilijk voor hen om de reis te maken om mij te bezoeken. Het dorp was ver van Amsterdam, en in die dagen waren er geen treinen. Ze reden door het hele land op kapotte fietsen om me te zien. Ik heb geen herinnering aan het thuiskomen. Ik wist niet of ik huilde of dat ik gelukkig was."

Was het erg moeilijk om je aan te passen aan eigen familie? "Mijn ouders waren heel slim en wisten hoe met de situatie om te gaan. Bijvoorbeeld, toen ik voor het eerst thuis kwam, bad ik als een christen, maar mijn ouders proberen me niet te stoppen. In plaats daarvan, leerden ze mij om Joods te zijn, totdat ik uiteindelijk uit eigen beweging stopte," zegt Rivka. "Maar er waren anderen die het buitengewoon moeilijk vonden om aan hun eigen familie te wennen, en vandaag nog steeds de littekens met zich meedragen."

Rivka's familie moedigde haar aan om in contact blijven met haar pleegmoeder. "Ik bezocht haar elke zomer totdat ik in 1959 naar Eretz Yisrael verhuisde. In het begin bleef ik er een hele maand, maar toen ik groter was, ging ik maar een week. Ze respecteerde mijn religieuze overtuigingen en kocht zelfs speciale borden e.d. voor mij die ik kon gebruiken wanneer ik kwam om haar te zien. Ze bezocht mij elk jaar op mijn verjaardag, en we zagen haar als onze geëerde gast. Zij had immers mijn leven gered. In die dagen was er geen telefoon, zodat we regelmatig correspondeerden. Omdat ze zelf geen kinderen had, dacht ze aan mij als haar dochter.

"We bleven met elkaar schrijven, zelfs nadat ik naar Eretz Yisrael verhuisde. Voordat deze geweldige vrouw overleed, gaf ze mij haar gouden horloge en ring, en toen ze was overleden, reisde ik naar Nederland om haar begrafenis bij te wonen."

Sylvia was tijdens de oorlog ook ondergedoken bij een Nederlandse familie. "Dit was mijn zesde, en laatste, familie waar ik onderdook. Hun huis was als een paradijs. Zij zorgden geweldig voor me en hielden veel van mij. Ik herinner mij mijn pleegvader als een man die mij op zijn schoot nam en mij voorbereidde op de verschillende toekomstige mogelijkheden, dat mijn ouders nooit meer zouden terugkeren, of dat slechts een van hen zou kunnen terugkomen. Deze familie verborg negen Joden, en bovendien waren er altijd Joden die tijdelijk bij hen bleven. De vader van de vrouw had haar geleerd dat ieder mens, waaronder Joden, een recht op leven heeft.

"Voor de oorlog, werkte mijn pleegmoeder als dienstmeid bij een Joodse familie en merkte dat de ouders parshas hashavua studeerden met hun kinderen. Ze legden haar uit dat ze de Bijbel bestudeerden. Dus elke dag bestudeerde ze met mij een deel van de Tanach omdat ze wist dat Joden dat deden. We zijn begonnen met het boek Genesis en tegen de tijd dat de oorlog voorbij was en ik zeven jaar oud was, waren we tot 1 Kronieken gekomen."

Sylvia bleef in contact met haar pleegouders, zelfs na haar verhuizing naar Eretz Yisrael. "Ze kwamen 23 keer bij me op bezoek in Israël, en toen ze ouder waren, en mijn kinderen ouder waren, reisde ik naar Nederland om ze te bezoeken."

Rabbi Binyamin is een bekende marbitz Torah 2) en woont in Jeruzalem. Hij was pas drie jaar oud toen hij werd overgedragen aan de Nederlandse ondergrondse. "Mijn ouders keerden nooit meer terug", zegt Rabbi Binyamin. "Ik herinner mij iets over mijn echte familie."

Rabbi Binyamim dankt zijn leven aan Anna, een moedige jonge vrouw uit de Nederlandse ondergrondse. "Mijn ouders besloten om vrijwilligerswerk te doen voor wat hen werd verteld een werkkamp in Duitsland zou zijn, en natuurlijk wilden ze me meenemen. Anna, die ooit werkte voor mijn vader en nu actief was in de Nederlandse ondergrondse, smeekte mijn ouders onder te duiken in plaats van naar Duitsland te gaan. Uiteindelijk gingen zij akkoord. Het was echter te moeilijk om ons samen te verbergen, dus werd ik ondergebracht bij een andere familie.

"Mijn ouders waren ongeveer een jaar ondergedoken voordat ze gevangen werden. Omdat ik er zo duidelijk Joods uitzag, werd ik voortdurend van het ene adres naar het volgende gebracht. Al met al in totaal vijftien verschillende adressen. Anna was verantwoordelijk voor het welzijn van 33 kinderen die ondergedoken waren bij Nederlandse gezinnen. Zij haalde voedsel voor ons, dat was erg moeilijk omdat we wettelijk niet bestonden en alles was zorgvuldig gerantsoeneerd. Daarnaast moest ze steeds een manier vinden om ons over te dragen aan een andere "veilig adres" als dingen te gevaarlijk werden."

"Sinds Anna full-time werkte en zij zich 's avonds en in het weekend wijdde aan de ondergrondse, had ze weinig tijd voor haarzelf. Op een avond echter had ze wat vrije tijd en besloot een boek te lezen. Maar ze was niet in staat zich te concentreren. Om een of andere onverklaarbare reden, bleef zij zich zorgen maken over mijn welzijn. Tenslotte stapte ze op haar fiets en ging naar het huis waar ik was ondergedoken. Dat was op zich al gevaarlijk, want het was na de avondklok."

"In die tijd woonde ik in een huis van een vrouw die geen kinderen had en van wie de man naar Duitsland was afgevoerd voor dwangarbeid. Die ochtend klopte haar buurvrouw, een Nederlandse nazi, op haar deur en begon naar mij te vragen. De vrouw vertelde haar dat ik haar neef was en omdat haar zus in het ziekenhuis lag, was ik bij haar gekomen. Ze realiseerde zich echter dat de Nederlandse nazi achterdochtig was en was bezorgd over mijn welzijn."

"Anna was het er mee eens dat dit beslist een reden was tot bezorgdheid en onmiddellijk smokkelde zij mee daar weg. Die avond sliep ik op een slaapzaal en de volgende dag werd ik ondergebracht bij een andere familie. De nazi-vrouw kwam de volgende dag terug, maar toen was ik al weg."

"Anna begreep niet waarom ze zo'n sterk verlangen had om te zien hoe het met mij ging. Immers ze was al een paar dagen eerder, voor genoemd incident, geweest om te controleren hoe het met mij was."

Anna had het gevoel dat het in contact blijven met de kinderen die ze had gered hen alleen maar zou herinneren aan de tragische periode die ze hadden doorgemaakt. Als gevolg hiervan, verloor Rabbi Binyamin voor bijna veertig jaar het contact met haar. Uiteindelijk, kon hij het contact vernieuwen en nodigde hij haar uit voor het huwelijk van zijn dochter. "Ik reisde meerdere malen naar Nederland om haar te bezoeken en er werd ter ere van haar in Yad V'Shem een boom geplant. Anna en ik hadden veel gesprekken over onze ervaringen, en ik legde haar uit dat dat overweldigende gevoel dat haar dreef, als gevolg waarvan zij zichzelf in gevaar bracht, om te kijken of het goed met mij was, wij de Goddelijke Voorzienigheid noemen. Ze overleed zo'n vijf jaar geleden."

Veel van de ondergedoken kinderen, hadden echter afschuwelijke ervaringen. "Onze ouders brachten ons onder in een weeshuis uitgaande van het Evangelisch Pastoraat in Modra, en zonder hun plaats te noemen, doken zij ook onder", schrijft Chava Kolar in 'A Loner in a World Filled with Others'. "Ik was wanhopig van verdriet. Tevergeefs probeerde ik mezelf te overtuigen van de noodzaak achter gelaten te zijn in deze afschuwelijke instelling, een plek waar de nonnen voor een kleine overtreding de kinderen sloegen, en waar ik moest doen alsof ik iemand anders was. Hoe konden mijn lieve ouders zoiets voor mij gedaan hebben?"

"Ik ontwikkelde een constante angst voor mensen en probeerde contact met hen te vermijden. Ik was in de war, boos en oneindig verdrietig. Omdat ik niet begreep wat de oorzaak van mijn omstandigheden was, wantrouwde ik de hele wereld en elke persoon."

Chava vervolgt: "En toch was ik, in zekere zin gelukkig. Bij de Filus familie in Vrbovce waren mijn ouders veilig ondergedoken in een gat in de schuur en de pastoor in Modra heeft de schuilplaats niet bekend gemaakt aan de autoriteiten, ondanks het dodelijke gevaar voor hem en zijn familie. Na de oorlog was ons kleine gezin van vier herenigd en maakte later aliya en begon een nieuw leven. Niemand van ons was ooit helemaal dezelfde, maar we leefden."

"Toen ik weg was gegeven, voelde ik me ontworteld", schrijft Lillian Boraks-Nemetz in haar artikel 'Severed, Like a Tree from its Roots.' "Ik voelde me verwaarloosd en verlaten. Als een kind van negen begreep ik niet dat mijn ouders zich niet opzettelijk zouden scheiden van hun kinderen, tenzij het een kwestie was van leven en dood. In plaats daarvan kreeg ik het gevoel dat zij me in de steek hadden gelaten en dat raakte ik niet kwijt."

Het zal voor ons nog jaren duren om de verschrikkingen van de holocaust volledig te begrijpen. Degenen die overleefden bleven getekend voor het leven, en vandaag, voelen de tweede en derde generatie nog steeds de gevolgen van deze littekens.

Noot van de vertaler.
1) Men dacht iemand iets kwaads aan te doen, maar HaShem heeft het juist ten goede gedacht.
2) Iemand die veel Torahlessen geeft

Geschreven door Debbie Shapiro. Vertaald uit het Engels door de webmaster.
Bron: Missing Children

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Aliyah is de immigratie van Joden naar Israël.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Hashgacha pratit is de Goddelijke Voorzienigheid waardoor ons leven geen toevallige gebeurtenissen enz. kent maar dat alles wat er met ons gebeurt en ons overkomt van de Schepper afkomstig is.

Parshas hashavua is de wekelijkse Tora lezing.

Tanach is de Hebreeuwse Bijbel.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.

Yeshiva is een Talmoedschool waar in hoofdzaak Talmoed en Tora wordt bestudeerd.